De Seychellen — ’s Mensen verloren paradijs?
Door Ontwaakt!-correspondent in Kenya
DE „VERGETEN EILANDEN”, de „Eilanden der liefde”, en de „oorspronkelijke Hof van Eden”. Dat zijn enkele benamingen die wel zijn gegeven aan een weinig bekende eilandengroep in de Indische Oceaan, gelegen tussen de oostkust van Afrika en de zuidelijke kusten van India. Sinds hun ontdekking door de Portugezen in de tijd van Vasco da Gama (ca. 1500), is het bestaan van deze eilanden, thans de Seychellen geheten, altijd wat ongemerkt aan de wereld voorbijgegaan. Nu pas komen ze een beetje uit hun isolement.
„De oorspronkelijke Hof van Eden” was de uitdrukking die generaal Gordon van Chartoem in 1881 gebruikte toen hij voor het eerst het eiland Praslin, het op een na grootste van deze groep van 86 atollen, bezocht. En geen wonder! Op de Seychellen vindt men wit zand, tropische stranden, omzoomd met wuivende palmbomen en een glasheldere zee, waarvan de kleur varieert van zachtgroen tot indigo-violet, honderden soorten tropische vissen en talloze schelpensoorten, terwijl ook de koraalriffen voor de kust, de weelderige plantengroei en het warme gematigde klimaat, niet weinig tot de „paradijselijke” aanblik van deze eilanden bijdragen.
Waarin de Seychellen bovendien verschillen van de meeste andere tropische eilanden, is de volledige afwezigheid van cyclonen, wervelstormen, giftige slangen of gevaarlijke wilde dieren. Men vindt er vrede en rust in een ongelooflijke natuur. Stille inhammetjes, lege stranden, zeldzame bloemen en vogels, zonnebaden, „snorkelen” , vissen, en vertoeven onder hartelijke, vriendelijke mensen — dat is het leven op de Seychellen.
Dank zij de komst van het straalvliegtuig en het feit dat de regering zich meer op het toerisme is gaan instellen, zijn deze prachtige eilanden beter voor de buitenwereld toegankelijk geworden. Maar ook al is de toeristenstroom de laatste jaren sterk toegenomen, nog altijd treft men op de Seychellen de tekenen aan van een langdurig isolement, en zijn er tropische stranden waar men nog geen mens tegenkomt. Op het eiland Mahé, dat het gemakkelijkst te bereiken is, is 80 percent van de totale, 60.000 personen tellende bevolking geconcentreerd. En ook daar zijn nog eenzame inhammetjes te vinden, waar kabbelende golfjes en een zachte bries in de palmen de enige geluiden zijn die de stilte verbreken.
Op alle majestueuze bergtoppen die met elkaar de ruggegraat van het eiland Mahé vormen, is van een groots panorama te genieten: stranden en eilanden ontrollen zich aan het oog. Vanaf de Mount Seychellois, die in het noordwesten ligt, is een van de prachtigste stranden te zien die er op de wereld te vinden is: Beau Vallon, een grote halve maan van wit zand, omrand met schaduwrijke kokospalmen en balsempopulieren. En in de verte rijst uit het grote blauwe vlak van de zee het indrukwekkende, donkere massief op van Silhouette, een dicht bebost eiland met een imposante bergtop. Niets verstoort de stilte en rust terwijl de zon langzaam achter de horizon wegzinkt.
De Seychellen zullen overigens niet alleen de „paradijszoeker” interesseren, maar zeker ook de natuurvorser, die er dank zij hun geïsoleerde ligging, midden in de oceaan en ver verwijderd van elk vasteland, kan genieten van een keur van enkele van de zeldzaamste soorten vogels, zoogdieren, vissen en planten ter wereld. Enkele levensvormen treft men zelfs nergens anders ter wereld aan.
Vallée de Mai
Tijdens een wandeling door de weelderige tropische plantengroei in de Vallée de Mai op het eiland Praslin kan men zich gemakkelijk voorstellen dat generaal Gordon deze plek, „de oorspronkelijke Hof van Eden” noemde. In de Vallée de Mai groeien niet minder dan 80 plantesoorten, en heel wat daarvan zijn uniek voor deze eilanden. Praslin, vroeger „Palmeneiland” geheten, is nog met rust gelaten door de oprukkende twintigste-eeuwse vooruitgang.
Er zijn zes palmensoorten die alleen op de Seychellen voorkomen, en alle zes groeien ze in en rond de Vallée de Mai. De meest vermaarde van dit stel is de „coco de mer”, de Seychellen-nootpalm of dubbele kokosnoot, die volgens sommigen „de boom der kennis van goed en kwaad” is geweest, welke in het bijbelboek Genesis staat vermeld (Gen. 2:16, 17). Maar dat is natuurlijk een even wilde gissing als vroeger de gedachte dat de vreemde „dubbele kokosnoten” die wel eens op de kusten van de Malediven aanspoelden, van een boom afkomstig waren die op de zeebodem groeide. In werkelijkheid waren het de vruchten van deze Seychellen-nootpalm, die op de toen nog onbekende Seychellen groeide. Zijn Franse naam „coco de mer” (zee-kokosnoot) heeft hij er nog altijd aan te danken.
Er groeien ongeveer 4000 van deze grote palmen in de Vallée de Mai. Uittorenend boven „schroefpalmen”, broodvruchtplanten, en latte-palmen, bereiken deze geweldige bomen, wanneer ze volwassen zijn geworden, een hoogte van zo’n 24 à 30 meter. De vrouwelijke exemplaren blijven het kleinst. Voor het bereiken van hun grootste hoogte hebben ze naar schatting een volle eeuw nodig. Daarna kunnen ze ettelijke honderden jaren oud worden. De noot zelf heeft drie jaar nodig om te ontkiemen en bijna zeven jaar om rijp te worden. Maar dan zijn het ook kolossen van vaak wel 18 kilo!
Andere attracties voor de natuurliefhebber
Cousin-eiland telt slechts één menselijke bewoner, de beheerder, die de zorg heeft over dit enige, internationaal bekostigde natuurreservaat in de Indische Oceaan. Cousin-eiland is de broedplaats van vele soorten vogels, zoals de opmerkelijke kreupelhout-grasmus — niet zozeer mooi om te zien, maar wel een heel bedrijvig en betoverend zangertje, dat men nergens ter wereld aantreft — en nog meer zeldzame vogels: de Seychellentorenvalk bijvoorbeeld, de witooguil, de dwergooruil en de paradijsvliegenvanger, waarvan men tot voor kort dacht dat hij uitgestorven was. De meer bekende eilanden Beacon, Bird, Cerf, La Digue, Moyenne en St. Anne leveren alle met hun prachtige stranden, koraalformaties, zeldzame vissen en plantensoorten hun bijdrage tot de schoonheid van de Seychellen.
En daarbij komt nog de weergaloze schoonheid van het leven onder water. Koraalformaties, gelijkend op tere planten of levenloze rotsen en opgebouwd door minuscule diertjes, vormen grote riffen die de eilanden omringen en een natuurlijke behuizing verschaffen aan honderden soorten planten en dieren.
Men kan werkelijk uren met een snorkel onder water rondkijken zonder zich een ogenblik te vervelen; de lagunen en beschutte baaien zijn een uitgelezen oord voor de natuuronderzoeker, op wie een indrukwekkend gebied van koraaltuinen en myriaden kleurrijke vissen wacht om doorvorst te worden en van te genieten. In helder water kan gevist worden op marlijn, zeilvis en tonijn — welke slechts drie van de 800 vissoorten vormen die hier, naast 120 schelpenvariëteiten, worden aangetroffen. Ja, de natuurlijke schoonheid en pracht van deze fantastische scheppingswerken geven inderdaad aanleiding om te denken aan dat eerste paradijstehuis van de mens, de Hof van Eden.
Mahé, met zijn internationale vliegveld dat is aangelegd op een stuk grond dat op de zee is heroverd, vormt voor de Seychellen de verbindende schakel met de buitenwereld. Bij aankomst ziet men er toppen die ruim 900 meter uit de zee oprijzen, aan de voet bedekt met kokosplantages en hogerop omhuld in het fluwelen groen van dichte bossen. Via de zigzag-weg die vanaf het vliegveld loopt, bereikt men langs de oceaan aan de noordoost-zijde van het eiland de hoofdstad Victoria. Na een poosje raakt men wel gewend aan dit soort smalle wegen die over het eiland kronkelen, de ene inham in, de andere baai uit, en dan weer de bergen over naar de andere zijde van het eiland. Als transportmogelijkheid zijn er behalve personenauto’s ook brede vrachtwagens die voor openbaar vervoer worden gebruikt.
Victoria ligt genesteld in de schaduw van een drietoppige berg, Les Trois Frères genoemd („de drie broers”) en ondergaat op het ogenblik veel veranderingen. Deze stad en het hele eiland Mahé trouwens richten zich in op de steeds groter wordende toeristenstroom die de eilanden komt aandoen. Nieuwe hotels zijn in aanbouw, en kort geleden is een stuk land teruggewonnen van de zee om de haven uit te breiden en de stad te kunnen vergroten.
Bevolking
De mensen op de Seychellen zijn net als de eilanden zelf, knap van uiterlijk, en bovendien opvallend hartelijk, vriendelijk en gastvrij. Vaak zijn ze in het begin echter een beetje verlegen tegenover vreemdelingen omdat voor velen de Westerse levensstijl en gebruiken volkomen nieuw zijn. Maar na korte tijd heeft men het gevoel elkaar al heel lang te kennen.
Het leven verloopt kalm. De klok, of andere zaken die elders van overheersend belang zijn, zijn hier niet zo gewichtig. Men geniet gewoon van het leven. Van een oorspronkelijke of inheemse bevolking kan men eigenlijk niet spreken omdat de eilanden tot de achttiende eeuw onbewoond waren. De mensen die er nu wonen, vormen een gemengd ras van Afrikaanse, Europese, Chinese, Indische en Maleise oorsprong, wat een heel scala van huidskleuren en gelaatstrekken heeft opgeleverd. Het grootste deel van de bevolking stamt uit de negentiende eeuw, van slaven die gered zijn uit bepaalde zeilschepen. Velen hebben Franse namen, vanwege de invloed die Frankrijk hier vroeger had, en iedereen spreekt de plaatselijke taal, het Creools. De officiële taal is het Engels, wat nog voortvloeit uit de recente Britse invloed, en bij een flink deel van de bevolking kan men ook daarmee nog terecht.
De mensen wonen in kleine groepjes huizen die over het hele eiland Mahé verspreid liggen, en die voor het merendeel zijn gemaakt van hout, met wanden van vezelplaat en hout, soms ook van golfplaat of dik karton, een rieten dak, en staande op paaltjes iets boven de grond. In de meeste gevallen liggen de huizen op steile heuvels, met broodbomen, kokospalmen, kaneelbomen, bananen- en vanilleplanten eromheen. Victoria is het enige grote bevolkingscentrum.
Het vee dat men houdt, scharrelt dicht om het huis, en soms ook wel in huis. Wat men eet, is hoofdzakelijk rijst, vis (zelfs haai), het binnenste van de palmboom, het vruchtvlees van kokosnoten, bamboeloten, aubergines, koeken van de vruchten van de broodboom en verscheidene soorten groenten. De eilandbewoners kunnen erg lekker koken en houden van sterk gekruid voedsel. Een erg populaire, plaatselijke drank is de zogenaamde „Toddy”, die wordt gemaakt van het gegiste sap uit de toortsvormige bloemtrossen van de kokospalm.
Niettemin zijn er ook op deze eilanden, net als overal elders ter wereld, problemen. De bewoners zullen u waarschuwen geen bezittingen op het strand achter te laten, omdat ze anders gestolen kunnen worden. En ook is er vanwege de verschillende afkomsten binnen de bevolking toch in zekere mate een rassenprobleem, doordat sommigen zich als superieur aan anderen beschouwen. Het druggebruik neemt onder jonge mensen steeds meer toe. En ondanks het feit dat de meerderheid van de bevolking officieel verbonden heet te zijn met enkele van de grootste kerken in de christenheid, heerst er een losse seksuele moraal, met alle problemen van dien. Bijgelovige praktijken komen eveneens tot op zekere hoogte nog altijd voor. Dus ook op de Seychellen zal men, net als in de rest van de wereld, moeten wachten op God voordat het paradijs, zoals dat in Gods Woord beloofd is, werkelijk zal zijn hersteld. — Luk. 23:43.
Het herstel van het paradijs
Maar, zoals gezegd, wat natuurschoon betreft is er op deze lieflijke eilanden nog veel om van te genieten. Natuurlijk hebben de binnenstromende toeristen en de invoering van nieuwe levensvormen, grote veranderingen gebracht, maar de regering heeft zich garant gesteld dat het natuurschoon op deze eilanden niet bedorven zal worden.
Dat men gebieden als de Seychellen opzoekt om van te genieten, wijst er wel op dat bij de mens het ingeboren verlangen leeft om in een mooie, vredige omgeving te vertoeven. En dat is niet zo vreemd, want de mens heeft oorspronkelijk in een paradijs geleefd. Zo’n paradijs is nu natuurlijk nergens meer te vinden. Maar dat God het kan herstellen, niet alleen op de Seychellen, maar over de gehele aarde, daarvan getuigt de overweldigende natuurpracht op deze mooie eilanden wel overduidelijk.