Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g80 22/8 blz. 18-20
  • Katholieke leraar haalt zich pauselijk afkeuring op de hals

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Katholieke leraar haalt zich pauselijk afkeuring op de hals
  • Ontwaakt! 1980
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Een reeds lang bestaande controverse
  • Krachtens welke autoriteit handelde de Kerk?
  • De zienswijze van Küng
  • De zienswijze van de Kerk
  • Wie heeft gelijk — de Kerk of Küng?
  • Katholieken uiten bezorgdheid over hun kerk
    Ontwaakt! 1981
  • Wat komt eerst — uw kerk of God?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1970
  • Dramatische ontwikkelingen in de katholieke Kerk
    Ontwaakt! 1974
  • De reizen van de paus — Waarom nodig?
    Ontwaakt! 1984
Meer weergeven
Ontwaakt! 1980
g80 22/8 blz. 18-20

Katholieke leraar haalt zich pauselijke afkeuring op de hals

Door Ontwaakt!-correspondent in Duitsland

ZELDEN heeft een religieus onderwerp zo lang in de publiciteit gestaan en zozeer de aandacht van de Duitsers getrokken als de in december 1979 gedane aankondiging dat het Vaticaan Hans Küng niet langer toestemming verleende aan de Duitse universiteit van Tübingen katholieke theologie te doceren. Snel daarop kwamen van alle kanten sterk emotionele uitingen van protest — en van bijval.

Een katholiek weekblad noemde „de veroordeling van deze wereldberoemde, controversiële, agressieve, scherpzinnige theoloog” een „intense schok” die gevoeld zou worden „in de hele westerse religieuze wereld”. Waardoor was het Vaticaan tot zo’n stap gekomen?

Een reeds lang bestaande controverse

Hans Küng werd in 1928 in Zwitserland geboren, studeerde in Rome en werd in 1954 tot priester gewijd. Reeds in 1957 baarde hij opzien onder orthodoxe katholieken met het proefschrift dat hij schreef voor zijn promotie tot doctor in de theologie. Hierin betoogde hij dat de leer van de christelijke rechtvaardigmaking, zoals die onderwezen werd door Karl Barth, een van Europa’s vooraanstaande protestantse theologen van de twintigste eeuw, verenigbaar was met de katholieke leer.

In 1967 publiceerde Küng, inmiddels hoogleraar in de dogmatiek en oecumenische theologie aan de universiteit van Tübingen, een boek met als titel „De Kerk”. Zijn onorthodoxe opvattingen werden al gauw verworpen door Vaticaanse functionarissen, die hem uitnodigden naar Rome te komen ten einde de kwestie op te helderen. Küng weigerde hierop in te gaan en beweerde dat de autoritaire wijze waarop de hiërarchie optrad, een eerlijke en onbevangen behandeling in de weg zou staan. Drie jaar later publiceerde hij het boek Onfeilbaar?, waarvan hij de uitgave liet samenvallen met de 100ste verjaardag van de aanneming van het dogma der pauselijke onfeilbaarheid, een dogma dat volgens Küng aan twijfel onderhevig is.

Ondertussen waren zijn boeken erg in trek. Nieuwe boeken, die in 1974 en 1978 verschenen, werden best-sellers. Sommigen meenden tekenen waar te nemen dat het geschil ten einde liep, toen Küng in zijn in 1978 verschenen boek een „veilig” onderwerp besprak: bewijzen voor het bestaan van God. Maar in het voorjaar van 1979 publiceerde hij een boek getiteld „De Kerk — Blijft ze in de waarheid?” en schreef eveneens de inleiding voor een tegen het Vaticaan gericht boek, Hoe de Paus onfeilbaar werd, van de hand van August Hasler. De sluimerende religieuze controverse laaide opnieuw op.

Hoewel het besluit van het Vaticaan lang op zich had laten wachten, kwam het dus niet totaal onverwachts. De conclusie was dat „professor Hans Küng in zijn geschriften is afgeweken van de integrale waarheid van het rooms-katholieke geloof, en daarom niet langer kan worden beschouwd als een katholieke theoloog of in die hoedanigheid kan onderwijzen”.

Wat betekende dit in werkelijkheid? De actie waartoe het Vaticaan overging, was nog lang geen excommunicatie, en het werd Küng zelfs toegestaan priester te blijven. Zijn bevoegdheid om katholieke theologie te doceren en mannen voor het priesterschap op te leiden, verviel echter.

Krachtens welke autoriteit handelde de Kerk?

In 1933 werd tussen Duitsland en het Vaticaan een concordaat gesloten dat werd ondertekend door Eugenio kardinaal Pacelli (die later paus Pius XII werd) en Hitlers vice-kanselier Franz von Papen. Dit concordaat verleende de katholieke Kerk in Duitsland bepaalde rechten en gunsten in ruil voor bepaalde door de Kerk aan de regering gedane concessies. In 1957 besliste het Duitse Federale Hooggerechtshof dat het concordaat onder de huidige Duitse wet nog rechtsgeldig is.

Paragraaf 22 voorziet in „de benoeming van katholieke godsdienstonderwijzers . . . door wederzijdse overeenstemming tussen de plaatselijke bisschop en de plaatselijke staatsregering”. Dit houdt in dat niemand zonder kerkelijke goedkeuring kan worden benoemd om katholiek godsdienstonderwijs te geven aan een staatsschool.

De leden van de katholieke theologische faculteit van Tübingen hadden zich met een overweldigende meerderheid achter Küng gesteld, maar in februari verzochten zij hem om zich van de theologische staf terug te trekken. Küng zei daarop zijn colleges af, maar merkte op dat het hem „bedroefde dat zij op dit ogenblik hiertoe overgingen” nadat zij hem in het begin hadden gesteund.

De zienswijze van Küng

Küng ontkent dat hij een ontevreden ketter is — de Kerk is trouwens niet zo ver gegaan hem van ketterij te beschuldigen. Op het ogenblik verwerpt hij de Kerk met haar pausdom niet en ook probeert hij niet om katholieken van het katholicisme af te keren. Integendeel. In een brief aan paus Paulus VI erkende hij zijn „kritiek op onze Kerk”, maar noemde het „een op liefde gebaseerde kritiek”. Hij beweert dat de basis voor zijn kritiek ligt in de wens die paus Johannes XXIII op het in 1962 gehouden Tweede Vaticaans Concilie uitsprak, namelijk „om een frisse wind door de Kerk te laten waaien”.

„Progressieve” katholieken waren er snel bij hun bijval te schenken aan Küngs voorstellen tot hervorming met betrekking tot onderwerpen als geboortenbeperking, vrouwen in het priesterambt en het priestercelibaat. Ook doordat hij leerstellingen zoals de pauselijke onfeilbaarheid, de leerstelling dat Christus en God „één in wezen” zijn en de leerstelling van de maagdelijke geboorte ter discussie stelde, heeft hij onderwerpen aangesneden die vele katholieken moeilijk kunnen aanvaarden. Zijn oproep tot democratisering van het kerkbestuur, waarbij het bisschoppen wordt toegestaan een groter aandeel te hebben aan de vorming van het kerkelijk beleid, vond wijd en zijd bijval.

Küng zegt er nooit aanspraak op gemaakt te hebben een officiële woordvoerder van de hiërarchie te zijn. „Als een katholieke theoloog binnen de Kerk” ziet hij zichzelf veeleer als een woordvoerder „voor wat talloze katholieken terecht bezighoudt”. Hij vraagt: „Wanneer zullen de vertegenwoordigers van het financieel zo goed geoliede en voortreffelijk beheerde kerkelijke apparaat ten slotte herkennen dat het stille vertrek van honderdduizenden katholieken . . . een alarmsignaal is dat vraagt om een kritisch zelfonderzoek?”

De zienswijze van de Kerk

Joseph kardinaal Ratzinger van München zette de zienswijze van de Kerk uiteen, zeggende: „Iedereen bezit het recht om zijn eigen ideeën te ontwikkelen en er uiting aan te geven . . . Maar niet iedereen bezit het recht te verklaren dat zijn ideeën een weergave zijn van wat de katholieke Kerk leert . . . Het moet [Küng] vrijstaan onderzoek te doen en te studeren. Het moet de Kerk vrijstaan hem te verwerpen als een vertolker van haar leringen.”

De Kerk zegt dat het een op de voorgrond tredend man als Küng niet mag worden toegestaan haar autoriteit openlijk uit te dagen. Doordat hij kerkelijke dogma’s ter discussie heeft gesteld, heeft hij onder de katholieken verwarring veroorzaakt en onrust verwekt. Sommigen menen dat er al veel eerder iets had moeten gebeuren. Het tijdschrift Time citeerde één Vaticaanse functionaris die in een vertrouwelijk gesprek had gezegd: „Johannes Paulus II gaat tot handelen over en de groten komen het eerst aan de beurt.” Anderen die de kerk ’in verlegenheid brengen’, zoals de Nederlandse theologen Schillebeeckx en Schoonenberg, of de Braziliaanse theologische hoogleraar Leonardo Boff, zullen misschien later volgen.

Wie heeft gelijk — de Kerk of Küng?

In alle eerlijkheid moet worden toegegeven dat van hun respectieve standpunten uit bezien, beide partijen bepaalde deugdelijke argumenten hebben. Maar er zijn twee verontrustende factoren: de onchristelijke wijze waarop zij hun strijd hebben gevoerd en de wijze waarop zij erin te kort zijn geschoten zich te beroepen op degelijke schriftuurlijke bewijzen om hun stellingen te ondersteunen.

Het katholieke weekblad Christ in der Gegenwart (De hedendaagse christen) schreef onder het opschrift „Fouten aan beide zijden” dat de Kerk bij het behandelen van de kwestie „betreurenswaardige fouten” had gemaakt, maar voegde eraan toe: „Tot op zekere hoogte treft ook professor Küng blaam . . . Zijn scherpe bewoordingen hebben eraan meegewerkt het broederlijke vertrouwen te doen verdwijnen.”

Het Hamburger Abendblatt was nog rechtstreekser: „Het was geen gematigd dispuut onder heiligen, niet een dat gekenmerkt werd door overreding, door luisteren, door een streven naar waarheid in de geest van liefde. Het was een dispuut dat gekenmerkt werd door slaan en steken.”

Zou iemand dit normaliter verwachten van een Kerk die beweert gebaseerd te zijn op Christus, die ’als Hij gescholden werd, niet terugschold’ (1 Petr. 2:23, Willibrordvertaling), of van een van haar eminentste theologen, wiens „kritiek” naar hij beweert ’op liefde is gebaseerd’?

De Kerk die in haar gelederen geconfronteerd wordt met verdeeldheid scheppende elementen, doet er kennelijk hard haar best voor om haar autoriteit hoog te houden. Küng vecht hard om de Kerk in een vorm te gieten zoals hij denkt dat ze moet zijn.

Maar beide partijen hebben gefaald. In welk opzicht? In de honderden bladzijden materiaal die gepresenteerd worden om hun individuele standpunten te verdedigen, heeft degelijke schriftuurlijke argumentatie moeten wijken voor kerkelijke traditie, voor de publieke opinie en voor menselijke wijsheid en filosofische haarkloverij. Dit had nooit mogen gebeuren.

Als u als oprecht katholiek — en trouwens evenzeer als protestant — bij tijden onzeker bent met betrekking tot wat u moet geloven, en indien u om zo te zeggen wordt „heen en weer geslingerd en meegesleurd door . . . elke leer”, wend u dan voor de juiste leiding tot de bijbel. Lees en studeer erin en aanvaard de hulp van personen die u willen helpen de bijbel te begrijpen. De bijbel, ja, de bijbel alleen is „door God geïnspireerd” en „dient . . . om te onderrichten in de waarheid en dwalingen te weerleggen, om de zeden te verbeteren en de mensen op te voeden tot een rechtschapen leven”. — Ef. 4:14; 2 Tim. 3:16, Willibrordvertaling.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen