Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g77 22/1 blz. 17-20
  • Ik was een waarzegster

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Ik was een waarzegster
  • Ontwaakt! 1977
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Hoe het begon
  • Een verandering
  • Zij brengen het geleerde in praktijk
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
  • Mensen vinden die hongeren en dorsten naar waarheid
    Ontwaakt! 1970
  • Gods waarheid herkende zij snel
    Ontwaakt! 1971
  • Jehovah’s leiding
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
Meer weergeven
Ontwaakt! 1977
g77 22/1 blz. 17-20

Ik was een waarzegster

TERWIJL de jonge vrouw plaatsnam op het kussen dat ik haar aanbood, zag ik direct dat ik niet met een gewone Koreaanse van doen had. Ze was goed gekleed en had een aristocratisch voorkomen. Ik luisterde naar haar terwijl ze me vertelde dat ze van ver kwam en mijn bekendheid reeds daar was doorgedrongen en dat ze naar mij toe was gekomen om iets werkelijk belangrijks aan de weet te komen.

Ik zei dat ze het zich gemakkelijk moest maken, maar ze bleef krampachtig rechtop zitten en keek me in gespannen verwachting aan. „Hoe is uw naam?” zo begon ik. „O, maar het gaat niet om mij persoonlijk”, was haar reactie, „het gaat om iets veel belangrijkers”. „Ik kom voor de toekomst van mijn oudere broer.” „Hoe is zijn naam?” vroeg ik. Toen ze die noemde, raakte ik meer geïnteresseerd; hij was toen een van de meest omstreden Koreaanse politici in opkomst. Elke dag was zijn naam in het nieuws.

Ik opende mijn Oosterse filosofieboeken om de aard van zijn naam te bepalen en stelde daarna mijn gewone vragen: „In welk jaar is hij geboren?” Daarna: „In welke maand, op welke dag?” En ten slotte: „Op welk uur precies?” Daarna begon mijn onderzoek. Ik vergeleek de gegevens in mijn filosofieboeken over wat er met personen met zo’n naam gebeurt, met de getaltafels voor zijn geboortedatum, en bepaalde aan de hand daarvan welke datums en jaren gunstig en welke slecht voor hem zouden uitvallen. Ten slotte vertelde ik de jonge vrouw mijn bevindingen. Het komende jaar, 1974, zou voor deze man uitstekend verlopen en een triomf voor hem betekenen. Hij zou succes hebben bij hetgeen hij ondernam. Blijgestemd betaalde de jonge vrouw mijn honorarium en ging heen.

Wat gebeurde er uiteindelijk? Wel, haar broer had inderdaad succes en werd in 1974 voorzitter van zijn politieke partij, zoals ik had voorspeld.

Hoe het begon

Mijn belangstelling voor waarzeggerij werd gewekt, toen ik als jonge vrouw van 26 jaar met een waarzegster in aanraking kwam. Met gebruikmaking van oude getalkunde wist ze mathematisch te berekenen welke dagen slecht en welke goed voor iemand zouden uitvallen. Ik vroeg haar een boek over getalkunde. Maar ze trachtte me te ontmoedigen met de opmerking dat het erg moeilijk te leren was. Niettemin kreeg ik het boek en begon te studeren. Op school had ik altijd goed kunnen leren, dus meende ik deze getalkunde ook wel onder de knie te kunnen krijgen.

In 1966 trouwde ik, op eenendertig jarige leeftijd, zonder echter mijn studie over getallensymboliek aan de kant te zetten. Langzamerhand begon ik op kleine schaal voorspellingen te doen. En ten slotte raakte ik erg bekend.

Een verandering

Ik zag neer op de zogenaamde christenen en vond dat ze maar een erg zwakke god aanbaden. Immers, hoewel ze de kerk bezochten, kwamen ze toch naar mij toe om zich hun toekomst te laten voorspellen. Ik vroeg hun altijd waarom ze kwamen, indien zij toch de Almachtige Schepper aanbaden. Dan antwoordden zij dat de bijbel niets over persoonlijke aangelegenheden zegt en evenmin vertelt wat er met iemand in een bepaalde situatie zal gebeuren. Ze kwamen naar mij toe, aldus hun woorden, om achter hun persoonlijke toekomst te komen. Sommigen van hen zeiden ook dat zij zich op wetenschappelijke wijze hun toekomst wilden laten voorspellen, om niet in contact met demonen te komen. Soms vroeg ik of zij dachten dat ik als waarzegster machtiger was dan hun god in de hemelen. Ze gaven me daarop nooit een bevredigend antwoord. Aanvankelijk kwamen vooral katholieken me raadplegen, maar later ook heimelijk mensen van andere kerken. Mijn ervaring met al die kerkgangers bracht me tot slechts één conclusie: in de kerken is geen waardevolle waarheid te vinden.

In die tijd wist ik nog niets van Jehovah’s Getuigen. Dat duurde zo voort tot er precies aan de overkant van mijn straat één kwam te wonen, een vrouw die ernstig in haar geloof werd tegengestaan en belemmerd door haar man. Hij sloeg haar, sloot haar op in huis en veroorzaakte zoveel problemen voor haar dat de hele buurt kwam te weten dat ze vanwege haar geloof werd vervolgd. Ik had medelijden met haar en ging met haar praten om haar de omgang met Jehovah’s Getuigen te ontraden en aldus problemen met haar man te vermijden. Ik argumenteerde met klem dat wanneer haar God enige macht zou bezitten, hij haar nu zou moeten helpen.

Toen was ik echter degene die verbaasd stond. De Getuige vertelde mij over Gods voornemen met betrekking tot de aarde, over de „laatste dagen” en de reden waarom ware gelovigen vervolgd zouden worden. Ze zei dat ze haar geloof nooit zou verloochenen, zelfs al moest ze de dood onder ogen zien. Nooit was ik zo verbaasd geweest! Ze vertelde me hoezeer ze Jehovah God, de waarheid uit de bijbel en haar geestelijke broeders en zusters, de Getuigen van Jehovah, liefhad. Ik stond verbaasd over de diepte van haar geloof.

Natuurlijk kon ik alles wat ze me toen vertelde, nog niet volledig begrijpen. Maar het maakte wel diepe indruk op me en deed me één belangrijk ding beseffen: Jehovah’s Getuigen zijn anders dan enige andere religie. Bovendien was er onder alle mensen die mij als waarzegster waren komen raadplegen, nog nooit een Getuige van Jehovah geweest. Dat stemde me tot nadenken. Waarom maakten Jehovah’s Getuigen zich geen zorgen over de toekomst? Wisten zij iets wat ik niet wist?

Vlak daarna kwam ik weer in aanraking met de Getuigen; ditmaal op een geheel andere manier. Mijn oudere zuster ging naar het huis van een vriendin en ontdekte dat die met Jehovah’s Getuigen aan het studeren was. Ze zag hoeveel haar vriendin van de Getuigen over de bijbel leerde, en kwam erg onder de indruk van hun gedrag. Ze nam het bijbelstudiehulpmiddel De waarheid die tot eeuwig leven leidt en bracht dat mee naar huis om het aan mij te geven. Ze beschreef enkele van de interessante dingen die zij had geleerd en prees de Getuigen zozeer dat ook ik wel eens wat meer wilde weten, en dan vooral graag waarom Jehovah’s Getuigen nooit bij mij kwamen om zich de toekomst te laten voorspellen. Ik begon het Waarheid-boek door te lezen en was geschokt toen ik las dat volgens Deuteronomium hoofdstuk 18 alle waarzeggerij met demonisme verband houdt en derhalve verkeerd is. Ik was woedend en haatte de publikatie. Ik wilde haar weggooien en verbranden. Maar iets weerhield me daarvan. Ik bleef nadenken over de hoop die erin stond uiteengezet en kon er geen afstand van doen. Hoe meer ik las, des te meer ik van de logica en goede inhoud van het boek onder de indruk kwam.

Daarna kwam de Getuige die met de vriendin van mijn zuster studeerde, bij mijn zuster aan de deur omdat zij het Waarheid-boek genomen had. Deze zei de Getuige echter dat ik nu het boek had en een grotere belangstelling bezat dan zij, met het gevolg dat ik bezoek van de Getuige kreeg. Dat gaf mij de eerste echte gelegenheid om mijn brandende vraag te stellen: „Waarom komt geen van Jehovah’s Getuigen naar mij toe om zich de toekomst te laten voorspellen? Maken jullie je geen zorgen over de toekomst?” Vriendelijk liet de Getuige aan de hand van de bijbel zien wat de redenen daarvoor waren. Na het aanhoren van haar uitleg en me herinnerend wat ik door het lezen van het Waarheid-boek had geleerd, was ik tevreden gesteld. Ik bezat een eenvoudig basisbegrip van de bijbel en was nu gereed hem grondig te gaan bestuderen. Dat was in juli 1974.

Na het begin van mijn tweede bijbelstudie met Jehovah’s Getuigen voelde ik de drang hun vergaderingen in de Koninkrijkszaal hier in Masan City bij te gaan wonen. Drie weken nadat ik was begonnen te studeren, was er een districtsvergadering van Jehovah’s Getuigen in Taegu, drie uur reizen met de trein. Op dat congres zag ik veel waardoor mijn ogen werden geopend. Er waren duizenden Getuigen, maar alles verliep uitstekend. Niemand bekommerde zich om diefstal en zelfs de zendelingen uit Amerika stonden in de hete zon voor de maaltijd in de rij en aten met ons noedels en rijst. Het was net één grote familie. Ik was diep geroerd door alles wat ik zag en voelde dat ik nu voor het eerst werkelijk geloof in de praktijk zag gebracht.

Zodra ik terug was van de districtsvergadering, wist ik niet hoe snel ik al mijn getalkundeboeken en verwante voorwerpen moest verbranden. Ik sloot mijn deur als waarzegster en weigerde nog verder cliënten te helpen. Ik bad tot Jehovah of hij mij wilde helpen en beloofde dat ik mij voortaan volledig aan zijn werk zou wijden. Ik bleef studeren en werd ten slotte na het overwinnen van vele obstakels als een van Jehovah’s Getuigen gedoopt.

Een van die obstakels waren de vele klanten die maar bleven komen om mij hun toekomst te laten lezen. Alles stelden ze daartoe in het werk. Ze zeiden me dat ik gek was en bespotten me. Maar dan greep ik de gelegenheid aan om hun getuigenis te geven, zodat ze, na gekomen te zijn om zich de toekomst te laten voorspellen, weggingen met meer kennis omtrent God en zijn voornemen. Dit prediken had nog een ander voordeel: Òf de bezoeker bleef en toonde belangstelling voor de bijbel òf hij werd boos en ging weg. Vijftien van degenen die aanvankelijk belangstelling toonden, begonnen de bijbel te bestuderen en een aantal van hen maakt nog steeds goede vorderingen.

Er waren heel wat dingen die mij voor de waarheid uit Gods Woord wakker maakten en me ertoe brachten met zijn volk om te gaan. Eén van die factoren was de dood van de vrouw van de president van Korea; door sluipmoordenaarshanden werd ze om het leven gebracht. Naar aanleiding daarvan vroeg ik mij af of waarzeggerij wel ten voordele van de mens was. Waarom zou anders geen enkele waarzegster haar met bovenmenselijke kennis geholpen hebben deze rampspoed te ontlopen? Deze en vele andere gevallen toonden mij dat waarzeggerij geen vreedzame kracht ten goede is. Al mag ze dan in bepaalde gevallen nauwkeurig lijken, ze is en blijft een methode door middel waarvan de demonen de mensen misleiden. Ze biedt geen oplossing voor de problemen van de mensheid in het algemeen, noch voor die van één mens in het bijzonder. Daarom zal ik me ook nooit meer op waarzeggerij verlaten en alle mensen aanmoedigen dit evenmin te doen. Ik zal me op Jehovah verlaten; hij weet alle dingen en kan een blijvende oplossing voor alle mogelijke problemen verschaffen.

Veel mensen lieten hun zakelijke transacties en privé-leven volledig door mijn waarzeggerij beheersen. Maar nu komen ze met andere vragen naar me toe: „Waarom werkt u nu als een van Jehovah’s Getuigen voor geen geld harder dan als waarzegster voor een heleboel geld?” Sommigen vragen zelfs: „Waarnaar streeft u?” en anderen: „Wat is beter dan geld?” Ik geef hun dan antwoord uit de bijbel en vertel dat ik iets van blijvende waarde gevonden heb: Kennis omtrent God en zijn voornemen. Met vertrouwen zie ik vooruit naar de zegeningen die Jehovah in de nabije, èn zekere toekomst, voor de mensheid heeft bereid. — Ingezonden.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen