Tyfoon Pamela teistert Guam
Door Ontwaakt!-correspondent op Guam
„ZO IETS als Pamela heb ik nog nooit meegemaakt . . . Het scheuren van metaal, het huilen van de wind, het geknars en gepiep van losse metalen platen, het gekraak van boomstammen, dat alles maakte een herrie zoals ik nog nooit had gehoord. . . .
Het lawaai van de tyfoon klonk als een uitdaging, een uitdaging aan de mens in zijn metalen en cementen huizen. Hij giert langs je muren en slaat je stukken hout in het gezicht, om je huis en je geest te vernielen. Je voelt de tyfoon als een levend, ademend wezen, een monster dat verwoede pogingen doet je hoofd af te rukken en in je oor te persen, bij wijze van spreken.”
Zo beschreef iemand het geweld van wat hier op Guam bekend is komen te staan als de „Supertyfoon Pamela”.
Alvorens Guam te treffen, had Pamela reeds op de Truk-eilanden grote schade aangericht aan gewas en gebouwen. Tien mensen vonden hun graf in een stenen huis waarin ze toevlucht hadden gezocht, maar dat door een modderlawine werd overspoeld.
Op Guam raakte bijna 80 percent van alle gebouwen en huizen beschadigd. De helft daarvan liep zelfs onherstelbare schade op. Alle openbare voorzieningen werden uitgeschakeld. Hele daken, compleet met hun stalen binten, werden soms wel drie kilometer met de storm meegevoerd.
Vrijwel alle wegen waren door omgevallen telefoonpalen en elektriciteitskabels geblokkeerd. Zelfs het wegdek was soms door de hevige wind vernield, en op sommige plaatsen zo verzakt dat er grote kuilen waren ontstaan. Van honderden huizen was niet veel meer over dan wat kapotgetrokken metaalplaten op een naakte fundering. Op het hele eiland waren bomen en planten platgeslagen.
Ja, het leek allemaal erg onwerkelijk — een wilde en verbijsterende nachtmerrie die Guam met een ernstig geschonden aangezicht achterliet. President Ford verklaarde dit Amerikaanse eiland in de Grote Oceaan, ten oosten van de Filippijnen, tot rampgebied.
Een supertyfoon
Omstreeks 13 mei vorig jaar werd de tyfoon geboren, in de buurt van de Truk-eilanden. Daarna bewoog ze zich in noordwestelijke richting en viel een week later in haar volle breedte Guam binnen. Er kwamen windsnelheden in voor van 225 kilometer per uur en windstoten van 265 kilometer per uur. Het was dan ook een van de ergste stormen die Guam ooit getroffen heeft, in dezelfde orde van grootte als tyfoon Karen die in 1962 toesloeg en een onbenoemde reuzentyfoon van grote afmetingen uit 1900.
Op vrijdag 21 mei trok het 32 kilometer brede oog (het kalme centrum) van tyfoon Pamela over Guam. Daarvoor, in de vroege ochtenduren, hadden eerst de frontwinden over het eiland geraasd; en toen die geleidelijk aan waren overgetrokken (met een snelheid van zo’n 11 km/uur) ontstond er van 3 uur ’s middags tot 6 uur ’s middags een stormpauze, waarna in de nacht de staartwinden het eiland beukten. Bijna zesendertig uur verkeerde het eiland onder tyfoonomstandigheden.
En dat was een ongekend lange tijd, want tyfoon Karen mag dan misschien heviger zijn geweest, ze trok veel sneller en daardoor ook met minder schade over het eiland dan de langzaam passerende tyfoon Pamela nu. Eén waarnemer merkte op: „Zij die tyfoon Karen hebben meegemaakt, mochten haar graag tot onderwerp van gesprek maken, maar ik geloof dat Karen nu snel en ongemerkt in de vergetelheid zal verdwijnen.”
Tijdens de storm
Tyfoonwaarschuwingen hadden de bevolking gelegenheid gegeven zich voor te bereiden. Men kreeg de dringende raad drinkwater op te slaan en voldoende voedsel voor diverse dagen te kopen. Christelijke opzieners van Jehovah’s Getuigen bezochten de gezinnen in hun gemeente om na te gaan wat de behoeften waren.
Eén opziener die ook tyfoon Karen had meegemaakt, zag met ontzetting toe hoe het dak van het huis van zijn buren door de stormwinden van Pamela werd meegevoerd. „Als deze tyfoon hier in 1962 had toegeslagen”, aldus zijn woorden, „was alles op dit eiland verpletterd. De meeste bouwwerken bestonden toen uit hout.”
Een vrouw die met haar verlamde man in een houten huis woonde, kwam in de storm voor grote problemen te staan. Ze vertelt: „Ik wist dat het huis op het punt stond in te storten, en bedacht dat we in de auto veiliger zouden zijn. Ik hielp mijn man naar buiten en net toen ik het portier van de auto opendeed, kwam het grootste deel van ons dak vlak achter onze hielen neer. Met de handrem aangetrokken en mijn voet op de voetrem reden we de storm uit.”
Iemand anders beschreef hoe omstreeks het middaguur „de windkracht een hoogtepunt bereikte en er een oorverdovend gekraak hoorbaar was. Het dak van mijn huis begon los te raken en vloog weg”. Hij vertelde verder: „Ook het luik van het voorkamerraam begaf het en een straal water blies horizontaal de voorkamer in, waardoor het hele huis onder water kwam te staan. Toen vloog er een 2,5 meter lange balk van 5 bij 10 centimeter door een van de ramen en landde dwars op het bed. Vervolgens hoorde ik gerinkel, en door een ander raam suisde een plank naar binnen, die met een klap in de muur aan de andere kant bleef steken.
In het binnenvertrek waar we waren, stond een kleine, stevige tafel, waar mijn vrouw en ik onder kropen en ongeveer twee uur lang in het water bleven zitten. Ten slotte ging de wind om circa kwart over twee liggen; het oog van de storm trok over. De volgende uren was nauwelijks enige wind te bespeuren. Maar buiten konden we onze ogen haast niet geloven, zoveel ravage was er aangericht. Het grootste deel van ons dak was honderd meter verderop in de bossen beland. En alle bomen waren door het geweld van de wind ontbladerd.
Naarmate het oog van de storm verder schoof, begon de wind weer aan te wakkeren, nu uit de andere richting. We besloten de rest van de storm in onze auto af te wachten.
Na de hele nacht in de auto te hebben doorgebracht, liepen we de volgende ochtend langs een huis waarin we voordien hadden gewoond. Alles wat er van over was, was de fundering en de waterboiler! Het leek wel alsof iemand een overrijpe tomaat had genomen en die over een afstand van honderd meter te pletter had geworpen. Wat waren we blij vóór de storm een ander huis betrokken te hebben!”a
Tijdens de passering van het oog van de storm, ontstond een angstaanjagende situatie. Iemand vertelt: „In die periode liepen al mijn familieleden en buren naar buiten om de schade op te nemen. Iedereen had een verhaal te vertellen, de een nog mooier dan de ander. . . . Een van de interessante aspecten was het reusachtige aantal meeuwen en andere grote zeevogels die overvlogen, kennelijk in een poging binnen het oog te blijven. Het was een fantastisch gezicht.”
De zaterdag daarna gaven de mensen overal uiting aan hun blijdschap de storm te hebben overleefd. Sommigen hadden alles verloren, anderen waren wat fortuinlijker geweest, maar zoals een waarnemer opmerkte: „Terwijl we rondreden, trof het mij het meest hoe onpartijdig de huizen waren beschadigd. Huizen naast elkaar en vaak van dezelfde constructie, vertoonden geheel verschillende graden van vernieling. Sommige waren volledig verwoest, bij andere lagen slechts een paar losse planken op het grasveld. Houten optrekjes waren soms blijven staan en bepaalde betonnen woningen waren ingestort.”
Een verhulde zegen?
Gouverneur Ricardo J. Bordallo van Guam schatte de civiele stormschade op 300 miljoen dollar en de militaire leiders rekenden op vervangingskosten van meer dan 200 miljoen dollar. „Het is bedroevend zoveel van Guams groei weggeblazen te zien”, aldus een verslaggever. Hoe kan dit dan toch als een „verhulde zegen” worden beschouwd?
Wel, deze zelfde verslaggever voegde aan zijn woorden toe: „Tyfoon Pamela heeft ons in de geldkamer van het Congres gebracht. Dat is al eens eerder gebeurd — toen Tyfoon Karen ons kleine eiland verwoestte. Na dat rampjaar 1962 begon de economische opbloei van Guam en kwam er van de Amerikaanse regering het forse herstelbedrag van 75 miljoen dollar binnen. Toen gold dat Karen een verhulde zegen was.”
Zal hetzelfde in verband met Pamela opgaan? J. H. Behan, algemeen-directeur van de Guam-Telefoonmaatschappij, vermoedt van wel. Door de storm werd voor 10 miljoen dollar schade aangericht aan het telefoonnet, maar dat moest voor het overgrote deel toch al vernieuwd worden. Dus heeft Pamela, aldus de heer Behan, er alleen maar voor gezorgd dat het herstel wat sneller en eerder gaat geschieden.
Hoe het ook zij, het is een werkelijke zegen dat niemand op Guam tijdens de tyfoon de dood heeft gevonden. Voor degenen die gewond en dakloos raakten, was deze storm niettemin een grote ramp, en ongetwijfeld zullen alle eilandbewoners instemmen met de wens dat alle toekomstige zusters van Pamela op een fikse afstand mogen voorbijtrekken!
[Voetnoten]
a Hierbij zij opgemerkt dat een auto soms inderdaad veiliger is dan een huis, maar dat dit tijdens een dergelijke storm beslist niet in alle gevallen zo is.
[Illustratie op blz. 12]
Een beeld van de verwoestingen door tyfoon Pamela aangericht