Hun huis is hun werkplaats
Door Ontwaakt!-correspondent in Japan
IK HEB als zendeling het genoegen gehad kennis te maken met het volk van Japan en hun levenswijze. Geregeld bezoek ik hen thuis om het goede nieuws uit de bijbel met hen te delen, maar zij hebben mij eveneens van veel interessante dingen deelgenoot gemaakt. Ik heb het vooral boeiend gevonden iets te vernemen over hun „huisnijverheid”.
Laten wij samen eens enkelen van deze mensen bezoeken en naar hen luisteren wanneer zij uitleggen wat zij doen.
Een familiezaak
Hier is een huis waar ik een jonge man ontmoette die samen met zijn familie washi maakt. Wilt u zeggen dat u daar nog nooit van gehoord hebt? Wel, hij verklaarde het zo: „Washi wordt soms ook ’rijstpapier’ genoemd, ofschoon het niets met rijst te maken heeft.”
Hoe wordt het gemaakt? „Ons werk begint bij de papiermoerbeiboom”, zegt hij. „Wij behandelen de vezels uit de binnenkant van de bast en reinigen die grondig. Dan voegen wij een stroperig vocht uit de wortel van de Chinese roos toe. De lange vezels van de papiermoerbeiboom en het vocht van de Chinese roos doen de washi verschillen van andere papiersoorten. De stroperige stof zorgt voor een evenredige verdeling van de vezels. Het kant en klare produkt is geweldig om te zien. Kijk eens naar deze prachtige figuren die op ons papier zijn geschilderd. Tot zelfs in West-Duitsland en Amerika is er vraag naar ons produkt.”
Toen ik hem vroeg hoe zij tot dit werk gekomen waren, vertelde hij: „Zestig jaar geleden werd mijn overgrootvader, een onderwijzer, ziek. Daar hij zijn normale werkzaamheden niet kon blijven voortzetten, zocht hij naar werk dat hij thuis kon doen. Al meer dan duizend jaar is de voornaamste huisnijverheid hier in de stad Ogawa het maken van washi. Mijn overgrootvader leerde het vak en begon het in ons huis te maken. Wij doen het nu nog. Ik werk met mijn ouders, twee ooms en twee tantes.”
Wat hij over zijn werkuren vertelde, deed mij afvragen hoe hij persoonlijk over de familiezaak dacht, maar hij verzekerde mij: „Ik houd van wat ik doe. Daarom geef ik niet om werkdagen van twaalf uur. Ik wil graag dat de kunst van het papiermaken blijft bestaan. Het is een opwindende uitdaging. Andere tieners zeggen dit ook wel, maar niet iedereen durft het werk aan. Velen denken dat het moeilijk is. Indien zij het echter zouden proberen, zouden zij het vast interessant vinden.”
Man en vrouw werken samen
Bij mijn bezoeken aan andere huizen heb ik opgemerkt dat het niet ongewoon is dat man en vrouw thuis samenwerken. Zij doen dit liever dan dat de man naar zijn werk gaat en zijn vrouw alleen thuis blijft.
Een echtpaar dat twintig jaar lang samen een zaakje had gedreven, vertelde over hun onderneming: „Een vriend van ons opperde de gedachte dat wij misschien wel graag boekomslagen zouden willen maken. Wat wij doen is echter slechts één onderdeel van het werk. Wij krijgen lappen stof van ruim negen meter lengte thuis afgeleverd en bevestigen aan de achterkant daarvan papier. Voor elk exemplaar hebben we ongeveer dertig minuten nodig. Wij doen dit samen. Mijn man die vijfenzestig is, is niet meer zo gezond en ikzelf ben ook al zestig. Wij werken in ons eigen tempo en dat bevalt ons best. Wij zijn erg tevreden.”
Een andere man en zijn vrouw vertelden mij dat zij bamboelampekappen maakten. De man verschafte mij de volgende bijzonderheden: „Door gestadig door te werken kunnen wij per week vijf grote kappen maken, elk drie kilo zwaar. Ik begin bamboestokken in de vereiste lengte te zagen; dan schaaf ik de knoesten weg, en zet vervolgens één van de stokken rechtop om hem met een mes van boven naar beneden door te splijten, waarmee ik blijf doorgaan totdat ik de vereiste dikte heb bereikt. Sommige repen zijn even dun en buigzaam als lint — heel goed om mee te vlechten. Dan neem ik een ronde plastic schijf met een gaatje in het midden en begin langs de omtrek te vlechten. Langzamerhand gaat het eruitzien als een enorm gevlochten wiel. Om de bamboe buigzaam te houden voeg ik water toe. Wanneer hij de vereiste grootte heeft, vorm ik het wiel tot een bol of koepel. Ten slotte wordt hij met een mengsel van lijm en water ingesmeerd om hem in de vorm te houden. Het werk kost veel tijd, maar wij vinden het de moeite waard. Wij vonden het een eer dat onze lampekappen tijdens de wereldtentoonstelling in Canada in een van de restaurants hingen.”
Van een boer en zijn vrouw heb ik ook iets geleerd over de zijde-industrie. Hij wees naar struikgewas op het land en vroeg: „Weet u wat dat voor struiken zijn? Het zijn moerbeibosjes en elke boer die ze kweekt, doet hetzelfde als wij. Die struiken zijn het voedsel voor de zijderups. Zolang de zijderups nog een baby is, behandelen wij hem ook als zodanig en hakken tweemaal daags jonge blaadjes voor hem fijn. Wanneer ze vijfentwintig dagen oud zijn, stapelen wij takjes in hun bak om te eten. Wij doen dit thuis.”
„Thuis?” vroeg ik stomverbaasd. „Wees maar niet bang”, zei hij. Ze lopen niet rond als katten en honden. De zijderups houdt te veel van eten om ooit zijn bak te verlaten. Toen ik nog een jongen was stonden er op elk vrij plekje stapels bakken met zijderupsen. Het geluid van hun geknaag soeste ons ’s avonds in slaap. Ik gaf er dus niet om, maar mijn vrouw heeft me weten te overreden ze in elk geval buiten onze slaapkamer te houden, niet waar schat?”
„Dat is zo”, antwoordde zij. „Toentertijd moesten wij bijna buiten gaan wonen om de zijderupsen ruimte te bieden, maar ons huis is nu groter. Mijn deel van het werk is het weven. Wij hebben een honderd jaar oud weefgetouw dat net in een kamertje van twee bij drie meter past. Als ik een hele dag achter elkaar doorwerk, kan ik één rol afmaken. Sommigen die dit werk nog niet zolang doen, hebben twee of drie dagen nodig om dezelfde hoeveelheid te maken.”
Werk voor vrouwen
Ik besefte al spoedig dat in bepaalde huisgezinnen de vrouwen de zaak drijven. Toen ik op zekere dag in Morioka bezoeken aflegde, ontmoette ik een dame die uit zichzelf de volgende inlichtingen verschafte: „Wij zijn ook bezig met huisnijverheid, maar bij ons zijn het alleen vrouwen die dat doen. Ongeveer veertig jaar geleden kwamen hier in Morioka enkele weduwen bij elkaar en begonnen thuis te spinnen. Er waren veel schapen in Morioka. Spinnen en weven was daarom een voor de hand liggende keuze, maar aangezien het schapenras van Morioka grove wol voortbrengt, begonnen wij wol uit Wales (Britse Eilanden) in te voeren.”
Op mijn verzoek was zij zo vriendelijk de verschillende stappen bij het maken van stoffen te verklaren. „Het is niet moeilijk”, zei ze. „Allereerst sorteren wij de wol in drie klassen — voor dameskleding, herenkleding en tapijten. Nadat de wol goed gewassen is, wordt ze geverfd. Het resterende vuil wordt er dan uitgehaald en de wol wordt geborsteld. Wij draaien de donzige wol door onze vingers en leiden de draad-in-wording naar het spinnewiel. Daarna zijn wij bijna klaar om te gaan weven, maar eerst moet de draad nog een kwartier lang in heet water gedompeld en op een spoel gewonden worden. Nadat het weven klaar is, verwijderen wij de oneffenheden en werken eventuele zwakke plekken bij. Daarna treden we gedurende één tot anderhalf uur, met rubber laarzen aan, de stof in water. Dan komt er nog meer vuil vrij; maar daarna kan de stof worden opgehangen om te drogen en te worden opgerold in de rollen waarin u ze in de stoffenwinkels ziet liggen.”
Ik was verbaasd te horen dat dit hele proces thuis kon plaatsvinden. De vrouw gaf toe dat ander werk financieel misschien meer zou opbrengen, maar zij verklaarde: „Op deze manier kunnen wij zelf onze tijd indelen en tegelijkertijd werken en bij onze kinderen blijven.”
Vaders en zoons samen in de zaak
Het is niet altijd zo, maar vaak kiezen zoons het werk dat zij van hun vader hebben geleerd. Een zekere man vertelde mij bijvoorbeeld dat hij en zijn broer veertig jaar lang met hun vader hadden samengewerkt. Zij maken scharen — ongeveer vijfhonderd per maand — voor ziekenhuizen, huishoudelijk gebruik en in de tuin. Ik vroeg hem wat het verschil was tussen deze scharen en de massaprodukten. Hij antwoordde: „Elke schaar wordt met zorg gemaakt. De beide bladen sluiten perfect. Ofschoon ze wat meer kosten, zullen ze jarenlang hun goede diensten bewijzen.” Dit zijn zeker eigenschappen die niet te versmaden zijn.
Een man die met zijn zoons in het drukkersvak werkzaam is, hielp mij beseffen hoe gespecialiseerd die eigen bedrijfjes dikwijls zijn. „Voor het maken van boeken”, zei hij, „heeft men in diverse huizen hele werkplaatsen ingericht. In zo’n huis wordt slechts één fase van het produktieproces uitgevoerd, waarna het artikel naar een ander huis gaat en zo verder, totdat het boek klaar is. In ons huis doen wij niets anders dan de bladzijden drukken.”
Een soortgelijke specialisering vindt men ook bij de fabricage van de klassieke Japanse sierpoppen. Een man in Iwatsuki leidde mij rond in zijn werkplaats waar alleen de poppekoppen worden gemaakt. Hij liet mij zien hoe de ogen in de oogkassen worden gezet, hoe de gezichtjes geschilderd worden en het haar wordt opgeplakt. „Het lijkt zo eenvoudig”, merkte hij op, „maar het duurt tien jaar eer men perfecte poppekopjes kan maken. Het fijne schilderwerk aan de gezichtjes vergt tijd en een vaste hand.”
In dat huis werkten drie generaties samen. Ik werd aan de eenentachtig jaar oude vader voorgesteld, die nog steeds zijn deel van het werk doet. Zijn zoon deelde de kamer met hem en in een andere kamer deed de zoon van mijn gastheer hetzelfde werk, maar voerde zijn eigen opdrachten uit.
„Toen ik een jongen was”, herinnerde de man zich, „was het de natuurlijkste zaak van de wereld dat ik in mijn vaders voetstappen trad en ik was er gelukkig mee, maar door het onderwijs zijn sommigen van onze kinderen op de huisnijverheid gaan neerzien. Voor hen is het dragen van een net pak en een actetas en met de trein naar het werk gaan ’je ware’ geworden. Het verlangen om net als andere jonge mensen te zijn is sterk, maar ik ben blij dat mijn zoon de huisnijverheid voortzet en aldus een waar lid van de familie is geworden. Met een vak als het onze kan hij behoorlijk zijn brood verdienen zonder onredelijk lang te hoeven werken.”
Het is duidelijk dat deze huisnijverheid heel wat voordelen biedt. Sommige bezigheden vergen meer tijd dan andere. Maar alle openen ze de mogelijkheid de eigen werktijd te bepalen.
Op deze rondgang kon ik u de dingen slechts oppervlakkig laten zien. De verscheidenheid aan huisnijverheidswerkplaatsen is bijna onbeperkt. Elk soort artikel dat er gemaakt wordt, heeft zijn eigen boeiende geschiedenis.
Huisnijverheid brengt voorspoed als de mensen bereid zijn te werken. Tegelijkertijd kan ze tot een gezonde geest van eenheid in het gezin bijdragen. Voelt u er iets voor?
[Illustratie op blz. 21]
’Nadat de wol geborsteld is, draaien wij de donzige wol door onze vingers en leiden de draad-in-wording naar het spinnewiel’
[Illustratie op blz. 22]
De wol wordt zorgvuldig in drie delen verdeeld en als volgt gebruik: (1) Voor dameskleding, (2) herenkleding en (3) tapijten
[Illustratie op blz. 23]
Het fijne schilderwerk aan de gezichtjes vergt tijd en een vaste hand