Beschikken de VN over de oplossing?
Kunnen de VN de lekken dichten?
FRANKRIJK
CHINA
U.S.S.R.
GROOT-BRITTANNIË
U.S.A.
TERRORISME
NATIONALISME
ZELFZUCHT
HAAT
DRUGS
MISDAAD
OORLOG
ZETFOUTEN zijn de vloek van de drukkerswereld. In een artikel over de Verenigde Naties dat een aantal jaren geleden in een Engelse krant verscheen, werden per ongeluk in het woord „united” (verenigd) de letters „i” en „t” verwisseld. In plaats van het dus over de United Nations (Verenigde Naties) te hebben, verwees het artikel ten slotte naar de Untied Nations (Niet-gebonden Naties).
Natuurlijk kan men met wat ironie de fout wegpraten door te zeggen dat er helemaal geen sprake was van een vergissing. Hoewel de VN nog steeds bestaan na de oprichting ervan meer dan 30 jaar geleden, zijn er momenten geweest dat de naties eerder ongebonden leken — waarbij elke natie haar eigen weg ging en haar eigen belangen nastreefde — dan dat ze samengebonden of verenigd waren in gemeenschappelijke belangen en ondernemingen.
Prijzenswaardige doeleinden
De doeleinden van de organisatie van de Verenigde Naties zijn prijzenswaardig. „De doeleinden van de Verenigde Naties zijn”, zo luidt het Handvest, „internationale vrede en veiligheid te handhaven.”
In artikel 55 van het Handvest staat: „Met het oog op het scheppen van toestanden van duurzaamheid en welzijn, welke noodzakelijk zijn voor vreedzame en vriendschappelijke betrekkingen tussen de volken gegrond op eerbied voor het beginsel van gelijke rechten en zelfbeschikking der volken, zullen de Verenigde Naties bevorderen: a) hogere levensstandaarden, arbeid voor allen en voorwaarden van economische en sociale vooruitgang en ontwikkeling; b) oplossingen van internationale economische, sociale, hygiënische en aanverwante vraagstukken en internationale culturele en opvoedkundige samenwerking; en c) algemene eerbied voor, en inachtneming van de rechten van de mens en van de grondvrijheden voor allen zonder onderscheid naar ras, geslacht, taal of godsdienst.”
Voortreffelijke doeleinden, maar in welke mate zijn ze bereikt? In welke mate kunnen ze bereikt worden? Een artikel in de Frankfurter Allgemeine Zeitung in 1965 vestigde de aandacht op bepaalde feiten die nu, 14 jaar later, nog steeds gelden: „Als wij de balans opmaken van 20 jaar geschiedenis van de VN en van een lange lijst van maatregelen ter verzoening en bemiddeling, dan zien wij dat de Verenigde Naties succes hebben gehad in gevallen waar de ’supermachten’ niet rechtstreeks bij betrokken waren.”
Het artikel vestigde de aandacht op het voortreffelijke werk dat is gedaan door organen van de Verenigde Naties die op andere gebieden werkzaam zijn, zoals door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), de Opvoedkundige, Wetenschappelijke en Culturele Organisatie van de VN (UNESCO), het Internationaal Kindernoodfonds van de VN (UNICEF) en door nog een hele reeks andere.
De VN hebben bijvoorbeeld suborganisaties die zich bezighouden met het vreedzaam gebruik van de ruimte, de kernenergie en de zeebodem. Er wordt aandacht geschonken aan vraagstukken met betrekking tot het milieu, en industriële en economische ontwikkeling. Er is een VN-fonds voor de bestrijding van druggebruik. Er is heel veel gedaan op het gebied van hulpverlening bij rampen. Een van de opmerkelijkste prestaties was de verzorging van de miljoenen vluchtelingen in Bangladesh na de oorlog met Pakistan.
Ook een Commissie ter voorkoming en beteugeling van misdaad heeft voortreffelijk werk gedaan. De eerste grote conferentie tussen verschillende regeringen die uitsluitend aan de vrouw was gewijd, werd onder auspiciën van de VN in 1975 in Mexico-Stad gehouden.
Een fundamenteel probleem
Deze voortreffelijke resultaten vormen echter in de regel niet de basis waarop een oordeel geveld wordt over de organisatie zelf. De VN, zo vervolgde het artikel, „moeten eraan gewend raken dat ze naar een politieke maatstaf gemeten zullen worden”.
Een politieke maatstaf aanleggen is echter een moeilijke zaak. De VN zijn geen gemeenschappelijke politieke regering. Ze zijn iets anders. Ze vormen geen wereldregering, en waren ook niet opgezet om dat te zijn, hoewel Kurt Waldheim, de huidige secretaris-generaal toegeeft: „In de beginperiode heerste er een wijdverbreide bezorgdheid dat de VN inbreuk zouden maken op de nationale onafhankelijkheid en soevereiniteit.”
Maar hoe zou dit mogelijk zijn? De VN hebben geen macht om wetten te maken, laat staan om gehoorzaamheid eraan af te dwingen. De door de VN genomen beslissingen zijn niet bindend voor de naties die er lid van zijn. De lid-staten zijn alle soeverein en worden als gelijke beschouwd. Het is juist dit gebrek aan werkelijke autoriteit, een situatie die door alle lid-staten wordt gerespecteerd en aanvaard, dat een van de grootste ingebouwde gebreken van de VN schijnt te zijn.
Zo is er bijvoorbeeld — uitgezonderd die gevallen dat de internationale vrede en zekerheid op het spel staan — geen voorziening getroffen dat de VN in de interne aangelegenheden van de individuele staten zouden mogen ingrijpen. Maar dit is uiteraard voor velerlei uitleg vatbaar — wat zijn internationale aangelegenheden en wat zijn zuiver interne zaken?
De Amerikaanse president Jimmy Carter heeft zich heel sterk ten gunste van de grondrechten van de mens uitgelaten en ertegen geprotesteerd dat deze rechten in sommige landen in overtreding van het Handvest van de Verenigde Naties worden geloochend. Andere landen beschuldigen de Verenigde Staten van ongeoorloofde inmenging in hun interne aangelegenheden wanneer ze dit doen. In werkelijkheid komt het erop neer dat iedere staat alleen accepteert wat hij wil accepteren en afwijst wat hij als een inbreuk op zijn rechten als soevereine natie beschouwt. Het is hetzelfde probleem als bij de „Verenigde Staten van Europa”, alleen op een grotere schaal!
Sterk nationalisme
Dit wordt ondersteund door wat een brochure van de VN zegt over het Internationaal Gerechtshof van de VN: „Het statuut van het Hof is een deel van het Handvest van de Verenigde Naties en iedere lid-staat heeft automatisch toegang tot het Hof. Staten die het statuut hebben ondertekend, kunnen op elk moment verklaren dat ze de bindende jurisdictie van het Hof in juridische geschillen erkennen. De meerderheid van de lid-staten heeft nog geen bindende jurisdictie aanvaard.” [Wij cursiveren.] Het is dus een hof zonder enige werkelijke autoriteit, een ’papieren tijger’.
Kurt Waldheim heeft in een terugblik op 30 jaar activiteit van de VN gezegd dat een internationaal systeem waarmee valt te werken, onvermijdelijk een aantal beperkingen van individuele soevereiniteit met zich moet brengen. Hij zei dat hoewel op sommige gebieden dergelijke beperkingen konden worden doorgevoerd, er toch ook over de hele wereld in de afgelopen 30 jaar een „sterke wederopleving van nationalisme” is geweest.
Een „sterke wederopleving van nationalisme” maakt het bereiken van wereldomvattende eenheid moeilijker. Waldheim liet uitkomen waar de VN zich voor geplaatst zien door te zeggen: „De versterking van de rol van onze Organisatie in het bewaren van de vrede door te bewerken dat de beslissingen van haar belangrijkste organen algemeen gerespecteerd worden, is misschien wel de moeilijkste taak van alle.”
Het verkrijgen van een dergelijk ’algemeen respect’ is zoals wordt toegegeven niet gemakkelijk. N. J. Padelford en L. M. Goodrich maken in hun boek The United Nations in the Balance — Accomplishments and Prospects deze veelbetekenende opmerking over de VN: „Men heeft een beroep gedaan op de VN om de vrede te handhaven waar geen vrede in de harten van mensen bestond . . . De Organisatie kan niet verhinderen dat een kernoorlog de mensheid wegvaagt als naties hiertoe willen besluiten. De VN kunnen de grote machten niet dwingen hun verzoeken in te willigen of hun aanbevelingen op te volgen. . . . Ze bieden een forum waar de vertegenwoordigers van staten met elkaar kunnen redeneren, als zij dat willen. De VN kunnen procedures beschikbaar stellen voor preventieve diplomatie, voor verzoening en voor het handhaven van vrede, om zo ertoe bij te dragen geschillen te beslechten en internationale vrede en veiligheid te handhaven. Maar staten moeten bereid zijn deze te aanvaarden en te gebruiken of de pogingen zullen in de kiem gesmoord worden.” [Wij cursiveren.]
Dat is de moeilijkheid waar alles om draait. Om eenheid te verkrijgen moet er van de zijde van allen een bereidheid bestaan in wederzijds belang samen te werken. Deze bereidheid moet een verlangen zijn dat uit het hart voortkomt en niet louter uit de geest. Om kort te gaan, liefde vormt de sleutel voor wereldomvattende eenheid.
Maar nationalisme, het grootste probleem dat wereldeenheid in de weg staat, is geen uiting van liefde. In plaats daarvan benadrukt het de persoonlijke, zelfzuchtige belangen van één natie in plaats van het algehele welzijn van alle naties te zoeken.
Ware liefde vereist dat een persoon zijn belangstelling en genegenheid verruimt zodat hij daarin niet alleen degenen opneemt die deel uitmaken van zijn eigen natie, maar alle volken van de hele wereld. Ze vereist internationaal te denken.
Maar liefde kan niet door wetten afgedwongen worden. Hoe kan ze dan bereikt worden? Bestaat er enige aanwijzing dat de naties, of het nu die zijn welke spelen met de idee van een „Verenigde Staten van Europa”, of de 150 lid-staten van de VN, deze sleutelfactor hebben herkend en maken zij er gebruik van om de deur tot wereldeenheid te openen, waardoor deze eindelijk binnen bereik zal komen?