Wat is de zienswijze van de bijbel?
Transcendente meditatie — Iets voor christenen?
„IK BEN gelukkiger, denk helderder en werk efficiënter; ik ontdek dat ik meer betrokken ben bij het helpen van mensen. Ik heb geleerd stress te overwinnen en heb meer energie over voor mijn gezin.”
Dat is het typerende commentaar van mensen die beweren dat hun leven een keer ten goede heeft ondergaan door de beoefening van „transcendente meditatie”, ook wel kortweg „TM” genoemd. Dergelijke beweringen omtrent de waarde van TM hebben bij velen belangstelling gewekt. Zo kondigde bijvoorbeeld in 1972 de stichter van de TM-beweging, Maharishi Mahesh Yogi, een „Wereldplan” aan met onder meer als doelstelling: „Het oplossen van misdaad- en gedragsproblemen die de menselijke familie ongeluk brengen.”
Waarschijnlijk trekt de gedachte aan het overwinnen van stress en het vinden van een oplossing voor de wereldproblemen ook u aan. Is het derhalve goed aan transcendente meditatie te gaan doen?
Sommigen zullen die vraag misschien trachten te beantwoorden door een wetenschappelijk onderzoek in te stellen naar de beweringen omtrent de staat van diepe ontspanning die transcendente meditatie volgens zeggen zou veroorzaken. Voor iemand die er echter belangstelling voor heeft zijn Schepper te behagen, bestaat een verstandiger benadering van het probleem, door namelijk te onderzoeken of deze methode in overeenstemming is met de Heilige Schrift, die „door God [is] geïnspireerd”. — 2 Tim. 3:16.
Waarin bestaat transcendente meditatie? Onder andere daarin dat men in rechtopgezeten houding en met gesloten ogen de geest ongedwongen in de richting van een woord of zinsnede, een „mantra” genaamd, laat wegdrijven. Voorstanders van TM zeggen dat het geen religie is en geen filosofie, evenmin een levenswijze, maar eenvoudig „een natuurlijke en simpele techniek om in alle aspecten van het leven verbetering te bereiken”.
Is dat zo, of is TM in feite een religieuze methode die in strijd is met de leer van de bijbel? Wat onthullen de feiten?
Wel, is het u reeds opgevallen dat Maharishi zelf een „yogi” wordt genoemd? Die betiteling duidt op iemand die verondersteld wordt een „eenheid” met God of „God-bewustzijn” te hebben bereikt door de Hindoe-beoefening van yoga (het Sanskriet voor „eenheid”). Interessant is ook hoe de Encyclopædia Britannica (1976) het woord „mantra” definieert: „In het hindoeïsme en boeddhisme wordt aan een heilige uitspraak (een lettergreep, woord of vers) een mystieke of geestelijke uitwerking toegekend. . . . Mantra’s zijn nog altijd een belangrijk kenmerk van de hindoeïstische religieuze riten en huiselijke ceremoniën. Bij vele sekten omvat de inwijding het fluisterend uitspreken van een geheime mantra door de goeroe (de geestelijke leraar) in het oor van de wijdeling.”
Het verband tussen het hindoeïsme en TM is vooral duidelijk bij de inwijdingsceremonie. Voor die gelegenheid moet een kandidaat stukjes fruit, een witte zakdoek en enkele bloemen meenemen. De TM-onderwijzer of „inwijder” legt die op een „altaar” met een kaars, wierook en het portret van Swami Brahmananda Sarasvati Maharaj, ook bekend als de „Goeroe Dev”.
Na het aansteken van de kaars en de wierook, zingt de inwijder in het Sanskriet een „puja” (aanbidding), die een lange „aanroeping” van Hindoe-godheden en heilige mannen omvat, alsook de volgende zinsnede: „Voor de HEER NARAYANA, voor de lotus-geboren Brahma de Schepper . . . buig ik mij neer. . . . Voor de glorie van de Heer, aan wiens deur het gehele firmament van goden dag en nacht om volmaaktheid bidt, buig ik mij telkens en telkens neer.”
Dit gezang blijft doorgaan met talrijke lofprijzingen aan „Shri Goeroe Dev”. Bij een van die lofprijzingen wordt de Hindoe-drieëenheid Brahma, Vishnoe en Shiva als volgt genoemd: „GOEROE in de glorie van BRAHMA, GOEROE in de glorie van VISHNOE, GOEROE in de glorie van de grote HEER SHIVA.”
Waarom beweren desondanks toch velen dat TM geen religieuze methode is? Wel, om het voor het publiek aantrekkelijker te maken. In het boek The Science of Being and Art of Living („De wetenschap van het zijn en de kunst van het leven”) geeft Maharishi (op de titelpagina „Zijne Heiligheid” genoemd) de volgende verklaring:
„Wanneer en waar religie het bewustzijn van de meerderheid domineert, dient transcendente meditatie in termen van religie te worden onderwezen. Wanneer en waar metafysisch denken het bewustzijn van de maatschappij beheerst, dient diepe transcendente meditatie in metafysische termen te worden onderwezen, openlijk gericht op de vervulling van de op dat moment heersende metafysische gedachte. Wanneer en waar politiek het massabewustzijn domineert, dient diepe transcendente meditatie in termen van en ontleend aan de politieke wereld te worden onderwezen, gericht op het tot vervulling brengen van de politieke verlangens van de generatie. Wanneer en waar de economie het massabewustzijn domineert, dient diepe transcendente meditatie vanuit economisch oogpunt te worden onderwezen, met het doel de dan heersende economische verwachtingen en doeleinden te verwezenlijken.”
„Dus”, zal iemand misschien zeggen, „wat maakt het voor verschil of transcendente meditatie nu wel of niet met Hindoe-aanbidding verband houdt?” Volgens de Schrift heel veel. Immers:
De bijbel verklaart duidelijk dat de meerderheid van de religies en religieuze praktijken die in de wereld worden beoefend, niet Gods goedkeuring genieten. De apostel Paulus schreef bijvoorbeeld: ’De dingen die de natiën slachtofferen, slachtofferen zij aan demonen en niet aan God, en ik wil niet dat gij deelhebbers met de demonen wordt’ (1 Kor. 10:20). Aan de andere kant leerde Jezus dat „de ware aanbidders de Vader met geest en waarheid zullen aanbidden” (Joh. 4:23). En omtrent de enige bron van waarheid zei Jezus in gebed tot God: „Uw woord is waarheid” (Joh. 17:17). Laten wij daarom eens enkele kenmerken van transcendente meditatie met het geopenbaarde „woord” van God in de geïnspireerde Schrift vergelijken.
Met betrekking tot degene die het voorwerp van alle aanbidding dient te zijn, verklaarde Jezus: „Jehovah, uw God, moet gij aanbidden en voor hem alleen heilige dienst verrichten” (Matth. 4:10). En we hebben al gezien dat vooral bij de inwijdingsrite van TM aan Hindoe-goden en heiligen lof wordt toegezwaaid. Kan iemand ’Jehovah alleen’ aanbidden en tegelijkertijd ook aan iets dergelijks deelnemen?
Voor hen die in de bijbel geloven, is er trouwens nog een ernstig bezwaar. Het is namelijk bekend dat personen die zich in vergevorderde stadia van yoga-meditatie verdiepen, vaak beweren een bepaalde helderziendheid te ontwikkelen, en toekomstige gebeurtenissen te kunnen voorspellen. Volgens de bijbel echter ontvangen personen die Jehovah God niet aanbidden, zulke occulte krachten van goddeloze geestenkrachten of demonen (Hand. 16:16). Zou men zich dus door transcendente meditatie niet voor zulk een spiritistische invloed openstellen?
Opmerkelijk is een commentaar van Maharishi omtrent het doel van de mantra’s: „Wij doen hier iets overeenkomstig de Veda-riten — vooral het specifieke zingen, ten einde een effect in een andere wereld te bewerken, de aandacht te trekken van hogere wezens of goden die daar leven. De gehele kennis van de mantra’s of hymnen van de Veda’s is bestemd voor ’s mensen contact en ’s mensen communicatie met de hogere wezens in de diverse afdelingen van de schepping.”
Aangezien de bijbel echter over niet-bijbelse aanbidders zegt dat zij zich tot ’demonen en niet tot God’ wenden, kunnen de „hogere wezens” met wie zij door mantra-zingen contact leggen, geen anderen zijn dan degenen die in de Schrift „goddeloze geestenkrachten in de hemelse gewesten” worden genoemd (1 Kor. 10:20; Ef. 6:12). Heeft het enige zin op wat voor manier dan ook betrokken te raken bij een methode die in een wat verder gevorderd stadium tot demoneninvloed kan leiden?
En wat valt er bovendien te zeggen over het doel van TM-beoefenaars om deze vorm van meditatie te gaan gebruiken voor het „oplossen van misdaad- en gedragsproblemen die de menselijke familie ongeluk brengen”? Schriftuurlijk gesproken is dat onmogelijk, aangezien transcendente meditatie niet tot de wortel van de werkelijke oorzaken van de wereldweeën doordringt. Waarom niet?
Ten eerste omdat de bijbel een groot deel van het falen, de nutteloosheid en de frustratie met betrekking tot menselijke pogingen in verband brengt met overgeërfde zonde (Ps. 51:5; Pred. 7:20; Rom. 8:20). Zelfs ziekte, veroudering en de dood vinden hun oorzaak in de onvolmaakte toestand waarin de mens door zonde is geraakt (Matth. 9:1-8; Rom. 5:12; 6:23). En ten tweede noemt de bijbel als de voornaamste oorzaak van de wereldweeën degene „die Duivel en Satan wordt genoemd, die de gehele bewoonde aarde misleidt” (Openb. 12:9), en die, zoals de bijbel verder toont, in gezelschap verkeert van een grote menigte demonen die als „wereldheersers” fungeren. — Ef. 6:12.
De werkelijke oplossing voor de wereldproblemen is geconcentreerd rond Gods Zoon, Jezus Christus. Volgens de bijbel kan verwijdering van menselijke zonde en dood slechts komen door bemiddeling van Jezus’ loskoopoffer (Matth. 20:28; Hand. 4:12; 1 Tim. 2:5, 6). En uiteindelijk zal het ook een hemelse Koninkrijksregering zijn, bestaande uit Jezus Christus met mederegerende „heiligen”, die alle aardse koninkrijken zal vervangen door een zich over de gehele aarde uitstrekkende goddelijke heerschappij. — Dan. 7:13, 14, 21, 22, 27; 2:34, 44, 45.
Maar wanneer men nu de religieuze aspecten en de fantastische beweringen omtrent transcendente meditatie laat voor wat ze zijn, en haar louter beschouwt als een methode om zich te ontspannen en van overmatige stress af te komen? Wel, natuurlijk is aan ontspanning niets verkeerds. Jezus zelf trok zich van mensen terug om wat uit te rusten (Mark. 6:31, 32). Alleen: hij deed dat niet op een manier die schriftuurlijke beginselen geweld aandeed.
Met betrekking tot de religieus getinte methode van transcendente meditatie is het echter goed de waarschuwing in gedachten te houden die de apostel Paulus ten aanzien van vals-religieuze gewoonten gaf, dat: zelfs „een weinig zuurdeeg” de gehele massa doet gisten. (Gal. 5:9; vergelijk Matthéüs 13:33; 16:6, 11, 12.) Wat de juiste christelijke zienswijze is met betrekking tot methoden die verwant zijn aan valse religie, wordt in de volgende schriftuurlijke vermaning te kennen gegeven: „Komt niet onder een ongelijk juk met ongelovigen. Want wat voor deelgenootschap hebben rechtvaardigheid en wetteloosheid? Of wat heeft licht met duisternis gemeen? . . . ’„Gaat daarom uit hun midden vandaan en scheidt u af”, zegt Jehovah, „en raak het onreine niet langer aan”’, ’„en ik zal u aannemen.”’” — 2 Kor. 6:14-17.