Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g79 22/9 blz. 25-26
  • De reden voor mijn keus

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De reden voor mijn keus
  • Ontwaakt! 1979
  • Vergelijkbare artikelen
  • Het doel van het leven eindelijk gevonden
    Ontwaakt! 1981
  • „Houd de oprechte in het oog”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
  • Jaarboek van Jehovah’s getuigen 1975
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1975
  • Ik bracht mijn leven in het reine — Waarom?
    Ontwaakt! 1979
Meer weergeven
Ontwaakt! 1979
g79 22/9 blz. 25-26

De reden voor mijn keus

IK BEN grootgebracht in het noorden van de provincie New Brunswick in Canada. In 1958 begon mijn moeder met Jehovah’s Getuigen de bijbel te bestuderen en zo moest ik uiteindelijk mee naar de gemeentevergaderingen, al was ik meer geïnteresseerd in het doen van andere dingen. Maar nadat ik in 1963 de middelbare school voltooid had, was ik vrij datgene te doen waarvan ik altijd gedroomd had — een carrière op te bouwen die mij verantwoordelijkheid, aanzien en geld zou brengen.

Nadat ik halverwege het derde jaar de Universiteit van New Brunswick verlaten had, begon ik voor de Internationale Nikkel Maatschappij van Canada te werken die ongeveer 20.000 werknemers in Ontario had. Binnen twee jaar had ik een positie van toezicht. Hierna stapte ik over naar de afdeling Technische Bedrijfsorganisatie waar ik ten slotte naar veel verschillende fabrieken werd gezonden om nieuwe produktiemethoden in te voeren. Ik leerde de „juiste mensen” kennen en deed allerlei nuttige kennis op. In die lente van 1973 zag de toekomst er rooskleurig uit.

Toch was ik niet gelukkig. Ik miste iets, ook al had ik vaste verkering met een erg lieve jonge vrouw met wie ik sinds 1970 omging. Hoe ik ook mijn best deed het feit te ontkennen, ik wist dat ik een goede verhouding tot mijn Schepper miste.

Nadat ik in de zomer van 1973 mijn ouders bezocht had, besefte ik dat ik de bijbel weer moest gaan bestuderen. Derhalve hield ik op een dag op straat een van de ouderlingen van Jehovah’s Getuigen staande en vroeg hem met mij te studeren. En toen begon er van alles te gebeuren.

De moeilijkheden begonnen met mijn vriendin. Zij was er nooit werkelijk op tegen dat ik de bijbel bestudeerde. Dat zou de zaak misschien eenvoudiger hebben gemaakt. Zij kon gewoon mijn belangstelling voor geestelijke zaken niet begrijpen en weigerde fundamentele bijbelse leerstellingen te aanvaarden, zoals de leerstelling dat dit samenstel uiteindelijk zal eindigen en vervangen zal worden door Gods rechtvaardige nieuwe ordening. — 2 Petr. 3:11-13; 1 Joh. 2:15-17.

Bovendien werd ik kort daarna benaderd door de bedrijfsleider van de fabriek die mij vroeg of ik zou willen terugkeren tot een opzichtersfunctie, waar ik zou worden opgeleid tot algemeen fabrieksopzichter. Dit was een positie waar ik jaren naartoe had gewerkt; het is een positie die zelden wordt bereikt door iemand van nog geen 30.

Ik besefte dat ik een keuze moest doen. Mijn vriendin was niet geïnteresseerd in bijbelse waarheden, maar wij hielden werkelijk van elkaar en hadden op andere terreinen veel gemeen. Wekenlang dacht ik na. Het kwam op het volgende neer: Ik kon of Jehovah God dienen, of mijzelf en mijn werkgevers behagen, maar niet beide. Derhalve verbrak ik mijn verkering met mijn vriendin en wees de aanbieding voor de baan van de hand. Verder besloot ik, na mijn opdracht om Jehovah te dienen door de waterdoop gesymboliseerd te hebben, de volle-tijdprediking als pionier op mij te nemen.

Op 1 mei 1974 bood ik mijn ontslag aan, waarbij ik aan mijn baas uitlegde waarom ik dit deed. Twee dagen later werd ik op mijn werk opgebeld. Het was mijn baas. Hem was gezegd dat het bedrijf het zich niet kon veroorloven mensen van mijn kaliber te verliezen en dat ik kennelijk naar een ander bedrijf ging waar ik een betere positie kon krijgen. Derhalve werd mij een promotie naar een topfunctie aangeboden, die onmiddellijk inging. Ik moest de verantwoordelijkheden op mij nemen van „Inspecteur voor technische bedrijfsorganisatie in alle mijnen” met een overeenkomstige verhoging van salaris. Ik weigerde onmiddellijk, begon de volgende maand te pionieren, en ben er sindsdien mee voortgegaan.

Het is waar, ik had mijn goedbetaalde baan kunnen behouden en toch een part-time verkondiger van de Koninkrijksboodschap kunnen zijn. Maar mijn geweten zou dit niet toestaan. Ik was zo dankbaar dat Jehovah dit samenstel zo lang had laten bestaan dat ik de gelegenheid had om in zijn organisatie te komen. Bovendien was ik misselijk van alle minderwaardige dingen die ik jarenlang had gedaan en van het onbenut voorbij laten gaan van de gulden gelegenheid die ik had gehad om de bijbelse waarheden in mijn jeugd te aanvaarden en in overeenstemming ermee te handelen.

Derhalve was ik van mening dat als ik slechts één persoon kon helpen Jehovah God te leren kennen, dit beter zou zijn dan al het geld dat ik met mijn mooie baantjes had kunnen verdienen. Ik wilde Jehovah tonen dat ik zijn geduld en liefde, en zijn vergevensgezindheid waardeerde. Ik probeer dit nog steeds te doen, en met Jehovah’s hulp zal ik dit blijven doen. — Ingezonden.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen