Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g75 22/11 blz. 9-13
  • Verschuiving in het machtsevenwicht — Wat dit voor de wereld betekent

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Verschuiving in het machtsevenwicht — Wat dit voor de wereld betekent
  • Ontwaakt! 1975
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Strijd om de wereldmacht
  • Groeiende macht
  • Het standpunt van de „Derde Wereld”
  • Ernstige tegenslagen
  • Wat het betekent
  • De uitdaging van het communisme aan het Westen
    Ontwaakt! 1971
  • De betekenis van Europa’s grootste vredesconferentie
    Ontwaakt! 1976
  • De toekomst van de religie in de Sovjet-Unie
    Ontwaakt! 1973
  • Hoe staat het met de andere religies?
    Ontwaakt! 1973
Meer weergeven
Ontwaakt! 1975
g75 22/11 blz. 9-13

Verschuiving in het machtsevenwicht — Wat dit voor de wereld betekent

HOOGST belangrijke gebeurtenissen hebben zich de afgelopen jaren op het wereldtoneel afgespeeld. En te midden van het vele dat is gebeurd, hebben waarnemers een voorname ontwikkeling bespeurd. Een ontwikkeling bovendien die zich in 1975 nog heeft versneld.

Wat velen hebben opgemerkt, is een verschuiving in het machtsevenwicht in de wereld — en dat zowel op politiek en militair als economisch terrein. Waarom dit van zoveel betekenis is? Omdat het verband houdt met de bijbelprofetieën die op onze tijd van toepassing zijn. Nadenkende personen zijn derhalve ernstig geïnteresseerd in hetgeen er plaatsvindt en wat de feitelijke betekenis ervan is.

Machtsverschuivingen zijn natuurlijk op zichzelf genomen niet nieuw. Al duizenden jaren vormen ze een vast bestanddeel van de wereldpolitiek. In welk opzicht is de huidige ontwikkeling dan anders?

Ten eerste is de bewuste verschuiving niet plaatselijk, zoals vroeger, maar is ze nu op de gehele wereld van invloed. Ten tweede is ze ontstaan met weinig inmenging van een element waarvan de natiën vroeger een groot gebruik maakten — de religies van deze wereld. Een derde factor is dat deze verschuiving geschiedt in een tijd die volgens de profetieën van de bijbel van grote betekenis is. En dit alles te zamen bevestigt dat wij vlak vóór een keerpunt in de menselijke geschiedenis staan.

Strijd om de wereldmacht

Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog, in 1945, hadden de landen van de Westerse wereld, dat wil zeggen, de Verenigde Staten en hun Westeuropese bondgenoten, een absoluut hoogtepunt in wereldmacht bereikt. Nog nooit in de geschiedenis was er zo’n samenbundeling van politieke, militaire en economische macht te zien geweest.

Aan het eind echter van diezelfde oorlog begon een andere macht de kop op te steken — het Sovjet-communisme. Nadat het communisme in 1917 de macht in Rusland had overgenomen, had het zijn invloed tientallen jaren lang tot dat gebied beperkt. Slechts Mongolië kwam in de jaren ’20 onder een soortgelijk bestuur te staan. Maar tegen het eind van de Tweede Wereldoorlog baanden de zegevierende Sovjet-legers zich een weg door Oost-Europa en legden daarmee tevens de basis voor communistische regeringen in: Polen, Oost-Duitsland, Tsjechoslowakije, Hongarije, Roemenië, Bulgarije, Albanië en Joegoslavië.

Daarna, in 1949, was het China dat na een burgeroorlog onder communistisch bestuur kwam te staan, enige jaren later gevolgd door Tibet. Ongeveer tien jaar later voegde Cuba zich in de communistische gelederen. En nu, in 1975, hebben communistische strijdkrachten een groot deel van Indochina onder de voet gelopen.

In nog geen zestig jaar is het communisme derhalve een politieke, militaire en economische macht geworden die het leven van een derde der wereldbevolking volledig beheerst, terwijl de communistisch geworden landen aanzienlijk aan macht en invloed hebben gewonnen.

Groeiende macht

Bijna twintig jaar geleden wierp Sovjet-premier Nikita Chroesjtsjov een pochende uitdaging in het gelaat van de Verenigde Staten: „Of u het nu leuk vindt of niet, de geschiedenis is aan onze kant. Wij zullen u begraven.”

Naar verluidt bedoelde Chroesjtsjov daarmee te zeggen dat de Sovjet-Unie wat industrieel vermogen en wetenschappelijke prestaties betreft, Amerika als de machtigste en invloedrijkste natie op aarde zou voorbijstreven. In die tijd lachten velen om zijn woorden. Maar thans zijn er nog maar weinigen die het een lachwekkende kwestie vinden.

De macht van de Sovjet-Unie heeft inderdaad ontzaglijke afmetingen aangenomen. In 1974 bijvoorbeeld produceerde ze meer olie, staal, kolen en cement dan enig ander land ter wereld. En van nog tal van andere produkten was ze de belangrijkste producent, terwijl haar bodem rijk is aan delfstoffen.

Door deze groei heeft de Sovjet-Unie de basis voor een constant toenemende militaire macht kunnen leggen, de grootste ter wereld. Het voormalige hoofd van de Amerikaanse zeestrijdmachten, admiraal E. Zumwalt jr., merkte op: „Het samenvallen van deze twee ontwikkelingen, de toename van de Sovjetrussische militaire macht en de achteruitgang van de Amerikaanse gevechtssterkte, heeft ons bij het kruispunt gebracht waarop de militaire superioriteit van de Sovjetmacht wellicht werkelijkheid gaat worden.” Hij voegde hier nog aan toe: „Waar men ook kijkt, het tempo waarin de veranderingen zich momenteel op het internationale vlak voltrekken, heeft een duizelingwekkende vaart aangenomen, vaak met een sombere achtergronddreiging voor de Amerikaanse belangen.”

Maar niet alleen de Sovjet-Unie, ook Communistisch China is met zijn 800.000.000 zwaar gedisciplineerde onderdanen een snel groeiende industriële en militaire macht geworden. En hoewel de Russische en Chinese zienswijzen op bepaalde punten mijlenver uiteenlopen, vormt toch ook de Chinese ideologie een bedreiging voor het Westen. Deze twee grote communistische landen hebben hun invloed in de wereld danig uitgebreid. Een groot deel van de landen die onder hun invloedssfeer vallen, zijn ontwikkelingslanden van de zogenaamde „Derde Wereld”. Hoe bezien zij het wereldgebeuren?

Het standpunt van de „Derde Wereld”

Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog was de Amerikaanse en Westeuropese invloed in de landen Azië, Afrika en Latijns-Amerika erg groot. Dit was zelfs op te maken uit het stemgedrag van de eenenvijftig lid-staten die de Verenigde Naties toen telden. Onveranderlijk stemde de meerderheid van de kleine landen bij belangrijke wereldkwesties in overeenstemming met de Westerse mogendheden.

Maar daar zijn de afgelopen jaren grote wijzigingen in gekomen. Onder de 138 lid-staten die de Organisatie van de Verenigde Naties nu telt, bestaat momenteel een toenemende meerderheid die zich bij beslissingen lijnrecht tegenover de Verenigde Staten en West-Europa opstelt. Sommige Westerse landen klagen al over „de tirannie van de . . . numerieke meerderheid”.

Sinds 1945 hebben tientallen van deze „Derde Wereld”-landen onafhankelijkheid verworven en na jarenlange koloniale overheersing eigen bestuursvormen ontwikkeld. En er zijn er steeds meer die een koers volgen, strijdig met de belangen van het Westen. Het voorbeeld van de olieproducerende landen met hun verhoging van de olieprijs en het in eigen beheer nemen van oliebronnen, is niet onopgemerkt aan andere „Derde Wereld”-landen met eigen hulpbronnen voorbijgegaan. En aangezien de geïndustrialiseerde landen van West-Europa over maar zeer weinig belangrijke grondstoffen in eigen bodem beschikken en de Verenigde Staten aan enkele ervan te kort hebben, komt het Westen in een economisch steeds moeilijker parket te verkeren.

Van belang is tevens dat de economische en politieke activiteiten van veel „Derde Wereld”-landen de vaste steun van de Sovjet-Unie en China genieten.

Bovendien hebben onlangs een aantal andere landen verklaard dat ze hun voorheen zo hechte banden met het Westen wat losser willen maken. Newsweek berichtte onlangs dat diverse „Derde Wereld”-landen nu zeggen ’er geen probleem in te zien met een communistisch regime contacten te sluiten’! Een functionaris van het ministerie van buitenlandse zaken van een bepaald Aziatisch land verklaarde zelfs botweg: „Wij menen eerlijk gezegd dat een détente (ontspanning) met China ons land een betere waarborg voor veiligheid biedt dan een vertrouwen op Amerikaanse troepen.” In een ander land liet een ambassadeur zich ontvallen: „Het is veiliger een bondgenoot van de communisten te zijn; een bondgenootschap met de Verenigde Staten lijkt altijd fataal af te lopen.”

Er zijn natuurlijk waarnemers die dergelijke uitspraken als overdreven aan de kant schuiven. Maar het feit dat ze worden geuit, toont aan dat er in het denken van degenen die vroeger volledig onder invloed van het Westen stonden, toch een duidelijke wijziging is gekomen.

Ernstige tegenslagen

De afgelopen tijd heeft het Westen ernstige tegenslagen moeten incasseren. Zo spraken bijvoorbeeld de rubriekschrijvers Evans en Novak in de New York Post over de recente tegenspoed van de V.S. in Indochina als „de ernstigste buitenlandse politieke nederlaag in de geschiedenis van dit land”.

„Vormen de Verenigde Staten — in militair, economisch en politiek opzicht — thans een verdwijnende wereldmacht?” Dat was dan ook de vraag die V. Royster uit Parijs zijn lezers in een redactioneel artikel in de Amerikaanse Wall Street Journal voorlegde. Waarna hij vervolgde: „In allerlei variaties is dit de vraag die Europeanen elkaar nu in hun gesprekken, op hun bijeenkomsten van politieke leiders en in de pers stellen.” Het Amerikaanse debâcle in Zuidoost-Azië is daarbij, aldus zijn woorden, „nauwelijks de gehele oorzaak van het verlies dat het Amerikaanse prestige in West-Europa heeft geleden, doch slechts de dramatische gebeurtenis die het onder ieders aandacht heeft gebracht. Want het is tevens een onweerlegbaar feit dat de economische en politieke macht van de V.S. al heel lang aan het afbrokkelen is.”

Waarnemers wijzen ook op andere recente tegenslagen die de Westerse politiek in diverse delen van de wereld heeft geleden. Redacteur C. Rowan verklaarde:

„De Zuidoost-Aziatische Verdragsorganisatie (ZOVA) ligt op sterven en de Amerikaanse invloed in het verre Oosten schijnt sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog geringer te zijn dan ooit. De Noordatlantische Verdragsorganisatie (NAVO) is in verval geraakt . . .

In India en de Arabische wereld is de invloed van de Sovjet-Unie gestegen en het prestige van Amerika gedaald . . . En hoe verborgen het ook is gehouden, de Amerikaanse betrekkingen met Canada en Latijns-Amerika zijn de afgelopen jaren snel verslechterd.”

Eén Westerse functionaris verzuchtte, na de stortvloed van recente moeilijkheden nog eens de revue te hebben laten passeren: „We hebben niet genoeg vingers om alle gaten in de dijk te stoppen.”

Politiek commentator W. Safire is van mening dat het Westen „de stroom der wereldgebeurtenissen tegen zich heeft”. De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Henry Kissinger sprak van een „massale verschuiving in de buitenlandse politiek van veel landen”. C. L. Sulzberger van de New York Times schreef: „De situatie wordt voor de vrije wereld snel kritieker.” Hij citeerde ook nog de woorden van een belangrijke Westeuropese staatsman die zelfs beweerde dat „wij getuige zijn van de ineenstorting van de Westerse beschaving”. Ook The Wall Street Journal verklaarde: „Het is heel goed mogelijk dat de lange geschiedenis van de Westerse democratie haar hoogtepunt nu voorbij is.”

Een verandering van houding blijkt ook uit het toenemende aantal mensen in tal van landen die zich afvragen of het nog wel de moeite waard en bovendien consequent is om kleinere communistische landen te bestrijden en terzelfder tijd te streven naar een verbetering van de betrekkingen met de grote reuzen — de Sovjet-Unie en China. Kennelijk zijn er ook in de V.S. personen die er zo over denken, want het tijdschrift U.S. News & World Report meldt: „Vele, en vooral nieuwe leden in het Congres, menen dat het tijd is om de hele ’containment’-politiek [letterlijk: politiek van indammen en beperken, en wel van de militaire expansie van de communistische staten] die het land sinds het eind van de Tweede Wereldoorlog heeft gevoerd, op de helling te gooien. Zij zien grote risico’s en uitgaven, en in ruil daarvoor heel weinig tastbare resultaten.” Natuurlijk zijn veel anderen een geheel andere mening toegedaan.

Wat het betekent

Hoewel het wellicht voorbarig is om te stellen dat de machtsverschuiving in de wereld zich volledig naar deze of gene kant heeft voltrokken, staat één ding niettemin vast: de macht en de invloed die eens het bezit waren van de Westerse landen — het toonaangevende deel van wat wel de christenheid wordt genoemd — zijn afgenomen.

De nieuwe regeerders die nu in veel landen de teugels in handen hebben, voelen zich niet geketend aan vroegere banden met de Westerse wereld en haar religies. Velen van hen zijn verre van religieus. Worden zij met problemen geconfronteerd, dan lossen zij ze op politieke wijze op, zonder zich om religieuze belangen te bekommeren.

Nationalisme en het streven naar macht zijn in deze tijd veel en veel sterkere invloeden dan religie. In tijden van crisis reageren de mensen meestal niet meer op de smeekbeden van hun religieuze leiders, maar wel op die van hun politieke, sociale of militaire voormannen, of van hun vakbondsleiders. Of zoals in een redactioneel commentaar in The Wall Street Journal stond:

„Allen hebben wij de neiging meer en meer ons vertrouwen op politieke leiders te stellen. In zekere zin hebben dezen ernaar gestreefd het vacuüm te vullen dat door de achteruitgang van de religie en andere bronnen van morele autoriteit, is ontstaan.”

In bijna elk land op aarde hebben bovendien veel mensen de traditionele religies verlaten. Hoezeer de religie in de samenleving heeft afgedaan, bleek wel uit een opinieonderzoek onder Amerikanen met uiteenlopende functies. Toen hun werd gevraagd om vierentwintig belangrijke instellingen naar hun invloed te rangschikken, kwam religie op de op één na laatste plaats!

Maar wat heeft deze verschuiving in het machtsevenwicht in de wereld, het verlies van invloed van de landen van de christenheid en de toenemende neiging tot antireligieus en -ideologisch denken te beduiden? Het duidt erop dat spoedig het moment zal aanbreken waarop God de religies van de wereld rekenschap zal vragen van hun eeuwenlange politieke inmenging en ondersteuning van afschuwelijke oorlogen, hun huichelachtigheid en de verkeerde wijze waarop ze de Schepper hebben voorgesteld.

In de bijbel wordt het wereldrijk van valse religie afgebeeld als een hoer, een prostituée. Waarom? Omdat de valse religie zichzelf aan deze wereld heeft verkocht in plaats van een goede verhouding tot Jehovah God belangrijk te vinden. Wat dit betreft stond er in een redactioneel Newsweek-commentaar:

„God moet zijn ineengekrompen toen mensen de slavernij uitvonden en daaraan een goddelijke oorsprong toeschreven, of in de naam van Jezus de brandstapels van de Inquisitie opstookten. Deze God moet nog steeds ineenkrimpen wanneer wij [door oorlogvoering] een woestijn scheppen en dat zijn heilige wil noemen. . . .

Dit heeft religie tot iets gemaakt waarbij geen geloof meer te pas komt, tot iets dat onderworpen is aan de dictatuur van de menselijke trots in plaats van aan de waarheid over God.”

De bijbelprofetieën die betrekking hebben op onze tijd, tonen aan dat binnenkort de lid-staten van de Organisatie van de Verenigde Naties zich in afschuw en woede tegen deze op een hoer gelijkende religies van de wereld zullen keren. Deze gebeurtenis in symbolische taal beschrijvend, vertelt Gods Woord dat deze lid-staten ’de hoer zullen haten en haar woest en naakt zullen maken, en zij zullen haar vleesdelen opeten en zullen haar geheel met vuur verbranden’ (Openb. 17:16). Daarom ook ontvangen zij die nog een deel van deze religies zijn, de waarschuwing: „Gaat uit van haar, mijn volk, indien gij niet met haar in haar zonden wilt delen, en indien gij geen deel van haar plagen wilt ontvangen.” — Openb. 18:4.

Het begin van Gods oordeel tegen de religies van de wereld zal bovendien het begin kenmerken van wat Jezus Christus „de grote verdrukking” noemde, een verdrukking „als er sedert het begin der wereld tot nu toe niet is voorgekomen, en ook niet meer zal voorkomen” (Matth. 24:21). Wie zal in leven blijven? Gods Woord geeft ten antwoord: „De wereld gaat . . . voorbij . . . maar wie de wil van God doet, blijft in eeuwigheid.” — 1 Joh. 2:17.

De huidige verschuiving in het machtsevenwicht — ten koste van de landen van de christenheid en ten koste van de religieuze invloed in het algemeen — is dus van groot belang. Het is een aankondiging van het feit dat wij de tijd van Gods oordeel naderen, Zijn oordeel over dit gehele samenstel van dingen, te beginnen met de valse religie. De gewichtige gebeurtenissen van onze tijd en de diepere betekenis die erachter schuilt, verdienen stellig uw ernstige aandacht. Wat u naar aanleiding ervan zult doen, zal uiteindelijk van levensbelang zijn.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen