Schelpengeld — nog steeds van invloed
Door Ontwaakt!-correspondent in Papoea-Nieuw-Guinea
Op 19 april 1975 voerde Papoea-Nieuw-Guinea zijn eigen munteenheid in, waardoor de voorheen in gebruik zijnde Australische munt werd vervangen. Deze nieuwe munteenheid houdt op interessante wijze verband met het schelpengeld dat lang op de eilanden van de Grote Oceaan in gebruik is geweest.
Terwijl het muntstelsel voordien gebaseerd was op Australische dollars en centen, bestaat de basis van ons muntstelsel thans uit kina’s en toea’s. Kina is in het Melanesisch-Pidgin de naam voor de zogenaamde „gold lip”-schelp, in feite slechts de éénhelftige klep van een pareloesterschelp. Toea is een woord uit de Hiri Motu-taal, waarmee wordt gedoeld op de armschelpen die sinds onheuglijke tijden door de inheemse bewoners van Papoea-Nieuw-Guinea zijn gedragen.
Onze grootste munt is het één-kina-muntstuk, dat overeenkomt met de waarde van één Australische dollar (ca. ƒ 3,25). Erop afgebeeld staan twee krokodillen, aan de rechterzijde de zoetwater-soort en aan de andere zijde de zoutwater-variëteit.
De regering heeft gekozen voor een metalen munt omdat de gemiddelde levensduur daarvan veel langer is dan van een bankbiljet, en men aldus heel wat vervaardigingskosten uitspaart. We hebben echter wel bankbiljetten van twee, vijf en tien kina.
Sommige mensen hebben zich afgevraagd waarom de kina-munt in het midden een gat bezit. De redenen daarvoor zijn velerlei: de munt wordt er lichter door, is goedkoper te maken en heeft voor de mensen in Papoea-Nieuw-Guinea een bekend uiterlijk. Van 1929 tot 1945 werden er voor Nieuw-Guinea bepaalde munten geslagen met een gat in het midden. De plaatselijke bevolking maakte hiervan een praktisch gebruik door de munten aan een vistouw te rijen en bij gebrek aan broekzakken in hun kleding, rond de nek te hangen.
De kina bestaat uit honderd toea; één toea heeft dezelfde waarde als een Australische cent. Er zijn munten van één, twee, vijf, tien en twintig toea, elk voorzien van een andere beeltenis, de afbeelding van een fascinerende diersoort die in Papoea-Nieuw-Guinea wordt aangetroffen.
Op het muntstuk van één toea staat een grote tropische dagvlinder, een van de mooiste en prachtigste vlinders ter wereld. Het twee-toea-muntstuk draagt de beeltenis van een „butterfly codfish”, een vlindervis die vaak van kleur verandert om zich bij gevaar te camoufleren. Een schildpad siert de vijf-toea-munt, terwijl de koeskoes, een kleine, vierpotige boomklimmer, een plaatsje op de tien-toea-munt heeft verworven; op de twintig-toea-munt prijkt een afbeelding van de kasuaris, een grote, vleugelloze vogel.
Hoewel de meeste mensen hier het moderne geld gebruiken, zijn er bepaalde groepen eilandbewoners die het nog steeds bij schelpengeld houden. In Papoea-Nieuw-Guinea wordt de kina-schelp bijvoorbeeld nog altijd geslepen en tot halvemaanvormige munthelften gezaagd. Daarna komt in elk uiteinde van de halve maan een gat zodat de schelpen aan een touw kunnen worden geschoven en om de hals gehangen kunnen worden.
De kina-schelpen zijn in de loop des tijds voornamelijk gebruikt bij de betaling van bruidsprijzen of het kopen van varkens en worden vooral in de bergstreken zeer op prijs gesteld.
Ook de toea- of armschelpen hebben hier en daar hun waarde als betaalmiddel nog steeds niet verloren. Deze schelpen, of beter gezegd schelpstukjes, zaagt men uit de tolhoren, waarna men 2 à 3 centimeter brede armbanden van maakt. Daar slechts één toea uit één tolhoren gezaagd kan worden, zijn ze tamelijk duur. Een grote toea kan wel twintig Australische dollars of, zo men wil, twintig kina kosten.
Het schelpengeld dat lange tijd in gebruik is geweest onder de bevolking op het Britse Protectoraat der Salomons-eilanden, wordt vervaardigd op het eiland Malaita. Er zijn twee belangrijke vormen in omloop, die bekend staan als respectievelijk „rood geld” en „wit geld”. Het rode geld maakt men uit een hoornschelp die van binnen rood is en het witte geld wordt vervaardigd uit een witte hoornschelp. Uit deze schelpen zaagt men kleine stukjes, die van een gaatje worden voorzien.
De stukjes schelp worden daarna aan een koord geregen, een aantal rode achter elkaar en dan weer een witte. Zes of tien van zulke strengen staan gelijk aan één geldstuk, met een waarde van ongeveer 20 kina. Momenteel zijn op de Britse Salomons-eilanden beide geldsoorten, zowel het Australische geld als het schelpengeld, nog naast elkaar in omloop.
De afgelopen jaren merkt men onder de eilandbewoners echter steeds meer de neiging om het Australische geld te gaan gebruiken, hoewel menig ouder persoon zijn rijkdom nog altijd het liefst in de vorm van schelpengeld in de hand houdt. Maar in Papoea-Nieuw-Guinea hebben wij nu een nieuw muntstelsel, dat niet alleen de nadruk legt op ons fascinerende dierenleven, maar tevens aanknoopt bij de lange traditie van ons schelpengeld.