Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g78 22/8 blz. 9-11
  • Een oliepijpleiding voor Peru

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Een oliepijpleiding voor Peru
  • Ontwaakt! 1978
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Op zoek naar nieuwe bronnen
  • De aanleg in het oerwoud
  • Door bergen en woestijn
  • Wat zijn de gevolgen voor Peru’s toekomst?
  • Olie — Hoe komen we eraan?
    Ontwaakt! 2003
  • Het goede nieuws prediken in „de verst verwijderde streek der aarde”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1990
  • De toenemende oliecrisis
    Ontwaakt! 1974
  • Alaska — De veranderende reus doet van zich spreken
    Ontwaakt! 1976
Meer weergeven
Ontwaakt! 1978
g78 22/8 blz. 9-11

Een oliepijpleiding voor Peru

Door Ontwaakt!-correspondent in Peru

KUNT u zich voorstellen hoe het zou wezen om het zonder olie of olieprodukten te moeten stellen? Benzinemotoren, oliegestookte elektriciteitscentrales, de vele kunststoffen die van olie worden vervaardigd, dat alles zou er niet zijn. Onze levensgewoonten zouden we drastisch moeten veranderen, want de economie van de wereld is bijzonder afhankelijk van olie.

Zelfs nu al hebben veel landen die geen eigen olievoorraden bezitten, te kampen met moeilijkheden. De afgelopen jaren zijn geleerden begonnen te waarschuwen voor het gevaar dat de olievoorraden binnen 25 tot 50 jaar wel eens op zouden kunnen raken. De OPEC-landen (de landen aangesloten bij de „Organisatie van Petroleum Exporterende Landen”) verhoogden de prijs van ruwe olie tot meer dan 12 dollar per barrel (159 liter). En onmiddellijk waren de economische gevolgen daarvan in alle olie-importerende landen voelbaar. Vooral de ontwikkelingslanden die olie voor hun industrie moeten invoeren, werden zwaar getroffen.

Ook Peru behoorde tot de landen waarvoor de stijging van de olieprijs gevoelig aankwam. Hoewel deze republiek aan de westkust van Zuid-Amerika vele jaren in eigen oliebehoeften had kunnen voorzien en zelfs olie had uitgevoerd, moesten er tegen januari 1977 al dagelijks 50.000 barrels olie worden ingevoerd om aan de binnenlandse vraag te voldoen. En volgens de deskundigen zou de groeiende economie van Peru tegen 1980 dagelijks 180.000 barrels per dag nodig hebben.

Aangezien de dagproduktie van de noordelijke olievelden van Peru echter lager ligt dan 65.000 barrels, bood dit een ernstig probleem voor de ontwikkeling van het land. Waardevolle buitenlandse valuta moesten worden besteed aan de betaling van geïmporteerde olie. Wat kon er worden gedaan om de economische groei van Peru veilig te stellen en het land terzelfder tijd van voldoende olie te blijven voorzien?

Op zoek naar nieuwe bronnen

Peru ging op zoek naar nieuwe velden. Het was bekend dat er in het oerwoudgebied van de Amazone grote olievelden lagen. Die voorraden had men tot dan toe genegeerd omdat ze zo onbereikbaar waren. Maar de veranderde omstandigheden in de jaren ’70 maakten ze voor de economie van het land van vitaal belang.

Die oliereserves lagen in het hart van een tropisch regenwoud, een van de moeilijkst bereikbare gebieden ter aarde. En wat de zaak nog verder bemoeilijkte, was het feit dat het grootste deel van de bevolking van Peru aan de westkust woont, aan de andere kant van het Andesgebergte. Zou er een pijpleiding kunnen worden aangelegd door een oerwoud- en berggebied heen, naar de westkust van Peru?

De uitvoerbaarheid hiervan werd in samenwerking met een maatschappij in San Francisco onderzocht. Meer dan een jaar lang werden er voor een bedrag van 6.000.000 dollar onderzoekingen verricht en plannen gemaakt voor de route van deze pijpleiding over de Andes. Begin 1975 begon men met de aanleg ervan. Natuurlijk vereist de uitvoering van zo’n omvangrijk project de samenwerking en inbreng van een grote verscheidenheid van bedrijven. Er werden zo’n 7000 werkers voor ingeschakeld, van wie 5000 uit Peru zelf.

En nu kwam de werkelijke uitdaging: de pijpleiding zo spoedig mogelijk klaar te krijgen. De regering van Peru verklaarde het project tot een landsbelang van de eerste orde. Maar er moesten enorme moeilijkheden worden overwonnen.

Neem enkel maar de omvang van de onderneming. Uit inlichtingen, ingewonnen bij de PetroPeru, de nationale oliemaatschappij die verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van alle Peruviaanse olievelden, blijkt dat de Noordperuviaanse pijpleiding (Oleoducto Nor Peruano) na de pijpleiding door Alaska de langste pijpleiding ter wereld is. De lengte van de leiding bedraagt 852 kilometer, waarvan het eerste deel — 304 kilometer door het oerwoud — een diameter heeft van 61 centimeter, en de rest een diameter van 91 centimeter. Drie aftakkingen van verschillende lengte brengen olie van uiteenliggende velden naar de hoofdleiding. De kosten bedroegen meer dan 700.000.000 dollar.

Wat de moeilijkheden nog vergrootte, was het wisselende terrein waar de pijpleiding doorheen moest. Peru kan verdeeld worden in vier grote gebieden — de selva of laaggelegen Amazonejungle, de montaña of bergjungle, het hoge Andesgebergte en een droge woestijnachtige kustvlakte. Elk gebied verschilt sterk van de andere wat terrein, hoogte en klimaat betreft.

De aanleg in het oerwoud

De grootste moeilijkheden ondervond men in de dichte begroeiing van de tropische jungle in het stroomgebied van de Amazone. Vanuit de lucht gezien lijkt dit gebied op een aaneengesloten groen tapijt. Maar onder de ineengestrengelde begroeiing bevinden zich wat de Peruvianen aguajales noemen — moerassen zonder vaste bodem. De werkers aan de pijpleiding moesten zich door meer dan 300 kilometer dichte oerwoudbegroeiing een weg banen, waarbij ze op vele bomen van grote hoogte stuitten.

En terwijl de arbeiders voortzwoegden in dit hete, vochtige gebied, waar elk jaar 250 centimeter regen valt, bleven de ingenieurs en technici met nieuwe constructiemethoden werken aan de oplossing van onvoorziene moeilijkheden.

Het werk begon bij het oostelijke eindpunt van de pijpleiding, San José de Saramuro. Die plaats diende als opslagcentrum voor het materiaal dat per boot van de Atlantische Oceaan werd aangevoerd. Dat transport vond plaats over de Amazone, naar de rivierhaven Iquitos, een afstand van zo’n 4500 kilometer. Vandaar zorgden 28 sleepboten met 58 vrachtschuiten voor het vervoer van meer dan 100.000 ton materiaal en uitrusting naar de arbeiders die bezig waren aan de pijpleiding. Vier helikopters en twee amfibievliegtuigen waren constant in de weer met de levering van noodvoorraden en reserve-onderdelen.

Een groot deel van de eerste 304 kilometer pijpleiding werd in twee delen onder water gelegd, daarbij de loop volgend van de rivier de Marañon, een belangrijke zijarm van de Amazone. Hierbij ontstonden grote problemen. Het bleek nodig speciale geulen voor de leiding uit te baggeren. Daarna werden de aaneengelaste pijpdelen in de juiste positie gemanoeuvreerd en tot zinken gebracht.

Arbeiders, gehuisvest in speciale boten, moesten tot aan hun nek door de modder waden, in moerassen waar giftige slangen en insekten huisden. Hoewel er altijd deskundige hulp bij de hand was, werd er een hoge prijs aan gezondheid en levens betaald. Vele werkers liepen een tropische ziekte op en moesten worden geëvacueerd. Anderen kwamen bij ongevallen om het leven. De voltooiing van deze twee pijpleidinggedeelten vereiste meer dan een jaar.

Door bergen en woestijn

Ondertussen had een Argentijnse maatschappij zijn arbeiders aan de taak gezet de pijpleiding over het ruige Andesgebergte te voeren. Gelukkig kon de leiding via de Porculla-pas lopen, de laagste pas in de Peruviaanse Andes (met een hoogte van 2145 meter). Toch waren ook hier enorme obstakels te overwinnen. Ten eerste moest er een goede weg worden aangelegd. Daarna sleepten zware trucks delen van de 91-cm-pijp naar hun plaats van bestemming. Het manoeuvreren van deze gevaarten op de steile bergwegen, waar de geringste misrekening een val van de hele combinatie kon betekenen in honderden meters diepe ravijnen, vereiste van de truckchauffeurs grote bekwaamheid en stalen zenuwen. Bovendien hadden deze werkers, in plaats van met de hitte van een tropische jungle, te kampen met de ijzige kou van het hooggebergte.

Eenmaal over de bergen, moest de pijpleiding door de zandwoestijn van Sechura naar de zeehaven van Bayóvar. De woestijn van Sechura is een van de droogste woestijnen ter wereld met geheel eigen bijzondere gevaren. Voertuigen met grote ballonbanden reden de pijpdelen naar hun plaats om aan elkaar gelast te worden. Er moesten speciale houten vormen in de pijpgeul worden aangebracht om inkalving van het droge woestijnzand te voorkomen. Het verschuivende zand en de meedogenloze hitte eisten zowel onder de arbeiders als onder de machines hun tol.

Er werd een speciaal microgolf-systeem aangelegd om de pijpleiding te bewaken. Deze moderne apparatuur, die 90.000.000 dollar heeft gekost, regelt de oliestroom, bespeurt onmiddellijk elke lekkage en sluit dan meteen de olietoevoer af om verspilling of een milieuramp te voorkomen.

Bayóvar, nu nog een klein, slapend vissersdorpje, zal door de pijpleiding vermoedelijk een moderne stad worden met naar verwachting een bevolking van 100.000 inwoners. Er zijn grote opslagtanks gebouwd om de dagelijkse aankomst van 116.000 barrels olie te kunnen opvangen. Er werden speciale havenvoorzieningen getroffen voor de grote tankschepen, die de olie naar de raffinaderijen vervoeren. De regering van Peru wil van Bayóvar het industriële centrum van Noord-Peru maken. De bedoeling is dat het uiteindelijk een raffinaderij krijgt, een petrochemische industrie, fosfaatmijnen, een kunstmestfabriek en een metaalindustrie.

Wat zijn de gevolgen voor Peru’s toekomst?

De eerste olie uit de jungle kwam op 24 mei 1977 in Bayóvar aan. De 10 pompstations hadden de pijpleiding met meer dan 3.000.000 barrels olie gevuld. De Peruvianen waren opgetogen. De prestatie zette velen aan het denken over wat de gevolgen van deze pijpleiding voor de toekomst van Peru zouden zijn.

Natuurlijk zullen er vele voordelen uit voortvloeien. Enkele daarvan zijn trouwens al zichtbaar. Hoge berg- en junglegebieden zijn door nieuwe wegen ontsloten, zodat de mensen daar nu een betere verbinding hebben met de grote bevolkingscentra langs de westkust. En ongetwijfeld zal de economie er wel bij varen, nu Peru weer geheel in eigen oliebehoeften kan voorzien.

Maar ondanks de reusachtige reserves die men heeft aangeboord, verwacht men toch maar tot 1995 voldoende te hebben. En voordat de werkelijke voordelen van deze olievoorraden merkbaar zijn, moeten eerst de reusachtige leningen zijn terugbetaald die men voor dit project is aangegaan. Bovendien zal het uiteindelijke effect van deze Noordperuviaanse pijpleiding sterk afhangen van de wijze waarop met de olie ervan zal worden omgesprongen. Slechts de tijd zal het ons leren.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen