Een blik van nabij op de ’soepschildpad’
Door Ontwaakt!-correspondent in Costa Rica
WAT weet u van de ’soepschildpad’? In Engels-sprekende landen wordt hij de ’Lord Mayor’s Turtle, genoemd (d.i. burgemeestersschildpad), omdat bij het traditionele banket van de Londense burgemeester (de ’Lord Mayor’) er eerst een schaal met schildpadsoep rondging. Zijn officiële naam is echter Chelonia mydas, lid van de familie der zeeschildpadden, en zijn woongebied is de Caribische Zee.
Hebt u wel eens schildpadsoep geproefd, gemaakt van de geleiachtige ’calipee’ — een kraakbeenweefsel dat zich onder het schild van de soepschildpad bevindt? In West-Duitsland, de Verenigde Staten en andere welvarende delen van de wereld wordt ze als een delicatesse beschouwd. Voor de schildpad, die behalve deze ’calipee’ ook nog eiwitrijk vlees levert, is dit echter verre van aangenaam, want hij wordt nu met uitroeiing bedreigd. En dat zou heel jammer zijn, want het leven dat hij leidt is bijzonder interessant. Zullen we hem eens van nabij gadeslaan? Hier in Costa Rica bestaat daar een uitgezochte gelegenheid voor.
De eieren en het sappige vlees van de soepschildpad zijn al eeuwenlang in trek, maar pas met de komst van de Spanjaarden ging men op grote schaal op deze amfibische reuzenreptielen jacht maken. Volgens de zoöloog A. Carr, een autoriteit op het gebied van de soepschildpadden, „heeft de aanwezigheid van de soepschildpad meer dan enige andere voedselfactor tot de ontsluiting van het Caribische gebied bijgedragen”. Men schat dat gedurende de eerste eeuw na de invasie van de Spanjaarden meer dan 75 percent van de broedkolonies vernietigd is. Costa Rica bezit thans nog de enige resterende broedplaats in het Caribische gebied.
Tot voor kort werd er in Costa Rica nog een massale jacht op de schildpadden gemaakt. Daarna is de regering, zich bewust van het gevaar van uitroeiing, wetten gaan uitvaardigen om het jagen en verzamelen van schildpadeieren op de stranden te verbieden. Dit was niet de eerste poging om deze moedwillige uitroeiing te stoppen. Reeds in 1620 vaardigde het huis van afgevaardigden van de Bermuda-eilanden een wet uit om „zo’n voortreffelijk dier” te beschermen. Deze wet verbood het doden van jonge schildpadden op of in de buurt van de kusten van die eilanden. Overtreders werden bestraft met een boete van 5,8 kilo tabak, waarvan de helft voor openbaar gebruik was bestemd en de andere helft naar de aangever ging.
Een bezoek aan Tortuguero
Een 32 kilometer lange strook strand aan de Atlantische kust van Costa Rica, Tortuguero genoemd, is bij de soepschildpad in gebruik als nestplaats. Van juli tot oktober komen de soepschildpadden uit alle delen van de Caribische Zee naar deze eenzame kuststrook om hun paarritueel te volvoeren. Het werkelijke paren gebeurt in het water buiten de kust, en is nog maar zelden door mensen waargenomen. Daarna zijn de vrouwtjes verplicht hun leven te riskeren ten einde hun eieren in het warme zand te leggen, dat als een broedstoof fungeert. Tijdens de paartijd onderneemt het vrouwtje deze gevaarlijke onderneming soms wel zevenmaal, met tussenpozen van twee weken.
Om dit tafereel het beste te kunnen beschrijven, besloot ik zelf poolshoogte te gaan nemen. Net tegen donker worden arriveerde ik per sloep op het strand van Tortuguero. Met behulp van een zaklantaarn was ik in staat mijn weg te vinden tussen verspreide boomtakken en andere hindernissen door, die daar door de golven waren achtergelaten. Na ongeveer vijftien minuten te hebben gelopen, stuitte ik op twee evenwijdig lopende sporen met ongeveer een halve meter tussenruimte. Mijn hart sloeg over. Zou dat spoor van een schildpad kunnen zijn op zoek naar een nestplaats? Ik besloot de sporen te volgen en waarachtig: ze leidden naar een half in het zand verborgen schildpad. Het was een groot exemplaar, maar ik had dat kunnen verwachten, want een volwassen soepschildpad kan wel 113 kilo wegen.
Toen merkte ik dat we gezelschap hadden. Drie politiemannen gewapend met geweren hielden de wacht tegen stropers. Toen ik hun vertelde dat ik alleen maar foto’s wilde maken, waren ze erg behulpzaam. De schildpad liet zich door het geluid van onze stemmen en de lichten van de zaklantaarns en de camera niet storen in haar stille bezigheid: het graven van een geschikt hol. Beurtelings liet ze haar achterpoten in het zand zakken, kromde ze en wierp dan met een snelle beweging het zand uit het gat.
Toen ze niet dieper kon, begon ze haar eieren te leggen. Net als tafeltennisballetjes, twee à drie tegelijk, vielen ze in het nest. Na het leggen van ongeveer honderd eieren krabde ze de uitgegraven aarde weer in het nest terug en wiste haar sporen met allerlei bewegingen van haar poten uit. Wij waarnemers waren zeer geboeid.
Ondertussen hadden we ook gezelschap gekregen van enkele kleine jongens uit het dorp. Zij helpen de autoriteiten die belast zijn met de bescherming van de soepschildpadden en krijgen voor elke schildpad die ze omdraaien drie colones (ongeveer een gulden). De schildpadden ondervinden daar geen hinder van en men kan ze zodoende ’s morgens vroeg, voordat ze weer in zee verdwijnen, van een plaatje voorzien. Deze plaatjes zijn een hulp om de trekroutes van de schildpadden en hun voedselgronden in kaart te brengen. Die nacht zag ik ongeveer acht schildpadden in verschillende stadia van het eierleggen.
Gevaren in het vooruitzicht
Honderd eieren mogen voor één keer leggen nogal veel lijken. Maar waarschijnlijk zal minder dan één op de duizend jonge schildpadden het overleven. Indien het zand te droog of te nat is, kunnen de eieren door schimmel of bacteriën aangetast worden. Eierstropers zijn ook een constante bedreiging, daar de eieren een favoriet boca of aperitief zijn bij de dranken in de plaatselijke cafés.
De broedtijd duurt ongeveer twee maanden. Daarna gebruiken de kleine schepselen hun scherpe bek om zich een weg door de eierschaal te breken. De volgende stap is het bereiken van de oppervlakte. Dit vereist grote samenwerking. De schildpadjes die het eerst uitkomen, wachten daarom tot al hun broertjes en zusjes zijn uitgekomen en hun schilden hard zijn geworden. Tweeëntwintig eieren werden als experiment apart van elkaar begraven. Hiervan lukte het slechts zes schildpadjes aan de oppervlakte te komen.
Hoe krijgen groepen van honderd of meer het echter voor elkaar de oppervlakte te bereiken? Wel, wanneer de jonge schildpadden uit hun eieren komen, wordt de beschikbare ruimte in de nestholte groter. De ruimte die door het broedsel en de kapotte eierschalen wordt ingenomen is namelijk minder dan de ruimte die de eieren innamen. Wanneer alle schildpadden zijn uitgekomen en de omstandigheden goed zijn, slaan de jonge schildpadden hun pootjes uit. De bovenste breken de zolder af, zij die zich aan de zijkanten bevinden, ondergraven de muren en de jongen die zich op de bodem bevinden, trappen het neervallende zand vast. Op deze manier komen ze en masse aan de oppervlakte.
De kleine schepseltjes, die nauwelijks 85 gram wegen, moeten nu zo snel mogelijk de zee bereiken. Instinctief dragen hun pootjes hen zo snel als maar mogelijk is naar de oceaan, die zij nog nooit hebben gezien. Maar boven hen wachten misschien al de zwarte gieren om zich naar beneden te laten storten en hen op te schrokken. Ook honden en andere dieren eisen hun tol. Al is dus de branding misschien maar op enkele minuten afstand, zelfs dan bereiken niet alle schildpadden de zee. Indien een jonge schildpad deze gevaarlijke periode echter overleeft, kan hij wel meer dan honderd jaar oud worden.
Er is slechts weinig bekend over wat er daarna met de jonge schildpadden in de oceaan gebeurt. Toen pas uitgekomen schildpadden gevangen werden en in tanks werden gelaten, zwommen ze ongeveer tien dagen zonder te eten of te drinken. In de oceaan kunnen ze in die tijd al honderden kilometers uit de kust zijn. Na ongeveer zes jaar in de oceaan te hebben geleefd, komen de vrouwtjes naar hetzelfde strand terug om op precies dezelfde manier hun eieren te leggen als hun moeders deden.
Hun navigatievermogen
Ofschoon we weinig weten van wat er met de schildpadjes gebeurt wanneer ze in het water komen, kunnen we er toch heel zeker van zijn dat ze niet verdwalen. Volgens de biologen beschikken de schildpadden over een navigatievermogen dat kan wedijveren met dat van duiven, bijen en zalmen. Vrouwtjes-schildpadden die op de stranden van Costa Rica waren gemerkt, werden nog geen jaar later op 2300 kilometer afstand gesignaleerd. Niettemin hebben onderzoekingen aangetoond dat zij altijd naar hetzelfde strand terugkeren om hun eieren te leggen, nauwelijks tweehonderd meter van de plaats waar ze zelf uit het ei zijn gekomen. Volgens A Natural History of Sea Turtles, is geen enkele schildpad die bij Tortuguero werd waargenomen, ooit op een andere nestplaats gezien.
Hoe presteren ze het echter om na duizenden kilometers oceaanreis, hun weg naar dit strand terug te vinden? Er zijn al veel theorieën geopperd, maar tot op heden is er nog geen bevredigend antwoord verschaft.
Volgens een plaatselijke overlevering zouden de schildpadden zich oriënteren op de Cerro Tortuguero, een vulkanische berg aan de noordkant van het neststrand. De berg is 152 meter hoog en bedekt met een tropische vegetatie. Maar zeeschildpadden kunnen boven water niet goed zien, en heel wat schildpadden keren terug naar strandgedeelten van waar de berg niet te zien is.
Een andere theorie wil dat soepschildpadden zich oriënteren op de sterren. Dat zou een geweldig goed oriëntatievermogen vergen. Doch hun slechte gezichtsvermogen, wanneer ze hun kop boven water hebben, maakt deze uitleg niet erg aannemelijk.
Een professor op het gebied van de zoölogie die jarenlang onze Costaricaanse soepschildpad heeft bestudeerd, veronderstelt dat de schildpadden hun terugweg naar hetzelfde strand „ruiken”. Stelt u zich eens voor! Maar hoe? Is er in dit gebied iets met de chemische samenstelling van het zand of grondwater aan de hand, dat de schildpadden kunnen herkennen? Hoe gidsen zij zich jaren achtereen over honderden kilometers afstand van hun nestplaatsen naar hun „weidegronden” en weer terug? Deze specialist op het gebied van soepschildpadden concludeert: „We hebben werkelijk weinig vooruitgang geboekt bij het vinden van een verklaring voor hun lange-afstandsnavigatie of hun vermogen hun nestplaats terug te vinden.”
De toekomst van onze schildpadden
Ondanks de wetten tegen moedwillige vernietiging van deze verrukkelijke schepselen, blijft hun aantal afnemen. De soort wordt met uitroeiing bedreigd. Sommige jagers storen zich nog steeds niet aan de wet, want het is moeilijk de uitgestrekte stukken van het geïsoleerde strand te bewaken. Vaak is het stropers niet te doen om het gehele dier, maar alleen om de calipee, zodat ze de rest van het dier als afval laten liggen. Wanneer deze calipee gedroogd is, weegt ze misschien nog maar twee kilo. En omdat er voor het bereiden van de schildpadsoep een aanhoudende grote vraag naar blijft bestaan, kunnen de stropers met hun stroperspraktijken gemakkelijker aan geld komen dan met eerlijk werken.
Uit geschiedkundige aanwijzingen in scheepslogboeken blijkt dat er in het verleden nog andere broedgebieden hebben bestaan. De Caribbean Conservation Corporation die zich inspant voor het behoud van de schildpad, organiseerde de operatie „soepschildpad” met als doel de schildpadden-bevolking te laten toenemen en enkele van de vroegere broedgebieden te heropenen. Honderdduizenden soepschildpadden werden in gevangenschap uitgebroed, overgebracht en losgelaten in de buurt van vroegere nestplaatsen, in de hoop dat de vrouwtjes daar naar toe zouden terugkeren om hun eieren te leggen. Het project is echter opgegeven omdat er geen toename onder de schildpadbevolking werd waargenomen en er geen nieuwe broedgebieden zijn ontstaan.
Bovendien hebben enkele landen die het beheer hebben over de wateren waarin de schildpadden hun voedsel zoeken, tot nog toe geen enkele vorm van medewerking verleend om de schildpad te behouden, maar laten ze oogluikend toe dat in hun wateren meedogenloos jacht op de soepschildpadden wordt gemaakt; de dieren worden geharpoeneerd of in netten gevangen wanneer ze maar even boven komen om lucht te happen. Zal de mens doorgaan met het uitbuiten van deze interessante schepselen tot hij ze net als de dodo en de trekduif volledig van de aardbodem heeft uitgeroeid? Laat ons hopen van niet, want de soepschildpad kan stellig gerekend worden tot een van de levende bevestigingen van de woorden van lof die in Psalm 104:24, 25 en 31 aan de Schepper worden toegezwaaid:
„Hoe talrijk zijn uw werken, o Jehovah! Gij hebt ze alle in wijsheid gemaakt. . . . Wat deze zee betreft, zo groot en wijd, daarin is dat wat zich roert zonder tal, levende schepselen, zowel klein als groot. . . . Jehovah zal zich over zijn werken verheugen.”