Een alternatief voor bloedtransfusies
● In hoeverre kan men zware bloedarmoede ten gevolge van bloedverlies, zonder bloedtransfusie overleven? Zuurstof is onontbeerlijk voor het leven en hemoglobine is het bestanddeel in bloed dat de zuurstof vervoert. Men beschouwt bloedarmoede als „zwaar”, wanneer het hemoglobinegehalte zakt tot 6 gram (per 100 milliliter bloed) of lager. (Normaal is 13-15 gram.) Zelfs wanneer het gehalte tot slechts 10 gram zakt, en er een hevige bloeding plaatsvindt, willen doktoren al bloedtransfusie toedienen.
Onder het kopje „Buitengewone bloedarmoede ten gevolge van bloedverlies”, haalt het „Journal of the American Medical Association” (JAMA) van 20 mei 1974 drie gevallen aan waarbij Jehovah’s getuigen betrokken waren bij wie het hemoglobinegehalte respectievelijk tot 6,9, 3,8 en 2,6 gram zakte. Vanwege de religieuze overtuiging van de patiënten trachtten artsen van het Long Beach Naval Hospital een andere behandeling dan bloedtransfusie toe te passen. Te zamen met intramusculaire injecties met dextran en intraveneuze injecties met zorgvuldig afgewogen zoutoplossingen, dienden zij „hyperbare zuurstof” toe om het gebrek aan zuurstoftransporterende hemoglobine te compenseren. Wat was het resultaat?
Het artikel spreekt van een „geweldige verbetering, waaronder een ommekeer in de tekenen en symptomen van hypoxie (zuurstofgebrek) bij alle drie de patiënten”.
Een dergelijke behandeling mag dan op zichzelf de oorzaak van de bloedarmoede niet oplossen, maar ze kan de dokter wel de nodige tijd geven om aan de oplossing te werken, of het lichaam van de patiënt de tijd geven het eigen herstellingsvermogen aan te wenden, zonder de toevlucht te nemen tot bloedtransfusies, welke met Gods wet inzake het gebruik van bloed in strijd zijn. — Hand. 15:28, 29.