Bent u op een juiste manier gevoelig?
GEVOELIG zijn kan men in zowel goede als verkeerde opzichten. Op een verkeerde manier gevoelig zijn, is een zwakte, een teken van onvolwassenheid en een grote handicap. Juiste gevoeligheid is daarentegen een blijk van geestelijke kracht en rijpheid.
Wij komen constant in aanraking met mensen die op een verkeerde manier gevoelig zijn. We noemen ze dan vaak overgevoelig. Mensen kunnen overgevoelig zijn met betrekking tot hun gewicht, een handicap of een uiterlijke tekortkoming.
Anderen zijn gevoelig ten aanzien van hun nationaliteit, hun ras of de kleur van hun huid, en hun vrienden moeten extra opletten dat ze hen niet ongewild beledigen of het gevoel geven achtergesteld te worden. Door hun gevoeligheid, of beter gezegd overgevoeligheid, vestigen zij zelf de aandacht op iets wat zij door anderen genegeerd willen zien, terwijl als zij het probleem zouden vergeten, de anderen dat waarschijnlijk ook zouden doen.
Overgevoeligheid ten aanzien van correctie of kritiek is een algemeen gebrek. Vooral werknemers en studenten reageren erg gevoelig op alles wat daar maar naar zweemt. Het is mensen eigen zich tegen correctie of kritiek te verzetten, en dat is ongetwijfeld een van de redenen waarom de bijbel zo sterk de nadruk op de noodzaak van correctie of streng onderricht legt. Letterlijk tientallen malen vestigt de bijbel de aandacht op de waarde ervan. Zo lezen we: „Grijp streng onderricht aan; laat niet los. Bewaar het veilig, want het is uw leven.” „De terechtwijzingen van streng onderricht zijn de weg des levens.” „Luistert naar streng onderricht en wordt wijs.” Ja, een wijze is niet overgevoelig wanneer het op het ontvangen van correctie of streng onderricht aankomt. — Spr. 4:13; 6:23; 8:33.
Koning David van het Israël uit de oudheid betoonde zich wat dat betreft een wijs man. In een van zijn psalmen schrijft hij: „Zou de rechtvaardige mij slaan, het zou een liefderijke goedheid zijn; en zou hij mij terechtwijzen, het zou olie op het hoofd zijn, die mijn hoofd niet zou willen weigeren” (Ps. 141:5). En hij zei dat niet alleen, maar leefde ook naar die woorden. Bij verscheidene gelegenheden werd hij terechtgewezen omdat hij een verkeerde handelwijze volgde, maar geen enkele maal kwam hij tegen die terechtwijzing in opstand. Zijn zoon, koning Salomo, gaf in een van zijn spreuken uiting aan overeenkomstige gevoelens, met de woorden: „Beter is een onthulde terechtwijzing dan een verborgen liefde. De wonden, toegebracht door iemand die liefheeft, zijn getrouw.” — Spr. 27:5, 6.
Ironisch genoeg is het echter vaak zo dat iemand die zelf erg gevoelig is, met de gevoelens van anderen weinig rekening houdt en zich gewoon honds ten aanzien van zijn medemensen gedraagt. Zo iemand zal misschien zelf geen enkele kritiek kunnen verdragen, maar wel vrijelijk zijn kritiek op anderen spuien. Een extreem voorbeeld van zo’n persoonlijkheid was Adolf Hitler. Hij duldde geen enkele afkeuring of kritiek van de zijde van zijn medewerkers en ondergeschikten, van niemand, maar was verschrikkelijk in zijn kritiek op anderen. Niet alleen kon hij kalm het bevel geven tot moord op miljoenen onschuldige joden — hij schepte er ook behagen in deze en andere vijanden gepijnigd en gemarteld te zien worden, en hij liet zelfs voor zijn eigen plezier filmopnamen maken van hun martelingen. Zelf erg gevoelig zijn maar ongevoelig zijn ten aanzien van anderen, is zonder meer een slechte combinatie.
Maar in welk opzicht is dan juiste gevoeligheid te betonen? Men zou dit kunnen illustreren op het terrein van de kunst. Een goede musicus is gevoelig voor de schoonheid van geluiden, melodieën en harmonieën, en een schilder voor de diverse nuances van licht en schaduw, kleuren en vormen. In de mate dat deze kunstenaars gevoelig zijn voor dergelijke indrukken, in die mate zal hun kunst henzelf en anderen kunnen verrukken.
Zo kunnen mensen ook gevoelig en waakzaam zijn bij het gadeslaan van de mensen om hen heen en dit tot uiting brengen in barmhartige naastenliefde. In de bijbelse illustratie van de „goede Samaritaan” misten zowel een priester als een leviet, deze soort van gevoeligheid. Zonder het geringste gevoel van mededogen konden zij een man negeren die neergeslagen en beroofd langs de kant van de weg lag. De „goede Samaritaan” had echter wel de juiste gevoeligheid; hij bezat empathie en medegevoel en toonde dit door alles te doen wat hij kon om het slachtoffer van de roofoverval verlichting te schenken. — Luk. 10:29-37.
Ook Jezus zelf bezat dit barmhartige medegevoel. Zo lezen we dat hij bij één gelegenheid vol verontwaardiging was, „diepbedroefd over de ongevoeligheid van hun hart” (het hart van de sabbataanhangers die liever een man zagen lijden dan hem op de sabbat genezen te zien). — Mark. 3:1-5.
Ja, Jezus had „medelijden met [zijn volk], omdat zij gestroopt en heen en weer gedreven waren als schapen zonder herder” (Matth. 9:36). Hij wijdde er zijn leven aan om in hun behoeften te voorzien en gaf zijn apostelen de opdracht hetzelfde te doen, met de woorden: „Predikt op uw tocht en zegt: ’Het koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.’ Geneest zieken, wekt doden op, maakt melaatsen rein, werpt demonen uit. Gij hebt om niet ontvangen, geeft om niet.” — Matth. 10:7, 8.
Een andere juiste vorm van gevoeligheid houdt verband met ons geweten. Ten gevolge van de goddeloosheid van dit samenstel van dingen en onze aangeboren zelfzucht, zijn er heel wat mensen die „in de vruchteloosheid van hun denken” wandelen, „wegens de ongevoeligheid van hun hart”. „Elk zedelijkheidsbegrip verloren hebbend, hebben zij zich overgegeven aan een losbandig gedrag om hebzuchtig allerlei onreinheid te bedrijven.” Al zulke personen hebben niet langer een gevoelig geweten. Nee, zij zijn „in hun geweten gebrandmerkt”. Als wij de aandrang van ons geweten in kleine dingen negeren, zullen we steeds zorgelozer gaan handelen, tot we op het laatst in grove zonden blijken te zijn vervallen. — Ef. 4:17-19; 1 Tim. 4:2.
Nog een ander facet van de juiste soort van gevoeligheid wordt wel fijngevoeligheid genoemd — een nauwkeurig kunnen bepalen wat onder de gegeven omstandigheden de beste handelwijze is. Het is het bijzondere vermogen met anderen om te gaan zonder hen aanstoot te geven, omdat men gevoelig is voor hun stemming en denkwijze. Een gevoelig persoon kan dat aan de hand van kleine dingen vaststellen; aan de gelaatsuitdrukking bijvoorbeeld, de klank van iemands stem, zijn houding of zelfs aan de manier waarop hij gekleed gaat. Zij die met geesteszieken omgaan, dienen dat fijnbesnaarde waarnemingsvermogen te bezitten, en zo ook alle christenen die het goede nieuws van Gods koninkrijk doeltreffend aan anderen willen prediken en onderwijzen.
Gevoelig zijn kan men dus in heel wat opzichten. Soms is verkeerde gevoeligheid louter een kwestie van onnadenkendheid. Maar vaker is het een zwakheid, zo niet een uiting van zelfzucht, waarbij men zich ongevoelig betoont voor de behoeften of omstandigheden van anderen. Op de juiste wijze gevoelig zijn, getuigt van wijsheid en wordt opgewekt of mogelijk gemaakt door empathie, medegevoel en liefde.