Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g77 8/2 blz. 24-27
  • De grote Canadese gans — monarch van de lucht

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De grote Canadese gans — monarch van de lucht
  • Ontwaakt! 1977
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • In het nest
  • Vliegtraining
  • Paargewoonten
  • Het wonder van de vogelvlucht
    Ontwaakt! 1978
  • Hoe vogelvleugels voor draagkracht zorgen
    Ontwaakt! 1986
  • Een baby grootbrengen in de natuur
    Ontwaakt! 2001
  • De indrukwekkende zwarte arend
    Ontwaakt! 1982
Meer weergeven
Ontwaakt! 1977
g77 8/2 blz. 24-27

De grote Canadese gans — monarch van de lucht

UH-GHANK! Uh-ghank! Met deze resonerende roep kondigen de monarchen van de lucht zich aan. Reeds lang voordat u ze vanaf de grond hebt waargenomen, is hun schallende roep al van hoog uit de lucht te horen. En niet lang daarna komt de bekende, statige V-formatie in zicht. Vanwaar komen ze? En waar gaan ze heen? Laat Wawa (het Ojibwa-woord voor de grote Canadese gans) u zelf zijn verhaal vertellen.

In het nest

Vanaf het prilste moment van ons bestaan ontvingen wij van moeder een geweldige verzorging. Wij, mijn broertjes, zusjes en ik, bevonden ons nog in het ei toen moeder één plek van haar borst helemaal kaal plukte, om met de veren daarvan ons nest zacht te stofferen, waarna ze om beurten elk ei tegen die kale plek aanhield om het uitbroeden te bevorderen. Ten slotte, na 28 dagen, pikte ik mezelf een weg door de dofwitte schaal die mij omgaf, waarna ik spoedig omringd was door acht andere pluizige broertjes en zusjes. Als moeder voor korte poosjes het nest verliet, zag ze er zorgvuldig op toe dat wij, goudkleurige donskuikens, veilig verborgen lagen in de knusse warmte van het grijs-bruine donsdek, waarmee ze ons nest had gestoffeerd, zodat we niet alleen tegen de kou en hitte waren beschermd, maar ook onzichtbaar waren voor de scherpe, speurende ogen van gulzige meeuwen en andere belagers.

Terwijl moeder op het nest zat, hield vader met zijn lange, zwarte, uitgestrekte nek, een waakzaam oog op de omgeving van het kleine eilandbultje in het noordelijke toendra-meer, waarop ons nest was gebouwd. Zijn gitzwarte ogen waren constant waakzaam op de omgeving gericht, om elk teken van gevaar te bespeuren. Een luid uh-ghank! of gesis was voor mijn moeder het signaal om zich met kop en nek plat uit te strekken en bewegingloos te blijven liggen tot het gevaar geweken was. Haar grijsbruine lichaam, met de kenmerkende halvemaanvormige witte band onder de kop, was dan volmaakt gecamoufleerd. Soms drong een vos of wolf het terrein binnen waarover mijn vader de wacht hield. Dicht tegen moeder aangedrukt, zagen wij kleine gansjes, dan toe hoe hij zonder vrees met zijn grote, bijna één meter lange vleugels op de indringer toescheerde en die dan zo’n ongenadige afranseling gaf, dat de vijand te water raakte en uiteindelijk jankend, met zijn staart tussen de poten de benen nam. Nee, met een acht tot negen kilo zware Canadese gans valt niet te spotten.

Al na een paar dagen volgden we, om strijd ’wie-oe’ roepend, moeder het water in. Vader vormde de achterhoede. Zolang we nog niet voldoende veren hadden, keerden we elke avond naar de veilige beschutting van ons nest terug, om daar onder de warmte van moeders vleugels de nacht door te brengen. Toen brak voor mijn ouders de jaarlijkse ruiperiode aan, de tijd waarin zij hun veren verloren en wij dus allemaal aan de aarde gebonden waren. De tijd ook dat zij ons erg in de gaten hielden en dicht bij ons bleven wanneer we tussen het riet en het hoge gras doorzwommen, op zoek naar lekkere hapjes — waterinsekten, zachte waterplanten, grassen en bessen. Tegen de tijd dat onze ouders een nieuw verenkleed bezaten, hadden ook wij volgroeide vleugels en een echte staart. Hoog tijd voor de eerste vliegles!

Vliegtraining

Prachtige, sterke vleugels hebben wij van onze Schepper gekregen — een halve meter breed, volmaakt van aërodynamisch ontwerp, met een stompe, dikke voorkant en tapsgewijs toelopend tot de dikte van één enkele veer aan het uiteinde. Om het hefvermogen te vergroten, is de vleugel bovendien nog hol aan de onderzijde en bolvormig gebogen aan de bovenzijde. Hierdoor is het voor ons mogelijk enkel op luchtstromingen, zonder vleugelslag, van 2 tot 3 kilometer hoogte naar de aarde te glijden; maar ook om tijdens een trekvlucht met een snelheid van 65 tot 100 kilometer door het luchtruim te klieven. De neerwaartse slag is de „stuwslag”, waarbij de voorrand van onze „grote slagpennen”, zoals jullie de tien grote veren aan het eind van onze beide vleugels noemen, tegen de stilstaande lucht omhoogbuigen en vervolgens over een bepaalde hoek naar beneden draaien, zodat ze als het ware in de lucht „klauwen” net als een propeller dat bij bepaalde „mechanische vogels” van jullie doet.

Na het aangroeien van de nieuwe veren, vlogen onze ouders moeiteloos over onze hoofden de lucht in, en riepen ons toe hetzelfde te doen, terwijl ze met hun vleugels klapten om te tonen hoe het moest. We deden erg ons best, fladderden met onze vleugels en renden heen en weer. Maar het duurde nog wel even voor we er de slag van te pakken hadden om met onze poten de grond of het water onder ons weg te schoppen en het vrije luchtruim te kiezen. Dagelijks werden onze vliegspieren sterker. Sommige landingen verliepen nog wel niet volgens het boekje en eindigden dan met een grote plons, maar langzamerhand leerden we hoe we ons hele lichaam plus vleugels als rem in de lucht moesten gebruiken en onze grote poten (waarom we bekendstaan) als landingsgestel moesten uitsteken om het eerste contact met het water of de grond te leggen. Bij al die vorderingen werden we met goedkeurend „gehonk” van onze ouders bejubeld. De training maakte ons gereed voor het moment waarop we hen in de lucht zouden volgen voor onze eerste herfstvlucht naar verre oorden.

Ondertussen ben ik nog steeds blij dat onze vliegtraining niet zo is begonnen als bij vele neven van mij die in boomtoppen of op steile rotshellingen woonden. Toen hun ouders beseften dat het voor hen tijd was geworden het nest te verlaten, riepen ze hen eenvoudig naar beneden, waarop de kleintjes, die op de rand van het nest waren geklauterd, zich pardoes moesten laten vallen en maar flink met hun vleugelstompjes moesten fladderen. Deze beweging en de donsachtige bedekking van hun lichaam bood dan net voldoende weerstand om hun val te breken, zodat hun eerste solo-vlucht meestal wel een gelukkig einde had. Maar bij zo’n methode bestaat natuurlijk altijd het gevaar dat je als jong aan een scherpe tak blijft hangen. In Brits Columbia was enkele jaren geleden een zorgzame vogelmoeder die dit gevaar voorkwam door haar kroost op haar rug te laten plaatsnemen en ze zo, als in een vliegtuig met open cockpit, veilig naar de grond bracht!

Nadat we als jonge ganzen onze vliegbekwaamheden hadden vervolmaakt, voegden we ons met ons gezin bij andere ganzenfamilies, die in afwachting van de snel naderende trektijd, onder elkaar „gakten” dat het een lieve lust was. Misschien leek het wel of we druk bezig waren met het bespreken van allerlei wereldproblemen. Maar verre van dat. We bezigden slechts onze eigen ganzentaal, bestaande uit gesis, gegrom, wah-koems, koem! koem! koem!, gesnor, geschreeuw en luide oh-ooe’s. We blazen en snateren om te waarschuwen voor gevaar; grommen en snorren van tevredenheid; laten een serie zachte ’wah-koems’ horen om onze partner te lokken; roepen onze kleintjes zacht met koem! koem! koem!; en schreeuwen en „oh-oeën” wanneer we door een andere vogel worden aangevallen en gebeten; en natuurlijk zijn veel mensen bekend met ons vibrerende uh-ghank!

Ondertussen tikte onze ingebouwde trekklok onverstoorbaar voort, tot ten slotte het vertrekuur was aangebroken en wij met machtige vleugelslag op de wieken gingen. Na een snelle formering van onze, meestal uit twee families bestaande, V-formaties, begonnen we aan onze eerste etappe (480-640 kilometer) naar onze winter-voedergebieden. Onze tocht voerde ons van noordelijk Canada naar het zuiden, over de staten Manitoba en Minnesota, verder langs de Mississippi, naar de kust van de Golf van Mexico, in Texas.

Is het de oudste en wijste gans die bij deze trektochten vooraan vliegt? Nee. Wanneer onze koninklijke formaties overvliegen, kunnen goede waarnemers vaak de leidende vogel van plaats zien wisselen met een ander. Menigmaal is het een vrouwtje dat voorop vliegt. We willen elkaar graag verlichten, want het is een zware taak als eerste vogel de lucht voor de achteropkomenden te „breken”. De andere vogels vliegen iets zijwaarts van de leidende vogel, hetgeen het voordeel biedt van zesendertig verziende ogen die naar goede voedsel- en rustgebieden kunnen speuren, of . . . naar mensen die graag een vette gans voor een maaltijd zouden willen verschalken. Vaak zijn al hun bewegingen in hun schuilhut al lang en breed vanuit de lucht opgemerkt, voordat we binnen het bereik van hun geweren zijn. We zijn zowel met een goed gehoor als met een scherp gezichtsvermogen begiftigd.

Paargewoonten

Met het verstrijken van de daarop volgende maanden, werd er een nieuw instinct in ons geboren — de drang om een partner te vinden. Wat een opwinding toen we met laaggerichte kop en uitgestrekte nek en sissende geluiden op het voorwerp van onze verering toesnelden! En wat een vreugde toen zij op dezelfde wijze reageerde! Teder wreven we elkaars halzen, als betuiging van wederzijdse instemming om ons in dit tweede jaar van ons leven te „verloven” en dan tot volgend jaar te wachten met paren. Bij de dan plaatsvindende „bruiloftsceremonie” werpt eerst het mannetje en daarna het vrouwtje met de kop water over de rug om daarmee aan alle aanwezigen kenbaar te maken dat ze een huwelijk zijn aangegaan. Daarna blijven we voor het leven bij elkaar, of, zoals jullie wel zeggen, „tot de dood ons scheidt”.

Is het niet interessant hoe wij leven? Bovendien zijn wij gemakkelijk te temmen, terwijl we ons ook altijd zullen verheugen wanneer godvrezende mensen liefdevolle heerschappij over ons uitoefenen.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen