Waar de wensen van de patiënt worden geëerbiedigd
Het onderstaande verhaal over een medisch noodgeval is een persoonlijke ervaring. Dit artikel betekent niet dat Ontwaakt! een bepaalde medische behandeling of ziekenhuisfaciliteit aanbeveelt.
TOEN vader een beroerte kreeg, kwamen daar complicaties bij. Blijkbaar had de bloedverdunner een inwendige bloeding bij hem veroorzaakt. Zijn hematocriet zakte tot de gevaarlijk lage waarde van 17 (normaal is een waarde van 40). De huisarts in Palm Springs vond een bloedtransfusie nodig. Mijn familie wenste op bijbelse gronden een alternatieve behandeling.
Er werd gebeld naar Dr. Herk Hutchins in Los Angeles. In samenwerking met andere medici had hij een bloedvormend preparaat ontwikkeld dat ijzer, vitaminen en andere bestanddelen bevatte. Maar omdat de artsen in Palm Springs er niet vertrouwd mee waren, en meenden dat er bepaalde risico’s aan kleefden, aarzelden zij om het te gebruiken.
In dat stadium belde mijn broer mij in New York op met het bericht: „Moeder heeft een ambulance laten komen om vader naar een ander ziekenhuis in Yorba Linda te brengen. Hij is er heel ernstig aan toe.”
Diezelfde zondagmiddag, 6 januari 1980, zaten mijn vrouw en ik in een vliegtuig op weg naar Californië.
Een onopgelost mysterie
De volgende morgen reden wij naar het Esperanza Intercommunity Ziekenhuis in Yorba Linda. Toen het ene onderzoek na het andere niet aan het licht bracht op welke plaats vader bloedde, waren de doktoren verbijsterd. Een grote hoeveelheid bloed was gewoon verdwenen!
Toen vader kort daarvoor, op 31 december, in een ziekenhuis in Palm Springs was opgenomen, had een laboratoriumonderzoek uitgewezen dat zijn hematocriet normaal was, namelijk 40. Dus was in de twee à drie dagen nadat hem het bloedverdunnende Heparin was gegeven, ongeveer de helft van zijn bloed òf uit zijn bloedvatenstelsel weggelekt, òf op de een of andere wijze afgebroken. Verscheidene doktoren zeiden dat zij nog nooit hadden meegemaakt dat een patiënt zo veel bloed had verloren zonder dat zij wisten waar het gebleven was.
Hoewel het mysterie van het verdwenen bloed nooit werd opgelost, was dat voor ons niet het belangrijkste. Belangrijker was dat vader niet langer bloed verloor, en dat er een opmerkelijke ommekeer in zijn toestand had plaatsgevonden.
Een succesvol bloedvormend preparaat
Vier dagen nadat hij in het Esperanza Ziekenhuis was opgenomen, was het zuurstofdragend vermogen van zijn bloed met 25 procent gestegen! Hij reageerde gunstig op de speciale behandeling om zijn bloed weer op te bouwen. Ik klampte Dr. Hutchins aan om er zo veel mogelijk over te vernemen.
Hutchins is een grijze, 74-jarige man met 35 jaar chirurgische ervaring. Hij is ook een van Jehovah’s Getuigen. Hij was niet erg verbaasd over vaders vooruitgang. „Met deze therapie verwachten wij ook bijna niet anders”, zei hij. „Wij hebben hier succes mee gehad bij meer dan 300 patiënten, van wie velen met een nog lager hemoglobinegehalte dan uw vader. En wij hebben nog niet één keer meegemaakt dat daardoor complicaties optraden.”
Ik had een kopie van de samenstelling van het bloedvormende preparaat zoals Hutchins die telefonisch aan de zuster in Palm Springs had doorgegeven. „Wat kan de reden zijn dat artsen ertegen zijn om deze behandeling toe te passen?” wilde ik weten.
„Niet allen zijn ertegen”, antwoordde Hutchins. „Ik ben uit allerlei delen van de Verenigde Staten opgebeld door doktoren die Getuigen als patiënt hebben. Sommigen wilden graag over onze behandeling vernemen. Zo werd ik onlangs bijvoorbeeld gebeld door een arts uit San Bernardino in Californië. Hij begon onmiddellijk met de behandeling en belde me de volgende week terug om te laten weten dat zijn patiënt er goed op had gereageerd.”
„Toch zullen niet alle artsen dat doen”, merkte ik op. „De doktoren die mijn vader behandelden, durfden het niet aan om de therapie bij hem toe te passen.”
„Ja, dat weet ik”, erkende Hutchins. „Artsen zijn net als alle andere vakmensen begrijpelijkerwijs geneigd om te werk te gaan volgens de hun bekende methoden en werkwijzen, methoden die op hun terrein algemeen aanvaard zijn. Doktoren hebben geleerd om bij bloedverlies bloedtransfusie te geven. Er is naar verhouding maar weinig onderzoek verricht op het gebied van alternatieve methoden om het bloed weer op peil te brengen.”
„Maar ik neem aan dat de meeste doktoren goed bekend zijn met alle componenten van deze behandeling”, merkte ik op.
„Dat is waar. Maar wij dienen het belangrijkste bestanddeel, Imferon, toe op een wijze die tot nu toe niet algemeen wordt aanbevolen. Imferon (ijzerdextran), dat dient om de bloedvorming te bevorderen, wordt bijna altijd intramusculair toegediend, en niet in de aderen. Patiënten met ernstig bloedverlies hebben echter de onmiddellijke voordelen nodig die intraveneuze toediening biedt. En, zoals ik al zei, wij hebben nog niet eenmaal complicaties gehad met het rechtstreeks in de aderen toedienen van het ijzer.”
Voor mij was deze bovenstaande informatie erg verhelderend, en ik werd ertoe gebracht om nog wat nazoekwerk over Imferon te verrichten toen ik in New York was teruggekeerd. Toen ik er medische literatuur op nasloeg, ontdekte ik dat er inderdaad waarschuwingen betreffende het gebruik van Imferon werden gegeven. Ja, één dokter vertelde mij zelfs dat er sterfgevallen zijn toegeschreven aan het intraveneus toedienen van Imferon, en hij gaf als commentaar: „Weinig artsen zouden zich vrij voelen om tegen een dergelijke gevestigde mening in te gaan.”
Ik belde Dr. Hutchins om zijn commentaar te vragen op wat ik te weten was gekomen. „Ik weet van de waarschuwingen inzake het gebruik van Imferon”, zei hij. „Maar door één deel Imferon te verdunnen op 50 delen normale zoutoplossing en het te zamen met andere bestanddelen langzaam, druppelsgewijs, in de bloedstroom van de patiënt te brengen, hebben wij eenvoudig nooit ook maar enig probleem gehad. Voor ons hier is het nu gewoon een routinebehandeling.”
Hutchins vroeg: „Welke andere mogelijkheden hebben we om het bloed weer op peil te brengen in een medische noodsituatie?” En zijn eigen vraag beantwoordend, zei hij: „Ik ken er geen, behalve dan bloedtransfusie.”
Doch er zijn thans miljoenen mensen die achting hebben voor Gods wetten waarin het verboden wordt om bloed tot zich te nemen (Gen. 9:3-5; Lev. 17:14). Dit zijn christenen die vasthouden aan het door Gods geest geïnspireerde gebod: ’Onthoudt u van bloed’ (Hand. 15:20, 28, 29). In een medische noodsituatie vinden zij wellicht dat hun weinig anders overblijft dan de risico’s te aanvaarden die verbonden zijn aan de soort van bloedvormende therapie die mijn vader heeft geholpen, als hun arts bereid is die behandeling te geven.
Waarom zij hier waren gekomen
Ik was verbaasd te ontdekken dat bijna de helft van de patiënten in het Esperanza Ziekenhuis uit Jehovah’s Getuigen bestond. Zij waren uit vele delen van de Verenigde Staten gekomen omdat zij, net als onze familie, hadden vernomen dat hun wens om zonder bloed behandeld te worden, hier gerespecteerd werd. Vaak waren de omstandigheden van hun behandeling dramatisch.
De 23-jarige Rusty Ross werd uit Salida (Colorado) hierheen overgevlogen. Hij had een bloedende zweer, en de doktoren in Colorado durfden niet te opereren als zij niet de vrijheid hadden om bloed te gebruiken als zij dat nodig achtten. Een op het vliegveld van Orange County gereedstaande ambulance bracht hem zo snel mogelijk naar het ziekenhuis, waar de doktoren nog geen uur na zijn landing al stonden te opereren. Hij was bijna leeggebloed; zijn hemoglobinegehalte was gezakt tot 4 (normaal is het ongeveer 15). Maar hij haalde het, genas snel en werd uit het ziekenhuis ontslagen toen wij daar met vader waren.
Dorothy Wayner, een 47-jarige huisvrouw uit Phoenix (Arizona), was een soortgelijk geval. Met een zwerende dikke darm werd zij in een plaatselijk ziekenhuis opgenomen. Daar haar hemoglobine gehalte gevaarlijk zakte, waren de doktoren bang om zonder bloed te opereren. Tegen de tijd dat zij werd overgevlogen naar Californië was haar hemoglobinegehalte ongeveer 4. Na de operatie zakte deze waarde zelfs nog tot minder dan 3. Weinig personen blijven met zo weinig bloed in leven, maar zij wel. Op 17 januari, toen wij nog in het ziekenhuis waren, was zij voldoende hersteld om naar huis te kunnen.
Medische verzorging
Het scheen mij toe dat de patiënten een voortreffelijke medische verzorging ontvingen. Eén van de aan de afdeling verbonden doktoren is Ron Lapin, een donkerharige, atletisch gebouwde 38-jarige geboren Israëli. Hij is zelf niet een van Jehovah’s Getuigen, maar stemt wel in met hun schriftuurlijke standpunt ten aanzien van bloed.
„Ik zou nooit een patiënt bloed geven”, verklaarde Lapin. „Ik heb in ruim vijf jaar geen enkele bloedtransfusie toegediend. En toch zal een onderzoek van de meer dan 2000 patiënten die wij in die tijd hebben geopereerd, volgens mij aantonen dat hun overlevings- en herstelcijfer minstens zo goed, zo niet beter is dan van patiënten die wel bloed ontvangen.”a
Er zijn ook elders veel doktoren die Jehovah’s Getuigen aannemen en zonder bloed behandelen. In steden overal in de VS gaat een toenemend aantal medische instellingen hiertoe over. In de stad New York is het nu bijvoorbeeld mogelijk voor de meeste specialistische onderdelen van de geneeskunde een arts te vinden die bereid is Jehovah’s Getuigen te behandelen.
Ik vond het ook interessant te lezen dat in het Medische Centrum van de Universiteit van Arkansas (in de plaats Little Rock) een groep chirurgen onder leiding van Dr. Carl L. Nelson zonder gebruik te maken van bloed heupvervangingsoperaties verricht. Het artikel merkte op: „De groep heeft bij benadering 100 Jehovah’s Getuigen geopereerd uit bijna iedere staat in de unie, aldus Dr. Nelson. ’En ik geloof dat men rustig mag zeggen dat het werken met Jehovah’s Getuigen voor iedereen nut heeft afgeworpen’, zei hij.” — The Journal of the American Medical Association; 16 januari 1978.
Insgelijks schreef professor Walter J. Pories, hoofd van de Afdeling Chirurgie (van de East Carolina University te Greenville in Noord-Carolina) in een brief: „Wij behandelden veel Jehovah’s Getuigen . . . en waren zonder uitzondering onder de indruk van de oprechtheid en medewerking van de leden van uw kerk, en hadden ronduit gezegd betere chirurgische resultaten dan met de meeste andere patiënten. Wij hopen dat u niet geopereerd hoeft te worden, maar als dat wel het geval is, zullen wij u graag in overeenstemming met de leringen van uw geloof van dienst zijn.”
Liefdevolle zorg voor de patiënten
Ik was geïnteresseerd in het standpunt van Vinod Malhotra, een hartspecialist uit India, die mijn vader behandelde. „Artsen zouden dienaren van hun patiënten moeten zijn, en hun niet hun eigen zienswijzen moeten opdringen”, zei hij. Malhotra’s vriendelijke, zachtaardige manier van doen was in overeenstemming met zijn opvatting over het verzorgen van patiënten. Hij vond het bijvoorbeeld goed dat mijn jonge neefjes hun grootvader bezochten, en ook dat wij, oudere familieleden, een regeling troffen dat dag en nacht een van ons bij hem in het ziekenhuis was om ons deel bij te dragen in zijn verzorging. „Als patiënten ernstig ziek zijn, hebben zij hun geliefden het hardst nodig”, zei hij. „Familieleden moeten hen kunnen aanraken en vasthouden, en niet worden afgezonderd achter een of andere glazen ruit.”
Ten slotte, op 24 januari, kon vader terug naar huis in Palm Springs, en ik vloog terug naar New York. Mijn vrouw bleef nog enkele weken om te helpen met de verzorging en de revalidatie van zijn verlamde rechterzijde.
Onze familie is dankbaar dat wij in deze noodsituatie een medische behandeling hebben kunnen vinden die op een vriendelijke wijze en met een gepast respect voor de wensen van de patiënt werd gegeven.
[Voetnoten]
a The Journal of the American Medical Association van 22/29 februari 1980 merkt op: „Lapin werd vijf jaar geleden een bron van hulp voor Jehovah’s Getuigen toen een collega hem vroeg een patiënte te opereren bij wie een ruptuur was opgetreden ten gevolge van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Andere artsen hadden geweigerd haar te opereren. Onbekend met de geloofsovertuiging van de patiënte, stemde hij toe. Toen hij erachter kwam dat zij geen bloedtransfusie zou aanvaarden, vond hij dat hij niet meer kon terugkrabbelen; en dus ’heb ik een angstige vijf uur op die operatie staan zweten’, herinnert hij zich. Zij herstelde voorspoedig. Nu, merkt Lapin op, ’weet ik gewoon niet meer wat het is om iemand met een normaal hemoglobinegehalte te opereren’.”
[Illustratie op blz. 19]
Mijn vader met Vinod Malhotra, Ron Lapin en Herk Hutchins, de artsen die hem behandelden