Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g77 8/9 blz. 8-11
  • Hoe „koers te houden”

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Hoe „koers te houden”
  • Ontwaakt! 1977
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Een hedendaagse illustratie
  • Een „geprogrammeerde baan” naar het leven
  • Pas de correctie toe
  • Het doel missen, is zonde
  • De computer — tiran of werktuig?
    Ontwaakt! 1978
  • De Schepper bevolkt het „ruimteschip Aarde”
    Goed nieuws dat u gelukkig kan maken
  • Is een huiscomputer iets voor u?
    Ontwaakt! 1984
  • Nuttig bij vertaalwerk
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2005
Meer weergeven
Ontwaakt! 1977
g77 8/9 blz. 8-11

Hoe „koers te houden”

IS ER iemand die geen leiding nodig heeft? Of we nu een wegenkaart raadplegen of de handleiding voor het bedienen van een bepaald apparaat, allemaal hebben we van tijd tot tijd richtlijnen nodig.

Eeuwen geleden schreef Gods profeet Jeremia al: „Ik weet heel goed, o Jehovah [God], dat het niet aan de aardse mens is zijn weg te bepalen. Het staat niet aan een man die wandelt, zelfs maar zijn schrede te richten. Corrigeer mij, o Jehovah” (Jer. 10:23, 24). Ja, Jeremia had leiding nodig. En hetzelfde geldt voor de mens in deze tijd.

Een hedendaagse illustratie

Met de moderne ruimtevaartuigen van de mens is het niet anders. In veel van deze vaartuigen geschiedt de besturing door middel van een geleidingssysteem, bestaande uit een computer, een stel observatie-instrumenten, een traagheidsnavigator en een besturingssysteem. Deze apparatuur zou in feite gebruikt kunnen worden als illustratie van ’s mensen behoefte aan goddelijke leiding.

Het „brein” van het ruimteschip wordt gevormd door de computer, die door een programmeur is gevoed met de wiskundige baan die het voertuig in de ruimte moet volgen, en die het startpunt verbindt met de eindbestemming. Bij het bepalen van deze baan kan rekening gehouden zijn met obstakels of verboden gebieden die vermeden moeten worden.

De observatie-instrumenten doen waarnemingen om de snelheid en positie vast te stellen. Dit geschiedt onder andere met sterrenzoekers, die zich richten op heldere sterren en planeten aan de hemel, en aan de hand daarvan de positie van het vaartuig in de ruimte vaststellen.

De traagheidsnavigator is een meet- en rekenapparaat, dat veranderingen in snelheid (versnellingen) registreert en op grond daarvan de snelheid en de afgelegde weg berekent. Het instrument werkt in samenhang met de observatie-instrumenten. Afwijkingen van de traagheidsnavigator zijn toe te schrijven aan onvolkomenheden bij de werking van dit instrument.

De signalen van de observatie-instrumenten en de traagheidsnavigator gaan naar de computer. Die corrigeert deze signalen op altijd aanwezige storingen, afwijkingen en onzuiverheden en gebruikt ze vervolgens om de positie van het ruimteschip en de snelheid ervan te bepalen, vergelijkt deze gegevens met de uitgestippelde baan die van tevoren geprogrammeerd was om de bestemming te bereiken, en bepaalt dan welke correcties er nodig zijn om het schip weer op koers te brengen. Die correcties gaan in de vorm van elektrische signalen naar het besturingssysteem.

Het besturingssysteem bestaat uit motoren die deze signalen omzetten in standwijzigingen van het rolroer, het richtingsroer en het hoogteroer, zolang het schip zich nog in de aardse dampkring bevindt. Buiten de dampkring zijn het straalpijpen, die met een korte werking het schip weer op koers brengen. Na de lancering drijft een ruimteschip door allerlei oorzaken voortdurend uit de koers, en moet het veelvuldig gecorrigeerd worden. Het raakt uit de koers en wordt gecorrigeerd, raakt opnieuw uit de koers en wordt opnieuw gecorrigeerd. Ondanks die talrijke koersafwijkingen bereikt het uiteindelijk dus toch zijn plaats van bestemming, omdat het zich op weg naar het doel constant corrigeert.

Een „geprogrammeerde baan” naar het leven

De bijzonderheden van dit navigatiesysteem zijn te gebruiken om de loopbaan van een christen in het leven te illustreren. In de bijbel heeft Jehovah God een programma uiteengezet dat naar eeuwig leven voert, en daarin waarschuwt hij ook voor de weg die naar de dood leidt. Aangezien de mens een moreel wezen is met een vrije wil, is hij de programmeur van zijn eigen leven en kiest hij zelf welke loopbaan hij wil volgen. Nog steeds geldt hetzelfde wat Mozes tot de Israëlieten zei: „Zie, ik leg u heden waarlijk het leven en het goede, en de dood en het kwade voor. Indien gij naar de geboden van Jehovah, uw God, . . . zult luisteren, . . . zult gij stellig blijven leven . . . Maar indien uw hart zich afwendt en gij niet luistert, zult gij ook stellig worden verleid en u voor andere goden neerbuigen en ze dienen, . . . gij [zult] beslist . . . vergaan” (Deut. 30:15-18). Men zou kunnen zeggen dat wanneer een christen Gods weg aanvaardt, hij in zijn geest een „baan” programmeert die begint bij zijn doop en als eindbestemming eeuwig leven heeft. Een christen moet voortdurend deze bijbelse „baan” raadplegen om te zien of hij nog wel „koers houdt”.

Net als in het programma van de computer de vermijding van obstakels en verboden gebieden is opgenomen, moeten ook christenen de gevaren in gedachten hebben die zij dienen te vermijden. De bijbel wijst op vele daarvan, zoals „de begeerte van het vlees en de begeerte der ogen en het opzichtige geuren met de middelen voor levensonderhoud”. De Schrift waarschuwt: „Hebt de wereld niet lief noch de dingen in de wereld”, en: „Slechte omgang bederft nuttige gewoonten.” Bovendien wordt aangedrongen op een volledige verlating van Babylon de Grote, het wereldrijk van valse religie, met de woorden: „Gaat uit van haar, mijn volk, indien gij niet met haar in haar zonden wilt delen, en indien gij geen deel van haar plagen wilt ontvangen.” — 1 Joh. 2:15, 16; 1 Kor. 15:33; Openb. 18:4.

En net zoals de observatie-instrumenten van het ruimteschip aan de hand van de sterren en planeten vaststellen waar het ruimteschip zich bevindt, moeten ook christenen het oog gericht houden op vaste, geïnspireerde teksten in de bijbel om te zien of ze nog wel „koers houden”. Godvrezende personen moeten bij zo’n persoonlijk onderzoek echter op hun hoede zijn voor persoonlijke vooroordelen of verkeerde neigingen, voor onzuiverheden in hun denken. Vooroordelen ten opzichte van een bepaald volk, ras of een bepaalde nationaliteit, de neiging mensen gunst te betonen omdat ze rijk zijn, of op anderen neer te zien omdat ze arm zijn — daartegen moet men waken, net als de computer van een ruimteschip moet waken tegen verstoringen die soms aanwezig zijn in de signalen die hij van de observatie-instrumenten ontvangt en waarop hij correctie moet aanbrengen. — Hand. 10:34, 35; Jak. 2:1-9.

Soms worden christenen echter ook geconfronteerd met kwesties waar geen specifieke schriftplaatsen over bestaan. Dit zou men kunnen vergelijken met de omstandigheid dat de sterrenzoekers van een ruimteschip geen sterren hebben om zich op te richten. Dan moet er gestuurd worden op de traagheidsnavigator. Deze registreert, zoals gezegd, veranderingen in de snelheid en berekent op basis daarvan de positie.

Wanneer een christen niet over een rechtstreeks bijbels gebod omtrent een bepaalde aangelegenheid beschikt, zal hij toch een juiste handelwijze kunnen volgen door op basis van een schriftuurlijk beginsel te handelen. Zo zijn er bijvoorbeeld geen bijbelteksten die specifiek over roken spreken en dat verbieden. Maar een christen begrijpt dat roken een overtreding is van het gebod zich te reinigen van elke verontreiniging van het vlees en van het gebod liefde voor de naaste te tonen; dit laatste omdat immers ook de gezondheid van niet-rokers nadelig door tabaksrook wordt beïnvloed. — 2 Kor. 7:1; Matth. 22:39.

Pas de correctie toe

Jezus zei tot de religieuze huichelaars van zijn tijd: „Gij onderzoekt de Schriften, omdat gij denkt dat gij door middel daarvan eeuwig leven zult hebben; en deze leggen juist getuigenis over mij af. En toch wilt gij niet tot mij komen opdat gij leven moogt hebben.” Waarom weigerden zij dat? Jezus antwoordde: „Gij [hebt] de liefde Gods niet in u.” In de synagogen lazen zij de Schriften aan het volk voor, en met dit in gedachten zei Jezus tot het volk: „Doet en onderhoudt daarom alles wat zij u zeggen, maar doet niet naar hun daden, want zij zeggen het wel, maar volbrengen het niet.” Inderdaad bestudeerden de religieuze leiders de Schriften, die de weg naar eeuwig leven onthulden, maar zij volgden die niet. — Joh. 5:39-42; Matth. 23:3.

Ware christenen streven ernaar die weg wel te volgen, omdat zij liefde hebben voor God. Zij beseffen dat ’dit de liefde tot God betekent, dat wij zijn geboden onderhouden’ (1 Joh. 5:3). Zij bestuderen Gods Woord, leren de weg naar het leven kennen, vergelijken hun handelwijze met die in de bijbel uiteengezette weg en stellen vast welke correcties er nodig zijn. Maar daar laten zij het niet bij. Ze passen deze kennis ook actief op zichzelf toe en brengen de nodige correcties daadwerkelijk aan. Christenen zijn „daders van het woord” geworden, „en niet alleen hoorders”. Zij beseffen dat „zoals het lichaam zonder adem dood is, zo . . . ook geloof zonder werken dood [is]”. — Jak. 1:22; 2:26.

Vergelijk dit eens met onze illustratie van het ruimtevaartuig. De computer stelt niet alleen vast dat er stuurcorrecties nodig zijn, maar zet ook de stuurorganen aan het werk om die correcties uit te voeren. Christenen dienen bij de toepassing van Gods Woord in hun leven op dezelfde wijze te handelen.

Het doel missen, is zonde

Bedenk ook dat nadat een ruimteschip is gelanceerd, het veelvuldig van zijn koers afwijkt, maar zichzelf door het geleidingssysteem constant corrigeert. Het woord „zonde” in de bijbel is een vertaling van Hebreeuwse en Griekse woorden die „missen” betekenen, in de zin van het missen of niet bereiken van een doel. Dit kan een letterlijk doel zijn of een moreel of geestelijk doel. En aangezien „allen hebben gezondigd en . . . niet de heerlijkheid Gods [bereiken]”, missen christenen vaak het doel en schieten zij erin tekort volmaakt in overeenstemming met Gods wil te leven. — Rom. 3:23.

Een juiste koers volgen zal soms moeilijk zijn. Maar raak niet ontmoedigd. Wij dienen ’kracht te blijven verwerven in de Heer’, en ’te blijven beproeven of we in het geloof zijn’ (Ef. 6:10; 2 Kor. 13:5). Wanneer Jehovah ons corrigeert, dienen we te luisteren. De profeet Jesaja schreef: „En uw eigen oren zullen een woord achter u horen, aldus: ’Dit is de weg. Wandelt daarop’, ingeval gijlieden rechts of ingeval gij links zoudt gaan.” — Jes. 30:21.

Door getrouw te zijn in kleine dingen, ontwikkelen we een vaste getrouwheid die ons zal helpen wanneer zich grote beproevingen op ons geloof voordoen. Door getrouw overeenkomstig Jehovah’s wetten te leven, zullen we die steeds dieper in ons hart griffen. En hoe meer we ons door een geestelijk verlicht hart laten leiden, hoe minder vaak wij het doel zullen missen door te zondigen (Ef. 1:18). En ten slotte zullen we dank zij Jehovah’s barmhartigheid en onverdiende goedheid onze bestemming van eeuwig leven in zijn rechtvaardige nieuwe ordening bereiken. — 2 Petr. 3:13.

Er kunnen bepaalde momenten zijn dat sommigen zich buiten Gods barmhartigheid geplaatst voelen, omdat zij net als het ruimteschip zo vaak uit hun koers raken. Toch kan Jehovah’s barmhartigheid en liefderijke goedheid zich tot ons blijven uitstrekken, net als tot zovele anderen. „Laten wij het derhalve niet opgeven te doen wat voortreffelijk is, want te rechter tijd zullen wij oogsten indien wij het niet moe worden” (Gal. 6:9). Bovenal hebben christenen het verlangen hun liefde voor Jehovah God te tonen. Het is niet mogelijk deze diepe liefde voor de Allerhoogste te „programmeren”. Maar wel kunnen wij onze waardering voor hem vergroten en onze vooruitzichten op eeuwig leven verbeteren door onze ogen op onszelf en Gods Woord gericht te houden. Wij kunnen nagaan welke correcties er bij onszelf nodig zijn en die dan aanbrengen. Wanneer we vallen, kunnen we opstaan en onszelf weer „op koers brengen” naar eeuwig leven.

[Inzet op blz. 9]

„Een christen moet voortdurend deze bijbelse ’baan’ raadplegen om te zien of hij nog wel ’koers houdt’.”

[Inzet op blz. 10]

„Wanneer een christen niet over een rechtstreeks bijbels gebod omtrent een bepaalde aangelegenheid beschikt, zal hij toch een een juiste handelwijze kunnen volgen door op basis van een schriftuurlijk beginsel te handelen.”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen