Een blik in de tropische wildernis van de Amazone
Door Ontwaakt!-correspondent in Peru
HET kleine straalvliegtuig vliegt oostwaarts over de Peruviaanse Andes naar de uitgestrekte jungle van de Amazone. Terwijl de met sneeuw bedekte toppen achter ons verdwijnen, turen wij uit het raam naar het immense, wazig groene tapijt dat zich onder ons uitstrekt. Wat lager vliegend, vertoont het landschap gelijkenis met een massa dicht opeengepakte groene bloemkolen. Als in een borduurwerk verlenen de lussen van meanderende rivieren en het lichtere groen van de kruinen van palmbomen een aangename afwisseling aan het hele beeld. Spoedig begint het vliegtuig te dalen. Het groene vloerkleed verandert voor onze ogen in een verbijsterende verscheidenheid van bomen in alle grootten en soorten.
De tropische wildernis van de Amazone staat bekend als het gebied met de grootste plantenrijkdom ter wereld. Er zijn tienduizenden variëteiten geïdentificeerd. Op welhaast iedere vierkante kilometer gedijen meer dan honderd verschillende boomsoorten. Afhankelijk van de hoogte stuit men op dichte bossages van mangroven, ebbebomen, prachtige mahoniebomen, ceders en geurige palissanderbomen, kastanjebomen, hoge „paranoot”-bomen, verschillende soorten wilgen en de fraaie rubberbomen, zonder nog te letten op de talrijke variëteiten van de overal tussen staande palmbomen en tropische vruchtbomen. Klimmende en kruipende planten doen de takken „druipen” van het groen. Zo dicht is de begroeiing dat de bomen zich stuk voor stuk omhoog moeten worstelen naar een nauwelijks zichtbare hemel.
Op grondniveau biedt de plantenwereld een werkelijk spectaculaire aanblik. Ongewoon gevormde bladeren en grassen van elke denkbare soort groeien door elkaar. En dicht tegen de grond gedijt een eindeloze verscheidenheid van planten, met gebladerte in groen, rood, roze, paars, geel en wit. Andere laagblijvende planten dienen als omranding van de daar weer bovenuit komende krachtige cactusachtige planten, lage palmen, struiken en plantesoorten met enorme bladeren, zoals de gigantische ’olifantsoren’. Luchtig als schuim voegen varens hier een lichte toets van zachter groen aan toe. En klimplanten winden zich gretig om ieder resterend houvast.
Op veel plekken wordt het beeld opgevrolijkt door helder gekleurde bloemen. Bloesems kleuren hele gedeelten van het bos in diverse roze en rode tinten. Kleine gele bloemetjes steken hun kopjes net boven knoestige wortels uit. En helder oranje, diep rode en witte bloemtrossen hangen van de takken. En dan, haast als een verstuivende nevel van fijne waterdruppeltjes zo teer, bloeien schitterende orchideeën dicht tegen boomstammen of in een waterval van de takken. Het is bladstil in de vochtige atmosfeer.
Tekenen van dieren leven
Wat is er te vertellen over de dieren? Op de „Palo de Santo”-boom krioelt het van de dikbuikige Tangarana-mieren. In ruil voor een permanente woonplaats beschermen deze mieren de boom tegen de geringste aanraking van welke indringer maar ook. Beneden hen op de bosgrond lopen achter elkaar, in een enkele rij, parasolmieren elk met een groot stuk blad te sjouwen. Ontelbare kevers schieten heen en weer of vliegen snel op. Vooral de grootste van alle kevers moet ons wel opvallen, de boktor titanus giganteus met een lengte van ongeveer 15 centimeter. Zo nu en dan vangt men de flits op van een vuurvlieg waarvan het licht altijd zichtbaar is in het permanente schemerdonker van de dichte onderbegroeiing. Schitterende dagvlinders en grote, vreemd uitziende nachtvlinders vliegen op. Dichtbij zitten kikkers te kwaken. Onder onze voeten schieten eigenaardige groene en grijze hagedissen weg, terwijl kleine salamanders moeiteloos en licht tegen de bomen omhoog scharrelen.
Ergens moeten daar ook reuzenanaconda’s zijn — slangen waarvan wel exemplaren zouden bestaan met een lengte van 12 meter en een dikte van 80 centimeter. Van de 250 soorten reptielen die er naar men zegt in de jungle van de Amazone leven, zijn er maar weinige werkelijk giftig. De roofexemplaren zullen, behalve wanneer ze verrast worden of echt lastig gevallen worden, alleen doden om te eten, en de mens komt niet voor op hun menu.
In tegenstelling tot wat men in het algemeen denkt, is de jungle niet van boven tot onder bevolkt met grote en gevaarlijke dieren. In de jungle van Zuid-Amerika is het grootste dier de tapir met de afmetingen van een varken, en dan als goede tweede, de poema en de jaguar. Katachtig bewegende kortoorvossen, langsnuitige miereneters, gordeldieren en ocelotten delen met elkaar de onderbegroeiing. Vossen, wasberen, kleine herten en verschillende soorten knaagdieren hebben op de grond hun plaats in het geheel van de jungle. Onder normale omstandigheden gelden ze geen van allen als een bedreiging voor de mens. Van de 14.712 variëteiten van dieren die naar verluidt in het Amazonegebied leven, worden er meer dan 8000 uniek genoemd.
Wat er in de bomen leeft
Verreweg de grootste concentratie van dierenleven treft men aan in de bomen. Rauwe kreten en schor gekrijs verraden hele kolonies papegaaien, ara’s, toekans en talrijke andere bekende en nauwelijks bekende vogelsoorten. Voeg hierbij dan het gekwetter van parkieten, het gekoer en de trillertjes van duiven en nachtzwaluwen en dergelijke, en het kabaal dat de specht maakt met zijn rek-tek-tek, en u begint een idee te krijgen van de bedrijvigheid van het wereldje boven uw hoofd. Verscheidene apen met vreemde snoeten en lenig-lange ledematen zwaaien, snaterend en scheldend, met het grootste gemak van de ene tak naar de andere. En hoog boven de boomtoppen cirkelend, wachten waakzame gieren op een maaltijd. Met hun niet te stillen honger houden ze het gebied vrij van rottend vlees.
Hier en daar zijn poelen waar zich onder grote drijvende bladeren van waterlelies helderkleurige tropische vissen verbergen. Overal zijn kleine stroompjes bruinachtig met bladeren bezaaid water, dat uiteindelijk allemaal naar de Amazone, de hoofdader van het junglegebied, stroomt.
Het leven in het water
De wateren van de jungle van de Amazone bevatten pijlstaartroggen, sidderalen, kaaimannen, schildpadden en de piranha’s met hun scherpe tanden, die in een paar minuten van kolkende activiteit een dier van al zijn vlees kunnen ontdoen. Men moet het echt eerst vragen aan inboorlingen die plaatselijk bekend zijn, alvorens in een van deze wateren te gaan zwemmen. In de jungle is een hoeveelheid water niet meteen een goed zwembad! Niettemin zult u in sommige traag stromende junglerivieren kleine groepjes inheemse kinderen zien spetteren en spatten. Dit brengt ons op de mensen van het gebied van de „Grote Rivier”, die ook hun interessante bijdrage leveren aan het kleurrijke beeld van het Amazonegebied.
De mensen
Drie of vier eeuwen geleden zijn er in dit gebied wellicht 230 of meer verschillende indianenstammen geweest. Zij leefden in kleine, geïsoleerde gemeenschappen en hielden zich gewoonlijk op binnen bepaalde begrensde gebieden. Stamgebieden die tot op heden nog bestaan, zijn bijvoorbeeld die van de Jivaro’s, de Auca’s, de Campa’s, de Chama’s, de Machiguenga’s en de Shipibo’s. Er zijn misschien nog een twintigtal welomschreven stammen over. Hun behoeften zijn bescheiden — misschien een houten hutje, een paar hangmatten, een blaasroer en een speer. Hun voedsel bestaat hoofdzakelijk uit yucca’s, bananen, schildpadden en vis.
De jungle van de Amazone is werkelijk een fascinerend gebied — een plaats van rust. Hoewel de stille, vochtige atmosfeer bij tijden verstoord wordt door tropische onweersbuien, brengen deze gebeurtenissen en de exotische geluiden van een grote verscheidenheid van dieren de immense, onverstoorbare jungle niet echt in beroering. Vele soorten dieren maken de jungle tot hun woonplaats, maar voor mensen die de bordjes „Niet storen!” willen respecteren, is het beslist geen omgeving vol verschrikkelijke gevaren.