Hebt u liefdevolle belangstelling voor mensen?
MENSEN hebben belangstelling voor mensen. Wie van ons hoort niet graag over andere mensen vertellen? Wij kunnen echter de vreugde en het genoegen dat wij hieruit putten, vergroten door ons er duidelijk van bewust te zijn — en daar ook naar te handelen — dat er een verschil bestaat tussen belangstelling in het algemeen en liefdevolle belangstelling.
Het blad Business Week van 16 mei 1977 sprak over „het grootste hedendaagse uitgeverssucces” en doelde daarmee op het blad People (Mensen), waarvan de populariteit slechts een van de vele bewijzen is van de dorst van het grote publiek naar verhalen over mensen.
En niet alleen in Amerika is dit het geval. In Europa liggen de meeste kiosken vol met tijdschriften waarin het wel en wee van vorstenhuizen, artiesten en andere nationale en internationale beroemdheden breed wordt uitgemeten. Een recent artikel in McCall droeg de titel „De roddelaars” en daarin stond onder meer:
„Het nadelige gepraat is als een zee om ons heen. De helft van de best-sellers heeft thans de gedaante van een sleutelroman waarin met behulp van ’denkbeeldige’ personages . . . die een nauwelijks verhulde gelijkenis vertonen met werkelijk bestaande personen, duchtig wordt geroddeld. Zelfs de meest eerbiedwaardige kranten van vroeger, zijn nu voldoende ruim van opvattingen geworden om een ’privé’-rubriek te hebben, met geschreven portretten van beroemdheden, onder het motto: hoe persoonlijker, hoe beter. De roddel is in Amerika van de veranda naar de voorpagina’s verhuisd.”
Natuurlijk zullen veel mensen niet graag toegeven dat wat zij lezen, „geroddel” is. Ze zullen er misschien over spreken als journalistiek „van intieme aard”, over „wat zich afspeelt achter de schermen”. Maar de Amerikaanse antropologe Margaret Mead merkte op:
„Met een geweldige uitbarsting van enthousiasme vieren rubriekschrijvers en speciale verslaggevers over het gehele land — alsook in Engeland en de landen van West-Europa — hun succes als leveranciers van gepraat over mensen. Of, beter, hun succes als roddelaars.”
Is belangstelling voor andere mensen dan iets slechts dat vermeden moet worden? Zijn er wellicht toch goede aspecten aan verbonden? Is het iets nieuws? H. R. Luce, uitgever van het tijdschrift Time zei eens: „Time is niet begonnen met deze nadruk op verhalen over mensen. De bijbel is ermee begonnen.”
En inderdaad bevat de bijbel heel veel verhalen over mensen. Hij verschaft ons ook goddelijke raad om onze belangstelling voor mensen in goede banen te leiden.
De bijbelse verslagen over mensen zijn geen lege verhalen zonder zin. In tegenstelling tot een groot deel van het hedendaagse geroddel, zijn de bijbelse verslagen niet geschreven om ons te onderhouden met intieme berichtgeving over de tekortkomingen van mensen, om reputaties naar beneden te halen of eenvoudig de nieuwsgierigheid van de lezer te bevredigen. Nee, deze verslagen bevorderen een gezonde belangstelling voor mensen.
Neem bijvoorbeeld het verhaal van Kaïn en Abel. Is dat alleen maar een ’sappige story’ over een familieprobleem, een rivaliteit tussen familieleden? In het geheel niet. De bijbel put uit dit verslag belangrijke lessen over geloof, het vermijden van haat en het behagen van God. Wat de bijbel over Kaïn en Abel zegt, is derhalve „nuttig” voor ons. — Hebr. 11:4; 1 Joh. 3:10-15; 2 Tim. 3:16, 17.
Zelfs wanneer de bijbel spreekt over het falen van „goede” mensen, en daarbij details vermeldt, gebeurt dit slechts opdat de opmerkzame lezer daarmee zijn voordeel kan doen. Maar weinigen van ons zullen niet gehoord hebben van Davids overspel met de mooie Bathséba. Maar hoe verschilt het bijbelse verslag hierover van de krante- en tijdschriftverhalen over de affaires van filmsterren en politici. De bijbel maakt duidelijk dat God Davids zonde afkeurde en dat David, ook al stond hij in een nauwe verhouding met God, toch werd gestraft. Het verslag verheerlijkt geen immoraliteit en maakt dit ook niet aantrekkelijk. De Schrift maakt tevens melding van Davids oprechte berouw, dat God ertoe bewoog om hem barmhartigheid te betonen. — 2 Sam. 11:1–12:23; Ps. 51.
Waarschijnlijk zal het niet moeilijk zijn aan de hand hiervan een les te trekken in verband met nadelig gepraat in kranten en tijdschriften, en onze belangstelling hiervoor aan banden te leggen. Maar wat valt er te zeggen over de meer gewone praatjes — de verhalen die onze kennissen over anderen vertellen? Moeten we elk verlangen naar berichten of verhalen over mensen die we kennen, de kop indrukken?
Niet noodzakelijkerwijs, want wij bezitten een natuurlijke en passende belangstelling voor onze familieleden, vrienden en kennissen. Als een van hen gaat trouwen, een kind heeft gehad, ziek is geweest, goede vorderingen maakt bij het bestuderen van de bijbel, of een interessante vakantie of ervaring heeft beleefd, hebben we alle reden om belangstellend te zijn. Wij hebben liefdevolle belangstelling voor deze personen. Waarom zouden we dan niet graag over hen horen spreken of zelf nieuws over hen vertellen?
De bijbel waarschuwt echter wel voor het gevaar van veel leeg en zinloos gepraat (Spr. 10:19; 15:2). Deelname aan boosaardig gepraat, aan gesprekken die niet zijn gebaseerd op een liefdevolle belangstelling voor de persoon in kwestie, wordt door de Schrift veroordeeld; daar mogen we zelfs niet naar luisteren (Pred. 10:12-14; 3 Joh. 9, 10). Zij die zich aan zulk nadelig gepraat overgeven — zowel degene die praat als degene die luistert — brengen niets goeds tot stand. Andermans fouten aan de grote klok hangen met het doel die persoon in de ogen van anderen naar beneden te halen, sensatie te wekken of onszelf in de hoogte te steken als de bron van geheime informatie, is zonder meer schadelijk. Gods Woord verklaart dat dit soort gepraat scheiding brengt tussen vrienden. Nee, in zulke gevallen brengt de tong stellig geen „genezing”. — Spr. 12:18; 17:9.
Dat hier zelfs voor christenen gevaar schuilt, blijkt duidelijk uit de raad van de apostel Paulus. Bepaalde vrouwen in zijn tijd — de eerste eeuw van de gewone tijdrekening — waren „zonder bezigheid” en liepen ’doelloos bij de huizen rond’; „ja, niet alleen zonder bezigheid”, aldus Paulus, „maar ook als roddelaarsters en zich inlatend met andermans zaken, pratend over dingen waarover zij niet behoren te praten.” — 1 Tim. 5:13.
Maar hoe bepalen we of onze belangstelling voor nieuws over anderen, juist of niet juist is? Een van de manieren om dit te bepalen, is door ons af te vragen: „Heb ik liefdevolle belangstelling voor de persoon over wie wordt gesproken?” En als hetgeen we horen, van negatieve aard is, luisteren we dan met het doel om hulp te bieden? Misschien vertelt iemand ons dat een van onze kennissen een tegenslag heeft gehad. Nemen we ons dan voor die persoon te bezoeken om hem op te bouwen, onze hulp aan te bieden voor het verrichten van karweitjes, of hem wellicht een kaart te sturen waarop we uiting geven aan onze bezorgdheid en belangstelling? Als datgene wat wordt gezegd, echter voor niemand iets goeds tot stand kan brengen, waarom luisteren we dan? Maken we ons dan niet schuldig aan nadelig gepraat, roddel, of zelfs laster? — Spr. 16:28; Rom. 1:28-32.
De apostel Paulus heeft ons het voorbeeld gegeven hoe liefdevolle belangstelling voor anderen aan de dag kan worden gelegd. Zo was hem ter ore gekomen dat christenen in de Korinthische gemeente geneigd waren diverse prominente mannen te gaan volgen. Leende Paulus zijn oor aan dat bericht omdat het „prachtige roddel” was? Nee. Hij had liefdevolle belangstelling voor zijn Korinthische broeders, en hij ondernam positieve stappen om hen te helpen. Hij schreef naar hen en gaf hun raad die hen zou helpen deze fout te corrigeren. — 1 Kor. 1:11-13; 3:4-23.
Het is derhalve goed in deze tijd, waarin geroddel „erin gaat als koek”, aandacht te schenken aan de wijze waarop wij op nadelig gepraat reageren. Passen we er zorgvuldig voor op dat we niet betrokken raken bij roddelpraatjes die geen enkel goed doel dienen? Laten we onze gedachten en daden leiden door een belangstelling voor mensen die werkelijk liefdevolle belangstelling kan worden genoemd?