Zou u Japans kunnen leren?
Door Ontwaakt!-correspondent in Japan
„ONMOGELIJK”, zegt u? Dat hoeft niet zo te zijn. Als u erover nadenkt, kent u waarschijnlijk al enkele woorden Japans, zoals kimono en sake (rijstwijn)!
Sommigen beweren dat iemand in een oogwenk Japans kan leren door eenvoudig even een „Hoe leer ik . . .?”-boekje door te nemen. Hoewel het nu ook weer niet zo gemakkelijk gaat, kan men zich toch al snel voldoende Japans eigen maken om een genoeglijke tijd te hebben wanneer men Japan als toerist bezoekt.
Waar komt het Japans vandaan?
Nog ingewikkelder dan de Japanse taal zelf zijn de verschillende meningen over haar herkomst. Onlangs werd ontdekt dat het Leptcha, een taal die gesproken wordt in een vallei van het Himalaja-gebergte, nauw verwant is aan het Japans. Anderen beweren dat het Japans grotere verwantschap met het Koreaans vertoont dan met enige andere taal.
Welke verwantschap bestaat er tussen het Japans en het Chinees? Wegens het gebruik van het Chinese ideografische schrift, dat wij „Kandji” noemen, wordt er vaak gedacht dat het Japans nauw verwant is aan het Chinees. Maar er zijn aanzienlijke verschillen. Chinees is een „monosyllabische” taal, dat wil zeggen, een taal met woorden van slechts één lettergreep. Japans is echter „polysyllabisch” en bezit talloze woorden van twee of meer lettergrepen. In het Chinees wordt de betekenis van een woord overgebracht door de toonhoogte en de volgorde van de woorden, terwijl in het Japans de betekenis wordt overgebracht door de woorden zelf en door de uitgangen.
Bijna 2500 jaar geleden had de Japanse taal in principe dezelfde grammatica als heden ten dage gebruikt wordt. Maar aan het einde van de negende en tiende eeuw begonnen er veranderingen plaats te vinden. Dit maakte het noodzakelijk één verzameling woorden te kennen om te kunnen lezen en een andere verzameling om te kunnen spreken. Het resultaat was dat men, tot het einde van de Tweede Wereldoorlog, 3000 tot 5000 Chinese karakters plus nog twee lettergreep-reeksen van elk 50 karakters moest kennen om enig materiaal van betekenis te kunnen lezen.
Sinds 1945 is het eigenlijke Kandji echter iets vereenvoudigd en teruggebracht tot even minder dan 2000 lettertekens. De taal heeft ook veel Engelse woorden overgenomen. Tegenwoordig worden aan schoolkinderen, naast deze Kandji-tekens, twee groepen gewone (Latijnse) letters geleerd. Scholieren hebben heel wat uren aan schrijfoefeningen en aan uit het hoofd leren moeten besteden, voordat zij aan het einde van de lagere school 881 Kandji-tekens, en dan later aan het einde van de middelbare school 1850 Kandji-tekens, hebben geleerd. Om echter leerboeken van de universiteit te kunnen lezen, is een kennis van ongeveer 3000 Kandji-tekens vereist.
Laten wij eens iets in het Japans zeggen
Misschien wilt u graag testen of u Japans zou kunnen spreken. De uitspraak is gemakkelijk genoeg, daar er in principe maar 50 verschillende klanken mogelijk zijn. De grammatica vormt het grootste probleem. Maar wij zullen ons voorlopig tot eenvoudiger zaken beperken.
Om te beginnen zijn er vijf klinkers, die bij benadering als volgt worden uitgesproken: A als in kar; I als in biet; E als in nest; O als in hok, of wanneer het een lange klinker is, als in groot; OE als in boet, wanneer de OE een korte klinker is, en (ongeveer) als in boer, als de OE een lange klinker is. Het is erg belangrijk om de korte en de lange klinkers te leren. Een nogal veel door zendelingen gemaakte vergissing is so sji ki (organisatie) te verwarren met sō sji ki (begrafenis). Er zijn al heel wat toehoorders geschokt doordat zij hoorden spreken over Gods grote hemelse begrafenis, in plaats van Gods grote hemelse organisatie. Iets anders waar men zich gemakkelijk in vergist, is een jong meisje sjō-djō (orang-oetang) te noemen in plaats van sjō-djo (jong meisje). Het is heel duidelijk dat zowel degene die Japans leert als de luisteraar veel baat hebben bij enig gevoel voor humor.
Dikwijls wordt dezelfde klinker, of fonetische klank, opeenvolgend gebruikt, zoals in a ta ma (hoofd), ko ko ro (hart), of to ko ro (plaats). Soms gaat in de uitspraak van bepaalde woorden een fonetische klank door samentrekking verloren. Wanneer men bijvoorbeeld kō foe koe (gelukkig) uitspreekt, laat men de middelste oe vallen en de f en de k in elkaar overgaan. Dit resulteert in de uitspraak kō f’koe. Oefen het door het verscheidene malen te zeggen en u zult zien hoe gemakkelijk het Japans over uw tong rolt! Nog een fundamenteel woord is het voornaamwoord „ik”, dat in het Japans wa ta koe sji is. Het wordt correct uitgesproken als wa ta k’sji, waarbij een oe verloren gaat en de k bij de klank sji wordt getrokken. In de laatste jaren is „ik” nog verder verkort en wa ta sji geworden.
Medeklinkers kunnen ook verraderlijk zijn. Bijvoorbeeld, de enkelvoudige medeklinker „k” in het woord kō ka levert ons het woord „schoollied” op, terwijl de dubbele medeklinker in het woord kok ka het tot „volkslied” maakt.
Bestaan er regels om te weten welke lettergreep de klemtoon moet krijgen? Hierover verschillen de deskundigen van mening, maar sommigen houden het erop dat het beter is geen enkele lettergreep de klemtoon te geven dan de verkeerde. De stad Noemazoe, bijvoorbeeld, wordt uitgesproken als noe ma zoe, met gelijke klemtoon op iedere lettergreep.
Voornamelijk sinds de zeventiende eeuw heeft het Japans veel woorden aan Europese talen ontleend. Het Portugese woord „pao” (brood) is in het Japans bijvoorbeeld pan geworden. Het Nederlandse woord „blik” werd boe ri ki. Het Engelse „butter” (boter) veranderde in ba ta.
Andere interessante zaken
Men moet zich realiseren dat de Japanse woordvolgorde verschilt van die van de meeste andere talen. Bij een bezoek aan Japan zou u in het Nederlands kunnen zeggen: „Ik zou graag de Foedji willen bezoeken.” In het Japans zou u zeggen: „Watak’sji wa Foedji San o hōmon sjitai desoe.” De letterlijke woordvolgorde is: „Ik Foedji berg bezoeken wil.” In het Japans komt het werkwoord altijd aan het einde van de zin. Zoals hierboven werd opgemerkt, zijn de uitgangen van een werkwoord zeer belangrijk. Om te weten of iets in de tegenwoordige of verleden tijd is gesteld, en ook bijvoorbeeld of het een bevestigend of een ontkennend antwoord is op een voorafgaande vraag of bewering, moet men naar de allerlaatste lettergreep van een zin luisteren.
Een ongewoon kenmerk van de Japanse taal is haar systeem van beleefdheidswoorden of keigo. Bij alle conversaties moeten drie punten in acht worden genomen: wie er spreekt, tot wie er gesproken wordt en over wie er gesproken wordt. Bovendien moet de spreker de respectieve posities, leeftijden, bezittingen, families, vrienden en maatschappelijke groeperingen in aanmerking nemen waar de conversatie over gaat. Deze factoren hebben invloed op — om maar enkele dingen te noemen — de woordkeus, achtervoegsels, voorvoegsels en werkwoordsuitgangen. Voor de voornaamwoorden „u” of „jij” zijn bijvoorbeeld vele verschillende Japanse woorden, al naar gelang de status van de toegesproken persoon. De beleefde manier is meestal om in plaats daarvan de naam van de persoon te gebruiken, of het „u” helemaal weg te laten. Iemand die zich in Japan vestigt, kan er niet onderuit zich de verschillende aanspreekvormen eigen te maken. De tijdelijke bezoeker zullen blunders op dit gebied echter vergeven worden. De Japanners zijn in het algemeen al verrukt wanneer zij mensen moeite horen doen om hun moeilijke taal te spreken.
Laten wij Kandji gaan lezen
Zelfs al weet u niet de juiste uitspraak van een Kandji-teken, dan kunt u dikwijls wel de betekenis te weten komen. Wees niet bang voor wat op het eerste gezicht een bladzijde vol „hanepoten” lijkt. Hoewel de meningen erover verschillen, bestaat er toch een tamelijk gemakkelijke manier om Kandji te leren lezen. Dit schrijfsysteem heeft in principe 300 „bouwstenen”. En alle duizenden Kandji-tekens worden door combinaties hiervan gevormd. Zullen wij er een paar proberen?
Het teken voor ka wa (rivier) is afkomstig van een stromende rivier [Tekening rivier] en ziet er als volgt uit [Tekening rivier]. Als u nu die rivier samenperst [Tekening rivier], wat krijgt u dan anders dan het letterteken voor water [Japanse karakters], mi zoe?
Een reiziger in Japan zal het nuttig vinden om de lettertekens voor „ingang” en „uitgang” te weten die in stations en andere openbare plaatsen te vinden zijn. Neem eerst een mond [Tekening mond], verander die in [Japanse karakters] en spreek dit dan uit als koe tji. Teken nu een kleine rivier die uitmondt in een grote rivier [Tekening rivier], stileer dit een beetje [Japanse karakters] en u hebt hai roe of iroe, wat „binnengaan” betekent. Zet de twee naast elkaar [Japanse karakters], maak de uitspraak vloeiend en u hebt het woord voor ingang, i ri goe tji, of, letterlijk, ’binnengaan mond’. Om het station te verlaten, moet u een ander letterteken kennen. Denk dus aan een bloem die uit de grond naar boven komt [Tekening bloem]. Vervorm die een beetje [Japanse karakters] en u hebt het letterteken voor de roe (verlaten). Zet [Japanse karakters] naast [Japanse karakters] en u hebt [Japanse karakters], hetgeen ’uitkomen mond’, of uitgang, betekent en uitgesproken wordt als de goetji. Dat was lang niet zo moeilijk als u verwachtte, is het niet?
Veel lettertekens vertellen een verhaal, zoals de man [Tekening man] [Japanse karakters] die bij een boom [Tekening boom] staat, welke in [Japanse karakters] verandert. De twee te zamen [Japanse karakters] vormen het Kandji voor vakantie, uitgesproken als ja soe mi. Wat valt er te zeggen over een man die op een schop leunt [Tekening man], naast zijn paard [Tekening paard]? Zet ze bij elkaar en u hebt e ki, of station [Japanse karakters], zoals in „Tokio Eki”, waar u de „bullet train” kunt nemen.
Zo zijn er nog veel en veel meer tekens te leren, en ondanks alle inspanning is het toch een bijzonder fascinerende en onderhoudende studie. In de loop der jaren is het Kandji-schrift steeds meer vereenvoudigd. Daar de oudere en de jongere generatie het Kandji op een verschillende manier schrijven, moet een brief van grootmoeder of grootvader vaak gelezen en „vertaald” worden door iemand uit de buurt die van dezelfde leeftijdsgroep is als de briefschrijver.
Enkele redenen om Japans te leren
Er zijn veel redenen die iemand ertoe kunnen aanzetten Japans te leren. Voor bepaalde mensen is het misschien gewoon een hobby die hen helpt hun kijk op mensen uit een andere beschaving of omgeving te vergroten. Anderen zullen Japans willen leren om zakelijke redenen. Toeristen zullen des te meer genieten van hun bezoek aan Japan wanneer zij enige basiskennis van het Japans hebben. Maar om echte bruikbare kennis van het Japans te verwerven, zou men enige jaren in dit land moeten vertoeven.
De bijna 80 zendelingen van Jehovah’s Getuigen die nu in Japan wonen, hebben een zeer belangrijke reden om hun kennis van het Japans te vervolmaken — namelijk om de bijbelse waarheden met mensen uit het land zelf te kunnen delen. De eerste zendelingen gingen op pad met een woordenboek in de ene en een bijbel in de andere hand. Hoewel het niet gemakkelijk was, loonde het de moeite.
Als u Japans wenst te leren, kunt u dat. Ons advies is: „Ganbatte koedasai!” ofwel, „Volhouden!”