Onze Maker zorgt voor ons
OVERAL om ons heen zijn overvloedige bewijzen dat onze Maker zich om het mensengeslacht, ja, om al wat leeft, bekommert. Deze aarde is wonderbaarlijk ontworpen om planten, dieren en menselijk leven in stand te houden. Zonder het wanbeheer dat de mens over de hulpbronnen voert en de ongelijke voedselverdeling, zouden mensen overal werkelijk van het leven kunnen genieten. Er is wel geschat dat, wanneer het agrarische potentieel van de aarde tot het maximum zou worden opgevoerd, er voldoende voedsel zou zijn om ongeveer 10 maal meer mensen te voeden dan de huidige wereldbevolking. Hoe overvloedig zijn de voorzieningen voor het leven! De aarde is bovendien nog vol afwisseling en schoonheid, met dingen die onze zintuigen van het gezicht, het gehoor, de smaak, de reuk en het gevoel verrukken.
Gezien zulke bewijzen van de liefdevolle zorg van onze Maker, kunnen wij er zeker van zijn dat hij zijn dienstknechten nimmer in de steek zal laten. De bijbel verklaart: „Slaat oplettend de vogels des hemels gade, want ze zaaien niet, noch oogsten ze, noch vergaren ze in voorraadschuren; toch voedt uw hemelse Vader ze. Zijt gij niet meer waard dan deze?” (Matth. 6:26) Sta er eens bij stil hoeveel vogels het luchtruim vullen. Toch komen er maar zeer weinige van honger om. Aangezien deze dieren voordeel blijven trekken van Gods overvloedige voorzieningen voor de instandhouding van het leven, zal onze Maker stellig nimmer toelaten dat een groot deel van zijn dienstknechten van honger omkomt. Hij zal het gebed verhoren: „Geef ons heden ons brood voor vandaag.” — Matth. 6:11.
Hiervan zijn overvloedige bewijzen beschikbaar in de vorm van levende voorbeelden. Zelfs onder de slechtst denkbare omstandigheden zijn Gods dienstknechten in staat geweest in leven te blijven.
Neem bijvoorbeeld de 17-jarige Mart, een van Jehovah’s Getuigen, die in het nazi-concentratiekamp te Amersfoort zat. Daar nam hij waar dat vele gevangenen bereid waren bijna alles te doen om aan een beetje extra voedsel te komen. Onder hen bevonden zich personen die hun kleine voedselrantsoenen voor tabak of tabaksurrogaat ruilden en daarna, door honger gedreven, op voedselroof uitgingen. Soms werden ze hierbij door andere gevangenen betrapt en in enkele gevallen onbarmhartig doodgeranseld. Mart bleef echter op Jehovah God vertrouwen om hem onder deze verschrikkelijke omstandigheden van voedsel te voorzien.
Toen Mart gevangen genomen werd, woog hij 78 kilo. Elf maanden later was deze stevig gebouwde knaap een wandelend geraamte van nog maar 41 kilo. Zijn vader, die toen ook in hetzelfde kamp werd opgesloten, herkende hem niet eens. Aangezien Marts vader voldoende te eten had gehad toen hij zich nog in vrijheid bevond, deelde hij zijn rantsoenen met zijn zoon. Binnen 10 weken kwam Mart 5 kilo aan. Er waren ook keren dat hij onder ongewone omstandigheden voedsel kreeg. Mart vertelt:
„Op een keer moest de hele groep in de barakken waarin ik woonde, van zes uur ’s avonds tot middernacht in de regen strafexerceren, terwijl ons eten aan de varkens werd gegeven. Ten slotte gingen we naar de barakken terug en ik voelde dat mij door een Getuige uit een ander deel van het kamp een stuk brood in de hand werd gestopt. Ik was de enige die wat te eten had.”
Vele andere Getuigen hadden soortgelijke ervaringen gedurende Hitlers regering over Duitsland. In die tijd verloren 1687 Getuigen hun betrekking, 284 hun zaak, 735 hun huizen en mochten 457 hun beroep niet uitoefenen. In 129 gevallen werden hun eigendommen in beslag genomen, van 826 werd het pensioen ingehouden en nog eens 329 leden andere persoonlijke verliezen. Van de 2000 Getuigen die een onmenselijke behandeling ondergingen en tot het concentratiekamp werden veroordeeld, kwamen de meesten er levend uit. Ja, ondanks weloverwogen pogingen om hun elke mogelijkheid van levensonderhoud te ontnemen, zijn Jehovah’s Getuigen als groep binnen en buiten de concentratiekampen in leven gebleven. Aan wie geven zij hiervoor de eer?
Dit is het unanieme antwoord van een groep van 230 Getuigen die de verschrikkingen van de concentratiekampen overleefden: „Dank zij de hulp van de Heer en zijn goedgunstige steun, zijn de plannen van de vijand om ons onze rechtschapenheid te doen verbreken, mislukt, ook al heeft hij dit door gebruikmaking van talloze gewelddadige, duivelse methoden, alsook duizenden middeleeuwse inquisitiemethoden van lichamelijke en geestelijke aard, en vele vleierijen en verlokkingen gepoogd.”
Het was loyaliteit aan God en de richtlijnen die in de bijbel worden aangetroffen die deze Getuigen heeft geholpen in leven te blijven. Datzelfde getrouwe vasthouden aan bijbelse beginselen zal dus stellig ook anderen helpen om onder gunstiger omstandigheden brood op hun tafel te brengen. Deelt u deze overtuiging?
De noodzakelijke drijfveer
Het vaste geloof dat God wezenlijk is en dat hij zich ten zeerste om de mensheid bekommert, heeft tienduizenden geholpen hun levenswijze ten goede te veranderen. Door zorgvuldig de bijbel te onderzoeken en de voordelen van de richtlijnen daarvan in het leven van anderen te zien, zijn zij in staat geweest zich dit geloof eigen te maken. Die overtuiging heeft velen geholpen zich los te rukken van alcoholmisbruik, verslaving aan drugs, gokken, een leven van misdaad en andere ondeugden. Anderen hebben geleerd tevreden te zijn en een verstandig gebruik van hun middelen te maken. Door persoonlijke ervaring overtuigd dat de beginselen van de bijbel deugdelijk zijn, hebben zij krachtsinspanningen gedaan om deze steeds nauwgezetter te volgen.
Zij zijn ook tot de erkenning gekomen dat leven volgens bijbelse beginselen meer dan tijdelijke voordelen afwerpt. Omdat God zich ten zeerste om de mensheid bekommert, heeft hij een grootse toekomst voor hen in petto. De bijbel vertelt ons: „Hij zal elke traan uit hun ogen wegwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn zal er meer zijn. De vroegere dingen zijn voorbijgegaan” (Openb. 21:4). Werkelijk, wij winnen er veel bij door in overeenstemming met de bijbel te leven — de beste levenswijze die onder de huidige omstandigheden maar mogelijk is, en, in de toekomst, een leven zonder pijn, ziekte en dood wanneer God alle dingen nieuw maakt. — Openb. 21:5.
Als u op dit moment de bijbel nog niet op een geregelde basis met Jehovah’s Getuigen bespreekt, aanvaard dan hun uitnodiging om dit zonder kosten uwerzijds te doen. Ervaar zelf hoe praktisch de bijbel is en hoe de toepassing van wat hij zegt, u kan helpen brood op uw tafel te brengen. Kom ook meer te weten over de wonderbaarlijke toekomst die God voor allen die rechtvaardigheid liefhebben, in gedachten heeft en hoe u daarin kunt delen.