Nieuw licht op lepra
Door Ontwaakt!-correspondent op Trinidad
„ONREIN! ONREIN!” In de loop van duizenden jaren heeft deze droevige roep in vele landen en uit vele kelen geklonken. Het was de roep van de hopeloze, de aangetaste, de uitgestotene. Het was de roep van de lepralijder. Deze akelige waarschuwing bracht gewoonlijk onmiddellijk een reactie teweeg, niet van mededogen en medelijden, maar in de meeste gevallen van afkeer, gekoppeld aan een verlangen om te vluchten, zo ver mogelijk bij de zieke vandaan.
Er is in Engeland een tijd geweest dat een lepralijder officieel dood werd verklaard en al zijn bezittingen in beslag werden genomen. In andere landen kon het gebeuren dat zijn huis werd afgebrand en hijzelf uit de gemeenschap verdreven werd. En zelfs thans geven de meeste mensen tegenover een lepralijder nog blijk van een houding van mystieke vrees en onwetendheid. In een bepaald land in het Verre Oosten moesten artsen constateren dat 90 percent van degenen die met succes zijn behandeld, er de voorkeur aan geven in de leprakolonie te blijven vanwege de vooroordelen en weerstanden waar ze in de wereld buiten op stuiten. Ze worden nog steeds niet opgenomen in de maatschappij.
Er ontstaat thans echter een steeds wijdere kring van goed geïnformeerde personen, hoofdzakelijk werkers op medisch en sociaal terrein, alsook patiënten, die de aandoening thans niet afschuwelijker achten dan enige andere ziekte, en zeker niet als een kwaal die iemand zou beletten een nuttig en voldoeningschenkend leven te leiden. Zij die de bijbel als hun autoriteit en gids in het leven beschouwen, hebben oprecht medegevoel met de lijders aan deze ziekte. Zij weten dat de ziekte geen rechtstreekse vloek van God is, maar een van de vele tekenen vormt van menselijke onvolmaaktheid, voortvloeiend uit de ongehoorzaamheid van de eerste mens, Adam. — Joh. 9:1-3; Rom. 5:12.
Gevolgen en omvang van de ziekte
Lepra, ook wel de ziekte van Hansen genoemd, is over de gehele aarde verbreid. Men treft haar aan in alle landen van Noord- en Zuid-Amerika — met uitzondering van Chili — in Afrika en Zuid- en Oost-Europa. In totaal zijn er over de gehele aarde zo’n 13.000.000 lijders. Om de ziekte onder controle te krijgen zijn er veel meer doktoren en faciliteiten nodig dan er momenteel zijn, ook al beschikt men nu over geneesmiddelen en behandelingsmethoden die een veel betere bestrijding mogelijk maken.
Wat zijn de eerste medische aanwijzingen van de aanwezigheid van lepra? Verkleuringen of lichte plekken behoren tot de verschijnselen die om medische aandacht vragen. Zulke plekken behoeven niet aan lepra te wijten te zijn, maar een medisch onderzoek is toch geboden. Hetzelfde geldt in verband met plekken op de huid die ongevoelig zijn voor aanraking of pijn, of plekken met abnormale haaruitval. Ook knobbeltjes onder de huid zijn vaak de vroege voortekenen van lepra en verdienen een nader onderzoek. Blijkt dat men de ziekte niet heeft, dan zal dat een welkome verlichting van spanningen en angst geven. En bestaat er reden om te geloven, dat men de ziekte wel heeft, dan zal een vroege behandeling de kans op genezing vergroten, zonder of met weinig schade voor het lichamelijke uiterlijk.
Vooruitgang in kennis en behandeling
Over de ziekte van Hansen heeft men veel ontdekt. Een van de opmerkelijkste ontdekkingen is dat de besmettelijkheid ervan heel gering is. Pogingen om vrijwilligers ermee te besmetten zijn herhaaldelijk op niets uitgelopen, en in maar heel zeldzame gevallen raken medische werkers die lepragevallen behandelen, zelf met de ziekte besmet. Van honderd personen die 5 jaar in nauw contact hadden gestaan met iemand die leed aan open lepra, raakten slechts drie geïnfecteerd. Ook de gezonde huwelijkspartner neemt de ziekte maar zelden van een aan lepra lijdende echtgenoot of echtgenote over. Lepra-deskundigen wijzen er echter wel op dat baby’s en jonge kinderen een veel grotere bevattelijkheid voor de ziekte vertonen dan volwassenen. Om die reden worden pasgeboren kinderen wel van de ouders weggenomen als een van hen aan de ziekte lijdt, en worden ze in het huisgezin van familieleden of in bepaalde inrichtingen grootgebracht.
Tientallen jaren lang bestond de voornaamste behandeling van de ziekte in het toedienen van chaulmoogra-olie, die op de aangedane plekken werd aangebracht of via de mond werd ingenomen. Deze stof riep echter nauwelijks een halt toe aan het voortschrijden van de ziekte. De patiënt werd in een geïsoleerde inrichting of in een ziekenhuis opgenomen en was gedwongen daar te blijven tot zijn dood of totdat de ziekte tot stilstand was gekomen. Dit kon een verblijf van vele jaren betekenen. De regering van Trinidad richtte een ziekenhuis voor leprapatiënten in op een apart eiland, waar alle lijders werden opgenomen en in ziekenzalen of speciale chalets werden ondergebracht. Een bezoek aan deze inrichting was weinig opwekkend. De angst daarheen te zullen moeten, weerhield velen ervan medische hulp te zoeken.
Toen kwamen in 1941 de sulfon-geneesmiddelen in gebruik, en daarmee ontstond er nieuwe hoop voor de lijders en een veel beter vooruitzicht om de ziekte te kunnen stoppen of zelfs te genezen. Vooropgesteld dat de behandeling vroeg genoeg wordt begonnen en drie tot tien jaar, of zelfs nog langer, wordt voortgezet, zijn de kansen op stilstand en genezing goed te noemen. Bovendien verliest een persoon die onder behandeling staat, ook langzamerhand zijn lichte besmettelijkheid.
Ook andere geneesmiddelen vinden toepassing. Softenon, eens in gebruik als slaap- en kalmeringsmiddel, en de oorzaak van misvormingen bij kinderen van wie de moeder het tijdens de zwangerschap had gebruikt, wordt nu toegepast om acute reacties bij mannelijke lijders te behandelen. Rifampicin, een antibioticum, ter bestrijding van tuberculose, is ook bij de behandeling van lepra toegepast. Dit geneesmiddel werkt sneller dan de sulfon-geneesmiddelen en is in Malaysia wel gebruikt bij personen die resistentie vertoonden tegen de sulfon-middelen.
Huidige opvattingen en hulp
Vanwege de successen die men met de diverse geneesmiddelen heeft opgedaan en het betere begrip van de ziekte zelf is men niet langer verplicht om als lijder in een inrichting geïsoleerd te blijven. Op Trinidad is enkele jaren geleden aan de gedwongen afzondering van lepralijders een eind gemaakt. Patiënten mogen nu gaan en staan waar ze willen en zich volledig vrij tussen het publiek begeven. Hier bestond eerst enig bezwaar tegen, maar omdat er geen epidemie van de ziekte van Hansen is uitgebroken, zijn alle bezwarende geluiden verstomd. De personen die in de inrichting blijven, zijn over het algemeen lijders bij wie de ziekte in een vergevorderd stadium is gekomen en die de lepra hebben opgelopen vóór de invoering van de nieuwe geneesmiddelen. De veranderde houding ten opzichte van de ziekte heeft het leven voor degenen die eraan lijden, een stuk gelukkiger gemaakt. Met het gevolg dat mensen zich ook sneller op lepra laten onderzoeken.
Naast de directe behandeling van de ziekte, zijn er ook hulpdiensten in het leven geroepen. Speciale schoenmakers houden zich bezig met het vervaardigen van passend schoeisel. Het is belangrijk dat schoenen gemakkelijk zitten en zo min mogelijk schade toebrengen aan de voeten, die vaak zweren en ongevoelig zijn voor pijn. Fysiotherapeuten zijn ingeschakeld om aangedane vingers, tenen en ledematen te oefenen. Dit om vervorming tegen te gaan en aangedane gewrichten weer bruikbaar te maken. Speciale orthopedische chirurgen zijn ingeschakeld om aandacht te schenken aan de soms gecompliceerde misvormingen van de ledematen. Oogchirurgen corrigeren oogleden en oogspieren die door de ziekte zijn aangetast. Plastisch chirurgen kunnen veel doen aan gezichtsmisvormingen. Tevens heeft men sociale werkers in dienst die constant op zoek zijn naar nieuwe lijders en personen die met hun ziekte zijn blijven doorlopen. De Leprahulpvereniging van Trinidad en Tobago zorgt voor de sociale behoeften van de patiënten. Ze zoekt hen thuis op, verzorgt werkgelegenheid, vangt de kinderen van leprapatiënten op en verleent op nog tal van andere wijzen hulp.
Ervaring van patiënten
Het nieuwe licht waarin de ziekte van Hansen is komen te staan, heeft het lot en de vooruitzichten van de lijders eraan veel beter en gelukkiger gemaakt. Niet langer keren goed geïnformeerde personen zich van hen af alsof zij met mensen te doen hebben die aan een dodelijk besmettelijke ziekte lijden. Men ziet hen niet meer als hopeloze gevallen of personen die slechts bestaansrecht hebben aan de zelfkant van de samenleving. Zij kunnen nu heilzame medische behandeling en hulp ontvangen, vergelijkbaar met de hulp die beschikbaar is voor lijders aan andere ziekten. Zij kunnen een normaal leven leiden en normale contacten leggen. En indien zij dat wensen, kunnen ze ook kennis in zich opnemen van de Grote Geneesheer, Jehovah God, die door middel van zijn Koninkrijk onder zijn Zoon Jezus Christus voor blijvende genezing van alle ziekten zal zorgen. — Openb. 21:4, 5.