Het litteken dat tot iets prachtigs werd — de Grote Afrikaanse Slenk
Door Ontwaakt!-correspondent in Kenia
DIT „litteken” op het gezicht van de aarde is van een afstand van 145.000 kilometer gefotografeerd vanuit het ruimteschip Apollo 17. Het strekt zich uit over ongeveer 9700 kilometer, terwijl de breedte varieert van 8 tot 80 kilometer, maar het is veel meer dan alleen een rechte voor. Geologische onderzoekingen tonen aan dat het uit verschillende delen bestaat en boomvormig vertakt is — met zijtakken en uitlopers. Het is ongetwijfeld veroorzaakt door enorme krachten die de aardkorst deden scheuren, waardoor reusachtige verzakkingen plaatsvonden die tot onze verrukking en verbazing gebieden opleverden die tot het mooiste en uniekste landschappelijk schoon van onze planeet behoren. Het is de Grote Afrikaanse Slenk.
Pas tegen de tweede helft van de 19de eeuw, toen Oost- en Centraal-Afrika door ontdekkingsreizigers werden ontsloten, kon de volle omvang van dit geologische wonder naar waarde worden geschat. Na een bezoek aan Oost-Afrika in 1893 berichtte J. W. Gregory, een Schot, aan zijn medegeologen: „Ik stel voor dit soort vallei de naam Slenk te geven, de term slenk in de zin van een relatief smalle ruimte, veroorzaakt door een bodemverzakking (daling of inzinking) tussen parallel lopende breuklijnen. Dergelijke depressies zijn in vele delen van de wereld bekend, maar die in Oost-Afrika kan met recht de Grote Slenk worden genoemd.”
Dit fenomeen begint zijn route tussen de gebergten van de Libanon en de Anti-Libanon in Azië en loopt zuidwaarts door de Jordaanvallei. De slenk vervolgt zijn weg door de Rode Zee en komt in Ethiopië Afrika binnen tegenover de plaats waar de Golf van Aden en de Rode Zee in elkaar overgaan.
Enorme krachten hebben deze reusachtige breuk veroorzaakt en haar op diverse plaatsen gesierd met verheven, met sneeuw bedekte schoonheid. Als bewijs dat hevige onderaardse krachten in de Oostafrikaanse Slenk aan het werk zijn geweest, vinden wij tussen de kust van de Rode Zee in Ethiopië en de Meru (4566 meter) en de Kilimanjaro (5895 meter) in Tanzania om en nabij 30 meer of minder actieve vulkanen.
Adembenemende schoonheid
Mijn gezin en ik zagen de Grote Afrikaanse Slenk voor het eerst aan zijn zuidelijkste punt. Bij een bezoek aan het Inyangagebergte in het noordoosten van Rhodesië konden wij bij een uitkijkpunt komen vanwaar wij met een gevoel aan de rand van de wereld te staan, 610 meter loodrecht omlaag tot de bodem van de slenk konden kijken. Bij een andere gelegenheid namen wij aan het noordelijkste uiteinde van de Slenk in de Libanon de weg die van Beiroet naar Baälbek loopt. Van een 1370 meter hoog punt op de Libanonketen keken wij over de Baka-vallei naar het Anti-Libanongebergte, een ander indrukwekkend panorama van de Slenk.
Wat pure schoonheid en pracht van de Grote Slenk aangaat, kan bijna niets wedijveren met het tafereel waarvan men in Kenia, op de weg tussen Nakuru en Nairobi kan genieten. Vlak voordat iemand van de steile rotswand via een reeks haarspeldbochten afdaalt, kan hij over een uitgestrekte gele vlakte turen, die zich zover het oog reikt naar noord en zuid uitstrekt en die aan de west- en oostzijde begrensd wordt door bijna loodrechte ravijnwanden. In dit deel van de vallei liggen verscheidene meren met inbegrip van het Naivasha meer en het Nakuru meer die de Slenk sieren met de prachtigste vogelshow ter wereld.
De noordelijke uitloper van de Slenk
Laten wij eens in gedachten van noord naar zuid door de Grote Afrikaanse Slenk reizen. Hoewel beduidend smaller, komt het gedeelte van de Jordaanvallei en de Dode Zee niets te kort aan markante kenmerken en schoonheid. De beschrijving in de bijbel in Deuteronomium 8:7-9 gaf weer hoe het land er in deze omgeving uitzag: „Want Jehovah, uw God, brengt u in een goed land, een land van met water gevulde stroomdalen, bronnen en waterdiepten, die in de valleivlakte en in het bergland ontspringen, een land van tarwe en gerst en wijnstokken en vijgen en granaatappels, een land van olierijke olijven en honing, een land waarin gij niet met schaarsheid brood zult eten, waarin het u aan niets zal ontbreken.” Als een schildwacht die de hele vallei overziet, staat hier de schitterende berg Hermon (2700 meter). Op zijn weg door de Slenk stroomt de Jordaan door het meer van Galiléa en eindigt in dat laagste punt op het aardoppervlak, de Dode Zee. Hier ligt het waterpeil 394 meter onder dat van de Middellandse Zee. Het water van de Dode Zee bestaat voor ongeveer 25 percent uit vaste stoffen, voor het merendeel gewoon zout.
De oostelijke zijde van de Slenk die vanaf de berg Hermon door de Dzjebel ed Droez loopt, bestaat uit een lange reeks vulkanische pieken, uitgedoofde kraters en grote lava-uitvloeiingen die op hun hoogste punt tot meer dan 900 meter oprijzen en getuigen van vroegere uitbarstingen. Aardbevingen en vulkanische activiteit komen in dit land van de bijbel niet zelden voor. Ongeveer elke 50 jaar hebben ernstige aardbevingen in Palestina plaatsgevonden, terwijl lichte trillingen herhaaldelijk voorkomen. Uit deze verschijnselen worden slenken geboren.
Door de zee en verder Afrika in
Als de Grote Slenk zijn weg door het Rode-Zeebekken vervolgt, komt hij in een gebied waarvan de geologische en ecologische samenstelling ongewoon is. Deze zee heeft een hoger zoutgehalte dan enig ander deel van de oceaan, en in tegenstelling tot de koude waterdiepten van de meeste oceanen, kan haar diepzeewater in vulkanische diepten 59 graden Celsius bereiken. Men beschrijft de zee als een bijzonder steile trog die in het midden over de hele lengte twee en een halve kilometer diep is. De overvloed van verschillende koralen en de rijkdom aan zeefauna maken de Rode Zee tot een van de betoverendste „aquariums” op aarde.
Het Slenksysteem neemt nu tussen Massawa, de Ethiopische haven aan de Rode Zee en een punt ten zuidwesten van Djibouti, in Somalië, een wending landinwaarts. Op zijn breedst hier, komt de Slenk al gauw de Danakil Depressie binnen, die 120 meter onder de zeespiegel ligt. De landkaart van dit gebied is bezaaid met een reeks van zo’n 14 actieve of halfactieve vulkanen, hetgeen duidelijk doet uitkomen welke enorme onderaardse krachten nog steeds in deze reusachtige kloof aanwezig zijn. In deze streek vinden wij het Karum zoutmeer met zijn sierlijke torentjes van zout en veelkleurige plassen rond de berg Dallol, die aan het gebied een prehistorische aanblik en een vreemdsoortige schoonheid geven. De afzetting van zeezout in het Karum meer is een 1100 meter dik, terwijl de temperatuur van oppervlaktegesteente in de Danakil een verschroeiende waarde van 160 graden Celsius bereikt.
Oostafrikaanse vertakkingen
De bodem van de wigvormige vallei is nu nog slechts zo’n 50 kilometer breed, een breedte die onveranderd gehandhaafd blijft in het hele systeem van vertakkingen in Oost-Afrika. Na de tentoonspreiding van vulkanen in de Danakil geeft de Slenk nu een ander schouwspel te zien: een snoer van stille maar prachtige meren vanaf het Zwai meer tot het Chew Bahir meer (het vroegere Stefanie meer). Een van deze meren, het Shala meer, dat zijn naam ontleent aan het Galla (of Oromo) woord voor „pelikaan”, heeft pas in recente jaren zijn geheim prijsgegeven waarom pelikanen daar met duizenden broeden, terwijl dit meer weinig vis bevat waarmee ze zich zouden kunnen voeden. Zoals men nu weet, reizen deze prachtige vliegers op de stijgende warme luchtstromingen over de berg heen naar het Abiata meer, dat wemelt van tilapia (een vis) en keren dan 24 uur later terug met voedselvoorraden om hun kroost in de eenzaamheid van het Shala meer te voeden. Het afgelegen Turkana meer (vroeger Rudolf meer), waar soms naar verwezen wordt als de Jade zee, ligt als een sieraad in de Slenk wanneer deze nu Ethiopië verlaat en Kenia binnenkomt en hier ook gaan zich de oostelijke en westelijke vertakkingen aftekenen.
De Grote Afrikaanse Slenk voorziet in faciliteiten die hem tot een van ’s werelds drukst gebruikte vogeltrekroutes maakt. Enkele van de prachtigste meren die in de Afrikaanse zon glinsteren, bevatten zoet water zoals het Zwai, het Awasa, het Naivasha en het Baringo meer. Andere hebben slechts een laag sodagehalte, zodat ze stuk voor stuk uitstekende drinkplaatsen bieden voor trekvogels die hun reis onderbreken. De torenhoge wanden van de Slenk voorzien in stijgende luchtstromingen die over een afstand van honderden kilometers tegen de steile rotswanden opstijgen en adelaars, haviken en ooievaars in de lucht houden. Kleinere vogels zoals zwaluwen en tapuiten vliegen door de Slenk op hun trek naar Europa en Rusland.
Het Magadi meer en het Natron meer in de oostelijke vertakking, meren met een hoog sodagehalte, vormen een van de raadselen van de Oostafrikaanse Slenk. Men veronderstelt dat de schijnbaar oneindige aanvoer van soda uit de warme ingewanden van de Slenk komt. Het raadsel is waar het water vandaan komt, aangezien daar in de hele omtrek van de meren niets van te merken is, maar het ondergrondse watersysteem blijft toch enorm krachtig. Wegens de onherbergzame aard van de bijtende zoute vlakten van het Natron meer besefte men pas 25 jaar geleden dat het meer de broedplaats is voor nagenoeg het volledige kolossale aantal flamingo’s in Oost-Afrika.
De westelijke arm van de Oostafrikaanse Slenk wordt gemarkeerd door grotere meren, het Moboetoe en het Idi Amin meer (vroeger respectievelijk Albert meer en Edward meer), het Kivu en het Tanganyika meer, die alle prachtig gelegen zijn tegen imposante achtergronden die meer dan 1600 meter loodrecht omhoog rijzen. Het Tanganyika meer is met 1500 meter diepte het op één na diepste meer ter wereld. Aan deze zijtak van de Slenk rijst de Ruwenzori bergketen (het legendarische Maangebergte) omhoog met toppen van meer dan 5100 meter boven de bodem van de Slenk.
De oostelijke en westelijke takken schijnen nu weer samen te komen en het prachtige Malawi meer is nog een laatste hoogtepunt wanneer de Slenk Mozambique doorklieft en in de Indische Oceaan eindigt. Hoewel misschien nog niet volledig door geologen begrepen wordt hoe het hele stelsel van de Grote Slenk tot ontwikkeling is gekomen, zowel welke processen een rol hebben gespeeld, alsook de vraag wanneer, vinden wij de oorsprong van de Slenk verklaard in de geïnspireerde woorden van de bijbel: „Bergen rezen nu op, valleivlakten daalden — naar de plaats die gij ervoor hadt gegrond.” Alleen een liefdevolle Schepper kon zo’n litteken in een plek van grote schoonheid veranderen. — Ps. 104:8.
[Kaart op blz. 15]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
Het systeem van de Grote Afrikaanse Slenk
TURKIJE
LIBANON
SYRIË
IRAN
SAOEDI-ARABIË
Djibouti
AFRIKA
SOEDAN
Ethiopië
Shala meer
SOMALIË
Kenia
Victoria meer
Natron meer
Republiek ZAÏRE
Moboetoe meer
Idi Amin meer
Kivu meer
TANZANIA
Tanganyika meer
ZAMBIA
MOZAMBIQUE
Malawi meer
RHODESIË
ZUID-AFRIKA
INDISCHE OCEAAN
ATLANTISCHE OCEAAN