Een krankzinnige wereld — Kunt u er verandering in aanbrengen?
Miljoenen zijn het erover eens dat de wereldsituatie bijzonder kritiek is. Wie kan een verandering ten goede aanbrengen? Zijn jonge mensen hiertoe in staat?
ER IS in deze wereld heel wat mis. Niemand zal dat betwisten. Veel jongeren geloven zelfs dat alleen door drastische veranderingen de menselijke familie nog te redden is van de ondergang. Sommigen van hen achten het zelfs al te laat om nog een wereldramp te voorkomen. Zij vergelijken de weg die de wereld thans volgt met de baan van een trein die heuvelafwaarts snelt, in de richting van een gapende afgrond, waarover de brug is weggeslagen.
De meeste ouderen zien dit echter niet zo. Zij zijn geneigd te denken dat deze krankzinnige wereld zich wel weer op de een of andere manier zal herstellen en alles wel weer op zijn pootjes terecht zal komen. „Kijk maar naar de donkere crisisjaren vóór de Tweede Wereldoorlog of naar de Tweede Wereldoorlog zelf”, is misschien hun reactie. „De toestanden leken soms hopeloos, maar er kwam weer verbetering in. De wereld kwam er bovenop, en ze zal er opnieuw bovenop komen.”
„Maar de situatie is thans niet hetzelfde”, zullen veel jongeren snel antwoorden. „Ze verschilt volkomen van die van vroeger.” En daar kan men ze geen ongelijk in geven.
Er is een geheel nieuwe maatschappij tot bestaan gekomen. In zijn boek Future Shock schrijft Alvin Toffler: „We ervaren tegelijkertijd een jeugdrevolutie, een seksuele revolutie, een rassenrevolutie, een koloniale revolutie, een economische revolutie, en bovendien de snelste en diepgaandste technologische revolutie in de geschiedenis.”
Bij een beschouwing van de huidige, door moeilijkheden gekwelde wereld, zullen we moeten toegeven dat wat in voorgaande generaties gebeurde, waarschijnlijk niet meer op onze tijd van toepassing is. Bedenk slechts welk een effect de schokkende maatschappelijke revoluties op de jeugd hebben gehad.
Neem bijvoorbeeld de technologische revolutie, die hoofdzakelijk wordt gevoed door de honderden miljoenen liters olie die er dagelijks uit de aarde worden gepompt. Jongeren zijn vaak verbijsterd over het wangebruik dat er van de aardse hulpbronnen wordt gemaakt; de roekeloze snelheid waarmee ze worden opgebruikt en waardoor land, water en lucht worden verontreinigd! Jonge mensen zijn geneigd uit te roepen: „Waar haalt de generatie van onze ouders het lef vandaan de aardse hulpbronnen uit te putten en het milieu voor ons en onze toekomstige kinderen te ruïneren en te vervuilen!”
Kunnen wij begrip opbrengen voor zo’n zienswijze? Hoe zou u het vinden een park binnen te stappen, waar de eens zo prachtige bloemen en struiken volledig zijn vertrapt, alle statige bomen zijn verbrand en de bodem bedekt is met afval? Veel jongeren menen dat de oudere generatie ten aanzien van de aarde niet veel anders heeft gedaan en er zelfs nog grotere gevaren dreigen. Terecht of ten onrechte?
Wel, gaat u eens na. Nog nooit eerder is er een generatie van jonge mensen opgegroeid met de wetenschap dat de hele beschaving diverse malen met kernwapens kan worden weggevaagd! Hoe groot het contrast wel is met voorgaande generaties, die de puberteit bereikten voordat de dageraad van het atoomtijdperk was aangebroken, werd onderstreept door de Britse commentator Jeff Nuttall, die opmerkte dat de voorgaande generaties „zich onmogelijk een leven konden voorstellen zonder toekomst”; maar zij die sindsdien zijn opgegroeid, „kunnen zich geen voorstelling meer maken van een leven met een toekomst”. Ja, aldus Nuttall „zij hebben nooit enig idee van toekomst gehad”. Dat de mens zijn samenleving nog eens tot radioactieve splinters zal verpulveren, is voor hen een reële en geloofwaardige dreiging.
Werkelijk, welke indruk moeten jongeren wel van machthebbers hebben? Een zeventienjarige bracht onder woorden hoe velen het zien, toen hij op 22 november 1975 in de New York Times schreef: „Mensen stellen een politicus gelijk met een inbreker, een straatrover en een smoesjesverkoper; velen houden het erop dat onze leiders voor niemand anders belangstelling hebben dan enkel zichzelf.”
Wanneer kinderen in hun tienerjaren komen, gaan zij beseffen dat het zakelijk winstbejag is geweest waarom hun altijd een giftig dieet van misdaad en geweld is voorgezet. Een toonaangevend Amerikaans tijdschrift berichtte in zijn september-uitgave van 1975: „Uw kind zal vóór hij vijftien is, gemiddeld genomen reeds zo’n 13.000 mensen op het scherm hebben zien sterven. En wanneer hij dit jaar aan het begin van de avond elk programma zou zien, zou hij getuige zijn van moorden, verkrachtingen, berovingen en vechtpartijen met een dosis van acht per uur, want drie van de vier programma’s staan in het teken van geweld.”
En naarmate zij ouder worden, gaan jongeren ook beseffen dat het hebzuchtige zakenmensen zijn die het leven op aarde met gifstoffen bedreigen en het door machtshonger gedreven politieke leiders zijn die de beschaving in gevaar brengen met kernarsenalen. Kunnen wij het de jeugd kwalijk nemen dat zij het systeem gaan haten dat reeds op zoveel manieren hun vooruitzichten op een gelukkige en zekere toekomst de bodem heeft ingeslagen? Nobelprijswinnaar en geleerde Szent-Györgyi begreep hoe de jeugd zich voelde, toen hij schreef:
„Alles blijkt in hun ogen een leugen te zijn. De grote politieke partijen zijn uit op winst en macht, de militairen, die zich met hun jonge lichamen verrijken, op overheersing. . . . Zij zien de religies altijd staan aan de kant van de macht. Zij zien hoe de helft van de kinderen op aarde met een hongerige maag naar bed gaat, zonder voedsel voor de opbouw van een gezonde geest en een gezond lichaam, terwijl wij honderden miljarden uitgeven aan de nog verdere opbouw van ons kern- en rakettenarsenaal.
Zij zien hoe de meeste politieke leiders slechts bedacht zijn op hun eigen herverkiezing, hun machtsbehoud, en mensen misleiden met argumenten die door de simpelste logica kunnen worden weerlegd.”
Ja, veel jongeren zien dit als een corrupte, wrede wereld! En moeten we daar niet mee instemmen? Sommigen zullen echter zeggen: ’Een betere wereld is mogelijk. De corrupte, immorele elementen moeten uit de regeringen worden gegooid, en dan is het mogelijk!’ Kunnen jongeren echter een verandering brengen in deze krankzinnige wereld en een geheel nieuwe en betere wereld scheppen? Of is het een verspilling van tijd om het te proberen?
[Illustratie op blz. 3]
Veel jongeren geloven dat de wereld een fatale koers volgt
[Illustratie op blz. 4]
Veel jongeren geloven dat een groot deel van de aarde voor hen en hun kinderen is geruïneerd