Waarom zij hun toevlucht nemen tot terreur
Door Ontwaakt!-correspondent in West-Duitsland
EEN bekend gezicht blikte neer van de honderden verkiezingsborden die in de stad stonden verspreid. Peter Lorenz stelde zich kandidaat voor de burgemeesterszetel van Berlijn en een van zijn programpunten was veiligheid. „Energiekere aanpak van veiligheid”, riepen de plakkaten. „Berlijners leven in gevaar . . . misdaad neemt de overhand”, verklaarden de traktaten die door Lorenz’ partij werden uitgedeeld.
Maar toen, vlak vóór de verkiezingsdag, kon men datzelfde bekende gezicht wezenloos vanaf de voorpagina’s van de kranten zien staren — ditmaal vermoeid, wazig kijkend en beroofd van bril. Voor hem, op dezelfde foto, stond een bord met daarop de pochende tekst: „Peter Lorenz — Gevangene van de 2 juni-beweging.” Ja, hij die een campagne voerde tegen terreur, was er nu zelf het slachtoffer van geworden! Zijn bevrijding kon slechts bewerkstelligd worden nadat de Duitse regering aan alle eisen van zijn ontvoerders had voldaan.
Politiek terrorisme en geweld hebben zich de laatste jaren als een dodelijke plaag over de aarde verbreid. Dezelfde week dat Lorenz in gijzeling werd gehouden, berichtten de Duitse kranten nog andere daden van politiek geweld, her en der vandaan:
Argentinië: „Extremisten hebben ontvoerde Amerikaanse consul John Patrick Egan doodgeschoten.”
Zuid-Frankrijk: Zes bomaanvallen hebben zondagnacht uitgebreide schade veroorzaakt.”
Kenya: „De eens zo vreedzame hoofdstad van Nairobi leeft in de schaduw van terreur. Bij een bomaanval op een bus vielen 27 doden en 36 gewonden.”
Rome: „Tijdens een bloedig straatgevecht tussen jonge extremisten van rechts en links, werd een demonstrant levensgevaarlijk gewond.”
Noord-Ierland: „Ondanks het bestand werden de afgelopen nacht twee mensen in Belfast gedood en twee anderen gewond.”
Israël: „Een terroristen-aanval op een hotel in Tel Aviv eindigde donderdagmorgen vroeg in een bloedbad . . . veertien doden.”
Dit alles in slechts één week tijds! Geen wonder dat mensen vroegen: „Waar gaat dat heen?” en: „Kan er niets aan gedaan worden?” De Duitse Bondskanselier Helmut Schmidt waarschuwde echter in het Duitse parlement: „De constitutionele regering kan geen garantie of bescherming bieden tegen terrorisme en anarchistisch geweld . . . Zelfs militaire en politieke dictaturen zijn niet in staat absolute bescherming te bieden.” Op zoek naar een oplossing, vroeg de Berlijnse Tagesspiegel zich af:
„Wat is er met wereldorganisaties als de VN of met de internationale solidariteit tussen de betrokken landen aan de hand, dat politieke moordenaars, ontvoerders en vliegtuigkapers niet worden uitgeleverd of op zijn minst vervolgd? Dit kwaad kan niet worden uitgeroeid zolang het niet mogelijk is tot de kernoorzaak door te dringen.”
Dat is waar, maar wat is de kernoorzaak van het probleem? Is het gerechtelijk vervolgen van terroristen voldoende? Een beschouwing van de achtergrond van hun daden zal onthullen dat de kern van het probleem veel dieper schuilt.
De weg naar geweld
Idealistische jongeren hoeft niet te worden verteld dat er met de maatschappij om hen heen iets mis is. De noodzaak van verandering lijkt duidelijk. Maar vaak hebben hun roepende stemmen weinig effect gehad op de zwaar verschanste systemen van de gevestigde orde. In de jaren ’50 rolden de eerste protestgolven over de Westerse industrielanden, vredig nog eerst, maar steeds eisender. Velen zullen zich nog kunnen herinneren hoe demonstranten bij marsen van Aldermaston in Engeland de „Ban de bom”-leuze hieven. Maar de bom werd niet gebannen. Integendeel, de kernwapens namen sneller toe dan ooit.
Soortgelijke frustrerende situaties in verband met de oorlog in Vietnam, burgerrechten en andere kwesties werden een voedingsbodem voor actievere vormen van protest, terwijl het kennelijke succes van revolutionair geweld in landen als China en Cuba steeds meer protesterenden in hun mening versterkte dat veranderingen alleen maar mogelijk waren door een gewelddadige omverwerping van degenen die aan de macht zijn.
„Vernietig wat jou vernietigt”, werd de revolutionaire leuze van protesterende Berlijnse studenten in de jaren ’60. De gevestigde staat was onmachtig gebleken de menselijke problemen op te lossen, aldus hun redenering, en moest daarom verwijderd en vervangen worden door iets anders — zo nodig met geweld. De groep die burgemeesterskandidaat Lorenz ontvoerde, stelde het als volgt: „Met woorden en eisen verandert men niets aan de verkeerde toestanden in dit land . . . Slechts met geweld en wapens is aan fascisme een eind te maken.”
De bekende Duitse journalist Fritz René Allemann verklaarde hun strategie als volgt: „Terreur — soms op de wreedste en primitiefste wijze toegepast, andere keren geraffineerd en verfijnd uitgevoerd — is bedoeld om de bovenklassen te provoceren en de lagere klassen uit hun verdoving en apathie te wekken door hun te tonen dat regeringen en regeerders niet langer onaantastbaar zijn.”
En zo hebben de methoden, toegepast bij het religieuze conflict in Noord-Ierland en bij kleine „bevrijdingsbewegingen” in andere landen, zich ook naar de welvarende landen van het Westen uitgebreid. „Stadsguerrilla’s” bewegen zich door de asfalt-jungle van de moderne steden, die met hun hoge torenflats en onpersoonlijke woonwijken, goede schuil- en wijkmogelijkheden bieden. Bliksemaanvallen in de vorm van bankberovingen, bomaanslagen, „executies” van onpopulaire politici en ontvoering van prominente personages om de vrijlating van gevangen kameraden af te dwingen, zijn nu aan de orde van de dag.
Ondertussen is er nog een andere, vaak over het hoofd geziene factor, die veel tot dit klimaat van geweld heeft bijgedragen. Wat dan wel?
Kerkelijke inmenging
Wel, een religieus georiënteerd persoon zou zich in alle eerlijkheid kunnen afvragen hoe het komt dat religie niet een betere matiging van politiek geweld heeft kunnen bewerken. Het christendom is immers tegen geweld en het gebruik van brute kracht? Zijn christenen niet veeleer voorstanders van naastenliefde?
H. Albertz, een voormalige burgemeester van Berlijn en predikant van de Evangelisch-Lutherse Kerk en lid van de synode, geeft ons enig inzicht in deze kwestie. Tijdens een televisie-interview eind 1974 gaf hij toe: „Wijzelf zijn er de schuld van dat de dingen zo gelopen zijn, want per slot van rekening zijn het onze zonen en dochters.” Zijn woorden worden onderstreept door het feit dat een van de vier hoofdleiders van de beruchte Baader-Meinhofgroep, een Duitse terroristenorganisatie, aan wie vijf moorden en tal van moordpogingen worden toegeschreven, zelf de dochter is van een geordineerde protestantse predikant!
De meeste katholieke en protestantse geestelijken zullen geweld en terreur weliswaar niet openlijk goedkeuren, maar hun woorden zijn wat dat betreft veel minder maatgevend dan hun daden. Geestelijken zullen misschien afkeuren wat terroristen doen, maar ondertussen hebben zij zelf de grond rijp gemaakt voor de ontkieming van de zaden van terreur en geweld die thans bloeien en wortel hebben geschoten. Waarom kan men dit zo stellen?
Wel, beschouw ter beoordeling daarvan eens de methoden die de religieleiders in de jaren der Middeleeuwen hebben gevolgd, toen zij sterk genoeg waren om hun wil aan de politieke leiders op te leggen. Hebben hun bloedige kruistochten, afschuwelijke inquisities, verbrandingen van „ketters” en „heksen”, „bekeringen” door het zwaard en andere gewelddadige tactieken de bladzijden van de geschiedenisboeken niet gevuld met bewijzen dat zij toentertijd geen enkele afkeer van terreur en geweld hadden, wanneer dit hun maar te pas kwam! En heeft de tijd in deze gemakkelijke houding ten opzichte van geweld een verandering gebracht?
De geschiedenis van twee wereldoorlogen in het hartje van de christenheid antwoordt: Nee! Uit de geschiedenisverslagen blijkt dat de politieke leiders aan beide kanten en tijdens beide conflicten konden rekenen op de fervente steun van de kerken, die hun jongemannen de oorlog inzonden om geweld te bedrijven. De Britse Brigadegeneraal F. P. Crozier merkte hierover op: „De christelijke Kerken zijn de bloeddorstigste creaturen die we bezitten en we hebben van hen een vrijelijk gebruik gemaakt.” Het immer voortdurende religieuze conflict in Noord-Ierland geeft bovendien aan dat deze neiging tot geweld onder aanhangers van de christenheid nog altijd onverminderd aanwezig is.
Dat het voor sommige geestelijken maar een kleine stap is van steun aan oorlogsgeweld ten behoeve van „God en vaderland” naar steun aan geweld ten behoeve van religieuze kwesties die bepaalde mensen als „rechtvaardig” beschouwen, blijkt ook wel uit wat de Presbyteriaanse universiteits-pastor H. W. Malcolm tijdens de periode van radicale studentenrevoltes tegen de oorlog in Vietnam schreef:
„Zij die klagen dat de geestelijkheid niet betrokken dient te raken bij openbare aangelegenheden als politiek, economie, armoede, oorlog en vrede hebben geen werkelijk begrip van de historische achtergrond van het ambt der bediening. . . . [deze geestelijken] zijn degenen die zichtbaar de fundamentele leer van hun geloof in de praktijk brengen. En dit feit gaat niet onopgemerkt aan de radicale studenten over het hele land voorbij.”
En om daarna te tonen in hoeverre een geestelijke daadwerkelijk bij politieke bewegingen betrokken mag raken, schreef Malcolm:
„Als dit ook betekent dat er bepaalde acties moeten worden ondernomen om de heersende maatschappij vrijer te maken, moet dit worden geprobeerd. Al met al is dit de reden waarom de campus-pastor zichzelf betrokken ziet bij radicale studentenbewegingen.”
En thans verschijnen er van over de gehele aarde steeds meer berichten over geestelijken die betrokken zijn bij „bevrijdings”-bewegingen. Velen verklaren zich niet alleen in woord voorstander van een omverwerping van de, zoals zij het noemen, „onderdrukkende” systemen, maar nemen ook daadwerkelijk aan gewelddadige acties deel, waarmee zij aan dit geweld een soort van morele eerbaarheid verlenen, alsof het de wil van God is. Typerend voor hun houding zijn de woorden van de katholieke priester Camillo Torres, die enige tijd geleden stierf in een regen van soldatenkogels:
„Revolutie betekent een regering installeren die de hongerigen voedt, de naakten kleedt en de onwetenden onderwijst, kortom, een regering die liefde ten toon spreidt . . . Om die reden is revolutie niet alleen een mogelijkheid voor christenen, maar in feite een plicht wanneer het de enige doeltreffende manier is om deze liefde voor allen tot uitdrukking te brengen.”
Kunt u het de huidige jeugd nog kwalijk nemen dat zij ertoe zijn gebracht te geloven dat een rechtvaardige maatschappij alleen door hun eigen inspanningen verkregen kan worden — en dat zij daarmee in overeenstemming handelen met de wil van God, die zelf niet wil of kan handelen? W. F. Starr, een protestantse raadgever an de Columbia-universiteit merkte op dat volgens de zienswijze van de overleden protestantse theoloog Dietrich Bonhoeffer „de wereld zelf, de mens zelf, zoals hij leeft in de wereld, noden lenigt en problemen oplost, en niet God.” Starr voegde hieraan toe: „Als Bonhoeffers toehoorders herhalen wij zijn pleidooi dat de mens God niet langer moet vragen te doen wat hij voor zichzelf en anderen kan doen.”
En wanneer het dus van de mens zelf afhangt, schijnt de leuze „vernietig wat jou vernietigt!” voor velen een aanvaardbare oplossing te zijn om aan hun frustraties over het falen van menselijk bestuur een eind te maken. Maar is ze dat werkelijk?
De werkelijke oplossing
Het zou naïef zijn te geloven dat terroristen het in al hun opvattingen bij het verkeerde eind hebben. In plaats van aan de werkelijkheid voorbij te gaan, zijn het mensen die zich bewust zijn van het falen van het huidige samenstel bij het oplossen van politieke, economische, raciale en milieuproblemen. Maar is hun oplossing — radicaal geweld om het huidige systeem te vervangen door één van hun eigen keus — de juiste oplossing? Of zou er slechts een wisseling van onderdrukkend bestuur plaatsvinden?
Wat valt er aan de andere kant te zeggen over degenen die voorstanders zijn van werken „binnen de bestaande systemen”? Is er ook maar enige aanwijzing dat de wereld zich door al hun praten en werken in de juiste richting beweegt? Het bestaan van steeds meer armoede, werkloosheid, alfabetisme, honger en dakloosheid — en momenteel een steeds groter aantal vluchtelingen — antwoordt nadrukkelijk Nee!
Is het niet uitentreuren gebleken dat mensen niet de wereldomvattende veranderingen kunnen brengen die nodig zijn om de gehele mensheid vrede en geluk te schenken? Maar als die veranderingen nu eens van buiten het rijk der mensheid zouden komen, van een bron die de macht bezit om alle feodale, zelfzuchtige, nationalistische bestuurders van thans te verwijderen en te vervangen door een universele regering die werkelijk de belangen van de mensheid als geheel zal dienen? De bijbelprofetieën antwoorden dat dit nu precies hetgeen is wat de Schepper van de menselijke familie van plan is te doen:
„In de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk [regering] oprichten dat nooit te gronde zal worden gericht. En het koninkrijk zelf zal aan geen ander volk worden overgedragen. Het zal al deze koninkrijken verbrijzelen en er een eind aan maken, en zelf zal het tot onbepaalde tijden blijven bestaan.” — Dan. 2:44.
De bijbel geeft ook aan dat er dan een totaal nieuwe ordening zal heersen, gebaseerd op vrede, gelijkheid en broederlijke liefde — de hoedanigheden die zozeer worden gewenst door degenen die een keer willen brengen in de huidige wereldorde. — Zie 2 Petrus 3:13; Openbaring 21:1-5.
Religieuze leiders zijn niet in staat gebleken dit voornemen van God aan de jeugd van vandaag duidelijk te maken. Zij dragen daarom de zware verantwoordelijkheid radicale jongeren tot de weg van terreur en geweld te hebben misleid, terwijl zij juist zoveel hadden kunnen doen om de toename van terreur een halt toe te roepen, namelijk wanneer zij slechts hun opdracht hadden vervuld en jonge mensen in het grootse voornemen van God hadden onderricht in plaats van ze in de richting van menselijke oplossingen te stuwen. Zij die Gods voornemen niet in aanmerking nemen, kunnen slechts oogsten wat ook de Israëlieten uit de oudheid oogstten op momenten dat zij God vergaten:
„Er werd gehoopt op vrede, maar niets goeds is er gekomen; en op een tijd van genezing, en zie! verschrikking!” — Jer. 14:19.
Is dat niet precies hetgene wat er ook vandaag de dag gebeurt? Waarom u daarom niet afgewend van de beperkte oplossingen die onvolmaakte mensen hebben kunnen ontwerpen en u keren tot de wereld-oplossing die God door middel van zijn Koninkrijk tot stand zal brengen? Slechts dan zal de langverwachte tijd van vrede, rechtvaardigheid en gerechtigheid, de oprechte droom van zelfs menig terrorist, werkelijkheid worden.