De betekenis van Europa’s grootste vredesconferentie
HONDERDEN miljoenen mensen zijn zich er nauwelijks van bewust geweest dat ze werd gehouden. En onder degenen die ervan hoorden, waren er maar weinigen die werkelijk begrepen wat er aan de hand was.
Toch vond van 30 juli tot 1 augustus 1975 in Helsinki, Finland, de grootste bijeenkomst van regeringsleiders in de Europese geschiedenis plaats.
Presidenten, eerste ministers en andere topleiders uit drieëndertig Europese landen waren daar met hoge vertegenwoordigers uit de Verenigde Staten en Canada bijeen. Kleine „vestzak”-staatjes als Monaco, Liechtenstein en San Marino (met een totale bevolking van ongeveer 20.000) genoten te midden van de supermachten van de wereld gelijkheid van stemrecht. Zelfs het Vaticaan had, als een van de onafhankelijke soevereine staten van Europa (overeenkomstig de status die het in 1929 tijdens het regime van Mussolini verwierf) een afgevaardigde die het op de conferentie vertegenwoordigde. Afwezig was van alle Europese landen alleen het op Rood-China georiënteerde Albanië.
„Dit is een dag van vreugde en hoop voor Europa”, waren de jubelende woorden van de Finse president Urho Kekkonen, toen hij deze, wat hij noemde, „ongekende” vergadering toesprak. ’Wij hebben alle reden te geloven dat we . . . door middel van ontspanning gaan in de richting van een stabiele en duurzame vrede.’
Kurt Waldheim, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, verklaarde: „Dit zal een historisch opmerkelijke conferentie worden, niet alleen voor Europa, maar voor de gehele mensheid.”
En de voorafgaande zondag was tijdens alle diensten van de Fins-Lutherse staatskerk een speciaal slotgebed opgezonden, met onder meer de woorden: „Gij God van vrede en hoop, wij danken U voor Uw leiding dat U de landen van ons continent de weg naar vrede en verzoening hebt laten inslaan. . . . Behoed de landen van Europa en van de gehele wereld voor nieuwe oorlogen en daden van geweld.”
Wat was de aanzet tot deze „Conferentie over Europese veiligheid en samenwerking”? Wat zou het resultaat zijn? Eindelijk een „continent van vrede”, na zoveel duizenden jaren van Europese oorlogen en strijd, uitmondend in twee conflicten die zelfs de gehele wereld overspoelden? Het was wel de hoop die door vele sprekers onder woorden werd gebracht. Maar wat kwam er werkelijk tot stand?
Dertig jaar onafgehandelde zaken
Het is alweer ruim dertig jaar geleden dat er op 2 september 1945 een eind kwam aan de Tweede Wereldoorlog. Maar wist u dat er al die tijd nooit een algemeen vredesverdrag tussen de belangrijkste deelnemende landen is gesloten?
Ja, het einde van de Tweede Wereldoorlog liet heel wat dingen onopgelost, of om het met de woorden van de historicus T. Ropp te zeggen: „Een onbehaaglijke vrede, meer lijkend op een tijdelijk staakt-het-vuren, keerde terug over de oorlogsmoede wereld.”
Een groot deel van dit onbehagen hield verband met de nieuwe grenzen van de Sovjet-Unie. In het begin van de oorlog had ze Estland, Letland en Litouwen geannexeerd, en later gedeelten van Roemenië, Finland, Oost-Pruisen, Tsjechoslowakije en bijna de helft van Polen, terwijl aan het eind van de oorlog zes Oosteuropese landen geheel door communistische troepen bezet bleken: Polen, Tsjechoslowakije, Hongarije, Roemenië, Bulgarije en de oostelijke kant van Duitsland. Binnen korte tijd hadden al deze landen als „satelliet”-staten van de Sovjet-Unie een communistisch bewind.
De nieuwe Sovjet-grenzen vonden echter geen officiële erkenning bij de Westerse landen, zodat sinds 1954 de Sovjet-Unie geaasd heeft op een Europese veiligheidsconferentie ter bekrachtiging van haar grenzen en formele erkenning van haar heerschappij over het oostelijk deel van Europa. De verklaring die door deze conferentie opgesteld zou moeten worden, zou dan feitelijk bezien moeten worden als een vervanging van een Duits vredesverdrag, waartoe men na dertig jaar nog steeds niet gekomen was.
Daarnaast was grotere stabiliteit ook het doel dat de Sovjet-Unie zich bij het propageren van de conferentie voor ogen had gesteld. Verscheidene Oosteuropese landen — Hongarije, Polen en Tsjechoslowakije — waren in de jaren ’50 en ’60 het toneel geweest van pogingen tot opstand tegen het communistische bewind. Wanneer de politieke controlesfeer van de Sovjet-Unie in geheel Europa eenmaal officiële erkenning had gevonden, zou de situatie hopelijk wat rustiger blijven.
Een ander motief dat bij de Sovjet-Unie waarschijnlijk nog een rol heeft gespeeld, is haar bezorgdheid voor de groeiende macht van Rood-China. Vreemd genoeg is de vijandschap tussen deze twee machtige communistische „kameraden” vaak heviger dan de vijandschap die ze beide ten aanzien van de „kapitalistische” landen, met inbegrip van de V.S., aan de dag leggen. De Chinees-Russische grens wordt aan beide zijden constant door duizenden soldaten bewaakt. De Sovjet-Unie kan haar reusachtige Aziatische tegenstander met meer zelfvertrouwen in de ogen zien wanneer ze zich wat veiliger voelt aan haar grenzen in het Westen. De Europese veiligheidsconferentie moest aan deze verwachting voldoen.
Maar waarom zouden de Westeuropese landen, de Verenigde Staten en Canada aan zo’n „Sovjet”-bijeenkomst willen deelnemen? Het antwoord luidt: Détente — een Frans woord, dat zoveel betekent als „een verlichting van gespannen relaties”, vooral in een politieke situatie. Want de Westerse landen mogen dat de rijkste ter wereld zijn, momenteel hebben ze toch te kampen met ernstige problemen. En wanneer door een verbeterde relatie met de Sovjet-Unie de drukkende financiële last van de huidige bewapeningswedloop en het handhaven van uitgebreide buitenlandse troepenversterkingen wat verminderd kan worden, dan is dat niet te versmaden. Geen van deze landen is er verlangend naar de wereld weer, net als tijdens de „koude oorlog”-periode na de Tweede Wereldoorlog, op het slappe koord van politiek evenwicht te laten balanceren, wankelend tussen vrede en de dreiging van een nucleaire oorlog.
Behalve dit wisten de Westerse landen als prijs voor hun deelneming aan de conferentie de Sovjet-Unie te dwingen in de nieuwe Oost-West-verklaring diverse beginselen op te nemen die op enkele belangrijke menselijke terreinen tot vermoedelijk grotere vrijheid zouden leiden.
Wat was het resultaat van deze „ongekende” bijeenkomst?
Vrede en veiligheid in vier overeenkomst-„manden”
De Verklaring, die de naam „slotdocument” kreeg, werd op 1 augustus 1975 door de vertegenwoordigers van de vijfendertig deelnemende landen plechtig ondertekend. In de inleiding staat dat de deelnemende landen zich bewust zijn van „de nauwe samenhang tussen vrede en veiligheid in Europa en in de rest van de wereld”. Tevens dat zij zich bewust zijn van ieders verantwoordelijkheid „zijn bijdrage te leveren ter versterking van de veiligheid en vrede in de wereld en ter bevordering van de fundamentele rechten, economische en sociale vooruitgang en het welzijn van alle volkeren”. Zij beloven plechtig de Verenigde Naties voor het bereiken van dit doel te steunen.
De rest van de Verklaring is verdeeld in vier delen, „manden” genaamd.
Het eerste deel bevat een afkeuring van militair geweld voor het beslechten van geschillen. De bestaande grenzen worden onschendbaar verklaard, met de belofte dat grote militaire manoeuvres van tevoren gemeld zullen worden.
Het tweede deel behelst een oproep tot grotere samenwerking bij het oplossen van problemen op industrieel, wetenschappelijk en milieugebied en een vergroting van het toerisme.
Volgens de beloften van het derde deel moet er een vrijer contact komen tussen mensen, en een vrijere uitwisseling van publikaties en inlichtingen tussen alle betrokken landen.
In het vierde deel wordt opgeroepen tot voortgezette maatregelen om de doeleinden, in de Verklaring uiteengezet, te bevorderen, en tevens tot het beleggen van toekomstige bijeenkomsten om hierop toe te zien.
Twee van de „manden” bevatten enkele opmerkelijke bepalingen. De tekst van „mand” één luidt bijvoorbeeld gedeeltelijk:
„De deelnemende landen zullen menselijke rechten en fundamentele vrijheden respecteren, met inbegrip van de vrijheid van denken, geweten, geloof of godsdienst, voor allen, ongeacht ras, geslacht, taal of geloof.
Binnen dit raamwerk zullen de deelnemende staten de vrijheid erkennen en respecteren die elk individu bezit om alleen of in gemeenschap met anderen zijn geloof of godsdienst te beoefenen en te belijden, in overeenstemming met hetgeen zijn geweten hem voorschrijft.”
„Mand” drie verklaart onder meer dat de 35 landen:
„. . . bevestigen dat religieuze geloven, instellingen en organisaties, die werkzaam zijn binnen het constitutionele raamwerk van de deelnemende staten, alsmede hun vertegenwoordigers, op het terrein van hun activiteiten, onderlinge contacten en bijeenkomsten mogen hebben en inlichtingen mogen uitwisselen.”
Betekent dit nu dat in geheel communistisch Europa echte vrijheid van aanbidding is gekomen? Zullen mensen vrijelijk bij elkaar mogen komen zonder bang te hoeven zijn voor vergeldingsmaatregelen? Zal zelfs een minderheidsgroepering als Jehovah’s getuigen dit in Rusland mogen doen? Op zich genomen, komen die verklaringen daar wel op neer. Maar hoeveel kracht hebben deze en andere verklaringen in de praktijk?
Een stevig fundament voor vrede en veiligheid?
Sprekend tot de voltallige conferentie, verklaarde de Amerikaanse president Ford: „De volkeren van geheel Europa en, zo kan ik u verzekeren, het volk van Noord-Amerika, zijn het volkomen beu, om hun hoop bedrogen te zien door lege woorden en niet nagekomen beloften. Het is beter dat wij zeggen wat wij menen en menen wat wij zeggen. Anders zullen we ons moeten verantwoorden voor de woede van onze burgers.” Hij voegde hieraan nog toe dat elke natie die tekende, „behoorde te weten dat wilde deze Verklaring meer zijn dan het laatste hoofdstuk van een lange en droevige reeks van niet nagekomen beloften, elke partij zich diende in te spannen voor de verwezenlijking ervan”.
Toch had de president al voordat hij de Verenigde Staten verliet om de conferentie bij te wonen, verklaard: „Ik wil beklemtonen dat het papier dat ik ga ondertekenen geen verdrag en evenmin een wettelijk document is, dat voor enige deelnemende partij bindende consequenties heeft.” Het zogenaamde „slotdocument” is dus niet meer dan een beginselverklaring. Er zijn geen voorzieningen in opgenomen om de inhoud uit te voeren of degenen te straffen die de bepalingen overtreden. Op zijn hoogst kan de Verklaring evenveel autoriteit hebben als de Verklaring van de Rechten van de Mens die lang geleden door de Verenigde Naties is opgesteld, een Verklaring die door vele landen, met inbegrip van de Sovjet-unie is ondertekend, en daarna prompt is genegeerd.
De Zwitserse afgevaardigde noemde het document ’een brouwsel van 35 koks’. Van de 30.000 woorden die het bevat, zijn veel termen vaag en dubbelzinnig, en vaak met opzet. Toen een verslaggever tegenover een afgevaardigde die had meegewerkt aan de opstelling van het document, opmerkte dat hij een bepaalde lange zin niet begreep, kreeg hij ten antwoord: „U wordt ook niet geacht het te begrijpen, net zo min als wij. En wat meer is, dat was onze bedoeling ook.” Vaagheid was vaak de enige manier om tot overeenstemming te kunnen komen.
Veel leiders legden er de nadruk op dat de conferentie slechts een stap was, en dan misschien nog wel een heel bescheiden stap, in de richting van een uiteindelijk doel. Sovjet-leider Brezjnev bracht dat uiteindelijke doel nog eens te berde toen hij in zijn rede over de bereikte resultaten opmerkte: „Er zijn noch overwinnaars, noch overwonnenen . . . Het is een overwinning voor allen die vrede en veiligheid op onze planeet liefhebben.”
„Vrede en veiligheid” — die woorden zijn heel wat keren gevallen op de conferentie. En waarom? Onder andere omdat het bestuur dat menselijke politieke regeringen over de aarde uitoefenen, mensen nog nooit ware vrede en veiligheid heeft gebracht. Waldheim, de secretaris-generaal van de V.N., wees er aan het begin zelfs op dat juist de landen die aan de conferentie deelnamen, verantwoordelijk waren voor 80 percent van ’s werelds militaire uitgaven.
Maar de grootste betekenis van deze conferentie is toch wel gelegen in het feit dat het een bevestiging te meer vormt van de waarheidsgetrouwheid van Jehovah’s profetische Woord, de bijbel. Negentienhonderd jaar geleden inspireerde God de apostel Paulus ertoe te schrijven dat de dag zou komen waarop de natiën niet alleen over hun dringende behoefte aan „vrede en veiligheid” zouden praten, maar ook het punt zouden bereiken waarop zij zouden kunnen zeggen het voor de gehele aarde bereikt te hebben. Wanneer die dag aanbreekt, wat dan? De bijbelprofetie verklaart:
„Terwijl zij zeggen: ’Het is alles vrede en veiligheid’, overvalt hen plotseling het verderf zoals weeën een zwangere vrouw, en ontkomen zullen zij niet.” — 1 Thess. 5:3, Sint-Willibrordvertaling.
Die vernietiging zal niet komen in de vorm van een wereldomvattende atoomoorlog. Het zal Gods oorlog zijn, een oorlog die wordt gestreden ten behoeve van zijn eigen soevereiniteit of gezag over deze planeet, die hij zelf heeft gemaakt, en ten behoeve van alle mensen die vrede liefhebben en ernaar verlangen onder de rechtvaardige regering van het koninkrijk van zijn Zoon te leven. Leer nu waarom dat koninkrijk de regering is die uw volste vertrouwen verdient als middel om ware vrede en veiligheid te bereiken — niet voor slechts een paar jaar — maar voor eeuwig en altoos.
[Kaart op blz. 4]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
DE VERANDERDE GRENZEN VAN DE SOVJET-UNIE IN EUROPA
RUSLAND VÓÓR DE TWEEDE WERELDOORLOG
OOSTEUROPESE LANDEN DIE ONDER RUSSISCHE HEERSCHAPPIJ ZIJN KOMEN TE STAAN
Al sinds 1954 heeft de Sovjet-Unie erkenning gezocht van haar naoorlogse grenzen. De Europese topconferentie verleende deze erkenning.
[Illustratie op blz. 5]
VIER „MANDEN” VOL OVEREENKOMSTEN
Vredige regeling geschillen. Grenzen onschendbaar. Vrijheid van denken en religie.
Samenwerking op industrieel, wetenschappelijk en milieugebied. Uitbreiding toerisme.
Vrijer contact tussen mensen. Vrijere uitwisseling van publikaties en inlichtingen, ook van religieuze aard.
Voortgezette maatregelen om doeleinden uit te voeren. Toekomstige vergaderingen om op uitvoering toe te zien.