Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g79 22/7 blz. 9-12
  • De dag waarop wij onze baby kregen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De dag waarop wij onze baby kregen
  • Ontwaakt! 1979
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De voorbereiding die erbij betrokken is
  • Blijvende uitwerking
  • Ik ben thuis bevallen
    Ontwaakt! 1976
  • Een vrouw die innig geliefd wordt
    Een gelukkig gezinsleven opbouwen
  • De voorbereide bevalling — Een reëel alternatief
    Ontwaakt! 1984
  • Wat echtgenoten kunnen doen
    Ontwaakt! 1974
Meer weergeven
Ontwaakt! 1979
g79 22/7 blz. 9-12

De dag waarop wij onze baby kregen

Zoals verteld aan Ontwaakt!-correspondent in de Duitse Bondsrepubliek

VORIG jaar trok een artikel in het Duitse tijdschrift Stern mijn aandacht. Het bevatte een beschrijving van een ziekenhuis, het eerste van dat soort in Duitsland, waar moeders hun pasgeboren baby direct vanaf de geboorte in dezelfde kamer bij zich mogen houden. Sommige doktoren laten zich zeer lovend uit over deze regeling, die gewoonlijk als „rooming in” wordt beschreven. Anderen zijn net zo ronduit in het betwijfelen van de raadzaamheid ervan.

Het artikel in de Stern merkte op: „De vaders wordt gevraagd bij de geboorte aanwezig te zijn. Hassauer [een van de gynaecologen van het ziekenhuis] zei: ’Meer dan 50 percent van de mannen stemt toe, en de meesten van hen vormen een grote hulp. Zij zijn een aanmoediging voor hun vrouw tijdens de bevalling; ze houden haar hand vast en stellen haar op haar gemak. Er is er nog niet één van z’n stokje gegaan.’” — 21 april 1977.

Toen ik het artikel las, deed het mij denken aan een vriend die onlangs getuige was geweest van de geboorte van zijn dochter. Dus ging ik hem en zijn vrouw opzoeken om hun indrukken te horen. Terwijl Jenny in de kamer ernaast zachte gorgelende geluidjes lag te maken, hadden wij een gesprek.

„Wiens idee was het dat jij erbij zou zijn?” vroeg ik.

„Wel, eigenlijk was het het idee van mijn vrouw. Direct vanaf het begin maakten wij er plannen voor dat ik bij de geboorte aanwezig zou zijn. Dit plannen maken was erg belangrijk. Wij schaften veel boeken over een natuurlijke bevalling aan.”

„Ik wilde werkelijk een natuurlijke bevalling”, zei zijn vrouw, „en ik kon me niets natuurlijkers voorstellen dan dat mijn man erbij zou zijn.”

„Maar is zo’n regeling niet min of meer een uitzondering, tenminste hier in Duitsland?” vroeg ik.

„Uit wat wij hebben gelezen”, antwoordde zij, „blijkt dat zich in sommige landen de tendens ontwikkelt dat vaders erbij zijn, maar die ontwikkeling heeft hier in Duitsland tot nu toe niet veel voortgang geboekt. Er zijn ziekenhuizen die het niet aanmoedigen. Om zeker te weten hoe het ziekenhuis waarvan wij gebruik zouden maken, erover dacht, hebben wij het van tevoren gevraagd.”

„Hoeveel keer heb je gedurende je verblijf in het ziekenhuis gehoord dat echtgenoten erbij waren toen hun kind werd geboren?”

„Terwijl wij daar waren, moeten er minstens honderd baby’s geboren zijn. Voor zover ik weet, was mijn man de enige vader die bij de geboorte was. Een van de verpleegsters vertelde me later dat vaders zelden bij de geboorte aanwezig zijn.”

„Ik vraag me af waarom.”

„Ik denk”, opperde mijn vriend, „omdat noch de man, noch de vrouw weten wat hun te wachten staat. Ze zijn bevreesd. Maar wanneer je je erop voorbereidt, is er werkelijk niets om bang voor te zijn.”

„Wat bedoel je met ’voorbereiden’?”

De voorbereiding die erbij betrokken is

„In de boeken die wij hebben gelezen”, zei zijn vrouw, „troffen wij hoofdstukken aan die speciaal waren geschreven voor echtgenoten, en die uiteenzetten wat zij kunnen doen om hun vrouw te helpen. De boeken legden ook de nadruk op de belangrijkheid van ademtechnieken en ademhalingsritmen die helpen voorkomen dat het lichaam van de moeder te gespannen is. Dit vergemakkelijkt de bevalling.”

„Nog iets dat hielp,” ging haar man verder, „was dat wij samen van tevoren een bezoek aan de verloskamer brachten. Dit is toegestaan wanneer de echtgenoot erin geïnteresseerd is, en dat was ik beslist. Een verpleegster legde mij de hele gang van zaken uit en beantwoordde al mijn vragen.”

„Terwijl ik mij op de geboorte voorbereidde”, voegde zijn vrouw eraan toe, „deed ik mijn oefeningen voor ontspanning en adembeheersing in het bijzijn van mijn man. Op die manier wist hij wat ik zou doen als de weeën begonnen. Hij wist bijvoorbeeld, dat hij aan mijn rechterhand zou staan tijdens de bevalling, en dat hij een zachte, vochtige spons zou hebben om daarmee na iedere wee mijn lippen te betten. Wat was dat een heerlijke gewaarwording! Ik was weer ontspannen. Mijn lippen waren vochtig. Ik voelde mij in staat de volgende wee te ondergaan en op een juiste manier te ademen. Als ik dorst had gehad of mijn mond of tong droog zou zijn geweest, zou het veel moeilijker geweest zijn mij te concentreren op het doen van wat ik had geoefend.”

„Onze boeken vertelden ons dat ik niet tegen mijn vrouw moest praten wanneer de weeën begonnen. Zij moest ook niet mijn hand vasthouden. Dan zou ze erin knijpen, zie je, en dat zou spanning in haar andere spieren veroorzaken, terwijl die ontspannen zouden moeten zijn. Neen, ik moest haar hand vasthouden en er stevig in knijpen, zodat ze niet de vroedvrouw of het laken of het kussen of iets anders dat in de buurt was, zou vastgrijpen. Dit had een ontspannende uitwerking op haar en hielp haar met haar lichaam mee te werken, niet ertegenin.”

„En gaven de doktoren en de verpleegsters je niet het gevoel dat je in de weg stond?” wilde ik weten.

„Neen, helemaal niet. Ik denk dat ze onder de indruk waren. Zij waardeerden de belangstelling die ik toonde. Zij schenen mij als een deel van het team te accepteren. En het was werkelijk ’teamwork’, geloof me. Ik stond aan haar rechterhand, een verpleegster bij haar been, een andere verpleegster aan de overkant en de dokter in het midden. Als die sterke weeën opkwamen, zei de dokter tegen mijn vrouw: ’Persen nu, persen.’ Een van de verpleegsters hield de benen van mijn vrouw tegen, terwijl de andere met haar handen probeerde het hoofdje van het kind te helpen naar buiten te komen. Mijn taak was mijn arm achter haar rug te houden en haar in een zittende houding te helpen zodat ze beter kon meepersen. Als de wee ophield, stopten wij en praatten totdat de volgende kwam.”

„Na de bevalling,” zei zijn vrouw, „sprak ik met een verpleegster uit Taiwan die hier in Duitsland werkt. Zij zei dat wanneer op Taiwan een kind thuis werd geboren, de echtgenoot zich goed op zijn gemak voelde. Hij was in zijn eigen omgeving en was zogezegd in functie als de heer des huizes. De vroedvrouw gaf hem verschillende karweitjes, zoals water koken en schone handdoeken klaarleggen. Zij liet hem voelen dat hij nodig was. Maar zo was het 10 jaar geleden. Nu er veel Taiwanese kinderen in ziekenhuizen worden geboren, wordt de echtgenoten het gevoel gegeven ongewenst te zijn. Maar de Taiwanese vrouwen zeiden dat zij zich gewoonlijk meer ontspannen voelen als hun man bij hen is.”

„Ik stel me voor dat de meeste vrouwen willen dat hun man erbij is”, merkte ik op.

„Dat dacht ik ook. Maar ik ontdekte dat niet alle vrouwen er hetzelfde over denken. De meeste jonge moeders in ons ziekenhuis waren niet voorbereid op de bevalling. Zij waren nerveus. Zij wisten niet hoe het zou gaan en hoe zij zouden reageren. Velen waren verkeerd ingelicht door verhalen die de moeilijkheden rond een bevalling overdreven. Zij wilden niet dat hun man zag dat ze pijn hadden en misschien wel huilden en schreeuwden. Zonder voorbereiding zou ook de man niet weten hoe hij zijn vrouw tijdens de bevalling moet helpen, vooral als het vele uren zou duren. Daarom geven veel mannen er de voorkeur aan niet aanwezig te zijn. Zij voelen zich niet op hun plaats, onnodig en zelfs ongewenst.”

„Maar zou je denken dat ze er met een juiste voorbereiding anders over zouden denken?”

„Ja. Sommige vrouwen schijnen er spijt van te hebben dat zij zich niet beter hadden voorbereid en dat hun man niet bij hen was. Wanneer hun man op bezoek komt, proberen zij hem te vertellen hoe het was. Maar in werkelijkheid kun je iemand zo iets niet vertellen. Er zijn emoties bij betrokken. Je moet het samen meemaken. Je hebt negen maanden lang gewacht om te weten of het een jongen of een meisje zal zijn, of het gezond zal zijn of niet, en je hebt tijdens die laatste paar weeën zo hard gewerkt, met je hele lichaam. Dan hoor je plotseling je man — niet de dokter, niet de verpleegster, maar de stem van je eigen lieve man — zeggen ’Schat, we hebben een meisje!’ Het kan je werkelijk tot tranen bewegen.”

„Dat kan ik me indenken. En hoe voelt een vader zich op zo’n moment?”

„Heerlijk! Ik zag hoe onze dochter te voorschijn kwam, hoe zij van haar moeder werd gescheiden, hoe de verpleegsters haar afdroogden en haar dan aan de moeder gaven. Toen ik het ziekenhuis verliet en in de auto stapte om naar huis te rijden, had ik een overweldigend gevoel: er was iets reusachtigs gebeurd. Ik was er getuige van geweest. Ik kreeg een plotselinge aandrang om iedereen staande te houden om hun te vertellen dat mijn vrouw een baby had gekregen. Het was meer dan alleen maar een aandrang om het hun te vertellen. Ik was er ook bij geweest. Ik had het meegemaakt! Wij hadden net onze baby gekregen!”

Blijvende uitwerking

Iets in het Stern-artikel maakte speciaal indruk op mij. Er stond dat een zevenjarige studie van deze „rooming in”-methode aantoont dat moeders en vaders die voorbereidingen treffen voor de geboorte van hun kinderen, later een diepere genegenheid voor hun kinderen hebben dan degenen die dat niet doen. Ik vroeg mijn vrienden wat zij ervan dachten.

„Ik ben van mening dat wanneer de man in die kritieke tijd van de bevalling erbij is om zijn vrouw te helpen, dit hen dichter tot elkaar brengt”, verklaarde de man. „En er bestaat geen twijfel over dat een goede verhouding tussen man en vrouw later bijdraagt tot een goede verhouding tussen ouder en kind. Volgens mij kan het niet anders dan een goede uitwerking hebben.”

„En wat zegt een moeder ervan?”

„O, ik ben het er volledig mee eens”, antwoordde zijn vrouw. „Omdat ik bijvoorbeeld zo opging in wat ik deed, waren er bepaalde dingen die ik niet zo kon opmerken als mijn man. Doordat wij elkaar van de details op de hoogte brachten, werden wij werkelijk geholpen het samen te ervaren.”

„Natuurlijk,” zo voegde haar man eraan toe, „kan een man ongetwijfeld een liefdevolle vader en een toegewijde christen zijn, ook al is hij niet bij de geboorte van zijn kind aanwezig geweest.”

Mijn vrienden hadden mij iets gegeven om over na te denken. Er bestond duidelijk geen gebrek aan natuurlijke genegenheid in hun gezin. Ik vroeg me af of het niet een heel goede uitwerking op het scheppen en in stand houden van een goede sfeer in het gezin zou hebben, wanneer beide ouders vóór en tijdens de geboorte van een kind voorbereidingen treffen en meewerken. Het zou voor aanstaande ouders iets kunnen zijn om te overdenken. Maar het was duidelijk niet iets wat zonder kennis van zaken en zorgvuldig overleg gedaan moest worden.

Ik herinner mij nog steeds de laatste woorden van mijn vriend terwijl de kleine Jenny op de achtergrond kirrende geluidjes maakte: „Het is iets wonderbaarlijks, samen te werken om een baby te krijgen. Ik zal nooit de dag vergeten waarop wij ONZE baby kregen.”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen