Een ineenkrimpende wildernis
● „De stem van Jehovah doet de wildernis ineenkrimpen, Jehovah doet de wildernis van Kades ineenkrimpen”, zo luidt Psalm 29:8. Klaarblijkelijk wordt de stem van Jehovah hier vergeleken met een zware storm die van de bergen in het noorden naar de streek van Kades in het zuiden zwiept. Die wind doet het zand dusdanig rondwarrelen dat het lijkt alsof de droge wildernis ineenkrimpt, dat wil zeggen, zich kronkelt en wendt alsof ze pijn heeft.