Bloedtransfusies — waarom velen zich opnieuw bezinnen
„IEDEREEN wordt over transfusies ingelicht.” Onder deze kop vertelde een artikel in Medical World News van 28 november 1977 duizenden doktoren in de Verenigde Staten:
„Deze maand krijgen 370.000 artsen en stafleden van ziekenhuizen in de V.S. een 64 bladzijden tellende zakformaat brochure overhandigd: Jehovah’s Getuigen en de bloedkwestie. Een miljoen verpleegsters krijgen dezelfde brochure; hetzelfde is het geval met 320.000 advocaten en rechters — allen worden bezocht door Getuigen die zich vrijwillig beschikbaar hebben gesteld om hun deze brochures persoonlijk aan te reiken.”
Maar degenen die in de Verenigde Staten deze beroepen uitoefenen, vormden nog slechts een fractie van het totale aantal dat werd bereikt. Dezelfde inlichtingen werden ook verschaft in Canada, Duitsland, Engeland, Finland, Frankrijk, Italië, Japan, Zweden en nog vele andere landen.
Allen hebben wij belangstelling voor onze gezondheid, ons geweten en onze fundamentele rechten. Maar wij kunnen de vraag stellen: Waarom werd deze gigantische onderneming doorgevoerd? Was het belangrijk? Hoe reageerde men in de medische en juridische wereld? Wat waren de resultaten?
Zoals Medical World News vermeldde, had de speciale veldtocht te maken met een nieuwe brochure (plus een folder van vier bladzijden om bij de medische gegevens van een patiënt te kunnen voegen) waarin werd uiteengezet waarom miljoenen christenen over de hele aarde geen bloedtransfusies aanvaarden. Brochure en folder gingen ook in op de zeer belangrijke morele en ethische aspecten die voor patiënten en voor artsen aan deze zaak vastzitten. En er werd tot nadenken stemmend bewijsmateriaal naar voren gebracht om aan te tonen dat voor het gebruik van alternatieve behandelingsmethoden in plaats van bloedtransfusies goede medische gronden aanwezig zijn.
Wat was de reactie?
Na de informatie gelezen te hebben, zei een internist in Berlijn: „Ik acht deze uitleg van groot belang voor iedere arts. Nu pas begrijp ik uw standpunt, dat ik nu ook kan respecteren.”
Het hoofd van een medische kliniek in het noorden van de Amerikaanse staat Indiana vertelde mevrouw Hahn: „Deze informatie is schitterend.” Ja, hij zei dat hij ook zijn collega’s had gevraagd de brochure te lezen. Enkele weken later moest Fletcher Earles geopereerd worden, en hij benaderde een van deze andere doktoren. De reactie? „Dat zal geen probleem zijn.” De arts vertelde dat het hoofd van de kliniek hen de brochure gezamenlijk had laten doornemen. Hoe verliep de operatie zonder bloed? Prima!
Op Curaçao in de Nederlandse Antillen vertelde een van de vooraanstaande chirurgen van het eiland aan T. R. Yeatts: ’Ik ben al in het bezit van een exemplaar van de brochure en heb hem doorgelezen. Jullie hebben gelijk; bloed is gevaarlijk.’ Hij zei dat hij ook door Dr. Denton Cooley (uit Texas) was geopereerd en dat hij daarom met belangstelling de recente verslagen had gelezen over de honderden open-hartoperaties die Dr. Cooley zonder bloed had verricht. De chirurg voelde zich gedrongen een edelmoedige bijdrage voor het werk van de Getuigen aan te bieden.
Natuurlijk waren de reacties niet allemaal hetzelfde. Veel doktoren, advocaten en rechters waren eenvoudig beleefd, pakten het materiaal aan en beloofden het te lezen. Een klein aantal reageerde heel negatief, bijvoorbeeld met de uitlating dat zij overtuigde leden van die-en-die religie waren en dat zij niet iets wilden lezen dat met een andere religie te maken had, terwijl een dokter in Seattle, in de Amerikaanse staat Washington, woedend zei: „Ik verdien mijn brood met het toedienen van bloedtransfusies; ik ga dat beslist niet lezen!”
Maar dat waren uitzonderingen. Velen zagen onmiddellijk in hoe waardevol het materiaal was. Een docent kindergeneeskunde aan de universiteit van New Mexico (V.S.) sloeg bij het lezen van de titel zijn handen in elkaar en zei:
„Dat vind ik fijn. Wij hebben onze doktoren proberen bij te brengen dat zij een liberaler standpunt tegenover Jehovah’s Getuigen zouden moeten innemen; maar, eerlijk gezegd, wisten wij niet zeker hoe wij ons moesten opstellen. Wij hebben echt behoefte gehad aan iets dergelijks.”
Sommige doktoren waren zo ingenomen met Jehovah’s Getuigen en de bloedkwestie dat zij er enthousiast met hun collega’s over spraken. Een arts in Los Angeles in Californië had de brochure gekregen en twee weken later werd een van zijn collega’s benaderd. Toen hij de brochure zag, merkte hij op: „Ik maakte mij al zorgen dat u mij was vergeten. Ik heb er echt op zitten wachten, want ik heb zoveel over die brochure gehoord! Ik ga hem direct lezen en ik bewaar hem in mijn bibliotheek voor toekomstig gebruik.”
Gunstig onthaal
Vele publikaties op medisch gebied namen nota van dit educatieve programma. Zo stond in Patient Care (15 dec. 1977) een artikel over de verschillende toepassingen van bloed, maar er werd ook een apart omlijnd gedeelte gewijd aan een bespreking „Wanneer religieuze beginselen bloedtransfusie verbieden”. Na te hebben vermeld dat Jehovah’s Getuigen bloed weigeren op religieuze gronden en dat zij een van medische zijde goedgekeurde verklaring zullen ondertekenen waarmee zij de staf en het ziekenhuis van verantwoordelijkheid ontslaan, drong het tijdschrift er bij zijn lezers op aan bij de uitgevers van de nieuwe brochure een exemplaar aan te vragen. De Journal of the Medical Society of New Jersey nam in haar uitgave van januari 1978 woordelijk de inhoud over van de vier bladzijden tellende folder die iedere Getuige zal ondertekenen en door zijn arts bij zijn verdere medische gegevens zal laten voegen.
Toen een dokter in San Antonio in Texas mevrouw Cross iets over bloed hoorde zeggen, zei hij: „Ik ben het hoofd van de bloedbank hier. Waar gaat het om?” Toen zij begon uit te leggen dat zij een van Jehovah’s Getuigen was, toonde hij zich verheugd en onderbrak haar: „Ik vroeg mij al af wanneer jullie zouden komen! De Texas Medicine berichtte dat jullie wat materiaal zouden komen brengen. Ik heb ernaar uitgekeken om het in handen te krijgen. Ik heb al iets van dit boekje onder ogen gehad en gelezen en ik wou beslist graag een eigen exemplaar hebben. Ik ben erg geïnteresseerd in het historische aspect. Ik hoop dat iedereen zo’n brochure krijgt.”
Het Wachttorengenootschap heeft letterlijk tientallen brieven ontvangen waarin doktoren, advocaten, beheerders van medische bibliotheken en anderen om exemplaren van de brochure vroegen. Zo schreef een lector in de filosofie in Pittsburgh in de Amerikaanse staat Pennsylvania:
„Ik geef college in de medische ethiek en wil de studenten heel graag de problemen voorleggen die de Jehovah’s Getuigen hebben wanneer zij bloedtransfusie weigeren. Ik zou het op prijs stellen een exemplaar van uw brochure te ontvangen.”
Anderen reageerden door middel van een brief nadat zij de brochure hadden gelezen. Dr. L. H. Cohn, verbonden aan de afdeling Chirurgie van de Harvard Medical School, schreef:
„Mijne heren,
Onlangs ontving ik medisch materiaal met betrekking tot de wijze waarop Jehovah’s Getuigen tegenover de kwestie van bloedtransfusie staan. Ik stel het beslist op prijs deze informatie te hebben ontvangen en ze zal in gevallen waar open-hartoperaties noodzakelijk zijn, van nut zijn. Wij hebben bij vele patiënten open-hartoperaties verricht zonder bloed, niet alleen bij Jehovah’s Getuigen, maar ook een aantal van uw volgelingen zijn door ons geopereerd. Nogmaals veel dank.”
Dr. Richard Roelofs, docent bio-ethiek aan het Montefiore Hospital and Medical Center, schreef ons:
„Ik heb met veel belangstelling uw recente publikatie gelezen. . . . De kwesties en argumenten die in deze publikatie besproken worden, gaan niet alleen artsen aan, maar ook ziekenhuisbesturen, advocaten en filosofen die zich bezighouden met een studie van de medische ethiek. Ik zou best 25 extra exemplaren kunnen gebruiken.”
Vele andere ziekenhuizen en doktoren stelden zich in verbinding met plaatselijke gemeenten van Jehovah’s Getuigen en brachten hun waardering tot uitdrukking en gaven de verzekering dat zij bereid waren medewerking te verlenen. Dit was zelfs het geval met doktoren die de Getuigen niet persoonlijk te spreken hadden kunnen krijgen en voor wie zij het materiaal dus bij de receptioniste of assistente hadden moeten achterlaten.
Sommigen vertelden over voortreffelijke resultaten die zij hadden behaald bij de behandeling van Jehovah’s Getuigen. Een vrouwenarts in Delaware (V.S.) vertelde:
„Een zwangere vrouw, een Getuige, werd binnengebracht op de Eerste Hulp van het ziekenhuis waar ik werk. Zij had een bloeding naar het zich liet aanzien door een complicatie die bekendstaat als placenta praevia. Hoewel de staf reeds regelingen had getroffen met het oog op een bloedtransfusie, respecteerde ik haar overtuiging en gaf haar de bij shock gebruikelijke behandeling. Toen onderzoek uitwees dat ogenblikkelijk een keizersnede noodzakelijk was, heb ik die uitgevoerd. Haar hemoglobinegehalte zakte tot het kritieke dieptepunt van 3 gram en de staf belde een rechter en verkreeg telefonisch een bevel van de rechtbank om bloed toe te dienen. Maar ik weigerde vanwege haar religieuze overtuiging en kreeg te horen dat ik gearresteerd kon worden wegens ongehoorzaamheid aan de rechtbank. Met behulp van dextran en ijzerinjecties ging zij vooruit; haar hemoglobinegehalte steeg weer. En moeder en kind konden gezond het ziekenhuis verlaten.”
Een arts die deel uitmaakt van de staf van de medische school van de Universiteit van Californië, had waardering voor de brochure en vertelde:
„Vorig jaar heeft een van ’s werelds eminentste hoogleraren in de chirurgie [hier] bij een geval van kanker aan de ampulla van Vater, op aandringen van de patiënt de uitzonderlijk moeilijke operatie van Whipple zonder bloedtransfusie uitgevoerd. Ik ben blij te kunnen vertellen dat de patiënt uitstekend hersteld is.”
Deze operatie is „uitzonderlijk moeilijk” omdat hier een uitgebreid chirurgisch ingrijpen (o.a. reconstructie van inwendige organen) bij betrokken is. Toch schreef deze arts dat het feit dat iets dergelijks met succes gedaan kan worden, een bevestiging vormt van de opvatting „dat Getuigen succesvol geopereerd kunnen worden zonder transfusies ’met behulp van kalmte, bijzonder grote zorgvuldigheid en een zekere mate van bekwaamheid, en daarbij een goede communicatie met de anesthesist’”.
Assistentie bij de verspreiding
Vele personen die met het materiaal werden benaderd, hadden zoveel waardering dat zij Jehovah’s Getuigen hielpen de veldtocht grondig door te voeren.
Een ziekenhuis in de Canadese provincie Newfoundland nam contact op met ons bureau daar en vroeg „300 brochures om onder de verpleegsters in het ziekenhuis te distribueren”. Een arts die verbonden is aan de Memorial University daar, wilde 65 extra exemplaren voor alle medische studenten. Uit Auburn in de Amerikaanse staat New York komt een verslag over een leerling-verpleegster die haar opleiding bijna had voltooid. Zij was zo enthousiast over de informatie en wilde deze zo graag met anderen delen dat „zij de brochure meenam en in zijn geheel liet stencilen. Ten behoeve van de andere leerling-verpleegsters zorgde zij ervoor dat kopieën op het mededelingenbord bevestigd werden”.
Toen een vertegenwoordiger van het universiteitsziekenhuis in San Diego, Californië, werd gevraagd hoeveel brochures men wilde hebben, was het antwoord 300 — ’zodat alle afdelingshoofden en anderen die deze inlichtingen nodig hebben, er een kunnen krijgen’. De Getuige had er op dat moment slechts 50 bij zich en moest later nog 250 komen brengen. Een geneesheer-directeur van een ziekenhuis in Ann Arbor, in de Amerikaanse staat Michigan, vroeg 66 exemplaren van de brochure. Toen zond hij de andere leden van het ziekenhuisbestuur een memo met betrekking tot het bezoek dat zij zouden krijgen. De Getuige die deze personen bezocht, vertelt: „Ik werd hartelijk verwelkomd. Ze namen allemaal zo’n 30 tot 40 exemplaren. Ook zeiden zij me dat zij deze kwestie bekendheid zouden geven tijdens hun geregelde vergaderingen.”
Een groot ziekenhuis in Los Angeles in Californië wilde 800 brochures, om die tegelijk met de salarisstrookjes onder het personeel te distribueren. Een directeur van het Harbor General Hospital herinnerde zich zijn ervaring met een Getuige die aan een dodelijke ziekte leed. Zij had vier operaties ondergaan en iedere keer ’had zij kalm haar standpunt ten aanzien van bloed gehandhaafd en de bijbelse redenen daarvoor uiteengezet’. Hij had haar moed en positieve instelling zo bewonderd dat toen zij uiteindelijk overleed, hij haar begrafenis bijwoonde. De begrafenis van deze Getuige was de enige begrafenis van een patiënt die hij ooit had bijgewoond. Hij wilde 50 exemplaren van de brochure voor de afdelingshoofden en assistenten.
Ook verpleegsters hebben voordeel getrokken van dergelijke hulp. In plaats van, zoals gevraagd, een paar minuten beschikbaar te willen zijn, besteedde een directeur in Missouri (V.S.) er anderhalf uur aan om zich door de bezoekende Getuige te laten voorlichten. Hij zei blij te zijn met „dit noodzakelijke begrip” en zorgde ervoor dat iedere verpleegster een brochure kreeg. Toen trof hij er regelingen voor dat drie Getuigen „alle verpleegsters, die op drie verschillende werktijden op het dienstrooster ingedeeld stonden, een half uur lang konden toespreken. Het ziekenhuis betaalde zelfs de tijd voor de verpleegsters”.
Hulp in een andere vorm kwam van iemand die een bestuursfunctie in een verpleegstersbond in Arizona (V.S.) bekleedde. „Zeer onder de indruk” van het materiaal verschafte zij 555 adreslabels zodat aan alle verpleegsters een exemplaar toegestuurd kon worden.
Bracht het een verandering in denken?
Het oogmerk waarmee het materiaal over bloed werd verspreid, was in eerste instantie informatief. Toch zijn vele artsen erdoor tot andere gedachten gekomen.
Mevrouw Perrin liet een brochure achter bij de kinderarts van haar gezin. Een maand later was ze bij hem voor een onderzoek van haar vijf jaar oude dochtertje Joy. De dokter zei: „Weet u, ik voor mij vind dat degene die dit heeft geschreven, ambassadeur van de Verenigde Staten zou moeten zijn. Het is zo rustig en vriendelijk gesteld. Zo’n gevoelig onderwerp; toch zou iemand na lezing gemakkelijk overtuigd kunnen zijn.”
Mevrouw Cartwright moest een grote operatie ondergaan. Zij ging naar een chirurg in Philadelphia in de Amerikaanse staat Pennsylvania, maar hij zei met nadruk geen Jehovah’s Getuige te willen aanraken. Hij stemde er echter in toe een andere chirurg te zoeken en pakte de Bloed-brochure aan. Een paar weken later hadden de Cartwrights weer een gesprek met hem. Hij had geen andere chirurg ingeschakeld, maar zei zelf te zullen opereren. Waarom? Hij legde uit dat hij „de brochure had gelezen en had ontdekt waar het om ging. Hij zou vertrouwen op zijn bekwaamheid als chirurg en zonder bloed opereren”. De operatie verliep goed en Janice Cartwright herstelde snel.
In Arizona (V.S.) kwam de bloedkwestie aan de orde in verband met een te vroeg geboren baby, een meisje van 1,8 kilo met een slecht functionerende lever. Haar ouders, José en Carmen Sandoval, legden de arts hun geloofsovertuiging uit. De dokter zei dat hij hun opvattingen niet kon accepteren en dreigde zich tot de rechtbank te zullen wenden om de baby uit de ouderlijke macht te laten ontzetten. Maar hij stemde erin toe nog even te wachten en de brochure te lezen. Die maakte diepe indruk op hem en hij toonde een andere instelling. Met bekwame zorg ging het kindje vooruit en het verkeert nu in „blakende welstand”. De arts? Hij vertelde de Sandovals dat als de bloedkwestie nog eens zou rijzen, hij erg graag zijn best zou doen voor het meisje.
Een patiënte bij wie hysterectomie (operatieve verwijdering van de baarmoeder) nodig was, legde aan een gynaecoloog in Pittstown, in de Amerikaanse staat New Jersey, uit dat zij geen bloed kon aanvaarden. Hij antwoordde bepaald niet blij: „Wel, dat is dan nog een risico erbij.” Toch stemde hij toe in een operatie en beloofde de brochure te zullen lezen. De Getuige vertelt:
„Toen de dokter de operatiezaal binnenkwam en zag dat er een aantal eenheden bloed in gereedheid werden gehouden, zei hij luid: ’Wat moet dat hier? Mevrouw — is een Jehovah’s Getuige en zij heeft het recht bloed te weigeren. Het is in strijd met dat recht om hier zelfs maar bloed te hebben klaarstaan. Ik heb er niet om gevraagd en ik wil het hier niet hebben.’”
Zij herstelde en werd uit het ziekenhuis ontslagen. Twee weken daarna moest zij een specialist opbellen over het weghalen van de amandelen bij haar dochtertje. Toen de kwestie van bloed werd genoemd, wond hij zich erg op en zei: „Ik ga niet opereren als mijn handen gebonden zijn!” Zij noemde de vrouwenarts en de operatie die zij zonder transfusie had ondergaan. Dit bracht een verandering van toon. Later nam de specialist de amandelen weg bij het meisje. Toen daarna de moeder voor onderzoek bij de gynaecoloog moest zijn, vroeg hij: „Hoe verliep de operatie van uw dochter?” Hoe hij dit wist? Hij antwoordde:
„Toen u haar arts over de telefoon vertelde dat ik een hysterectomie heb uitgevoerd zonder bloed, bracht u een bom tot ontploffing. Hij kwam helemaal van streek hier. Maar ik heb alles voor hem op een rijtje gezet. Ik heb hem uw brochure gegeven en hem gezegd dat hij geen recht had zijn ideeën over goed en kwaad aan u op te leggen.”
Ja, de eerste arts was overtuigd en hij had meegeholpen zijn collega te overtuigen.
Enkele maanden voor de veldtocht had mevrouw Meeks haar standpunt uitgelegd aan haar dokter in Geneva in Ohio. Omdat hij meende dat zijn geweten hem zou verplichten haar standpunt terzijde te schuiven, drong hij er bij haar op aan een andere arts te zoeken. Toen de brochure uitkwam, bracht zij hem een exemplaar. Mevrouw Meeks vertelt:
„De volgende dag belde de assistente van de dokter me op en zei: ’U kunt die brochure wel weer meenemen. De dokter is volledig overtuigd dat hij op dit punt met u mee kan gaan.’”
Een week nadat 100 brochures waren afgegeven voor medische studenten en docenten in Göteborg in Zweden, werden twee Getuigen uitgenodigd voor een discussie. Sommige studenten stelden zich nogal kritisch op, vooral ten aanzien van het recht van ouders om te beslissen voor minderjarigen. Toen stond een docent in de chirurgie op en zei dat de hele zaak sterk overtrokken was, dat een groep chirurgen en doktoren het ermee eens was dat bloedtransfusies zelden noodzakelijk waren, zelfs in gevallen waar personen bloed was opgedrongen. „De tijd zal Jehovah’s Getuigen in het gelijk stellen”, voegde hij eraan toe.
Meer belangstelling voor geestelijke aangelegenheden
Een aantal doktoren en advocaten toonde een toegenomen belangstelling voor geestelijke zaken nadat zij het op de bijbel gebaseerde materiaal hadden gelezen.
Sinds de Bloed-brochure in Italië is verspreid, heeft één van Jehovah’s Getuigen geregeld gesprekken over de bijbel gehad met een neurochirurg, die opmerkte: „Na een dag van hard werken waarin ik altijd met fysieke lichamen bezig ben, voel ik de behoefte mij bezig te houden met geestelijke zaken.” Uit Avellino in Italië schrijft een Getuige: „Ik ben een geregelde bijbelstudie begonnen met een dokter [die de brochure had gelezen]. Hij is iemand die God zeer is toegewijd, en hij heeft gezegd: ’Ik zou als u willen zijn, volledig opgedragen aan God en aan Zijn werk.’”
Lorraine Sanchez bood een advocaat in Las Vegas (V.S.) de brochure aan. Deze had al een exemplaar gelezen en zei:
„Als iemand zijn rechtenstudie achter de rug heeft en door zijn examens is gekomen, weet hij echt nog niet alles wat er over de wet valt te weten. Zo geloof ik ook dat doktoren nog niet alles weten wat er over bloed te weten is. Ieders bloed is uniek. Ik begin nu te begrijpen hoe Gods mening over bloed is.”
Zijn opmerkingen over de wereldsituatie in het verloop van het gesprek leidden tot een bespreking van wat de bijbel zegt over de „laatste dagen” waarin wij leven. De Getuige liet het boek De waarheid die tot eeuwig leven leidt bij hem achter. Toen de Getuige op zijn uitnodiging terugkwam, zei de advocaat:
„Ik heb dat boekje gelezen en ik heb op geen enkel punt bezwaren. Ik heb enkele dingen aangetroffen die heel sterk verschillen van de religieuze geloofsovertuigingen waarmee ik ben grootgebracht. Ik heb mijn vrouw verteld dat ik een Jehovah’s Getuige wil worden. Ik heb er bijna een heel leven aan besteed al deze boeken te bestuderen [hij wees op zijn bibliotheek], en ik ben tot de conclusie gekomen dat het nog niet te laat is. Ik ga de bijbel onderzoeken.”
De bezoeker legde uit wat het aanbod van bijbelstudie van Jehovah’s Getuigen behelst. De man antwoordde dat zijn vrouw ook belangstelling had en nodigde de Getuige uit bij hem thuis te komen om met hen beiden te studeren.
Advocaten en rechters
Vele anderen die een juridisch beroep hebben, reageerden gunstig op de veldtocht en de informatie in de Bloed-brochure.
Gregory King is een Getuige die als administrateur aan het Hooggerechtshof van de Amerikaanse staat New York verbonden is. Hij gaf een brochure aan een van de rechters van het Hof, die toen uitvoerig informeerde naar de hele bloedkwestie. Ten slotte uitte de rechter zijn verbazing en zei dat hij nooit had geweten dat de Getuigen positief stonden tegenover vervangende middelen zonder bloed of bloedbestanddelen, en dat hij abusievelijk had gedacht dat zij streden voor een of ander „recht om te sterven”. De rechter merkte op dat deze zaken in de rechtszaal gewoonlijk eenzijdig worden belicht. Hij meende dat ook de andere rechters de zaak van de zijde van de Getuigen zouden willen horen en hij verleende toestemming het interne postsysteem te gebruiken zodat alle rechters bereikt zouden worden.
In Pasadena in Californië gebeurde iets dergelijks. Na te hebben gehoord waar de brochure over ging, zei de rechter: „Ik heb mij altijd afgevraagd waarom Jehovah’s Getuigen geen bloedtransfusies nemen. Ik veronderstel dat ik daar nu achter kom.” Hoewel de Getuige slechts een paar minuten van zijn tijd had gevraagd, besprak de rechter de kwestie meer dan een uur met hem en hij maakte het mogelijk alle andere rechters over wie hij toezicht had, met de brochure te bereiken.
Na een brochure te hebben achtergelaten bij een advocaat in een rijke voorstad van Washington, D.C., ontving mevrouw Clemmons een brief die haar vertelde:
„Ik heb werkelijk met belangstelling de brochure gelezen die u bij mij hebt achtergelaten en waarin werd uiteengezet waarom Jehovah’s Getuigen er tegenstanders van zijn bloedtransfusie te ontvangen. Het was een bijzonder interessant artikel en de uitleg was naar mijn idee overtuigend.”
Iets dergelijks schreef een rechtsgeleerde die verbonden was aan het bureau van de openbare aanklager:
’Ik heb met groot enthousiasme de brochure gelezen die u mij op vrijdag 7 oktober 1977 hebt gegeven. De medisch-juridische kwesties die daarin werden aangesneden en beantwoord, hebben mij ervan overtuigd dat Jehovah’s Getuigen elke mogelijkheid geboden dient te worden om uiteindelijk zelf te kunnen beslissen of ze wel of geen bloedtransfusie toegediend willen krijgen. Ik meen dat dit een fundamenteel recht is dat gewaarborgd wordt door de Grondwet.’
Een kinderrechter in Orlando in Florida (V.S.) merkte op: „Ik ben een sterk voorstander van religieuze vrijheid. Ik denk dat deze brochure mij erg zal helpen uw standpunt ten aanzien van bloedtransfusie te begrijpen.” Een tweede kinderrechter in Orlando zei: „Ik ben erg blij dat u mij deze brochure bent komen brengen want ik heb mij vaak afgevraagd waarom Jehovah’s Getuigen geen bloed aanvaarden. Ik heb zelfs mijn dominee gevraagd mij dit punt in de bijbel te laten zien, maar hij zei dat hij niet wist waar hij dit moest vinden.”
Een rechter in Californië vertelde Ralph Hainsworth:
’Ik heb nooit begrepen waarom Jehovah’s Getuigen bloed weigeren. Na de brochure te hebben gelezen en de schriftplaatsen te hebben opgezocht, begreep ik dat het louter en alleen een religieuze reden is.’ Zou hij een rechterlijk bevel uitvaardigen toch bloed toe te dienen? ’Beslist niet; deze kwestie hoort niet in de rechtszaal thuis. Het is een religieuze kwestie en de rechtbanken dienen zich daarin niet te mengen.’ En in het geval van een minderjarige? ’Dat zou moeilijk zijn, maar — nogmaals, zo zie ik het, nadat ik de brochure heb gelezen — de ouders hebben de verantwoordelijkheid in fysiek en geestelijk opzicht voor hun kinderen te zorgen. Ik neem de brochure in mijn archief op. Het feit dat de bloedkwestie in de eerste plaats een religieuze zaak is, en niet een medische, maakte de meeste indruk op mij.’
Voortreffelijk materiaal ten behoeve van het onderwijs
Op vele instituten zal het materiaal over bloed gebruikt worden bij de opleiding van medische en juridische studenten.
Camillo Iacoboni liet twee brochures achter bij een dokter die aan de Towson State University in Maryland (V.S.) de leiding had over de verpleegkundige opleiding. Toen de heer Iacoboni de volgende week terugkwam, werd hem verteld dat men op de afdeling het materiaal had besproken en 175 exemplaren wilde hebben, voor iedere student en elk lid van de faculteit één. De dokter zei: „De brochures zullen worden gebruikt als aanvullend materiaal in een voor alle studenten bestemde cursus over geloofsopvattingen die op de behandeling van invloed zijn.”
Hoe staat het met doktoren en advocaten? Aan de universiteit in Lubbock in Texas (V.S.) wilde de dokter die de leiding heeft over het onderwijs aan de medische faculteit, zich een oordeel vormen over de brochure. Toen de heer L. St. Clair terugkwam, had deze dokter het met de deken van de universiteit besproken en hadden zij besloten dat de brochure ieder jaar tot de studiestof voor de medische studenten zou behoren. Zij vroegen 185 exemplaren om te beginnen en noteerden een plaatselijke bedienaar van Jehovah’s Getuigen als adviseur om het bijbelse standpunt aan toekomstige doktoren uit te leggen. De heer St. Clair nam ook contact op met de deken van de juridische faculteit, die besloot: „Als u deze brochures wilt verschaffen, zullen wij deze stof in de studie opnemen. Wij hebben 465 brochures nodig.”
De bedienaar die de veldtocht met deze brochures in San Antonio in Texas (V.S.) coördineerde, zei na afloop: „In de 60 jaar dat ik met Jehovah’s Getuigen verbonden ben, is deze veldtocht de mooiste uiting geweest van ijver en samenwerking in het ten uitvoer brengen van een groot project.”
Hoe staat het met de velen die dit nuttige materiaal over bloed hebben ontvangen? Een arts in New York schreef:
„In de medische wereld beseft men welk belangrijk werk Jehovah’s Getuigen hebben gedaan door hun opvattingen te verbreiden. Zij hebben een diepgaande invloed gehad op het medische denken.”
Ja, waarlijk, deze wereldomvattende educatieve campagne is in vele opzichten zeer lonend geweest.