Een oprechte verontschuldiging aanvaard
Enkele jaren geleden ontving het hoofdbureau van Jehovah’s Getuigen de volgende brief van een doctor in de filosofie en raadsman in de psychologie:
Geachte Jehovah’s Getuigen, ik schrijf om de getuigen van Jehovah mijn verontschuldigingen aan te bieden voor iets waaraan ik in de lente van 1942 in Brookhaven (Mississippi, VS) deelhad. Ik was toen 16 jaar en te jong nog om in dienst te kunnen, maar zeer vurig gestemd ten aanzien van de oorlog. Op grond van een gerucht dat een groep Jehovah’s Getuigen in kampeerwagens even buiten de stad hun bivak hadden opgeslagen en dat zij mensen ertoe aanmoedigden niet in dienst te gaan, gordden wij — zo’n tien van mijn medescholieren en ik — onze pistolen om en gingen naar het kamp. Wij staken daar een aantal naar onze mening patriottische speeches af en vertelden hun dat zij er verstandig aan deden de volgende avond hun biezen gepakt te hebben. Dat hebben ze ook gedaan. Ik kan me niet herinneren dat we het erover hebben gehad wat wij zouden doen als ze niet weg waren geweest.
De stemming die toen heerste, werd weerspiegeld in het feit dat de „Jackson Daily News” in een redactioneel artikel ons verachtelijke optreden prees.
De gruwelijkheid van de Amerikaanse agressie in Indochina leidde ertoe dat ik in de jaren ’60 een volledige ommezwaai maakte naar het pacifisme, en het ironische feit doet zich voor dat de enige twee jongens op de middelbare school van mijn zoon, die op morele gronden deelname aan het R.O.T.C. [Trainingskorps voor reserveofficieren], weigerden, mijn zoon . . . en een getuige van Jehovah waren.
Sinds mijn „patriottische” toespraak in 1942 heb ik heel wat over vrijheid en democratie geleerd en ook over het pacifisme van de christenen die tijdens het leven van Christus of de eerste 400 jaar erna hebben geleefd, en ik wil aan alle Getuigen van Jehovah mijn excuses aanbieden, ook al had dat dan 37 jaar eerder moeten gebeuren. Hoogachtend, [getekend] F. H. W.
Wij zijn er zeker van dat getuigen van Jehovah die rechtstreeks bij dit incident betrokken zijn geweest, deze oprechte excuses in navolging van hun Meester, Christus Jezus, zullen aanvaarden. — Luk. 23:34.