Een leven met een bevredigend doel
„WAT ben ik een dwaas geweest.” Dat moet een voormalige officier uit het keizerlijke Japanse leger hebben verzucht, nadat hij dertig jaar verborgen in het Filippijnse oerwoud had geleefd. Toen de Japanners tegen het eind van de Tweede Wereldoorlog aan hun terugtocht begonnen, had hij het bevel gekregen op het eiland Lubang te blijven. En naar hij zegt, had hij ’aan niets anders dan aan het vervullen van zijn plicht’ gedacht. Mensen die hem na zijn terugkeer in Japan, begin 1974, hadden gesproken, vertelden dat hij die dertig jaar in de jungle nu kennelijk als een verspilling van zijn leven beschouwde.
Deze ervaring is natuurlijk bijzonder ongewoon. Niet zo uitzonderlijk is echter dat heel wat mensen zich gefrustreerd voelen omdat hun leven naar het zich laat aanzien weinig of geen doel heeft. Hun strijd om het bestaan wordt slechts door korte momenten van vreugde onderbroken.
Gods Woord, de bijbel, geeft een beschrijving van juist deze situatie, met de woorden: „Want wat krijgt een mens voor al zijn harde werk en voor het streven van zijn hart waarmee hij hard werkt onder de zon? Want al zijn dagen betekent zijn bezigheid smarten en ergernis, ook ’s nachts legt zijn hart zich nog niet neer. Ook dit is louter ijdelheid.” — Pred. 2:22, 23.
Mensen moeten het gevoel hebben een werkelijk doel in het leven te bezitten, want dat leidt tot tevredenheid. Waarschijnlijk is het ook dit verlangen naar een zinvol, bevredigend bestaan, waardoor velen ertoe worden gebracht een beroep te kiezen waarmee zij hun medemens ten dienste kunnen zijn. Toch blijken zelfs schijnbaar succesvolle personen vaak ontevreden met hun leven. Sommigen schijnen het leven zelfs een ondraaglijke last te vinden. Een zeer welvarende Amerikaanse fabrikant bijvoorbeeld, die naar schatting meer dan $100.000.000 aan liefdadige doeleinden heeft geschonken en van wie men derhalve zou verwachten dat hij een bepaald gevoel van voldoening zou bezitten waardoor hij tevreden met zijn leven zou zijn, pleegde zelfmoord, na een verklaring te hebben achtergelaten waarin hij schreef dat hij ziek en het leven moe was. Een ander voorbeeld betreft een Britse acteur die de hand aan zichzelf sloeg. Waarom? „Omdat ik me doodverveel”, aldus zijn uitleg.
Wat ontbreekt er?
Jehovah is een liefdevolle God, een God die wenst dat de mensen van het leven op aarde genieten (Pred. 2:24; 3:12, 13; 1 Joh. 4:8). Waarom vinden dan zoveel mensen het leven onbevredigend? Wat ontbreekt er?
Als men een gelukkig leven wil leiden dat een bevredigend doel heeft, kan God niet buiten beschouwing gelaten worden. De mens werd met een drang geschapen om God te aanbidden. Van groot belang is het volgende dat I. Lissner schreef in zijn boek Man, God and Magic: „Men kan slechts verbaasd staan over het volhardende streven van de mens dat er in de loop der eeuwen op gericht is geweest naar datgene te reiken wat buiten hemzelf lag. Zijn energie heeft hij nooit uitsluitend en alleen op het verwerven van de noodzakelijke levensbehoeften gericht. Altijd was hij aan het vragen, aan het tasten naar een verdere weg, strevend naar het onbereikbare. Deze vreemde drang die de mens eigen is, is zijn geestelijke aard. Constant wordt hij hierdoor geleid naar een doel dat net even buiten zijn bereik ligt, en dat doel is God.”
Oorspronkelijk aanbad de mens Jehovah op een aanvaardbare wijze, terwijl hij in een nauwe verhouding tot hem stond. Door de menselijke zonde is deze situatie echter verloren gegaan (Gen. 3:1-7; Rom. 5:12). Van die tijd af hebben mensen tastend naar God gezocht. Zo verklaarde de christelijke apostel Paulus: „De God die de wereld heeft gemaakt en alles wat daarin is, . . . heeft uit één mens elke natie van mensen gemaakt . . . en hij heeft de gezette tijden en de vastgestelde grenzen van de woonplaats der mensen verordend, opdat zij God zouden zoeken, of zij wellicht naar hem tasten en hem werkelijk vinden zouden, ofschoon hij eigenlijk niet ver is van een ieder van ons” (Hand. 17:24-27). Zij die Jehovah God „werkelijk vinden” door zijn opgedragen aanbidders te worden, komen evenals andere mensen tegenover gewone menselijke problemen te staan. Niettemin genieten zij een leven dat een bevredigend doel heeft.
Neem bijvoorbeeld het volgende levensverhaal uit Libanon:
„Ik was voorheen een bekende zangeres en actrice. Ik bezat roem, eer en rijkdom. Desondanks was ik niet gelukkig. Ik haatte de wereld waarin ik leefde en overwoog tal van malen mezelf van het leven te beroven.
In 1969 werd mijn zuster een van Jehovah’s getuigen en zij haastte zich mij het goede nieuws te vertellen. . . . Toen mijn zuster met mij over de waarheid [uit Gods Woord] sprak, voelde ik me overgelukkig worden en ik luisterde gretig naar haar als een hongerig persoon die voedsel had gevonden.
Dit wekte grote ergernis in de familie, aangezien mijn familieleden er materieel zwaar op achteruit zouden gaan wanneer ik met zingen en acteren zou ophouden. En inderdaad duurde het niet lang of ik had mijn carrière als zangeres en actrice vaarwel gezegd en was van mijn overdreven luxe woning naar een redelijker onderkomen verhuisd. Ook mijn dure, ongepaste kleding ruilde ik voor een bescheidener garderobe, en ten slotte werd ik als symbool van mijn opdracht aan Jehovah God in water gedoopt. Op allerlei manieren trachtten mijn familieleden me weer op de planken te krijgen, maar ik had daar schoon genoeg van. Dit alles verwekte natuurlijk heel wat beroering onder mijn vroegere kennissen, terwijl ook de TV en filmtijdschriften er uitgebreid commentaar op leverden — maar dit alles diende slechts tot een extra getuigenis.
Thans ben ik getrouwd met een man die een vurige liefde voor Jehovah heeft en als opziener werkzaam is in een van de gemeenten van Gods volk. Nu is mijn leven gelukkig.”
Wat een man in Zwitserland bezighield, was de zin van het bestaan. Hij vertelt:
„Verscheidene jaren terug, toen ik vooral teleurgesteld was in de wereldaangelegenheden, peinsde ik vaak over de zin van het bestaan. . . .
De boeken die ik las over filosofie, bevredigden me niet, want ik zag wel in dat wat erin stond uiteindelijk toch alleen maar menselijke redenaties waren. Ik kwam tot de logische conclusie dat er een God moest zijn en dus legde ik op een avond in wanhoop mijn hart aan hem bloot, door op de volgende wijze tot hem te bidden: ’Lieve God, leid me alstublieft op de juiste weg, op de weg die naar u leidt. Houd mijn hand in de uwe en laat me niet dwalen.’
Dit bad ik verscheidene avonden achtereen in alle oprechtheid, en kort daarna had ik een toevallige ontmoeting met een al wat ouder echtpaar, een man en een vrouw die beiden getuigen van Jehovah waren en me in de stad aanspraken. Ik had het gevoel dat ze mij begrepen en langzaam ontwikkelde zich een warme vriendschap die uiteindelijk op een bijbelstudie uitliep . . .
Vaak denk ik terug aan de wonderbare wijze waarop Jehovah mijn gebed heeft verhoord en me tot hem heeft geleid.” Nu gebruiken deze man en zijn vrouw hun leven om anderen te helpen de Schepper en zijn liefdevolle voornemen met betrekking tot de mensheid te leren kennen.
De Heilige Schrift verzekert ons dat Jehovah God aan de mens die goed is voor zijn aangezicht, „wijsheid en kennis en verheuging” geeft (Pred. 2:26). Dit is reeds de ervaring van honderdduizenden geweest die God thans „met geest en waarheid” aanbidden. Zij hebben een bevredigend doel in het leven ontvangen — de goddelijke wil te doen en het goede nieuws van Gods koninkrijk aan hun naaste bekend te maken (Joh. 4:24; Matth. 24:14). Personen die de van God afkomstige wijsheid en kennis uit de Schrift verwerven en daarnaar handelen, hebben niet het gevoel dat hun leven zinloos voorbijgaat. Noch zijn zij het leven moe of beu geworden. In plaats daarvan leiden zij een werkelijk gelukkig leven dat een bevredigend doel heeft.