Het oversteken van de Nullarbor
Door Ontwaakt!-correspondent in Australië
HET doorknippen van een lint op 29 september 1976 markeerde het ’aaneenknopen’ van twee helften van het droogste en welhaast ook dunst bevolkte continent ter wereld — Australië. In een land dat voor 43 percent uit woestijn en voor 20 percent uit halfwoestijn bestaat, werd het gereedkomen van de Eyre-Autoweg — de enige rechtstreekse verbinding tussen de oostelijke en westelijke staten van dit uitgestrekte continent — door zowel toeristen als inwoners met blijdschap begroet.
Het gereedkomen van een weg mag dan niet zo erg opwindend lijken, maar voor diegenen die voordien langs deze route hebben gereisd, betekende de voltooiing van de autoweg het einde van een nachtmerrie. Vijftien jaar geleden bijvoorbeeld was nog meer dan 1100 kilometer „weg” onverhard. Dat is verder dan van Parijs naar Berlijn of van Brussel naar Rome!
Dit niet geasfalteerde gedeelte liep door de unieke Nullarbor, de grootste kalksteenvlakte ter wereld. De naam is afkomstig van het Latijnse Nullus arbor, wat „Geen boom” betekent en geeft een goede beschrijving van het kilometer na kilometer overwegend vlakke, boomloze en waterloze landschap. Over enorme afstanden zijn verspreide plekken met lage struikachtige zoutsteppevegetatie het enige wat er te zien is. Per jaar valt in deze streek slechts 20 centimeter regen. En mensen zijn er even schaars als bomen, gezien de verhouding van ongeveer één persoon op de 111 vierkante kilometer!
Stelt u zich eens voor die vele honderden kilometers te moeten reizen over een weg die bij een zware regenbui kon veranderen in een modderpoel, waarop auto’s van de ene kant naar de andere kant zwierden en waren gedwongen met een slakkegangetje te rijden. Aan de andere kant kon in de zomer de verzengende hitte van tegen de 40 graden Celsius bijna verstikkend zijn, vooral omdat de raampjes van de auto gesloten moesten blijven om het fijne stof van de Nullarbor buiten te houden.
Dat stof vormde ook nog op een andere manier een probleem. Het vulde de vele gaten in de weg zodat die er bedrieglijk effen uitzag. In zo’n gat terechtkomen, betekende maar al te vaak het verlies van een wiel of het leverde gebroken veren, een gebroken as of een beschadigde of vernielde caravan op. Als iets dergelijks gebeurde op honderden kilometers afstand van een stad, kon het vele uren duren voordat er een andere automobilist langs kwam die hulp kon bieden of een boodschap kon overbrengen. En zelfs dan gingen er misschien nog dagen overheen voordat de benodigde onderdelen of hulp arriveerden — een kostbare geschiedenis, zowel wat tijd als wat geld betreft. En als iemand zijn auto wat langere tijd onbeheerd liet staan, bestond de kans dat hij bij terugkomst ontdekte dat alles wat los en vast zat, eraf was gesloopt.
Het fijne stof kon ook het zicht belemmeren, en mensen hebben het leven verloren ten gevolge van botsingen die plaatsvonden in de door auto’s opgeworpen stofwolken. Om al deze redenen bracht het vooruitzicht de Nullarbor te moeten oversteken zelfs ervaren reizigers in angstige spanning. Nog in 1974 nota bene, verkeerde ongeveer 400 kilometer van de weg in deze slechte staat! En hij vormde de enige route om met de auto van oostelijk naar westelijk Australië te komen!
Het rauwe verleden
De eerste tocht helemaal van oost naar west door de Nullarbor heen, staat op naam van de ontdekkingsreiziger John Eyre, die deze tocht in 1841 volbracht. In 1877 kwam een telegraafverbinding tot stand die het hele continent overspande. Gedreven door de begeerte naar goud, dat in West-Australië was ontdekt, zijn mannen in de daaropvolgende jaren, de telegraafpalen volgend, op paarden, kamelen en zelfs op een fiets de Nullarbor doorgetrokken.
Toen werd in 1912 een begin gemaakt met de aanleg van een spoorlijn dwars door die onmetelijke vlakte, ten noorden van de huidige autoweg. Drieduizend vijfhonderd man hebben vijf jaar gewerkt om de 1600 kilometer rails te leggen. Velen zijn gestorven en anderen zijn krankzinnig geworden ten gevolge van de barre omstandigheden in de woestijn. Tekenend voor de aard van het terrein is het feit dat een stuk van 480 kilometer van de spoorlijn geen enkele bocht bevat en praktisch niet stijgt of daalt.
Tientallen jaren lang was de weg van de ene naar de andere kant van het continent weinig meer dan een route waarlangs men vee voortdreef. In het oorlogsjaar 1941 kwam onder de dreiging van een invasie de Eyre-Autoweg tot stand, maar een groot deel ervan bleef niet geasfalteerd. In datzelfde jaar heeft een groep van 54 Jehovah’s Getuigen langs die weg voortgeploeterd, helemaal van Perth naar Sydney geploeterd, helemaal van Perth naar Sydney met het doel een christelijk congres bij te wonen — daarbij twee keer een afstand van ongeveer 4500 kilometer afleggend! Omdat er ten gevolge van de oorlogstoestand gebrek aan benzine heerste, reisden die Getuigen moeizaam voort met zware, rokende gasgeneratoren op hun auto’s en trucks geïnstalleerd, die gestookt met houtskool hun de brandstof leverden. Natuurlijk kon iedereen die over enorme vastberadenheid beschikte, de Nullarbor oversteken, maar een pretje was het niet!
Mannen, vrouwen en kinderen maakten deel uit van dat konvooi van Getuigen dat met een congres als bestemming in 1941 Australië overstak. Het Jaarboek van Jehovah’s Getuigen van 1943 zegt over hun zware tocht:
„Een complete week moesten de reizigers de ontberingen van de Nullarbor-woestijn verduren. Haren en kleren kwamen vol te zitten met stof, en wassen maakte daar met het kleine beetje water dat men had, alleen maar modder van. De auto’s moesten iedere 80 kilometer stoppen en weer brandstof innemen. Enkele langzamere auto’s reden 24 uur per etmaal, waarbij de chauffeurs elkaar aflosten, en aten en sliepen terwijl het konvooi zich voortbewoog.
Net bij het begin van het traject door de woestijn, en in het holst van de nacht, stortten soldaten, politieagenten en ambtenaren van de Brandstofcommissie zich op het in rust verkerende konvooi, en namen toen de noodvoorraad benzine tot de laatste druppel mee. De onbenulligheid en stupiditeit van deze actie treden duidelijk aan het licht als men zich realiseert dat deze overheidspersonen 190 liter moeten hebben verspild met hun rit van Perth uit. De hoeveelheid waar zij beslag op legden, was een povere 22 liter! Niet uit het veld geslagen, zette het kleine groepje verkondigers hun schouders onder de taak die hun was opgelegd en iedere morgen duwden zij de eerste auto over een afstand van drie tot vijf kilometer voort totdat de motor startte op houtskoolgas en keerden dan terug om erbij te helpen met deze auto de andere te trekken totdat ook die konden starten. . . .
Jehovah’s waakzame zorg en bescherming bleken duidelijk uit een regenbui die verscheidene dagen de reizigers door de woestijn voorging, en uit dwarswinden die normaal in dat jaargetijde niet voorkomen en die nu reizigers en voertuigen vrijwaarden tegen een alles verstikkende laag stof. Tot grote verbazing van ’de wereld’ waren de ’West-Aussies’ op tijd op hun oostelijke bestemming om de opening van het congres bij te wonen!”
Tegenwoordig de Nullarbor oversteken
Over de prachtige, brede, geasfalteerde autoweg van tegenwoordig is de 1672 kilometer door de Nullarbor heel wat gemakkelijker af te leggen. Maar het is nog steeds een lange, vermoeiende en eenzame rit, en langs 1200 kilometer daarvan zijn maar een paar plekken waar men kan stoppen om zijn voorraden aan te vullen, en ook slechts een paar watertanks (die in de zomer leeg kunnen raken). Er is geen enkele nederzetting. Van tijd tot tijd komt men een zijweg tegen die naar een van de enorme schapenfokkerijen (’station’) voert. Een hiervan beslaat 324.000 hectare en wordt omringt door 483 kilometer afrastering tegen dingo’s (Australische wilde honden). Op deze oppervlakte werden in 1976 echter slechts 3000 schapen gehouden. De gebruikelijke verhouding is hier ongeveer één schaap op elke 14 hectare. Aan de andere kant lijken de konijnen en vliegen niet te tellen.
Met het oog op die enorme uitgestrektheden waar geen mens woont, wordt reizigers altijd aangeraden extra brandstof mee te nemen, en een extra voorraad water en voedsel in blik. Behalve dat de auto in prima staat moet verkeren voor de reis, dienen chauffeurs ook reserve-onderdelen en gereedschap bij zich te hebben om ieder mogelijk mankement van niet al te ernstige aard zelf te kunnen verhelpen.
Wat te doen wanneer er onderweg hulp nodig is? Wel, er staan om de paar kilometer ’praatpalen’. De telefoons daarvan zijn verbonden met in hoge torens geplaatste microgolfzenders. Ze werken op elektriciteit die door kleine windmolens wordt opgewerkt — een nieuwe vinding die geen verontreiniging veroorzaakt en een minimum aan onderhoud vergt. Dringende medische hulp kan verschaft worden door de „Vliegende doktersdienst”, die gebruik maakt van kleine vliegtuigjes die op de autoweg kunnen landen.
Aan het begin van de reis over de Nullarbor komen we door het Yalata-reservaat voor aborigines, de oorspronkelijke inwoners van Australië, en het is niet ongewoon een groep van die donkergekleurde mensen te ontdekken. Een paar uur later bereikt de weg de kustlijn die we dan verder blijven volgen. Wat een ontzagwekkend tafereel ontrolt zich dan aan ons oog! Het diepblauwe water van de Grote Australische Bocht schijnt zich regelrecht in de verweerde klippen te willen boren die hier tot een imponerende hoogte van 90 meter oprijzen. Wat wij bekijken is de langste zee-klippenkust ter wereld.
Onderweg waarschuwen borden ons voor gevaren. Er zwerven wat wilde kamelen rond, afstammelingen van de dieren die men in de negentiende eeuw hierheen heeft gebracht toen men dit gebied begon te onderzoeken. Ook later heeft men ze nog wel als lastdieren gebruikt. Maar ze hoeven niet altijd gevaarlijk te zijn. Soms zijn ze alleen maar nieuwsgierig. Als u stopt om iets te eten, kan het zijn dat er één zijn kwijlende bek en hele kop door uw autoraampje steekt en zichzelf uitnodigt aan uw dis!
En natuurlijk zijn er kangoeroes, die plotseling te voorschijn kunnen schieten uit de bosjes dicht bij de autoweg en op die manier ernstige botsingen kunnen veroorzaken. Soms hoppen ze echter ook langs de weg met grote sprongen naast de auto voort, of ze zitten ’s nachts midden op de weg, schijnbaar gehypnotiseerd door het licht van de koplampen. Voorzichtigheid is dus geboden!
Maar het grootste gevaar — die oude, oneffen, stoffige weg — is verdwenen. Hoewel ongelukken zich nog kunnen voordoen als gevolg van te grote snelheid of onoplettendheid, maakt de brede, en nu van een goed wegdek voorziende Eyre-Autoweg het oversteken van de Nullarbor tot een veilige en plezierige onderneming.
[Kaart/Illustratie op blz. 24]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
Perth
Coolgardie
Norseman
NULLARBOR PLAIN
Adelaide
Brisbane
Sydney
Melbourne