Wat is de zienswijze van de bijbel?
Heeft het christendom een zichtbaar symbool?
DOOR de gehele menselijke geschiedenis heen zijn de religies van de wereld gekenmerkt door talrijke zichtbare symbolen. Sterren, halve manen, vissen, draken, waterspuwers — deze en vele andere symbolen komen voor en zijn voorgekomen in de geschriften en de kunst van de religieuze stelsels der wereld.
Bestaat er een zichtbaar symbool voor het christendom? Denkt u aan het kruis? Of aan een vissefiguur zoals die voorkomt op sommige oude kunstvoorwerpen die met het christendom in verband worden gebracht? Of is er soms een ander symbool dat representatief genoemd kan worden voor het christendom?
Laten we eerst eens het kruis onder de loep nemen. Veel Nederlandse vertalingen van de christelijke Griekse Geschriften gebruiken het woord „kruis” voor het instrument waarop Jezus werd vastgenageld en waaraan hij stierf (Fil. 2:8, Nieuwe Vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap). Maar had dat werkelijk de vorm van een kruis?
The Imperial Bible-Dictionary geeft te kennen: „Het Griekse woord voor kruis, stauros, is in de juiste zin van het woord een paal, een opstaande mast, of afrasteringspaal, waaraan van alles kon worden gehangen, of die kon worden gebruikt voor het ompalen [omheinen] van een stuk grond. . . . zelfs onder de Romeinen schijnt de crux (waarvan ons woord kruis is afgeleid) van oorsprong een rechtopstaande paal te zijn geweest.” Het is waar dat deze termen soms ook werden gebruikt om voorwerpen aan te duiden die de vorm van een kruis hadden. In die gevallen bleek echter uit het omringende verhaal dat het om kruizen ging. Maar het is niet de grondbetekenis van het Griekse stauros, en evenmin van het Latijnse woord crux.
Bovendien duidt de bijbel het instrument waaraan Jezus stierf, ook aan met het Griekse woord xulon. Volgens een Grieks-Engels Lexicon door Liddell en Scott, betekent dit woord „hout . . . II. een stok of stuk hout . . . III. later, een boom”. In de Nieuwe Vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap wordt dit woord weergegeven met „hout”, zoals in Handelingen 5:30, waar we lezen: „De God onzer vaderen heeft Jezus opgewekt, dien gij hebt gehangen aan een hout en omgebracht.” — Zie ook Handelingen 13:29; Galáten 3:13; 1 Petrus 2:24, NBG.
Maar zijn er aan het begin van onze gewone tijdrekening geen schrijvers geweest die beweren dat Jezus aan een kruis is gestorven? Justinus Martyr (114-167 G.T.) beschreef bijvoorbeeld op de volgende manier de terechtstellingspaal waaraan Jezus volgens hem stierf: „Wat betreft de ene balk, die wordt rechtopgezet, en het hoogste uiteinde daarvan fungeert als uiteinde wanneer de andere balk eraan wordt bevestigd, zodat de uiteinden daarvan zich met het uiteinde van die eerste balk verenigen.” Dit vormt er een aanwijzing voor dat Justinus zelf geloofde dat Jezus aan een kruis stierf.
Maar Justinus werd niet door God geïnspireerd, zoals dit wel met de bijbelschrijvers het geval was. Hij werd meer dan tachtig jaar na Jezus’ dood geboren en was geen ooggetuige van die gebeurtenis. Men neemt dan ook aan dat Justinus bij het omschrijven van het „kruis” een vroeger geschrift, bekend als de „Brief van Barnabas”, heeft gevolgd. Deze niet-bijbelse brief betoogt dat Abraham volgens de bijbel driehonderdachttien man van zijn huisgezin heeft besneden. En dan kent het bijzondere betekenis toe aan het Griekse lettercijfer voor 318, namelijk IHT. De schrijver van dit apocriefe werk beweert dat IH de eerste twee letters van de naam van „Jezus” in het Grieks moeten voorstellen. Terwijl de T wordt bezien als de vorm van Jezus’ terechtstellingspaal.
Betreffende deze passage, verklaart M’Clintock and Strongs Encyclopædia: „De schrijver was blijkbaar onbekend met de Hebreeuwse Geschriften, en heeft [ook] de blunder begaan te veronderstellen dat Abraham, enige eeuwen voordat het Griekse alfabet ontstond, met dat alfabet op de hoogte was.” Een vertaler van deze „Brief van Barnabas” in het Engels, wijst erop dat de brief „talrijke onnauwkeurigheden”, „ongerijmde en lichtvaardige interpretaties van de Schrift” bevat en dat de schrijver zich overgeeft aan „veel onnozel gesnoef op superieure kennis”. Zou u in zo’n schrijver, of volgelingen van die schrijver, vertrouwen stellen voor het verwerven van nauwkeurige informatie omtrent het martelwerktuig waaraan Jezus stierf?
Het kruis werd niet eerder dan in de vierde eeuw G.T. populair, toen de Romeinse keizer Constantijn het labarum, een legervaandel met het symbool [Grieks karakter], invoerde. Dit is echter geen weergave van Jezus’ terechtstellingspaal, maar van de Griekse letters chi (X) en rho (P) die met elkaar zijn verstrengeld. Velen begonnen dit symbool te bezien als een afbeelding van de eerste twee letters van het Griekse woord voor Christus. (CHRistos).a
Hoe staat het echter met het vissymbool, dat men te zamen met het Griekse woord voor vis, ICHTHUS, al aantreft op voorwerpen die kennelijk uit de tweede eeuw G.T. dateren? Velen interpreteren dit als een symbool voor de Griekse uitdrukking Ièsous CHristos THeou HUios Sotèr, wat betekent „Jezus Christus, Zoon van God, Verlosser”. Is de vis werkelijk een christelijk symbool?
Volgens The Interpreter’s Dictionary of the Bible, komt de vis herhaaldelijk in oude heidense symboliek voor, vaak zonder dat er water bij wordt afgebeeld. „In zulke gevallen”, merkt dit naslagwerk op, „schijnt het dat de vis een symbolische betekenis heeft, waarschijnlijk om godheid, macht, vruchtbaarheid, etc., voor te stellen.”
Dezelfde publikatie merkt verder op dat bepaalde joden het gebruik van het vissymbool van heidense religies hebben overgenomen, en voegt daaraan toe: „Het is waarschijnlijk dat aan de overwegingen die [in dit verband] zijn genoemd, ook gedeeltelijk de verschijning moet worden toegeschreven van de vis in de kunstvoorstellingen van de oudste christelijke catacomben. Hoe vroeg het Griekse woord voor ’vis’ (ichthus) als afkorting voor ’Jezus Christus, Zoon van God, Verlosser’ werd opgevat . . . weten we niet; maar toen die identificatie eenmaal was gemaakt, werd de vis een vast christelijk symbool.”
De bijbel vermeldt echter geen enkel zichtbaar symbool voor het christendom. Hedendaagse christenen dienen daarom waakzaam te zijn dat zij niet zo’n symbool gaan adopteren. Zo verschijnen er bijvoorbeeld op sommige gebouwen en Koninkrijkszalen van Jehovah’s Getuigen wachttorenachtige bouwsels. Op zich is dit niet verkeerd. Mogelijk dat ze mensen helpen gebouwen die eigendom van Jehovah’s Getuigen zijn, te identificeren. Doch nooit dient iemand zulke dingen met eerbied te bezien als waren ze een zichtbaar teken van het christendom. Jezus onderwees niet dat zijn discipelen aan zichtbare symbolen herkend zouden worden, maar „hieraan”: dat zij „liefde onder elkaar” zouden hebben. — Joh. 13:35.
Hoewel zichtbare symbolen altijd een kenmerk van niet-bijbelse religies zijn geweest, waren ze in de beginperiode van het christendom onbekend. Net als in de eerste eeuw G.T., dienen ware christenen ook nu aan het schriftuurlijke beginsel te voldoen: „Want wij wandelen door geloof, niet door aanschouwen.” — 2 Kor. 5:7.
[Voetnoten]
a Over dit punt merkt The Companion Bible in Appendix 162 onder „Het kruis en de kruisiging” het volgende op:
„Kruizen werden gebruikt als symbool voor de Babylonische zonnegod, [Symbool], en werden voor het eerst waargenomen op een muntstuk van Julius Caesar, 100-44 v.G.T., en daarna op een muntstuk dat door Caesars opvolger (Augustus, 20 v.G.T.) werd geslagen. Op de muntstukken van Constantijn is [Grieks karakter] het meest voorkomende symbool; maar hetzelfde symbool wordt gebruikt zonder het omringende wiel, en met de vier gelijke armen verticaal en horizontaal gericht; en dit was het symbool welke men in het bijzonder als het „zonnewiel” vereerde. Het zij nog vermeld dat Constantijn een zonaanbidder was, en niet eerder lidmaat van de ’Kerk’ werd dan een kwart eeuw na zo’n kruis in de hemel te hebben gezien. . . . De Heer werd ter dood gebracht aan een rechtopstaande paal, en niet aan twee stukken hout die zich, onder wat voor hoek dan maar ook, kruisten.”