Hoe gevaarlijk is marihuana?
JARENLANG is het roken van marihuana door velen bezien als een „onschuldig” tijdverdrijf. Zelfs vele geleerden waren die overtuiging toegedaan en noemden het een „soft drug”.
Een van de gevolgen hiervan is dat het gebruik van marihuana zich snel heeft verbreid. Tientallen miljoenen hebben het al eens geprobeerd, waarvan vele miljoenen gewoontegebruikers zijn geworden. Op sommige feestjes gaat het rond als een versnapering.
Recentelijk zijn echter bepaalde onderzoekers met andere conclusies uit de bus gekomen, waarbij zij marihuana volstrekt niet meer willen zien als een „soft drug”. Zij schrijven er de volgende risico’s aan toe: hersenletsel en daardoor beschadiging van de geestelijke vermogens; belemmering van de celgroei door storing van het reproduktievermogen der cellen; beschadiging van chromosomen en genen, de belangrijke eenheden bij het overbrengen van erfelijkheidskenmerken; verzwakking van het lichamelijke weerstandsvermogen tegen ziekte en verminderde aanwezigheid van mannelijke hormonen, met diverse seksuele problemen als gevolg.
Aan de andere kant zijn er ook onderzoekers die deze conclusies aanvechten. Zij verklaren dat marihuana niet gevaarlijk is. „Het roken [van marihuana] kan goed zijn voor uw gezondheid”, aldus zelfs één schrijver in het tijdschrift New Times; „het zal misschien het nog onontdekte wondermiddel van de toekomst blijken. Bij matig gebruik . . . kan het bevorderend werken op de genezing van astma, verlichting brengen van migraine, kanker tegengaan en u een geheel frisse kijk op het leven geven.” Het Amerikaanse Ministerie van Volksgezondheid, Onderwijs en Sociale Zaken acht voor zulke uitzinnige verklaringen echter geen enkele medische grond aanwezig.
Vanwaar die tegenstrijdige opvattingen? Dat is aan diverse factoren te wijten. Ten eerste hebben alle betrokkenen hun vooropgezette ideeën. Een onderzoeker die een bepaald idee wil verifiëren, zal vaak, bewust of onbewust, zijn onderzoekresultaten naar zijn kant interpreteren. Een andere factor is hoe hij zijn experimenten uitvoert. De ene of de andere manier zal misschien toch wat andere resultaten opleveren. En het is ook waar dat bij bepaalde dierproeven de toegediende hoeveelheid giftig marihuanaprodukt zo groot is dat een zware gebruiker daar in zijn hele leven nog bij lange na niet aan toe zou komen. Aan diverse oorzaken is het dus te wijten dat tegenstrijdige rapporten het licht zien.
De laatste tijd hoort en leest men echter steeds meer dat marihuana gevaarlijk is. Dit is onder meer toe te schrijven aan het feit dat de onderzoeken van thans enkele jaren geleden nog niet mogelijk waren. Pas de afgelopen jaren is men er namelijk in geslaagd het giftige ingrediënt van marihuana, THC (tetrahydrocannabinol), voor experimenteel gebruik te isoleren. Thans wordt het aan honderden onderzoekers over de gehele wereld verschaft.
GEWIJZIGDE KIJK
Tot degenen die thans beweren dat marihuana schadelijk is, behoren ook enkelen die haar voordien onschadelijk achtten. Een aantal van hen gebruikte zelfs marihuana, maar is daar nu van teruggekomen. Waarom? Omdat zij, aldus de Seattle Times, „niet voorbij kunnen aan de toenemende feitenlast die in wetenschappelijke laboratoriums wordt bijeenvergaard”.
Was bijvoorbeeld Dr. D. H. Powelson eens iemand die verklaarde dat marihuana een „onschadelijke” drug was, thans spreekt hij na acht jaar onderzoek aan de Universiteit van Californië zijn spijt uit over die opinie. Hij noemt marihuana nu een „allergevaarlijkst middel”.
Dr. R. Heath van de medische faculteit van Tulane, verklaarde in dit verband: „Toen ik vier jaar geleden met mijn onderzoekingen begon, beschouwde ik marihuana als een tamelijk onschuldige drug . . . Nu acht ik haar bijzonder schadelijk.” De Portland Oregonian voegde hieraan toe: „Dr. Heath is niet de enige die met betrekking tot marihuana van gedachten is veranderd. Geleerden, werkzaam in allerlei laboratoriums, overal ter wereld, zeggen het elkaar na: ’Eerst dacht ik niet dat marihuana gevaarlijk was, nu acht ik het een grote dreiging.’” En in Canada verklaarde de Montreal Star Weekend Magazine:
„Dr. Olav Braenden, directeur van het narcotica-laboratorium van de Verenigde Naties, voelde zich gedwongen onlangs te verklaren: ’Naar mijn mening lijkt het erop dat hoe meer wetenschappelijke feiten omtrent cannabis [marihuana] aan het licht komen, hoe meer men zich bewust wordt van de mogelijke gevaren.’ . . .
Hier in Canada is er een toenemend aantal deskundigen die tot voorzichtigheid manen, zo ze het gebruik van cannabis al niet geheel veroordelen.”
Volgens sommige onderzoekers kan zelfs een bescheiden maar geregeld gebruik van marihuana al schadelijke gevolgen hebben. „Medische onderzoekers”, aldus de Detroit Free Press, „berichten nieuwe ontdekkingen waaruit blijkt dat marihuana — en haar grote broer hasjiesj — inderdaad gevaarlijk zijn voor de geestelijke en lichamelijke gezondheid wanneer men ze geregeld gebruikt, al is het maar één- of tweemaal per week.”
HOEVEEL GEESTELIJKE SCHADE?
Is marihuana schadelijk voor de hersenen en het denkvermogen, zelfs wanneer iemand niet meer onder de onmiddellijke invloed ervan verkeert? Volgens de voorstanders niet; en zij wijzen op verschillende proeven om hun mening te staven.
Een team van onderzoekers aan de Universiteit van Pennsylvania berichtte bijvoorbeeld geen verschil te hebben kunnen vaststellen tussen degenen die marihuana rookten en die dat niet deden. Hun slotconclusie luidde:
„Met een hele reeks thans beschikbare en hoogst gevoelige neuro-psychologische proeven, kon er geen wezenlijk verschil worden aangetoond tussen matige gebruikers en niet-gebruikers van marihuana. Deze resultaten komen overeen met die van Mendelson en Meyer die soortgelijke proeven hebben uitgevoerd met 10 ongeregelde en 10 zware gebruikers.”
De critici van marihuana zetten echter grote vraagtekens bij de waarde van zulke steekproeven onder gebruikers en niet-gebruikers. Hun betoog komt erop neer dat het beter zou zijn om een persoon eerst op zijn geestelijke vermogens te testen voordat hij ooit marihuana heeft gebruikt en hem daarna, na een lange periode van marihuanagebruik weer aan dezelfde proeven te onderwerpen. Zij verwijzen daarbij naar de ervaring met tabaksgebruik: dat schadelijke gevolgen als longkanker en andere ziekten slechts na lang en aanhoudend gebruik aan het licht treden.
Gaat het om de meer onmiddellijke invloed van marihuana op de geest, dan is bij diverse experimenten gebleken dat hoe ingewikkelder een taak is, dus hoe meer geestelijke inspanning en coördinatie hij vereist, des te slechter hij in het algemeen wordt uitgevoerd door iemand die onder invloed van marihuana is. De gebruiker zal misschien denken dat hij het beter doet, maar dat is dan hetzelfde effect als bij iemand die verschillende glazen alcohol op heeft en denkt dat hij vaardiger is bij hetgeen hij onderneemt, zonder dat dit zo is.
Bewijzen hiervan heeft men bijeenverzameld tijdens proeven met autorijden. Bestuurders die onder invloed van marihuana verkeerden, konden hun wagen niet zo makkelijk starten en tot stilstand brengen als zij die niet onder invloed verkeerden. Op bepaalde momenten reageerden zij even slecht als dronken chauffeurs. Hun concentratie was vertroebeld, hun besluitvaardigheid aangetast en hun reactiesnelheid vertraagd.
En wat de geestelijke effecten van marihuana op lange termijn betreft, hierover verklaarde Dr. F. A. Davis, uitgever van het medische tijdschrift Private Practice:
„Het eerste gebruik is bedrieglijk. De illusie wordt gewekt dat men zich goed voelt, waardoor de gebruiker zich niet bewust is van een beginnende achteruitgang in zijn geestelijke functies.
Marihuana beschadigt feitelijk zelfs het oordeelsvermogen van een gebruiker betreffende het verlies van zijn eigen geestelijke functies.”
Volgens Dr. Davis „leidt chronisch en zwaar gebruik tot geestelijke en fysieke stoornissen die wellicht niet meer te herstellen zijn”. Naar zijn mening kan een dergelijk gebruik bij bepaalde mensen zelfs leiden tot „een uitgesproken paranoïde waanzin”, terwijl hij ook waarschuwt dat „bij hen die minder dan één [marihuana]-sigaret per week roken, psychische veranderingen zijn geconstateerd”.
Dr. J. Tinklenberg van de Amerikaanse Raad tegen Drugmisbruik in Washington, D.C., gelooft dat marihuana het geheugen stoort doordat het de overdracht bemoeilijkt van gegevens uit het tijdelijke naar het blijvende geheugen. Dr. H. Jones, hoogleraar in de medische fysica en fysiologie, berichtte hierover:
„De aanwijzingen nemen steeds meer toe dat marihuanarokers problemen met hun geheugen hebben.
Bij mijn eigen werk, dat gericht is op het onderzoek en herstel van cannabis-gebruikers, is mij overvloedig gebleken dat degenen die ophouden met marihuanagebruik verbaasd staan over de terugkeer van functies waarvan zij niet vermoedden dat ze die verloren hadden.”
Schadelijke psychische effecten, is ook een verschijnsel dat inspecteur G. Tomalty, hoofd van de „drugafdeling” van de Canadese Mounted Police, is opgevallen. Na jaren met marihuanagebruikers te hebben gewerkt, verklaarde hij:
„De tragedie is gelegen in het feit dat zoveel van onze jongeren zich tot cannabis wenden om daar een antwoord voor hun persoonlijke problemen te vinden . . .
Antwoorden vinden ze echter niet en elk genoegen dat zij ervaren, is slechts van korte duur. Ze raken er uiteindelijk alleen maar meer door in verwarring . . .
Van alle gebruikers die ik in de loop der jaren heb gezien, ken ik niemand die er beter door is geworden. Volgens mij vertraagt het slechts de volwassenwording.”
VERGELIJKING MET ALCOHOL
Ook enkele onderzoekers die wel achter het gebruik van marihuana staan, geven toe dat de geest erdoor beïnvloed kan worden. Dat effect is trouwens ook de reden waarom de meeste gebruikers het gebruiken; marihuana kan een gevoel van euforie, van welbehagen, wekken, van „high”-zijn, zoals velen het noemen. En dit geestelijke effect is bij sommige gebruikers zelfs zo sterk dat men ze „stoned” noemt. Ook dat wordt toegegeven.
Voorstanders van marihuana geloven echter niet dat deze invloed op de geest gevaarlijker is dan het effect van alcohol, aangezien alcohol de geest op een soortgelijke wijze kan beïnvloeden. Volgens vele anderen bestaat er echter een reëel verschil tussen marihuana en alcohol.
Er wordt op gewezen dat alcohol niet zo lang in het lichaam of de hersencellen wordt vastgehouden. Natuurlijk kan alcohol bij langdurig overmatig gebruik schade aanrichten in het lichaam en de hersenen, maar bescheiden genuttigd is het binnen een paar uur weer door het lichaam verwijderd. Zo’n snelle verwijdering vindt echter niet met het giftige bestanddeel van marihuana plaats. Het is volgens de berichten even hardnekkig als DDT, met dezelfde neiging tot ophopen. Vandaar dat velen marihuana een stuk gevaarlijker achten dan alcohol.
Zes artsen van de afdeling voor geneeskunde en chirurgie van de Universiteit van Columbia schreven bijvoorbeeld het volgende in een ingezonden schrijven naar de New York Times:
„Marihuana bevat giftige stoffen . . . die slechts oplosbaar zijn in vet en voor weken en maanden in de lichaamsweefsels, waaronder de hersenen, worden opgeslagen, net als dit met DDT het geval is.
De opslagcapaciteit van weefsels ten aanzien van deze stoffen is enorm — waarmee hun langzame giftige werking bij gewoonterokers is verklaard.
Niemand die deze stoffen meer dan eenmaal per week gebruikt, kan drug-vrij zijn.”
Dr. A. Malcolm van Toronto weet te melden: „Vooral hersencellen zijn gevuld met dit vettige materiaal waardoor tamelijk hoge concentraties marihuana zich in zulke cellen ophopen.” „Er zijn mensen”, aldus zijn verdere woorden, „die u zullen vertellen dat er met cannabis niets aan de hand is; in het licht van de huidige feiten is dit van hun kant echter een onverantwoorde uitspraak.”
Dr. R. Heath van de Tulane-universiteit bestempelt de vergelijking tussen alcohol en marihuana als „iets belachelijks”. Alcohol, aldus zijn woorden, heeft „een tijdelijk effect; marihuana is ingewikkeld met blijvend effect”. Het is derhalve zijn overtuiging dat aanhoudend gebruik van marihuana „de hersenen schaadt”.
HORMONENCONCENTRATIE
De meningsverschillen strekken zich ook uit tot andere terreinen, en de vraag of marihuana daar eveneens schade veroorzaakt. Sommigen beweren bijvoorbeeld dat marihuana tot een lagere concentratie van mannelijke geslachtshormonen leidt, wat problemen zou veroorzaken in verband met het mannelijke voortplantingsvermogen.
Het Journal of Medicine, een medisch tijdschrift van de staat New York, maakt in dit verband melding van drie verschillende waarnemingen. Bij één daarvan leden drie mannen in de leeftijd van drieëntwintig tot zesentwintig jaar aan stoornissen in hun voortplantingsvermogen. Er bleek dat zij gedurende lange tijd — zes jaar in één geval, twee jaar in een ander geval — grote hoeveelheden marihuana hadden gerookt. De artsen geloofden dat er een rechtstreeks verband bestond tussen hun probleem en het langdurige marihuanagebruik.
Bij een ander onderzoek van 40 mannen in de leeftijd van achttien tot achtentwintig jaar bleek volgens dit zelfde medische tijdschrift dat minstens 20 van hen zeker zes maanden lang vier of meer dagen per week marihuana hadden gebruikt, en gedurende die tijd geen enkele andere drug; de andere 20 hadden nooit marihuana gebruikt. Het blad merkte nog op dat bij de marihuanagebruikers de hormoonconcentratie „aanzienlijk lager” lag dan bij de anderen, en dat een aantal hiervan ernstige gevolgen ondervond. Het verslag meldde: „De onderzoekresultaten geven te kennen dat chronisch en intensief gebruik van marihuana veranderingen teweeg kan brengen in de fysiologie van het mannelijke voortplantingsvermogen.”
Wat moeten we dan echter aan met een ander onderzoek van 27 mannen, waar in hetzelfde tijdschrift melding van werd gemaakt, en waarbij de concentratie van geslachtshormonen dagelijks werd getest, vóór, tijdens en na een 21-daagse periode van marihuanagebruik? In hun geval werden geen wijzigingen van betekenis geconstateerd. Onder die omstandigheden kwamen de uitvoerders van de proef tot de slotsom dat er tussen marihuana en de concentratie van geslachtshormonen geen enkel aantoonbaar verband bestond. Niettemin was er één verschil. Namelijk de veel kortere tijdsperiode — drie weken, in plaats van de maanden en jaren waarover het betrokken gebruik zich bij de andere twee proeven had uitgestrekt.
ANDERE MOGELIJKE SCHADE
Met betrekking tot de bewering dat marihuana een verminderde weerstand tegen ziekte en ook schade aan de chromosomen en genen veroorzaakt, bestaan soortgelijke meningsverschillen.
Het blad Consumer Reports maakte melding van proeven waarbij geen enkele schade aan de celstructuur kon worden aangetoond. En over ziekte citeerde het een verslag omtrent proeven die aan de Universiteit van Californië waren verricht, en dat luidde: „Er bestaan geen klinische of epidemische aanwijzingen dat chronisch marihuanagebruik tot een grotere ontvankelijkheid voor de ontwikkeling van . . . [kankerachtige] of infectieuze processen leidt.” Deze conclusie was gebaseerd op huidproef-resultaten.
Andere onderzoekers zijn tot tegenovergestelde bevindingen gekomen. Dr. G. G. Nahas en zijn medewerkers aan de faculteit van chirurgie en geneeskunde berichtten na de uitvoering van ingewikkelde proeven dat het lichamelijke weerstandsvermogen van marihuanarokers schade had geleden. Dr. Nahas kwam tot de slotsom dat gewoonterokers van marihuana hun weerstand tegen infectieziekten en ook tegen kanker ondermijnden. Tevens merkte hij op dat grote dosissen van THC „een afname” teweeg hadden gebracht „in de celvorming van DNA”, wat leek te duiden op een abnormale ontwikkeling van erfelijke codes. Vandaar zijn opmerking:
„Het effect van THC is 10.000 maal zo sterk als het effect van alcohol . . .
De aanwijzingen duiden erop dat marihuana bijzonder schadelijk is en dat het gebruik ervan ontmoedigd dient te worden. Het is geen mild geestverruimend kruid. Ik betreur de pogingen die worden ondernomen om het sociaal aanvaardbaar of gemakkelijker verkrijgbaar te maken.”
Dat marihuanarook, net als tabaksrook, schade aan de longen kan toebrengen, daarover is men meer gelijkgestemd. Zwitserse geleerden hebben aangetoond dat marihuanarook „bijdraagt tot de ontwikkeling van kwaadaardige en precancereuze groei” in cultures van longweefsel. Volgens een Zwitsers medisch onderzoekteam zou marihuana longweefsel zelfs nog sneller schaden dan sigaretterook. En Consumer Reports bevatte een artikel dat zich weliswaar algemeen, gunstig uitliet over het roken van marihuana maar waarin toch de opmerking werd gemaakt:
„Hoewel het feitenmateriaal nog verre van doorslaggevend is, bestaat er geen reden om te twijfelen aan het feit dat marihuanarook, evenals tabaksrook en andere soorten van rook, schade kan toebrengen aan menselijke longcellen. Hoeveel schade blijft nog een onbeantwoorde vraag. . . .
Natuurlijk lopen de erg zware gebruikers, die vele marihuanasigaretten per week roken waarschijnlijk een ernstig risico.”
HET JAMAICA-ONDERZOEK
De verdedigers van marihuana verwijzen vaak met graagte naar een onderzoek dat op Jamaica, in West-Indië, is verricht. Veel bewoners van dat land zijn al heel lang rokers van wat daar ganja, ofte wel marihuana, wordt genoemd. Een Jamaicaans onderzoek, zo dacht men daarom, zou definitieve conclusies moeten opleveren.
En in een verslag gebaseerd op dat onderzoek stond dat onder de Jamaicanen geen schadelijke effecten waren geconstateerd. De slotwoorden luidden: „De gegevens wijzen er duidelijk op dat langdurig marihuanagebruik . . . niet tot aantoonbare gebreken in het intellect of de vaardigheid leidt . . . Niets in de resultaten duidt op hersenbeschadiging.”
De betrouwbaarheid van dit onderzoek en de daaruit getrokken conclusies worden echter sterk betwijfeld. Professor H. B. Jones van de Universiteit van Californië verklaarde erover:
„Een onderzoek van het marihuanagebruik (ganja) op Jamaica waarbij volgens de commentaren geen schadelijke gevolgen aan het licht zijn getreden, is ernstig in diskrediet gebracht door Dr. J. A. S. Hall, hoofd van de medische afdeling van het Kingston-ziekenhuis op Jamaica, die bemerkte dat de geselecteerde groep waarmee het onderzoek was gedaan, ondeugdelijk was.
Hijzelf had ’20 percent impotentie waargenomen . . . onder mannen die vijf of meer jaren ganja hadden gerookt’ en berichtte dat ’persoonlijkheidsveranderingen onder ganja-rokers . . . op Jamaica een kwestie van algemene waarneming is’. Tot de symptomen daarvan behoren apathie, een zich terugtrekken uit de realiteit en het onvermogen of de onwil tot aanhoudende concentratie.”
Dr. Jones gaf weliswaar toe dat er onderzoeken zijn gedaan die de beweerde schadelijkheid van marihuana lijken te logenstraffen, maar merkte aan de andere kant op: „Deze onderzoeken gaan onveranderlijk aan één of twee kenmerken voorbij: dat het effect van marihuana tijd nodig heeft om zich op te hopen en dat geselecteerde groepen van proefpersonen niet de effecten hoeven te vertonen die zich bij de meeste gebruikers voordoen. Het actieve ingrediënt van marihuana, THC, blijft in het lichaam achter: 40 tot 45 percent na vier dagen; 30 tot 35 percent na zeven dagen, waarna het langzamerhand verder verdwijnt. Aanhoudende belasting van de hersenen met THC is de oorzaak van beschadigde hersenfuncties.”
EEN BELANGRIJKE FACTOR OM TE OVERWEGEN
Op dit moment is er van de schadelijke gevolgen van marihuana dus nog geen volledig beeld te geven. Er wacht nog veel onderzoek. Niettemin is uit de resultaten die sommigen hebben verkregen, al duidelijk op te maken dat een ernstige bedreiging van de gezondheid op zijn minst niet is uitgesloten.
Met het oog hierop verklaarde Dr. R. L. Dupont, directeur van het Nationale Instituut tegen Drugmisbruik in de Verenigde Staten: „Er is reden voor bezorgdheid en voorzichtigheid, gezien de resultaten van dierproeven en eerste onderzoeken bij mensen . . . Wat de huidige stand van zaken betreft, de mogelijk nadelige gevolgen lijken de huidige en toekomstige rokers van marihuana toch te dwingen tot de vraag of zij het het risico wel waard achten.”
En zelfs in Consumer Reports stond een maand na het artikel dat in de bres was gesprongen voor marihuanagebruik, een artikel waarin werd toegegeven: „Marihuana is waarschijnlijk net als elke andere drug in minstens enkele opzichten, voor op zijn minst bepaalde gebruikers, op een bepaald doseringsniveau, onder bepaalde gebruikscondities, schadelijk.”
Met betrekking tot deze kwestie is echter nog iets veel belangrijkers het overwegen waard. En wel de zienswijze van Degene die het lichaam en de geest van de mens geschapen heeft en stellig weet wat het beste voor hem is. In Gods Woord, de bijbel, krijgen we de raad: „Laten wij ons reinigen van elke verontreiniging van vlees en geest” (2 Kor. 7:1). Het opzettelijk inhaleren van rook — van welke rook maar ook — in onze longen is zonder meer een verontreiniging van het vlees te noemen. Iemand kan niet in deze gewoonte volharden en toch een ware christen worden genoemd.
Daarbij komt nog dat marihuana iemand in een „high”- of „stoned”-toestand kan brengen, en de geest daardoor aan verkeerde opvattingen kan blootstellen. De World Book Encyclopedia verklaarde dienaangaande: „Marihuana brengt diverse veranderingen teweeg in de manier waarop iemand voelt en denkt. . . . Marihuana kan iemand ook zijn gevoel voor ruimte en tijd doen verliezen. Minuten kunnen uren toeschijnen en nabijgelegen voorwerpen kunnen ver weg schijnen. De drug kan een negatief effect hebben op het geheugen, het oordeel en de coördinatie. . . . Marihuana kan iemands bereidheid tot het aanvaarden van nieuwe ideeën zonder te oordelen of ze wel of niet waar zijn, vergroten.”
Kan een godvrezend persoon zich aan een dergelijk effect blootstellen? De bijbel stelt nadrukkelijk: „Geliefden, gelooft niet elke geïnspireerde uiting, maar beproeft de geïnspireerde uitingen om te zien of ze uit God voortspruiten, want er zijn vele valse profeten uitgegaan tot de wereld” (1 Joh. 4:1). Hoe goed kan iemand ideeën beproeven om vast te stellen of ze waar of vals zijn wanneer hij een drug gebruikt die „iemands bereidheid tot het aanvaarden van nieuwe ideeën, zonder te oordelen of ze wel of niet waar zijn, [kan] vergroten”?
Voorts verklaart het bijbelboek Spreuken: „Het denkvermogen zelf [zal] de wacht over u houden, het onderscheidingsvermogen zelf zal u beveiligen, om u te bevrijden van de slechte weg, van de man die verkeerde dingen spreekt, van hen die de paden der oprechtheid verlaten om de wegen der duisternis te bewandelen” (Spr. 2:11-13). Zal „high”-zijn of „stoned” worden door marihuanagebruik uw denkvermogen en onderscheidingsvermogen verbeteren, om u te beveiligen voor slechte wegen en verkeerde spraak? Nauwelijks.
Dus ongeacht wat het moderne onderzoek aan het licht zal brengen omtrent de kortdurige of langdurige effecten van marihuana, christenen zullen het gebruik ervan vermijden. Zij weten dat het een verontreiniging van het vlees is en dat het een geestesgesteldheid kan oproepen die tegengesteld is aan die welke een dienstknecht van God moet ontwikkelen.
[Inzet op blz. 5]
Sommige automobilisten reageerden onder de invloed van marihuana even slecht als dronken chauffeurs.
[Inzet op blz. 7]
’Marihuana beschadigt longweefsel sneller dan sigaretterook.’ — Zwitsers medisch onderzoekteam.