Hoe echtscheiding op mensen van invloed is
In de eerste zes maanden van 1976 werden er in de Verenigde Staten 987.000 huwelijken gesloten en 538.000 ontbonden. — De „World Almanac & Book of Facts” van 1977.
IN DE tijd die u nodig zult hebben om deze bladzijde te lezen, zullen alleen in de Verenigde Staten alweer vier huwelijken officieel door de rechter ontbonden zijn. Elke minuut eindigen daar, gemiddeld genomen, twee huwelijken in een officiële echtscheiding.
Nederland komt daar verhoudingsgewijs nog ver achteraan. Maar toch eindigen ook hier elke dag 57 huwelijken in een officiële echtscheiding — meer dan één per half uur! Volgens voorlopige cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek, in het Statistisch Bulletin van 2 augustus 1977, was het aantal echtscheidingen in Nederland in 1977 opgelopen tot 20.889. Dat is meer dan het dubbele van het aantal echtscheidingen in 1970 en nagenoeg het viervoudige van het aantal in 1965. Tegenover elke vijf huwelijkssluitingen staat nu één huwelijksontbinding.
In België heeft zich een soortgelijke ontwikkeling voltrokken. Er werden in 1976 12.925 echtscheidingen uitgesproken, vrijwel het dubbele van het aantal in 1970. En de verhouding huwelijkssluiting-huwelijksontbinding is eveneens bijna vijf op één.
Canada, dat in 1960 nog maar 6980 echtscheidingen registreerde, meldde tegen 1973 het vijfvoudige daarvan: 36.704. En daarna waren er in 1974 45.019 echtscheidingen, een toename van meer dan 20 percent. „Echtscheiding is zo wijdverbreid”, aldus de Toronto Star, „dat de gelukkig getrouwde echtparen die al vijftien jaar of langer bij elkaar zijn, zich soms een minderheid voelen”.
Ook in de Sovjet-Unie is de toename van het aantal uiteenvallende huwelijken verbijsterend. Het Sovjet-blad Sputnik schrijft: „Jaarlijks worden er in de USSR ongeveer 2,5 miljoen nieuwe huwelijken geregistreerd. . . . Terzelfder tijd loopt het aantal geregistreerde echtscheidingen dagelijks in de 2000; dat is één echtscheiding op elke drie huwelijken.”
Een soortgelijke situatie heerst er in Groot-Brittannië. Het aantal echtscheidingen is daar in tien jaar verdrievoudigd. Zweden kent op elke vijf huwelijken drie echtscheidingen, zelfs een hogere verhouding dan in de Verenigde Staten. En met een duizelingwekkende vaart neemt ook in andere Europese landen het aantal echtscheidingen toe.
Het Afrikaanse continent ontkomt evenmin aan de echtscheidingsgolf. Zambia, een land met slechts iets meer dan vijf miljoen inwoners, maakt zich erg veel zorgen over zijn 19.000 echtscheidingen per jaar, wat verhoudingsgewijs niet veel minder is dan het aantal echtscheidingen in de Verenigde Staten.
Het blad Atlas World Press Review van augustus 1977 meldt: „Echtscheiding is mode geworden onder jonge Japanse vrouwen. . . . Wanneer ze nu horen dat er om de vier minuten en 14 seconden een echtscheiding plaatsvindt, willen ze meedoen en niet achterblijven.” En met betrekking tot Hong Kong klaagt de South China Morning Post over een „snel stijgend echtscheidingscijfer gedurende de afgelopen paar jaar”.
Bijna overal is er dus sprake van een explosie wat het aantal echtscheidingen betreft. Met welke gevolgen?
Een veranderde maatschappij
Een van de eerste gevolgen is een, vaak tragische, verstoring van het levenspatroon van tientallen miljoenen mensen. Het tijdschrift MD van maart 1977 merkte op: „Gerekend naar het aantal gehuwde personen en kinderen onder de 18, ondergaat jaarlijks het leven van meer dan 4 miljoen Amerikanen een dramatische verandering door toedoen van een echtscheiding, en een gelijk aantal is waarschijnlijk betrokken bij gevallen van uiteengaan zonder meer.”
De omhoogschietende echtscheidingscijfers zijn slechts één teken van ontevredenheid die er over het huwelijk bestaat. Veel echtparen experimenteren met nieuwe levensstijlen, komen wederzijds overeen om seksuele contacten buiten het huwelijk te leggen en anderen gaan eenvoudig „samenwonen” om een huishouden te beginnen zonder officieel getrouwd te zijn.
De weg naar geluk?
Deze nieuwe levensstijlen en de echtscheidingsepidemie hebben echter geen klimaat van vrede en geluk, maar veeleer een sfeer van achterdocht en angst geschapen. „Sommige echtparen zijn zo beangst vanwege het aantal echtscheidingen in hun omgeving”, zo schrijft een raadsman van een Newyorks Centrum voor Gezinsaangelegenheden, dat „zij naar ons toekomen enkel om erover te praten wat zij kunnen doen om echtscheiding te voorkomen.”
Het is niet langer regel dat vrouwen hun hele leven op financiële ondersteuning van hun man kunnen rekenen, en daarom maken velen zich er zorgen over hoe ze in hun onderhoud zullen voorzien wanneer hun man weggaat. Anderzijds zijn er ook veel vrouwen die weglopen. Sommigen laten zelfs kleine kinderen achter.
Wat gebeurt er na de echtscheiding, wanneer ze vrij zijn ’om te doen en laten wat ze willen’? Drie Amerikaanse professoren die hiernaar een onderzoek onder gescheiden mensen instelden, berichtten in Psychology Today van april 1977 het volgende: „Onder de gezinnen die we hebben onderzocht, ontdekten we er niet één waar de echtscheiding geen geestelijke slachtoffers had geëist. Altijd was er wel minstens één gezinslid dat klaagde over neerslachtigheid of tekenen vertoonde van een negatieve verandering in zijn gedragspatroon.”
Het artikel merkte op dat alleenstaande gescheiden mannen, geen blijvende tevredenheid ervoeren, en voegde hieraan toe: „Het stereotype beeld van de zorgeloze, gemakkelijk en plezierig levende alleenstaande ging evenmin voor de vrouwen op. Bij hen brachten terloopse seksuele contacten slechts gevoelens van wanhoop, neerslachtigheid en een laag gevoel van eigenwaarde.” Geen wonder dat zelfmoord onder gescheiden personen minstens driemaal zoveel voorkomt als onder gehuwden, en dat alcoholisme een zelfde tendens te zien geeft.
Vaak blijken de kinderen echter de voornaamste slachtoffers te zijn. Alleen in de V.S. leven er al 11 miljoen kinderen in huisgezinnen met één ouder. In Nederland waren er in 1971 volgens cijfers van het C.B.S. 396.400 kinderen die in een huisgezin zonder vader of moeder woonden. M. Elkin, een deskundige op het terrein van gezinsproblemen, klaagde: „We brengen nu een generatie kinderen groot die vertoeven in verbroken huisgezinnen — en scheppen daarmee een sociale tijdbom.”
Echtscheiding is ook onplezierig voor de portemonnaie. Maar nog erger is dat de proceskosten de vonken van bitterheid vaak tot een verterend vuur aanwakkeren. Of zoals een advocaat in Chicago, die zich speciaal bezighoudt met echtscheidingszaken, opmerkte: „Ik geloof dat de wettelijke echtscheidingsprocedure meer weg heeft van oorlog dan de echte oorlog zelf.”
Een vrouw die in 1974 een echtscheiding meemaakte, schrijft: „De eerste maal dat ik ruw werd opgeschrikt, was toen ik naar een advocaat ging. Hij had een voorschot van 400 dollar nodig voor hij iets kon doen. Een advocaat helpt je een bepaalde hardheid te ontwikkelen, die de reeds bestaande bitterheid alleen maar vergroot.
Ik kwam het wel aan de weet dat ik ging scheiden. Door het advies van mijn advocaat op te volgen, moest ik zesmaal voor een Hof voor Gezinszaken verschijnen, enkel om het tijdelijke financiële onderhoud van de kinderen en de boedelscheiding te regelen. Telkens wanneer ik naar het gerecht ging, moesten er weer extra papieren getekend worden en moest er natuurlijk weer meer geld voor de advocaat op tafel komen.”
Waarom gaan mensen echter scheiden, als een echtscheiding zoveel bitterheid en verdriet veroorzaakt? Waarom is er thans zo’n epidemie van echtscheidingen? Deze vragen willen we in het volgende artikel beschouwen.