De fascinerende duif
ONGETWIJFELD hebt u ze wel eens gezien in een grote stad, in een straat, op een plein of in een park: de zwermen en zwermen duiven, rustig pikkend, vliegend en kuierend, en misschien wel zonder angst etend uit iemands hand. Maar zeker zal u dan ook de viezigheid zijn opgevallen die ze op standbeelden en trottoirs achterlaten, zodat u zich misschien afvroeg: Waarom willen mensen die vogels hier? En hoe komt iemand erbij om duiven te gaan fokken? Prachtige en gracieuze vogels, zeker, maar ook wel ontzettend vies!
Toen men een duivenhouder de vraag stelde: „Waarom fokt u duiven?” was zijn bijna verbaasde antwoord: „Waarom niet?” Voor hem was dat de natuurlijkste zaak ter wereld. Hij legde de onwetenden uit dat hij van Belgische afkomst was, alsof dat reeds een voldoende verklaring vormde. Zijn vader en grootvader hadden reeds duiven gefokt. „En u weet”, zo vervolgde hij, „de duif is de vogel van de Heer.” Hij uitte deze woorden alsof ze groot gewicht verleenden aan de logica van zijn redenering.
Het enthousiasme van deze man sprak duidelijk uit de wijze waarop hij diverse duiverassen, hun eigenschappen en natuurlijke schoonheid beschreef. En met een luchtige beweging van zijn hand woof hij alle bezwaren in verband met de kosten van voeding en verzorging weg, en vertelde hoeveel hij van de vogels hield en hoeveel genoegen ze hem schonken.
Zo’n „bezetenheid” van duiven is niet nieuw. Er zijn bewijzen voorhanden die erop duiden dat de Chinezen al duizenden jaren geleden met behulp van duiven verbindingsdiensten onderhielden! Akbar, een Indiase heerser in de zestiende eeuw van onze gewone tijdrekening, bezat naar verluidt 20.000 duiven. Heden ten dage fokken veel mensen duiven om hun schoonheid, hun komische capriolen, om wedvluchten te houden, of voor de slacht. Jonge duiven worden verkocht wanneer ze tussen de 340 en 680 gram wegen.
Het „duivengezin”
Het interessante aan duiven is voor een deel gelegen in de voorbeeldige samenwerking die er tussen het mannetje en het vrouwtje bestaat. Op de leeftijd van ongeveer 4 à 6 maanden paren de doffer en de duivin, om daarna gewoonlijk voor het leven bij elkaar te blijven. Samen bouwen ze een nest en om beurten zitten ze op de eieren. Nadat de twee eieren zijn gelegd, bebroedt het vrouwtje ze tijdens de nacht tot ongeveer half tien ’s ochtends, waarna het mannetje tot ongeveer 2 uur ’s middags haar taak overneemt.
Na ongeveer achttien en een halve dag komen de jonge vogels uit het ei en worden daarna door beide ouders gevoed. Zowel de duivin als de doffer scheiden uit hun krop een speciale voedzame substantie af, de zogenaamde „duivemelk”, die wordt opgerispt en via de bek van ouder op jong wordt overgebracht. Deze „melk”-voeding gaat ongeveer twee weken voort en dan wordt het dieet van de kleintjes hetzelfde als dat van hun ouders.
Vertrouwelijk van aard
Het zachte en vriendelijke dat duiven over zich hebben, zowel in hun uiterlijk als in hun karakter, heeft ze wel de benaming „schapen van de vogelwereld” geschonken. Hun vertrouwelijke aard maakt ze tot gemakkelijk af te richten vogels waaraan veel plezier valt te beleven. Aangezien deze zelfde vertrouwelijkheid echter ook gemakkelijk tot gevangenschap kan leiden, bracht Jezus zijn woorden om „zo onschuldig als duiven” te zijn, heel passend in evenwicht met de raad dat christenen zich tevens „zo omzichtig als slangen” moeten betonen. — Matth. 10:16.
Soorten duiven
Er zijn honderden duiverassen. In dit artikel willen we aandacht besteden aan drie categorieën: (1) postduiven, (2) tuimelaars en verwante rassen en (3) sierduiven.
Zoals de meeste mensen wel weten wordt de postduif gekweekt om aan wedstrijden mee te doen. Nadat de vogels op onbekend terrein zijn gelost, cirkelen ze één- à tweemaal rond en kiezen dan feilloos de weg richting huis. Met snelheden die wel kunnen oplopen tot 1600 meter per minuut overbruggen ze vliegafstanden van maximaal wel 800 kilometer. Hoe de duiven in staat zijn over zulke grote afstanden hun nest terug te vinden, blijft vooralsnog een raadsel.
Het fokken van postduiven is aan het begin van de achttiende eeuw in België begonnen, en tot op de dag van vandaag is het houden van wedvluchten er net als in Nederland een nationale sport. Eén op de acht Belgische huizen bezit een duivenhok. Helaas komt ook in de duivensport de menselijke hebzucht om de hoek kijken. Met het wedden op duiven zijn steeds grotere prijzen te winnen, en men komt tot soms erg wrede methoden om een vogel sneller te laten vliegen. Zo zou men in Duitsland wel vogels die aan het paren waren, vlak vóór de climax uit elkaar hebben gehaald om het mannetje, dat dan zo snel mogelijk naar huis wil, aan een race te laten meedoen.
In de Verenigde Staten telt de duivensport thans meer dan 20.000 beoefenaars, in Nederland meer dan 50.000 en in België 140.000.
Behalve voor wedvluchten zijn postduiven met hun ongelooflijke vermogen de weg naar huis terug te vinden, ook echt gebruikt voor het doel waar hun naam op zinspeelt — het overbrengen van post. Vóór de invoering van de telegraaf waren postduiven uitstekende overbrengers van beursberichten van Londen naar Antwerpen — over Het Kanaal. Het is wel voorgevallen dat een duif een boodschap over een afstand van meer dan 1600 kilometer heeft overgebracht. Maar 160 kilometer is de algemeen aanvaarde maximumafstand voor het overbrengen van post.
De duiven van de tweede categorie kan men in vier hoofdgroepen onderverdelen. De eerste groep, de „Rollers” en „Vliegende Tuimelaars”, zijn bijzonder fascinerend om gade te slaan. Wanneer ze zijn losgelaten zal een vlucht van zo’n twintig stuks in nauwkeurige formatie tegen en met de wind mee een „acht” beschrijven. Bij de kruising van de figuur zullen alle vogels een salto achterover maken. En na weer gezamenlijk uit de salto te zijn gekomen, zullen ze hun „8” vervolgen totdat ze het sein krijgen naar hun hok terug te keren.
De „Tipplers” en „Hoogvliegers” bezitten een bijzonder uithoudingsvermogen. Van deze vogels is bekend dat ze meer dan negentien uur in de lucht kunnen blijven en zulke grote hoogten kunnen bereiken dat ze zelfs door verrekijkers niet veel meer dan kleine stipjes lijken.
„Grondtuimelaars” kunnen met hun stunts op de grond vele uren vermaak verschaffen. Deze vogels doen een stap voorwaarts en maken dan een achterwaartse salto, over een afstand van twee passen.
De grootste showmaker is de „Swing Kropper”, een fel gekleurde vogel die in de lucht zijn krop opblaast en dan met de vleugels hoog boven de kop gestrekt op zijn bewonderaars neersuist. Vervolgens vliegt hij weer op, daarbij luid met zijn vleugels klapperend, alsof hij werkelijk de aandacht op zichzelf wil vestigen.
Sierduiven vertonen net als bloemen een eindeloze variatie in lijnen, vormen en kleuren. Het genoegen dat het bezit van deze vogels schenkt, ligt louter in het aanschouwen van hun verfijnde schoonheid — wellicht een bepaalde veertekening, een kleurrijke versiering of een unieke vorm.
De noodzaak van evenwichtigheid
Dat het fokken van duiven groot genoegen kan schenken, is zeker; maar in het onderbrengen en voeden van de vogels gaat ook een enorme hoeveelheid geld zitten. En er is werk bij betrokken. Om ziekten te voorkomen moet het hok goed schoon en droog zijn en dienen ook de voeder- en drinkbakken voortdurend gereinigd te worden. Reinheid in het duivenhok is een absolute noodzaak, want het is bekend dat duiven ziekten kunnen overbrengen die voor de mens dodelijk zijn.
Bij een gezond beheer van het duivenhok is het tevens zaak om zieke en pas aangekochte dieren een tijdlang in quarantaine te houden, ten einde overbrenging van ziekten op de rest van de duiven te voorkomen.
Eeuwenlang hebben duiven al veel mensen groot genoegen verschaft. Ook u zult er misschien verbaasd over staan hoe dicht u bij deze in feite wilde vogels kunt komen zonder dat ze opvliegen. En wat een genoegen kan het schenken de capriolen van tuimelaars en andere wonderlijke rassen te aanschouwen, zonder de verrichtingen van postduiven en de verfijnde schoonheid van sierduiven te vergeten! Ja, de duif is beslist een interessante en fascinerende vogel.