Fjordenland van de Zuidzee
Door Ontwaakt!-correspondent in Nieuw-Zeeland
„HET achtste wereldwonder!” was de uitroep waarmee de bekende Engelse dichter Rudyard Kipling de majestueuze schoonheid van Milford Sound beschreef. Hoewel niet origineel, geven Kiplings woorden wel goed de gevoelens weer die reeds talloze mensen bij een eerste bezoek aan deze verre uithoek van Nieuwzeelands Zuid Eiland, een van de twaalf grootste eilanden ter wereld, hebben ervaren.
„Fiordland National Park” ligt in de geïsoleerde zuidwesthoek van het eiland, aan de waterzijde begrensd door de verraderlijke Tasmanzee — de ruim 1900 kilometer brede watervlakte die Nieuw-Zeeland van Australië scheidt — en zich van noord naar zuid uitstrekkend over een afstand van bijna 260 kilometer langs de kust; de meer dan tien fjorden doorsnijden het park echter zo diep dat de totale kustlijn een lengte van ruim 1600 kilometer heeft. Met een oppervlak van ongeveer 13.000 vierkante kilometer behoort het park tot de grootste natuurreservaten ter wereld.
De meeste fjorden kunnen nog steeds alleen per boot of vliegtuig worden bereikt. Maar na bijna twintig jaar werken met pikhouwelen, schoffels en kruiwagens kwam er in 1953 een 120 kilometer lange toegangsweg gereed, met als eindpunt een van de spectaculairste fjordinhammen van het park: Milford Sound.
Poort naar fjordenland
Prachtig, diep (450 meter) en somber, vormen de tweelingmeren Manapouri en Te Anau, omgeven door met beukebomen begroeide bergen een uitnodigende toegangspoort tot het park. Tot aan de boomgrens, op ongeveer 900 meter hoogte, gaan de kantige bergcontouren schuil achter het donkergroen fluwelen kleed der beukenwouden.
Ten noorden van deze meren strekt zich de „Eglinton River Valley” uit, een vlak, geleidelijk oplopend, twee tot drie kilometer breed bergdal, ingekneld tussen 1500 tot 1800 meter hoge, bijna steil oprijzende sneeuwbergen. Onze weg naar Milford Sound slingert zich door beukenwouden en niet omheinde weiden, constant in gezelschap van een glinsterende smeltwater-rivier, een van de mooiste visstromen in het land.
Verborgen tussen het „struis”-gras en andere weidegrassen tiert een welige laag-alpine bergflora, maar zo zorgvuldig verborgen dat men er gemakkelijk aan voorbijgaat. Bijna onmogelijk te missen zijn echter in de zomermaanden de veelkleurige lupinen, die in overvloed groeien op kiezeleilandjes in de rivier en een helder contrast vormen met de rode, zilveren en zwarte beukenvariëteiten.
Plotseling verheft zich voor ons, aan het eind van de lange, rechte en smalle, door bomen omzoomde natuurweg, tussen bosgroen en hemelblauw, een hoge, met sneeuw bedekte bergpiek. Hoe vreemd echter! Naarmate we verder rijden, moeten we onze ogen tot het uiterste inspannen om hem vast te houden terwijl hij langzaam wegzinkt en uit het gezicht verdwijnt! Maar bijna nog vreemder wordt het wanneer wij bij het verlaten van deze „Weg van de verdwijnende berg” en bij het passeren van een open plek, niet één maar vijf bergtoppen in het oog krijgen, waarvan één misschien de schuldige van het gezichtsbedrog is geweest.
Het geheim ligt vermoedelijk in een weliswaar onmerkbare, maar toch aanzienlijke stijging van de weg, waardoor langzaam aan het uitzicht op de berg wordt ontnomen. We zijn er echter zeker van dat de wegaanleggers hier niet met opzet voor hebben gezorgd!
Zo’n honderd kilometer van Te Anau duikt de weg ten slotte in een komvormig dal met een diameter van twee tot drie kilometer. Daar waar zich in een wasbak de overloop zou bevinden, bevindt zich de oostelijke ingang van de Homer-tunnel naar Milford, een nietig gat, aan de onderzijde van rijzige bergtoppen, die als reusachtige grafstenen tot een hoogte van 2100 meter oprijzen. Zelfs een murmelende bergbeek lijkt door de stille bergen tot kalmte te worden gemaand.
De tunnel ligt boven de boomgrens; er zijn in het dal dan ook weinig bomen en de bomen die er zijn, zijn klein en struikachtig. Maar tussen het „struis”- en boendergras kan men genieten van een overdaad aan echte alpenflora. In december toveren reuzenboterbloemen de dalbodem om in een tapijt van goud, terwijl een maand later witte margrieten de bodem tooien.
Veel bezoekers pauzeren hier even omdat de 1200 meter lange tunnel maar één rijbaan bezit en voor elke rijrichting vijfentwintig minuten per uur geopend is. Zulk een pauze is voor de zintuigen een welkome afwisseling, die ons de gelegenheid biedt alle schoonheden van dit opmerkelijke landschap goed in ons op te nemen.
De afdaling naar Milford
Onze pauze is voorbij. De duisternis van de Homer-tunnel accentueert slechts de korte afstand die ons nog van Milford scheidt. Aan het eind van de tunnel worden wij begroet door een soortgelijk komvormig dal als we verlaten hebben, maar de aanblik ervan is nog immenser, vooral wanneer we in elf kilometer via scherpe haarspeldbochten 700 meter dalen en het landschap verandert in een dichte begroeiing van struiken, varens en bomen — groene getuigen van meer dan zes meter regenval per jaar. Majestueuze bosvarens overheersen. Geen wonder dat Nieuw-Zeeland de varen tot zijn nationale symbool heeft gekozen!
Ten slotte eindigt de weg aan de rand van het water. Achter ons ligt het regenwoud, bekroond door bergtoppen van oplopende hoogte: 1500, 1800, 2100, 2400 en 2700 meter. Naar links, in het zuidwesten, tekent zich in de verte de beroemde „Mitre Peak” af, de hoogste rotspunt of zeeklip in zijn soort (1690 meter), terwijl aan de andere zijde van de fjord, op een aantal kilometers afstand, een 1570 meter hoge rotswand tête-à-tête tegen een andere van 1310 meter hoogte hangt, lijkend op een leeuw die met een zittende olifant praat! En zo heten ze ook: De Leeuw en De Olifant.
Wat een indrukwekkende plek! Op zeeniveau staan en dan torenhoge, met sneeuw bedekte bergen op je te zien neerblikken, vormt een bewuste beleving van ’s mensen nietigheid. Terwijl we in een toeristenboot door de fjord richting zee stomen, kunnen we ons goed voorstellen hoe Kipling zich bij zijn boottocht door de 14,5 kilometer lange en aan het begin 490 meter diepe fjord gevoeld moet hebben.
Overal wordt onze blik omhooggetrokken naar de steile bergwanden, in het nederige besef dat die meer dan 300 meter oprijzende rotsmassieven een zelfde afstand onder water steken. De zware regenval in dit gebied — een van de afgelopen jaren zelfs gemiddeld 2,5 centimeter per dag — draagt veel tot de groene pracht van Milford bij. Op een heldere dag kan men na regenweer letterlijk honderden waterstroompjes zich als glinsterende draden langs de rotsige flanken van de fjord zien kronkelen. Hier en daar passeren we een kolonie zeehonden of op een rots zonnende pinguïns, de enige bewoners, naar het lijkt, van dit waterparadijs.
Wanneer de branding van de zee beduidt dat we de monding van de nu ondiep geworden fjord naderen en de toeristenboot zijn steven wendt, zijn we niet verbaasd te vernemen dat de rond-de-wereld-zeiler kapitein Cook bij het inzeilen van de monding meende met een gewone inham van doen te hebben.
Niet door gletsjers gevormd
Tijdens de tocht verklaart de kapitein van onze boot dat deze en andere fjorden gedurende de „ijstijden” door gletsjers van reusachtige afmetingen in een hoog rotsplateau zijn uitgesneden. Als bewijs hiervoor wijst hij op de gladde wanden van de fjord, die in bijna horizontale richting duidelijk inkervingen vertonen. Hieruit blijkt dat er iets tegen en langs de rotsmuren moet zijn geschraapt, hetgeen alleen maar door de werking van gletsjers verklaard zou kunnen worden. Misschien dat hij er nu anders over denkt, want we lieten bij hem een exemplaar van een boekje achter waarin wordt bewezen dat zowel de mens als de aarde niet door evolutie, maar door schepping is ontstaan.
We legden hem uit dat gletsjers bewegen onder invloed van de zwaartekracht, en dat voor een zo grote gletsjer als waardoor de Milford Sound en de omliggende dalen zouden moeten zijn uitgeslepen, een momenteel niet meer bestaande „moeder”-berg van ontzagwekkende hoogte nodig geweest zou zijn ten einde voor de noodzakelijke „helling” te zorgen.
Waar zou bovendien al het water vandaan hebben moeten komen om de beweerde 180 meter dikke ijslaag te kunnen vormen? Verdamping van oceaanwater is als een mogelijke bron genoemd, maar wil er via dat proces voldoende condensatie en voldoende sneeuwval komen om door samenpakking van de sneeuw de veronderstelde kolossale gletsjers te doen ontstaan, dan zouden de oceanen hebben moeten koken! En dat in een tijdsperiode waarin honderden jaren achtereen vriesomstandigheden geheerst zouden moeten hebben om voor die reusachtige hoeveelheden ijs te zorgen.
Hoeveel gemakkelijker is het niet en bovendien in overeenstemming met de feiten en beschikbare bewijzen, de modellering van de aardkorst aan de ontzagwekkende watervloed in Noachs dagen toe te schrijven. Terwijl ijs het oppervlak van rotsgesteente slechts oppervlakkig kan bekrassen, zoals ruw schuurpapier dit een gevernist tafelblad kan doen, is alleen water dan onder grote druk wordt voortgestuwd en keien en afval met zich meevoert, in staat diepe dalen uit te slijpen en berghellingen los te scheuren en mee te voeren, zoals een bijl door een tafelblad kan splijten. — Zie Ontwaakt! van 22 september 1963 en van 22 januari 1971.
Het was stellig aangenaam een bezoek te kunnen brengen aan deze afgelegen plek van schoonheid, en een genoegen bovendien u deelgenoot te hebben kunnen maken van wat wij zagen — tere schoonheid naast manifestaties van de geweldige dynamische energie van de grote Schepper Jehovah God — en dit alles op uitgebreide schaal voor ons uitgestald in het ontzaginboezemende „Fiordland”-park van Nieuw-Zeeland.