Ik ben thuis bevallen
Een vrouw beschrijft waarom zij er de voorkeur aan gaf thuis te bevallen en hoe zij zich op die gebeurtenis voorbereidde.
HIER in de Verenigde Staten hoort men soms van een baby die zijn ouders verrast en, tegen hun bedoeling in, ergens anders wordt geboren dan in het ziekenhuis. Maar men hoort zelden van ouders die het zo gewild hebben. Bij ons was dat echter wel het geval. Waarom?
Hoewel de financiële kant bij wel onze beslissing meetelde, was de reden niet dat wij zo arm waren dat wij ons niet de diensten van een ziekenhuis konden veroorloven. Het was dan ook geen overijlde beslissing die wij namen zonder te weten welke risico’s er voor moeder en kind aan verbonden waren, met inbegrip van eventuele complicaties tijdens de bevalling.
Ons besluit was veeleer gebaseerd op wat volgens ons een evenwichtige zienswijze ten aanzien van alle erbij betrokken factoren was — ten eerste de risico’s van een bevalling, die naar wij meenden lang niet zo groot zijn als de meeste mensen denken, en ten tweede, de waarde van ziekenhuisverzorging, die volgens ons in veel gevallen ook lang niet zo groot is als de meeste mensen denken.
Ziekenhuisverzorging
Als jong meisje dacht ik, net zoals misschien wel de meeste mensen, dat een ziekenhuis een plaats is waar de zieken onder zorgvuldig, zeer gespecialiseerd toezicht staan. Toen ik negentien jaar was, werd ik echter ziekenverzorgster in een klein streekziekenhuis in Zuid-Californië.
Moderne ziekenhuizen beschikken inderdaad over een schitterende uitrusting en bekwaam personeel dat klaar staat om patiënten in geval van nood te helpen. Ik was echter verbaasd te zien hoeveel van de verzorging die men ontvangt en waarvoor men betaalt, niet zo’n gespecialiseerd karakter draagt. Het leek mij toe dat veel patiënten thuis net zo’n verzorging hadden kunnen krijgen, met meer liefde en voor minder geld.
Ik herinner me dat ik de eerste dag dat ik in het ziekenhuis werkte, aan de kraamafdeling werd toegewezen. Ik werd bij een vrouw in barensweeën gebracht en men legde mij uit hoe ver zij was, zonder de patiënte zelfs maar gedag te zeggen. Ik weet nog dat ik dacht: ’Hier, bij een van de belangrijkste gebeurtenissen in haar leven, is deze vrouw niet meer dan een onpersoonlijk onderwerp van gesprek geworden.’ Ik stelde me voor en ontdekte dat het een heel aardige dame was die, hoewel zij het lichamelijk nu wat moeilijk had, erg rustig was.
Ik vroeg haar hoeveel kinderen zij had. Dit zou haar zevende worden. Zij vroeg mij hetzelfde. Ik vertelde haar dat ik ongehuwd was. Ze klopte me op m’n hand en glimlachte alsof ze wilde zeggen: „Maak je maar geen zorgen, ik sleep je hier wel doorheen.”
Na een poosje zei ze dat het bijna zover was en vroeg me de zuster te roepen. Dit deed ik, maar de zuster vertelde me dat de dokter haar ontsluiting (de mate waarin de baarmoedermond was geopend) had gecontroleerd en dat deze nog niet voldoende was om al te kunnen baren. Dus ik, een tienermaagd, hing de telefoon op en vertelde haar dat ze haar baby heus nog niet kreeg. Een minuut later stak baby nummer zeven echter zijn hoofdje naar buiten. De dokter kwam pas toen de bevalling al bijna achter de rug was. En ik moet zeggen dat dit ook gebeurde bij andere gevallen waarbij ik later aanwezig was.
Houding van verloskundigen
Ik ergerde me vaak aan de ongemanierde arrogantie van bepaalde verloskundigen die ik in de verloskamer van nabij gadesloeg. Zij bezaten zo weinig menselijke vriendelijkheid en normale beleefdheid dat zij tijdens de bevalling zelden tegen de moeders spraken, en dan nog alleen maar kortaf. „Schiet een beetje op.” „Trek uw benen op.” „Wie is hier de dokter, u of ik?” „Bent u nu van plan te doen wat ik zeg, of zal ik weggaan?”
Natuurlijk zijn niet alle artsen zo ongevoelig en kortaf; velen hebben erg veel medegevoel. En ik begrijp best dat sommigen overwerkt zijn en dat dat ongetwijfeld mede een oorzaak is van hun ongeduld. Maar toch deed het me pijn wanneer de wensen van een patiënt werden genegeerd.
In Amerikaanse ziekenhuizen is het bovendien vaak zo dat moeders verdovende middelen krijgen toegediend om hun pijn te verlichten. Ik heb ook gelezen dat deze verdovende middelen de placenta passeren en de baby bereiken, waar ze zich concentreren in de lever en de hersenen van het kind. Eén op de vijfendertig Amerikaanse baby’s is duidelijk achterlijk en ik vraag me af in hoeverre dit kwaad is aangericht door een medische procedure waarbij onnodig narcose en kunstmatige methoden, zoals het opwekken van de weeën, toegepast worden.
Ik heb in dat ziekenhuis slechts één sterfgeval gezien dat met een bevalling verband hield. De oorzaak was een verkeerde reactie op de bloedtransfusie die de moeder had ontvangen. Ik merkte op dat tal van verloskundigen, ondanks de bekende risico’s, na de bevalling haast uit routine bloedtransfusie voorschreven. En ik kan niet aan de vraag ontkomen of die vrouw, als ze te arm zou zijn geweest om haar baby in het ziekenhuis ter wereld te brengen, vandaag niet nog geleefd zou hebben.
Ik twijfel er niet aan dat er op de kraamafdelingen levens worden gered. Maar van hoevelen daadwerkelijk? En hoe laat dit aantal zich vergelijken met de levens die verloren gaan? In 1972 hadden vijftien landen in de wereld een lager kindersterftecijfer dan de Verenigde Staten. In 1965 werd ongeveer 69 percent van de baby’s in Nederland thuis geboren, en toch was de zuigelingensterfte daar slechts 14,4 op de 1000 geborenen. Maar in de Verenigde Staten, waar meer dan 97 percent van de geboorten in ziekenhuizen plaatsvond, bedroeg de zuigelingensterfte helaas 24,7 op de 1000 geborenen!a
Omhoogvliegende kosten
Mijn moeder was de eerste van alle geslachten in onze familie die in een ziekenhuis beviel. Thans schijnen de meeste mensen hier niet eens meer te weten dat baby’s ooit ergens anders werden geboren. En naarmate men afhankelijker is geworden van ziekenhuizen, zijn ook de prijzen gestegen.
Toen ik tweeëndertig jaar geleden werd geboren, betaalde mijn vader $75 aan de arts en nog eens $75 voor een tiendaags verblijf van mijn moeder en mij in het ziekenhuis in Los Angeles. Thans kan een gezin verwachten $620 tot $1500 of meer voor een normale zwangerschap en bevalling te moeten betalen!
Zorg voor de pasgeborenen
In het ziekenhuis waar ik werkte, stond de babykamer, om praktische redenen, onder leiding van een ziekenverzorgster, een intelligente en vriendelijke vrouw, die echter net zo min als vele ouders een gespecialiseerde opleiding had genoten. Maar omdat zij zelf verscheidene kinderen had, werd ze vakbekwaam geacht.
Als dat haar echter bekwaam maakte om voor pasgeboren baby’s te zorgen, waarom zouden ouders, grootouders, tantes en ooms dan niet bekwaam zijn om voor pasgeboren baby’s in hun eigen familie te zorgen? Wie zou een baby meer controleren, kussen, vasthouden en bekijken — de verrukte familie, of een ziekenverzorgster die er een aantal onder haar hoede heeft?
Dat was ook de ervaring van een gezin in de plaats waar wij wonen. De moeder nam haar pasgeboren baby na het normale verblijf in het ziekenhuis, mee naar huis en begon zich de tweede dag dat zij thuis was, ongerust te maken. Het kind had nog geen ontlasting gehad. Ze ging ermee naar een dokter voor onderzoek. Hij ontdekte dat het kind een afwijking had waardoor het sinds de geboorte nog geen enkele keer ontlasting kon hebben gehad en toch was dit gedurende het vierdaagse verblijf in het ziekenhuis niet opgevallen. Stellig had de moeder zoiets eerder opgemerkt als ze vanaf het begin thuis voor haar pasgeboren baby had gezorgd.
Bovendien geven veel artsen toe dat het ziekenhuisregime niet bevorderlijk is voor succesvolle borstvoeding. De borst moet herhaaldelijk door een zogend kind gestimuleerd worden om een behoorlijke melkafgifte tot stand te brengen, en toch wordt in tal van ziekenhuizen de moeder niet tot borstvoeding aangemoedigd, en mag ze dat de eerste achttien uur na de geboorte zelfs niet eens. En indien wel, dan vaak slechts voor een beperkte periode met strikt inachtgenomen tussenpozen.b
Er waren dus meerdere redenen waarom mijn man en ik besloten ons derde kind thuis geboren te laten worden. Natuurlijk beseffen we wel dat anderen misschien geheel andere ervaringen hebben gehad en daarom wel graag naar een ziekenhuis gaan. Het is dan ook niet onze bedoeling anderen aan te raden thuis te bevallen, en zeker niet vrouwen die voor de eerste maal bevallen, aangezien zij over het algemeen meer moeilijkheden hebben. Maar na zorgvuldige overwegingen waren wij van mening dat, in ons geval, de voordelen van thuis bevallen groter waren dan de eventuele nadelen. En dus gingen we voorbereidingen treffen.
Voorbereidingen treffen
Ik ben mij er volkomen van bewust hoe belangrijk het is om voor de geboorte van de baby speciale zorg aan de moeder te besteden. Er kunnen zich complicaties voordoen — een te nauwe baringsweg kan de normale geboorte in de weg staan, er kan zich een stuitligging voordoen, waarbij de baby niet, zoals normaal, met het hoofd naar beneden geboren wordt, of er kan zich een meerling melden. In het verleden hadden zulke situaties of omstandigheden vaak de dood tot gevolg, maar door moderne medische technieken worden thans veel van deze baby’s gered. Ik liet me dus van tevoren door een arts onderzoeken en vernam dat alles in de richting van een normale bevalling wees.
Ik wilde graag de zorg van een echte vroedvrouw hebben, maar in Californië is het beroep van vroedvrouw onwettig; alleen een erkende arts mag zijn diensten in rekening brengen. De autoriteiten met wie ik de kwestie besprak — van wie er één tot het bureau van de officier van justitie behoorde — zeiden echter dat een vrouw zich door iedereen mag laten helpen, mits er maar geen honorarium in rekening wordt gebracht. Ik regelde het dus zo dat een vriendin als „vroedvrouw” zou optreden.
Ik moet zeggen dat ik er vaak verbaasd over sta hoe weinig vrouwen soms op de hoogte zijn van het geboorteproces, en dan vooral degenen die onder zware verdoving zijn bevallen. Zij vragen: „Wie heeft ervoor gezorgd dat de baby ging ademen?” „Moest je hem hartmassage geven?” „Hoe wist je wat je moest doen?” „Was je niet bang de een of andere ernstige fout te maken?” „Waarmee is de navelstreng verbonden?” „Hoe heb je die afgebonden en doorgeknipt?” „Wat moet je allemaal hebben om thuis te bevallen?”
Het zou goed zijn als gehuwde vrouwen in de leeftijd dat zij kinderen kunnen krijgen, zich omtrent het onderwerp van geboorte laten voorlichten en dan bij zichzelf nagaan wat zij zouden doen als zij, uit vrije verkiezing of door onvoorziene omstandigheden, buiten een ziekenhuis zouden bevallen.
Wat is er voor nodig om thuis te bevallen? Ten eerste een schone plek om neer te hurken of, als men dit liever wil, te liggen. Zo eenvoudig kan het zijn. Welke speciale instructies zijn er nodig? In feite heeft de grote Levengever voor alle belangrijke details zorg gedragen en alleen de zeer voor de hand liggende dingen aan de intuïtie en intelligentie van de moeder overgelaten. Tijdens de weeën en de geboorte doet de moeder automatisch datgene waartoe haar lichaam haar dwingt en wat ook het juiste blijkt.
Ten einde alles gemakkelijker en hygiënischer te laten verlopen, ging ik bepaalde eenvoudige voorbereidingen treffen. We besloten dat ik op mijn moeders naaitafel zou bevallen. Ik kocht een paar grote plastic kleden om de tafel tegen vocht te beschermen en waste ook wat oude lakens en handdoeken. Toen ze droog waren, deed ik ze in een goed afgesloten bruin papieren zak en verhitte ze gedurende verscheidene uren in een matig verwarmde oven. De lakens waren om op neer te hurken en de handdoeken om naar behoefte te gebruiken. De afschuwelijke kraamvrouwenkoorts uit het verleden werd meestal niet opgelopen door vrouwen die thuis bevielen, maar door moeders die in het ziekenhuis door het behandelende personeel werden besmet.
Vervolgens kocht ik in een apotheek een oorspuit met zachte rubbertuit om, zo nodig, slijm uit het neusje te verwijderen. Ik kookte de spuit te zamen met een schaar voor het doorknippen van de navelstreng, in water uit. Daarna deed ik elk afzonderlijk in een plastic zakje en plakte dat dicht. Bovendien verhitte ik in de oven een pakje boorlint dat ik in een fourniturenwinkel had gekocht. Dit was om de navelstreng mee af te binden. Ik kocht ook een flinke voorraad maandverband en pakte vanzelfsprekend wat babykleertjes in.
Beseffend dat het goed is met eventuele complicaties rekening te houden, overlegden we wat we zouden doen in een noodsituatie. Als de weeën niet normaal zouden verlopen, zouden we naar het ziekenhuis gaan. Dat ligt niet ver van het huis van mijn ouders vandaan en daarom verkozen we de bevalling daar te laten plaatsvinden. Ik zou ook naar het ziekenhuis gaan als de baarmoeder na de bevalling niet zou krimpen; ze moet zich na de bevalling tot een harde bobbel samentrekken om het bloeden te stelpen.
Als de baby bij de geboorte iets in zijn keel zou blijken te hebben, zouden we dat er met een vinger uithalen. Dat is niet zo moeilijk; ouders moeten dit soms ook met oudere kinderen doen wanneer er iets in hun keel blijft steken. Als de baby niet dadelijk zou ademen, zouden we hem ondersteboven houden, of hem mond-op-mond-beademing geven — ook iets waarop ouders altijd voorbereid dienen te zijn, want zelfs kleuters lopen het gevaar te stikken, te verdrinken of een elektrische schok te krijgen, hetgeen allemaal situaties zijn die kunstmatige ademhaling kunnen vergen.
De weeën beginnen
Mijn weeën begonnen op maandagavond. Ik had er gemak van van tevoren te hebben geleerd wat er feitelijk tijdens de verschillende stadiums gebeurt. De uitleg waar ik het meest aan had, was die waarbij de uterus, of baarmoeder, beschreven werd als een rubber fles waarvan de hals, of opening, stevig gesloten wordt gehouden door een stel spieren die zo ongeveer als trekkoorden werken. Bij het begin van de weeën voelt de vrouw bij tussenpozen contracties, of samentrekkingen van de uterus, met onderbrekingen van ongeveer twintig tot dertig minuten. Ze duren zowat veertig seconden. Wanneer ze haar hand op haar onderbuik legt, voelt ze een harde massa rijzen en dan weer zacht worden als de contractie afneemt. Deze massa is haar baarmoeder, een grote spier, waarin haar kind zich bevindt.
Bij het toenemen van de weeën worden de contracties veelvuldiger en heviger. De baarmoeder trekt samen totdat door de druk, de ’trekkoord’-spieren die haar tijdens de zwangerschap gesloten hebben gehouden, worden gedwongen zich te openen. Dit geleidelijk opengaan van de baarmoedermond, die vergeleken kan worden met de opening van een fles, staat bekend als „dilatie” (verwijding) en speelt zich in het eerste stadium van de weeën af, onwillekeurig bovendien, zonder enige hulp of wil van de moeder.
Tegen het eind van het eerste stadium van de weeën, als de dilatie volledig is, worden de contracties zo hevig en volgen elkaar zo snel op dat een vrouw nauwelijks aan iets anders kan denken. Ik meet het vorderen van de weeën er zelfs naar af; dus niet naar de steeds veelvuldiger wordende contracties, maar naar mijn eigen vermogen me te concentreren. Als ik me niet meer op iets anders kan concentreren, weet ik dat het tijd is mijn gedachten op de bevalling te richten. Hiermee begint het tweede stadium van de weeën.
Dinsdagsmorgens vroeg wist ik dat de tijd voor de geboorte nabijgekomen was. We lieten onze kinderen dus bij hun tante achter en mijn man en ik reden naar het huis van mijn ouders.
Terwijl mijn ouders en mijn man in kamerjas en met pantoffels aan bij elkaar zaten, liep ik de kamer op en neer. Volgens mij is op-en-neerlopen het meest natuurlijke gedrag tijdens de weeën. Het schijnt het lichaam bij het omlaag stuwen te helpen en leidt ook af van de pijn. Hardop zingen verschafte me eveneens afleiding en hielp me ook ontspannen te blijven ademhalen.
Tijdens het tweede stadium van de weeën begint de baarmoeder, waarvan de mond nu wijd openstaat, als een geweldige zuiger te stuwen. Ze duwt het hoofd van de baby tegen de nauwe, benige doorgang van het bekken. Weeën is werkelijk een goede benaming. Wàt goed menende mensen aanstaande moeders ook trachten wijs te maken, het is bijzonder onplezierig.
Meedogenloos gaan de samentrekkingen door om het kind in en door het geboortekanaal te stuwen. Het gevoel dat het hoofd zich steeds dieper in het bekken nestelt, is erg vreemd. Men wint er echter niets bij te trachten de kracht te weerstaan. In het ziekenhuis zag ik soms vrouwen die hun lichaam spanden en probeerden de kracht van de samentrekkingen tegen te gaan. Ze werden al gauw hysterisch van de frustratie.
Als het hoofd zich in het bekken bevindt, voelt de vrouw de drang om „naar onderen te persen” of te „drijven”. Ze moet aan deze drang toegeven, hoewel het tijdens de verlossing verstandig is van persen af te zien, aangezien een te explosieve verlossing scheurtjes in de vagina kan veroorzaken. Mijn intuïtie zei me om op het hoogtepunt van een samentrekking mijn adem in te houden, zoals men doet wanneer men een zwaar voorwerp, een auto bijvoorbeeld, duwt. Dit helpt de baarmoeder bij haar inspanningen en maakt de kracht de contracties veel gemakkelijker te dragen.
Als vanzelfsprekend hield ik tijdens die hevige samentrekkingen op met heen en weer lopen, zette mijn voeten ver uit elkaar, nam een soort hurkhouding aan en . . . gromde. Dit mag dan vreemd en ongepast lijken, maar op zo’n moment is het niet de tijd voor bekrompen ideeën over hoe een vrouw zich moet gedragen. En wat is per slot uitgesproken vrouwelijker dan een kind ter wereld brengen?
Hier in de voorkamer van mijn ouders liep ik op en neer, hurkte en gromde. De bekende gezichten en stemmen en de glimlachjes die me werden toegeworpen, waren geruststellend. Dit leek me een goede, natuurlijke omgeving om een nieuw familielid te ontvangen.
De geboorte
Toen het vruchtvlies (de zak die het vruchtwater bevat) brak, wist ik uit vorige ervaringen dat de baby nog maar een paar ’grommen’ af was. Ik trok schone kniekousen aan en werd door mijn man op de naaitafel geholpen. De tafel was bedekt met schone lakens.
Ik was tot het besluit gekomen dat ik liever op de tafel dan op de vloer wilde hurken, ten einde gemakkelijker in het oog gehouden en geholpen te kunnen worden. Instinctief schijnt men tijdens deze ervaring hulp en bemoediging te zoeken, maar er was tijdens de geboorte in wezen geen moment dat ik niet zonder hulp en met succes zelf voor alles had kunnen zorgen.
Tijdens de geboorte van mijn eerste twee kinderen liep ik net zo lang op en neer als de dokter me toestond en ging toen, vlak voor de feitelijke geboorte, met tegenzin op de verlostafel liggen. Ik was blij ditmaal in een houding te kunnen bevallen die in de eerste plaats voor mij en niet voor de dokter gemakkelijk was. Zo baarde ik ten slotte in een half-staande, half-hurkende houding houding. En ik geloof dat de bevalling nog gemakkelijker was verlopen wanneer ik dieper had kunnen hurken en iets had gehad waarop ik in die houding had kunnen steunen. Ik herinner me dat de Hebreeuwse vrouwen, bijgestaan door vroedvrouwen, op een soort van kraamstoel bevielen, en ik kan me de voordelen van zo’n steun goed indenken. — Ex. 1:16-19
De vriendin die toegestemd had om als vroedvrouw op te treden, was nog niet gearriveerd. Mijn moeder en vader gingen daarom aan weerszijden van de tafel achter mij staan en strekten hun handen uit om hun derde kleinkind — een jongen — op te vangen. Hij begon al te huilen toen zijn lichaam nog niet eens helemaal was geboren. Het was 4.15 uur in de ochtend toen ik over m’n schouder gluurde om mijn nieuwe zoon, Paul, te zien.
De navelstreng die met Paultjes buikje verbonden was, zat nog met het andere einde vast aan de placenta binnenin mij — dat wonderbaarlijke orgaan door middel waarvan een ongeboren baby ademhaalt, afvalstoffen afstaat en andere voor het leven noodzakelijke functies kan verrichten. Verscheidene minuten was de streng nog zwart en vol bloed. Maar terwijl mijn moeder Paul onder mijn lichaam hield, vloeide het bloed in zijn rechtmatige kleine eigenaar. De streng verschrompelde tot een wit stukje levenloze huid. Het was nu klaarblijkelijk de tijd om de navelstreng door te knippen.
Tegen die tijd was de vroedvrouw die we oorspronkelijk hadden bedoeld, gearriveerd. Zij bond de navelstreng op twee plaatsen, enkele centimeters van Pauls lichaam verwijderd, af en knipte haar vervolgens tussen de twee knopen door. Er scheen, met of zonder bandjes, geen gevaar voor bloeding te bestaan. Binnen enkele dagen was de rest van de navelstreng opgedroogd en viel af.
Nazorg
Niet lang daarna gaven pappa en opa Paul in de keuken zijn eerste badje, waarbij zij hem met olijfolie reinigden, zodat hij weldra rook als een Italiaanse delicatesse. We hadden voor de gelegenheid een babyweegschaal geleend. Een baby overleeft het wel als hij bij zijn geboorte niet gewogen wordt, maar het gewicht maakt de registratie wat eenvoudiger, aangezien veel staten van Amerika het geboortegewicht willen weten. Tegen die tijd was de hele familie in de keuken Paul aan het bekijken en stond ik alleen in de naaikamer, in afwachting van het laatste stadium van de bevalling.
Na ongeveer vijftien minuten stootte ik de placenta uit — het slot van de bevalling. We onderzochten de placenta om te zien of ze er glad uitzag en geen tekenen van beschadiging vertoonde. Een stukje placenta dat in de baarmoeder achterblijft, kan later een bloeding veroorzaken. We deden haar in een plastic zak en deponeerden deze in de vuilnisbak.
Ik had nu, voor het eerst na het begin van de hevige weeën, zin om te gaan liggen. Mijn vriendin, die verstand van zaken had, onderzocht me op scheurtjes in de vagina. Ik was van plan geweest, indien nodig, naar de polikliniek te gaan om me te laten hechten. Mijn moeder en mijn vriendin hielpen me een schone nachtpon aan te doen en voorzagen me van maandverband. Toen stapte ik van de naaitafel af en liep naar de slaapkamer van mijn ouders, waar me een warm bed wachtte.
Paul, aangekleed en in een deken gewikkeld, werd binnengebracht en aan mijn borst gelegd. We hadden schik over de gretigheid en het kennelijke genot waarmee hij zijn eerste maaltijd buiten de baarmoeder nuttigde. Zijn aanwezigheid stelde me gerust, evenals de wetenschap dat de uterus zich door zijn zuigen samentrok en daarmee beschadigde bloedvaten werden afgesloten zodat overmatig bloeden werd voorkomen. Ik vond het ook interessant in een recente Today’s Health de opmerking te lezen van de Newyorkse verloskundige Irwin Chabon: „De baarmoeder van de vrouw die haar baby zelf voedt, keert tot de omvang van vóór de zwangerschap terug, terwijl de baarmoeder van de vrouw die niet zelf voedt altijd iets groter blijft dan ze was voordat zij zwanger werd.”
Het duurde niet lang voor Paul sliep en wij met ons allen rond de tafel zaten te ontbijten en over de gebeurtenissen van die ochtend zaten na te praten. We voelden ons allemaal een beetje nauwer met elkaar verbonden en dankten Jehovah God voor de veilige komst van ons nieuwe familielid.
Tot slot zou ik graag beklemtonen dat ik niet per se aanbeveel dat iedere moeder thuis moet bevallen, vooral niet vrouwen die hun eerste kind krijgen. Ik zou er ook de nadruk op willen leggen dat zwangere vrouwen zich, indien maar enigszins mogelijk, onder medisch toezicht stellen, aangezien deskundigen vaak kunnen vaststellen op welke complicaties men tijdens de geboorte kan stuiten. Aan de andere kant is het echter ook mijn overtuiging dat als een vrouw goed is ingelicht en wordt bijgestaan door iemand die ter zake kundig is, zij, net als ik, de vreugde kan beleven thuis te bevallen. — Ingezonden.
[Voetnoten]
a In 1973 waren de Nederlandse cijfers: 50,1 percent thuisgeboorten, en een zuigelingensterfte van 11,2. Statistisch zakboek van het CBS.
b Zie Ontwaakt! van 8 augustus 1976.
[Inzet op blz. 19]
„We besloten dat ik op mijn moeders naaitafel zou bevallen.”
[Inzet op blz. 19]
„Zo baarde ik ten slotte in een half-staande, half-hurkende houding.”
[Inzet op blz. 20]
„Hij begon al te huilen toen zijn lichaam nog niet eens helemaal geboren was.”