Abortus: Wat artsen en juristen ervan zeggen
Botsende meningen in de medische wereld
Veranderde meningen bij rechtsgeleerden
BERNARD NATHANSON, arts en voormalig hoofd van de — inmiddels opgeheven — eerste en drukste abortuskliniek van New York, kwam tot een opmerkelijke verandering van standpunt zoals hij zei: „Ik kwam tot de slotsom dat ik als directeur van de kliniek had gepresideerd over 60.000 doodsoordelen.” Hij voegde eraan toe: „De heftige ontkenning van het feit dat het leven begint bij de conceptie, is absurd.”
Dr. Howard Diamond, verbonden aan het Beth Israel Medical Center, is het hier niet mee eens: „Als er gevoelens bij betrokken zijn, dan zijn het gevoelens van dankbaarheid. Abortus is veel belangrijker dan het leven van een kind dat niet bestaat. . . . Een foetus is niets!”
De reacties van artsen op het verrichten van een abortus zijn heel verschillend. Aan het ene einde van de schaal vindt men schuldgevoelens en wanhoop. Artsen gaven toe dat zij gingen drinken en nachtmerries hadden van het aan de lopende band uitvoeren van abortussen. Het andere uiterste is dat doktoren beweren voldoening te hebben over de operaties omdat zij vinden dat zij levens van vrouwen redden, zowel in emotioneel als in fysiek opzicht.
Sommige artsen hebben gemengde gevoelens. Dr. William Rashbaum, van het Beth Israel Medical Center, werd vroeger geplaagd door nachtmerries van een kleine foetus die zich verzette tegen abortus door zich met alle macht aan de wand van de baarmoeder vast te klemmen. Hij heeft geleerd ermee te leven en krijgt dit spookbeeld nu niet meer, maar hij zei: „Ik ben een persoon. Ik heb ook recht op mijn gevoelens. En mijn gevoelens zijn: ’Wie heeft mij of welk ander mens maar ook het recht gegeven om een zwangerschap te beëindigen?’ Dat gevoel mag ik hebben, maar een feit is ook dat ik niet het recht heb om dat gevoel over te dragen op de patiënt die die abortus verschrikkelijk hard nodig heeft. Ik word niet betaald voor mijn gevoelens, ik word betaald voor mijn bekwaamheden. . . . Ik ben meer abortussen gaan verrichten toen ik met mijn echtscheiding meer geld nodig had. Maar ik geloof ook in het recht van de vrouw om zeggenschap te hebben over haar biologische bestemming.”
John Szenes is als arts voorstander van het recht van de vrouw op abortus, en dat vormt zijn belangrijkste overweging. Maar hij geeft wel toe dat het moeite kost gewend te raken aan de abortus met een zoutoplossing: „Plotseling ga je opmerken dat er op het moment van de infusie van het zout een heleboel activiteit is in de baarmoeder. Dat is geen kwestie van vloeistofstromingen. Het is kennelijk de foetus die het door het inslikken van het geconcentreerde zout benauwd krijgt en heftig tekeer gaat, en feitelijk moet je dat een dodelijk trauma noemen.” En dan voegt hij eraan toe: „Daarom kan ik mij ook voorstellen dat als ik direct 24-weeks abortussen was gaan doen, ik een veel groter conflict in mijn geest gehad zou hebben over de vraag of dit nu neerkomt op moord.”
In het Beth Israel ziekenhuis in Denver (VS) verrichtte een arts een abortus door het injecteren van geboortehormonen om een voortijdige geboorte op te wekken. Enkele uren daarna werd het baby’tje levend ter wereld gebracht, het huilde en stierf enige tijd later. De arts gaf geen opdracht om iets te doen om het leven van het kind te redden. Verpleegsters waren geschokt, en een van hen nam haar ontslag. Met betrekking tot een soortgelijke situatie zei een verloskundige in Denver: „Proberen om de foetus te redden wanneer je een abortus verricht, is hetzelfde als een ambulance te sturen naar een executiepeloton. De hele bedoeling van een abortus — van de kant van zowel de vrouw als de arts — is ervoor te zorgen dat de foetus niet in leven blijft.”
Vele verpleegsters hebben traumatische ervaringen gehad, vooral met abortussen door middel van een zoutoplossing. Eén onderzoeker bracht verslag uit over het getuigenis van een hoofdzuster van een gynaecologische afdeling waar grote aantallen van dergelijke abortussen werden verricht. „Zij vertelde over vele afschuwwekkende situaties”, zei hij, „met inbegrip van gevallen dat baby’s levend werden geboren, waarvoor men in dat ziekenhuis in het geheel geen faciliteiten had. Zij heeft persoonlijk meegemaakt hoe één arts die toevallig bij de geboorte van een levende baby aanwezig was, de baby vervolgens in een emmer met formaline verdronk.” Een ander rapport vertelt van baby’s die met acht maanden geaborteerd werden en zegt dat geaborteerde baby’s die met zes maanden al in leven kunnen blijven, „door artsen worden gedood door middel van injecties of door verstikking in een plastic zak”. De baby’s zijn levensvatbaar, maar zij worden gedood.
Vaak hoort men de bewering dat de zwangere vrouw zeggenschap moet hebben over haar eigen lichaam, maar de foetus is niet haar eigen lichaam. Het vormt er geen aanhangsel of deel van, zoals de blindedarm of de galblaas die men ter illustratie noemt om het weghalen van die organen te vergelijken met het verwijderen van de foetus uit het lichaam van de moeder. Dr. A. W. Liley, wereldvermaard research-hoogleraar in de foetale fysiologie, heeft gezegd: „Biologisch kunnen we ten aanzien van geen enkel stadium de mening onderschrijven dat de foetus louter een aanhangsel van de moeder zou zijn. In genetisch opzicht zijn moeder en baby aparte individuen vanaf de conceptie.” Hij vervolgt met een beschrijving van wat de foetus doet:
„Wij weten dat hij zich met een verrukkelijke gemakkelijke bevalligheid beweegt in zijn wereldje van gewichtloosheid en dat de ligging van de foetus bepaald wordt door de houding waarin hij zich behaaglijk voelt. Hij reageert op pijn en aanraking en kou en geluid en licht. Hij drinkt van het vruchtwater, meer als het kunstmatig gezoet is, minder als er een onaangename smaak aan is gegeven. Hij krijgt de hik en zuigt op zijn duim. Hij wordt wakker en hij slaapt. Steeds dezelfde, zich herhalende signalen vervelen hem, maar er kan hem geleerd worden om bij een eerste signaal verdacht te zijn op een tweede dat daarna komt en verschillend is. En ten slotte stelt hij zijn verjaardag vast, want het begin van de weeën is onbetwistbaar een eenzijdige beslissing van de foetus. . . . En het is nu precies deze foetus wiens bestaan en identiteit op zo ongevoelige wijze genegeerd of zo energiek ontkend moet worden door de voorstanders van abortus.”
Na zijn overzicht van dergelijke verbazingwekkende bekwaamheden van de foetus in de baarmoeder zegt Dr. Liley: „Men zou verwachten dat deze kennis een nieuw respect voor de ongeborene zou oproepen. In plaats daarvan zijn sommigen vastbesloten hem te vernietigen — net nu hij enige fysieke en emotionele identiteit heeft verworven.” Waarom abortus zo veel terrein heeft kunnen winnen, ondanks de duidelijke menselijkheid van de baby? Het antwoord van Dr. Liley is: „De ongeborene is klein, naakt, naamloos en stemloos. Juist zijn weerloosheid maakt hem tot een zo gemakkelijk slachtoffer. Hij heeft nog niet de leeftijd dat hij maatschappelijk iets betekent en hij kan niet terugslaan.”
Vele artsen weigeren een abortus te verrichten. Eén dokter zei: „Als een paar artsen er meer schijnen te doen, dan is dat omdat sommigen van ons nog met hun Hippocratische eed worstelen.” Met betrekking tot abortus zegt de eed: „Ik zal aan niemand, ook niet op zijn verzoek, enig dodelijk geneesmiddel toedienen, noch mij lenen tot enig advies van dien aard, en evenzo zal ik geen instrument geven aan een vrouw zodat zij daarmee een abortus zou kunnen opwekken.”
Ten aanzien van abortus hebben zich op het juridische front opvallende veranderingen voltrokken. In het Angelsaksische recht werd abortus als een misdaad beschouwd — een geringere misdaad in de eerste helft van de zwangerschap omdat de baby nog niet had bewogen, en daarom nog niet als levend werd beschouwd. Maar wanneer in de tweede helft de moeder ’leven voelde’, was de baby levend en abortus was daarna een zware misdaad, een moord. Vanaf de begintijd en tot na de Burgeroorlog werden deze wetten overal in de Verenigde Staten toegepast.
Conceptie, de vereniging van zaadcel en eicel, werd eerst in 1827 nauwkeurig beschreven door een Duitse geleerde. Daarna besefte men dat het leven bij de conceptie begon in plaats van bij het ’leven voelen’ zoals men voordien dacht. Na de Burgeroorlog zond de nieuwe American Medical Association haar wetenschapsmensen uit om voor commissies en wetgevende lichamen van afzonderlijke staten te getuigen en hun te informeren dat leven begon op het moment van de bevruchting van de eicel. In reactie op deze nieuwe inlichtingen werden in alle staten in de jaren 1870 en het begin van de jaren 1880 nieuwe wetten aangenomen die abortus tot een zware misdaad maakten vanaf het tijdstip van de conceptie. Het getuigenis van de AMA: „Wij hadden te maken met niets minder dan menselijk leven.”
De tijden zijn veranderd. Deze zogenaamde „archaïsche anti-abortuswetten van de 19de eeuw” zijn volledig verdwenen uit de rechtspraak van de VS. In 1967 nam de staat Colorado een wet aan die abortus toestond. In de volgende vier jaar volgden 15 andere staten dat voorbeeld. In de drie jaar daarop verwierpen 33 staten de tolerante wetten. Maar de krachten die voor het leven ijverden, moesten het onderspit delven toen in 1973 de uitspraak van het Hooggerechtshof van de VS toestemming verleende voor abortus-op-verzoek gedurende de eerste drie maanden van de zwangerschap, voor de volgende drie maanden onder bepaalde restricties die het belang van de moeder op het oog hebben, en op ieder moment voor de geboorte ten behoeve van de gezondheid van de moeder.
Gezondheid? De gerechtelijke uitspraak in de zaak Doe c. Bolton bevatte een definitie: „alle factoren van fysieke, emotionele, psychologische aard, de situatie ten aanzien van het gezin, de leeftijd van de vrouw, alles wat betekenis kan hebben voor het welzijn van de patiënt”. Een andere rechtszaak, Roe c. Wade, werkte de definitie wat verder uit: „Moederschap of het feit dat er een kind bij komt, zou de vrouw een benard bestaan en een kommervolle toekomst kunnen opleggen. De psychologische schade kan zeer groot zijn, de mentale en fysieke gezondheid zou belast kunnen worden door de zorg voor het kind. Ook wanneer voor alle betrokkenen het ongewenste kind een te zware belasting betekent, en wanneer het een probleem vormt dat er een kind komt in een gezin dat reeds psychologisch of anderszins niet in staat is er zorg voor te dragen.”
In deze zelfde lijn voegde een andere uitspraak aan deze „gezondheids”-redenen nog toe de ongemakken van de zwangerschap, de pijn, het verlies van inkomsten, het moeten opgeven van plannen voor verder onderwijs, het laten varen van een carrière. Kortom, elke reden die de moeder zou kunnen aanvoeren, kan de zwangerschap op ieder moment voor de geboorte beëindigen.
Deze veranderde denkwijze wordt geïllustreerd door International Planned Parenthood. Opgericht door Margaret Sanger, die een sterk tegenstandster was van abortus, was de bedoeling van deze instelling het gebruik van voorbehoedmiddelen te bevorderen en zo de noodzaak van abortussen te voorkomen. In 1964 verklaarde Planned Parenthood: „Een abortus doodt het leven van de baby nadat het is begonnen. Deze ingreep is gevaarlijk voor uw leven en gezondheid. Ze kan u steriel maken zodat u geen kind meer kunt krijgen wanneer u dat wilt. Geboortenbeperking stelt alleen het begin van leven uit.”
In een zeer opvallende verandering van standpunt staat Planned Parenthood tegenwoordig abortus voor als een middel tot bevolkingsbeperking. Ook ondersteunde ze de zaak die resulteerde in de uitspraak van het Hooggerechtshof dat een minderjarige zonder toestemming van de ouders abortus mag laten verrichten. Haar vroegere verklaring, „Een abortus doodt het leven van de baby”, komt niet langer in haar publikaties voor. Die waarheid wordt echter wel uitgesproken in een redactioneel commentaar in de uitgave van september 1970 van de California Medical Journal:
„De eerbied voor werkelijk ieder menselijk leven is de hoeksteen geweest van de westerse medische wetenschap en deze ethiek heeft artsen ertoe gebracht te proberen ieder menselijk leven te behouden, te beschermen, te herstellen, te verlengen, en te bevorderen. Aangezien die oude ethiek niet volledig terzijde is geschoven, is het nodig geweest abortus los te koppelen van de gedachte van het doden dat maatschappelijk nog steeds weerzin wekt. Het resultaat daarvan is die merkwaardige vermijding van het aan iedereen bekende wetenschappelijke feit dat menselijk leven bij de conceptie begint en zich tot aan de dood continu voortzet, of dat nu binnen of buiten de baarmoeder is.”
Een ander probleem dat abortus, naar werd verwacht, zou verlichten, was kindermishandeling. De theorie was dat ongewenste kinderen mishandeld worden en dat het voorkomen van hun geboorte een einde maakt aan mishandeling. Feiten tonen dat de theorie onjuist is. Kindermishandeling is sterk toegenomen zoals het volgende krantebericht onthult: „Gemakkelijker abortuswetten resulteren niet in minder mishandelde kinderen — een vijf jaar durend onderzoek van Dr. Edward Lenoski, hoogleraar in de kindergeneeskunde aan de universiteit van Zuid-Californië, wees uit dat sinds ’abortus-op-verzoek’ erdoor kwam, wrede kindermoord en kindermishandeling verdrievoudigd is — een logisch resultaat van de gedachte dat het leven ’goedkoop’ is.” In plaats van kindermishandeling te verhelpen, heeft abortus hier nog het mishandelen van miljoenen baby’s in de baarmoeder aan toegevoegd.
De vreemde sprongen die de gerechtshoven moeten maken om hun abortusuitspraken toe te lichten, hebben tot gevolg dat ze bij bepaalde strafzaken als volledig inconsequent aan de kaak worden gesteld. Twee gewapende mannen vuurden schoten af op een auto waarin een zwangere vrouw zat. Eén kogel doodde de foetus. De vrouw stierf niet aan haar verwondingen, maar de mannen ontvingen straffen tot levenslang voor de dood van de foetus. Een andere strafzaak betrof Winfield Anderson, die een vrouw neerschoot die in verwachting was van een tweeling. Door middel van een keizersnede werden beide jongetjes ter wereld gebracht. Eén, getroffen door een kogel, stierf na drie en een half uur; de ander stierf na 15 uur. De moeder bleef in leven. De verdediger zei dat de foetussen „niet-bestaande personen” waren, maar rechter Wingate jr. besliste dat foetussen die gewond waren door een de moeder toegebrachte slag, en die later stierven, slachtoffers van moord waren. De jury veroordeelde Anderson op een dubbele aanklacht wegens moord.
Dit doet een paradoxale situatie ontstaan. Als de moeder opdracht geeft haar levensvatbare foetus te doden, is dat humanitair. Als de foetus wordt gedood tijdens een misdaad, is het moord. Als een moeder het leven van haar baby enige dagen voor de geboorte beëindigt omdat zij zich er te zwaar door belast zal voelen, is dat legaal. Als zij dit een dag na de geboorte doet, omdat de baby haar tot last is, is het moord.
Hoe beziet Jehovah God dit alles? Exodus 21:22, 23 verklaart: „In geval mannen met elkaar vechten en zij werkelijk een zwangere vrouw letsel toebrengen en haar kinderen inderdaad te voorschijn komen maar er geen noodlottig ongeval geschiedt, dient er . . . schadevergoeding van hem te worden geëist . . . Maar geschiedt er een noodlottig ongeval, dan moet gij geven ziel voor ziel [leven].” Het oorspronkelijke Hebreeuws beperkt het letsel niet tot de moeder maar omvat ook de baby, zoals zorgvuldig tekstonderzoek onthult.a
Andere oude wetboeken stellen zich op hetzelfde standpunt. Wetten ter bescherming van de ongeborene bestonden reeds eeuwen voor Christus. De Codex Hammurabi kwam voor de ongeborene op, en de oude rechtsstelsels van de Sumeriërs, de Assyriërs, de Hettieten en de Perzen verboden het slaan van een vrouw waarvan de dood van haar ongeboren kind het gevolg was. Deze wetten verbonden hier een straf aan, terwijl er ook een vergoeding bij betrokken was.
Op een vrees inboezemende manier worden kinderen in de baarmoeder gemaakt en zij zijn „een erfenis van Jehovah”. Ten aanzien van ons gebruik van deze erfenis „zal . . . een ieder van ons voor zichzelf rekenschap afleggen aan God”. — Ps. 127:3; Rom. 14:12.
[Voetnoten]
a Zie voor een gedetailleerde bespreking van deze tekst het tijdschrift De Wachttoren, 1 november 1978, blz. 30-32.
[Inzet op blz. 13]
Als een moeder het leven van haar baby enige dagen voor de geboorte beëindigt, is dat legaal. Als zij dit een dag na de geboorte doet, is het moord
[Inzet op blz. 14]
Juist zijn weerloosheid maakt hem tot een zo gemakkelijk slachtoffer
[Inzet op blz. 15]
„Ik zal geen instrument geven aan een vrouw zodat zij daarmee een abortus zou kunnen opwekken” — Eed van Hippocrates