Een bioloog onderzoekt nu de bijbel
MIJN vrouw en ik hadden een opleiding van iets meer dan zes jaar achter de rug, die bedoeld was om als afgestudeerde biologen in wetenschappelijk onderzoek werkzaam te zijn. Voordat ik mijn kandidaatsexamen aflegde, had ik een uitgebreide evolutionistische opleiding ontvangen. Bovendien werkte ik als assistent-curator op de reptielenafdeling van een taxonomisch museum en ging om met mensen die tot de „knapste koppen” op het gebied van evolutie en taxonomie werden gerekend. Als gevolg van mijn opleiding had ik er geen vertrouwen in dat God bestond. Ik was van mening dat als hij bestond, hij niet veel te betekenen had.
Tijdens het laatste kwartaal voor mijn kandidaats liep ik colleges in Systematiek en Evolutie. Het was een zeer ingewikkelde cursus over evolutiemechanismen, ontbrekende schakels, taxonomische structuur, enzovoort. Onze docent was een geleerde die zijn opleiding aan de Harvard universiteit had ontvangen, met wie ik in het museum nauw samenwerkte. Op de laatste dag van onze cursus maakte hij de verrassende opmerking dat evolutie niet echt gedegen wetenschap was en hij begon uiteen te zetten waarom dat niet het geval was. Wat hij zei, zette mij aan het denken.
Na ons kandidaats zetten mijn vrouw en ik onze studie voort om ons doctoraalexamen te halen. Ik was mijn verbazing over die verklaring van de docent nog niet te boven en ik begon het hele bouwwerk van de wetenschap dus serieus te onderzoeken. Naarmate ik daarmee vorderde, werd ik mij ervan bewust dat de basis voor evolutie vrijwel geheel ontbrak.
In deze zelfde tijd begon ik mij met vragen over het bestaan van God en over zijn persoonlijkheid tot de kerken van de christenheid te wenden. De antwoorden die ik kreeg, waren onbevredigend — het was een mysterie en ik moest mij daar maar geen zorgen over maken. Hoewel ik geïnteresseerd was geraakt in de bijbel, ontdekte ik al spoedig dat de christenheid mij niets te bieden had en ik besloot dus mij erbuiten te houden. Toen begon ik oosterse religies te onderzoeken maar daar vond ik dezelfde leegte.
Wij waren in die tijd werkelijk bij een keerpunt in ons leven aangeland. Mijn vrouw was in verwachting van ons eerste kind. Ik zou tegen de tijd dat de baby moest komen, mijn doctoraalexamen doen, en ik kon nergens werk vinden. Ik was ervan overtuigd dat de totale som van al die tegenstrijdige filosofieën en religies van de mens één dikke vette nul was. Daarom besloot ik de familietraditie te volgen en ik meldde mij als vrijwilliger bij de mariniers aan.
Op een nacht zond ik voor alle zekerheid een „gebed” op. De bewoordingen waren ongeveer als volgt: „Goed dan, u daarboven, als er daar iemand is, als er enige waarheid bestaat of als ik daarnaar zou moeten blijven zoeken, dan wil ik dat weten, anders maak ik mij er nooit meer druk om.”
Ik had nog nooit eerder met een Jehovah’s Getuige gesproken. Trouwens, ik had er nog nooit eentje „in levenden lijve” tegenover mij gehad. De volgende morgen stonden er om 9 uur in de morgen echter twee dames aan mijn deur, die mij het boek De waarheid die tot eeuwig leven lijdt en een gratis huisbijbelstudie aanboden. Ik was stomverbaasd maar accepteerde hun aanbod dat er met een dag of twee iemand zou komen voor studie.
Tussen dat eerste bezoek en de eerste studie „verslond” ik het Waarheid-boek. Toen de man kwam die met ons zou studeren, vuurde ik een aantal vragen op hem af en ik was erg verbaasd dat hij iedere vraag aan de hand van de bijbel kon beantwoorden. Met de derde studie had ik besloten een Jehovah’s Getuige te worden; mijn vrouw had voor die beslissing in totaal vijf studies nodig. Maar hoewel onze beslissing vaststond, hadden wij nog veel te leren. Wij begonnen dus vergaderingen te bezoeken, bleven vragen stellen en lazen alle lectuur van de Getuigen die wij in handen konden krijgen.
Nu werd echter dat andere probleem groter. Ik had mij als vrijwilliger opgegeven voor de mariniers en daar zat ik aan vast. Opnieuw vormde gebed de enige weg, en wij maakten er in ruime mate en met meer eerbiedigheid gebruik van.
Na een paar dagen werd ik opgebeld. De oorlog in Vietnam liep ten einde en het korps mariniers had besloten mij niet te nemen.
Een maand later kwam onze baby. Ik ging als lasser in een nachtploeg werken. Mijn vrouw en ik werden samen gedoopt als symbool van onze opdracht en wij gaan er vreugdevol mee voort Jehovah, de grootste Geleerde van allen, te dienen.