„Door ons keukenraam”
HET leven van iemand in Australië werd krachtig beïnvloed door iets dat hij vanuit zijn keukenraam waarnam. Hij vertelt er als volgt over:
„Drie jaar geleden verhuisde ik en kwam naast een gezin van Jehovah’s Getuigen te wonen. Al gauw ontdekte ik dat er iets aan hen anders was. Door een keukenraam zag ik dat de Getuige na het eten zijn vrouw met de afwas hielp, iets dat ik nooit zou doen. Zij gingen geregeld naar vergaderingen en waren dan altijd netjes gekleed. Maar zelfs als zij niet naar een vergadering gingen, zagen zij er altijd verzorgd uit. Dit maakte indruk op me, omdat ik er nooit zo netjes uitzag. De kinderen waren geen engelen, maar het waren goede, gehoorzame kinderen. Hoe vaker wij door ons keukenraam keken, hoe meer wij onder de indruk kwamen.
Spoedig werden wij goede buren en al die tijd spraken zij — elke keer een beetje — op ongedwongen wijze over hun geloof. Wij besloten met hen mee te gaan naar een vergadering. Maar toen verhuisden wij zo’n 750 kilometer verder zuidwaarts in Australië en een half jaar verwierven wij geen verdere bijbelkennis meer. Gedurende die maanden voelden we dat er iets ontbrak, en wij begonnen te beseffen wat het was: We misten onze buren en de fijne geestelijke gesprekken die we altijd met hen hadden.
Tot onze grote verrassing werden onze vroegere buren op enkele kilometers afstand van ons overgeplaatst. Wij gingen onmiddellijk bij hen op bezoek en zij regelden het zo dat wij van een gezin dat vlak bij ons woonde, bijbelstudie kregen. Hoe dankbaar ben ik deze buren die door hun voortreffelijke gedrag meer hebben gedaan om ons tot Gods volk te leiden dan vele woorden hadden kunnen doen.”