Het wonder van de vulkaan
Door Ontwaakt!-correspondent in Guatemala
AL EEUWENLANG hebben vulkanen de mens zowel gefascineerd als verbijsterd. Zelfs zo dat in de oudheid velen ertoe overgingen om vulkanen te aanbidden. Het woord vulkaan zelf is afgeleid van Volcanus, de Latijnse naam voor de Romeinse god van het vuur.
Na over een vulkaan te hebben gesproken als „een opening in het aardoppervlak”, staat in The World Book Encyclopedia de verklaring: „Door deze opening is gesteente gepasseerd, zo heet dat het zich in vloeibare of gasvormige toestand bevond. Dit gesmolten gesteente, diep uit de aarde, wordt magma genoemd.” Men vermoedt dat zich op 30 tot 65 kilometer diepte onder de aardkorst kamers of holten van uiterst hete magma bevinden. Bij druk van het magma tegen de bovenwand van de holte, ontsnappen er gassen, die wanneer zij onderweg in de aardkorst zwakke plekken ontmoeten, een gang of „pijp” uithollen, die ten slotte het oppervlak bereikt.
Wanneer het magma door deze gang aan het aardoppervlak komt, koelt het af tot „lava”, dat zich door een opening van de aardkorst perst en over de randen van een vulkaankrater loopt. „Van tijd tot tijd” , aldus het boven aangehaalde naslagwerk, „raakt de opening door afkoelend magma verstopt, waardoor de zich ontwikkelende gassen opnieuw onder hoge spanning komen te staan en uiteindelijk het verstoppingsmateriaal de lucht in blazen.”
Guatemala staat bekend om zijn vulkanen; er zijn er meer dan drieëndertig in dit Centraalamerikaanse land. Iemand die van Mexico naar het zuiden reist, in de richting van de stad Guatemala, kan de ene vulkaantop na de andere zien, aaneengeregen tot een formidabele bergketen. Maar de meeste Guatemalese vulkanen werken nu niet meer.
Een van de actieve vulkanen is nog de Santiaguito, die aan het eind van de vorige eeuw werd geboren, uit de wand van een grotere moedervulkaan. Een oudere vrouw, die als klein meisje getuige is geweest van deze „geboorte” , herinnert zich nog dat de Santiaguito ’puimsteen en fijn zand uitbraakte waarmee alles in de buurt metershoog werd bedekt’. Nu nog moet men in de omgeving van de vulkaan verscheidene meters puimsteen en zand weggraven om bij de voormalige bovengrond te komen, waarop koffiebomen kunnen groeien.
De Pacaja is een andere actieve vulkaan in Guatemala, die nu al verscheidene jaren achtereen werkt. ’Het lijkt wel alsof er vuur uit de top schiet’, aldus een ooggetuige, die erupties van de Pacaja heeft gezien. ’De gloeiende vuurstromen die dan van de berghellingen aflopen, lijken in het duister op vingers gedoopt in fosforescerende verf.’
De Fuego (die de Spaanse naam voor „vuur” draagt) is de grootste geweldenaar van het land. Op 13 oktober 1974 stonden inwoners van de stad Guatemala op de daken en op het open veld om naar een uitbarsting van de Fuego te kijken, een werkelijk vreesinboezemend schouwspel. Zij zagen „vlammen” die honderden meters de lucht inschoten, terwijl zij ook uit een wolkeloze hemel bliksem op de krater zagen inslaan, een al vanouds bekend verschijnsel bij vulkaanuitbarstingen. De grote hoeveelheden zand die de Fuego uitbraakte, overdekten en ruïneerden gedeeltelijk de katoenplantages en de velden met sesamgewas.
Wist u echter dat de „vlammen” die bij vulkaanerupties omhoogschieten, voor het grootste deel geen vlammen in de eigenlijke zin van het woord zijn? Vlammen ontstaan gewoonlijk bij de verbranding van brandbaar materiaal, waarbij stoffen vrijkomen die reageren met de zuurstof uit de lucht. De meeste „vlammen” bij vulkaanuitbarstingen ontstaan echter niet door verbranding. Nee, het zijn stromen gloeiend hete lavadeeltjes. Wanneer de lava vrijkomt uit het hart van de vulkaan, waar een hoge druk heerst, en aan de geringe druk van de buitenlucht komt bloot te staan, jagen exploderende gasbellen de lavadeeltjes hemelhoog de lucht in, wat de indruk wekt van opschietende vlammen. Daarna koelen de deeltjes af en vormen dichte wolken die op het omringende land neerdwarrelen en de gewassen vernielen.
Vulkaangassen bestaan hoofdzakelijk uit stoom, terwijl ook koolzuur en stikstof belangrijke bestanddelen zijn. In kleinere hoeveelheden komen nog voor: zoutzuur, fluorwaterstof, zwavel, zwavelwaterstof, zwaveldioxyde, waterstof en koolmonoxyde. En daarvan zijn interessant genoeg alleen zwavel, waterstof en koolmonoxyde brandbaar. Deze weinige stoffen zijn verantwoordelijk voor de enige echte vlammen die bij een vulkaanuitbarsting gezien worden.
Hoewel velen geneigd zijn met angst naar een vulkaan op te zien, omdat deze bergen bij bepaalde gelegenheden op zulke grote schaal levens en eigendommen hebben vernietigd, hebben vulkanen de mensen ook heel wat nuttigs geleverd. Vulkanische stoom is reeds afgetapt voor de opwekking van elektriciteit. Hete bronnen leveren water voor allerhande doeleinden: voor medisch gebruik, om mee te wassen en in te baden. Lava vindt toepassing als bouwmateriaal. Puimsteen geniet bekendheid als schuur- en glansmiddel. En lavabeddingen zijn vanwege hun poreusheid en opneemvermogen van zoet water als belangrijke spaarbekkens van drinkwater in gebruik. Ja, het nut dat men van vulkanen trekt, is stellig veelzijdig te noemen.