Wat ligt aan de problemen ten grondslag?
ALS u gadeslaat wat er tegenwoordig gebeurt, welke gedachte met betrekking tot de oorzaken van ’s mensen problemen dringt zich dan aan u op?
Waarschijnlijk hebt u opgemerkt dat veel problemen worden voortgebracht door omstandigheden waarin wij feitelijk gevangen zitten. Alhoewel de mensen soms wel anders zouden willen, zijn zij hulpeloos. Zij moeten werken binnen het raam van het bestaande stelsel.
Neem bijvoorbeeld een boer in een zogenaamd progressief land. Hij redeneert dat hij om te slagen moderne methoden moet gebruiken. Hiervoor is tegenwoordig een hoop geld nodig. Zonder een flinke winst kan de boer niet de hoge kosten van machines, brandstof en kunstmest betalen. Dus als er naar zijn produkten geen vraag meer is, of als hij door andere oorzaken zware verliezen lijdt, kan hij wellicht niet meer betalen voor wat hij nodig heeft om zijn bedrijf voort te zetten. Wanneer hij met geleend geld werkt, kan hij alles verliezen.
En hoeveel kan de boer persoonlijk doen om het lijden van de miljoenen op aarde die in de huidige maatschappij honger lijden te verlichten? In het land waar hij woont liggen wellicht tonnen vlees in de koelhuizen. Er zijn misschien geen kopers voor zijn verkoopbare varkens en rundvee. De boer zou wellicht graag zien dat hetgeen hij heeft, aan hongerige mensen ten goede zou komen, maar om boer te blijven moeten zijn dieren geld opbrengen. Hij kan ze toch niet zomaar weggeven?
Het is ook geen eenvoudige zaak om met het vlees van zijn levende have een van de hongerende volken op aarde te bereiken. Degenen die het vlees verwerken, conserveren en vervoeren, moeten betaald worden. Zij moeten ook leven. Zelfs indien vlees waarvoor in het land van oorsprong geen afzetgebied is, gratis als geschenk naar hongergebieden vervoerd zou worden, en daar weggegeven zou worden aan hen die het nodig hebben, zouden hun problemen misschien nog niet opgelost zijn. Waarom niet? Wel, het zou misschien tegen hun religieuze overtuiging indruisen om vlees te eten of om vlees van bepaalde dieren te eten.
Ook de industrie zit opgesloten in een stelsel dat afhankelijk is van grote winsten. Machines, brandstof, arbeidsloon, grondstoffen en onderhoud vragen hoge uitgaven. Om op de wereldmarkt te kunnen concurreren moeten de fabrikanten de prijzen zo laag mogelijk houden. In sommige gevallen kunnen zij het zich niet veroorloven grote bedragen te besteden aan dingen die niet rechtstreeks met geld verdienen te maken hebben — bijvoorbeeld maatregelen tegen verontreiniging. Bepaalde grote maatschappijen zouden nog liever sommige van hun fabrieken sluiten dan er miljoenen aan te besteden om ze met anti-vervuilingswetten in overeenstemming te brengen.
Zij die in industriegebieden wonen, zouden graag een eind zien komen aan het overdadige lawaai, de rook en het stof, maar de zakenmensen vragen: ’Moeten wij de fabrieken dan sluiten? Terwijl de verontreiniging dan beteugeld zou zijn, zouden werkloosheidsproblemen de economie van zo’n gebied ruïneren.’ Dus ondanks het feit dat men de gevaren kent, laat men de verontreiniging op grote schaal voortduren.
Men zou nog veel meer voorbeelden kunnen aanhalen. Ze leiden ons echter alle tot één gevolgtrekking: thans ervaren wij het samengestelde gevolg van de fouten die personen, organisaties en landen door de eeuwen heen hebben gemaakt. De problemen die door het huidige stelsel zijn voortgebracht, zijn wereldomvattend en bedreigen zelfs ons bestaan. Op de twintigste Wereldconferentie tegen kern- en waterstofbommen op 2 augustus 1974, merkte Dr. George Wald op: „Het menselijke leven wordt nu als nooit tevoren bedreigd, niet door één maar door veel gevaren, elk op zich voldoende om ons van de kaart te vegen, maar allemaal onderling verweven en te zamen op ons afkomend.”
Er is klaarblijkelijk een volkomen verandering in het huidige stelsel nodig, maar zo’n verandering zou enorme offers vergen. Aan wie zou men het kunnen toevertrouwen te beslissen wat er voor het welzijn van de mensheid moet worden opgeofferd? Wie zou de wijsheid bezitten de zaken te regelen op een wijze die elkeen in de gelegenheid zou stellen in zijn eerste levensbehoeften te voorzien? Wie van ons zou, met het oog op de verschillen in stammen, nationaliteiten en rassen, de garantie kunnen geven dat zij die bij die beslissingen betrokken zouden zijn, niet zouden proberen voor zichzelf, hun verwanten, vrienden, stam, natie of ras voordelen te behalen?
Zelfs indien het zou komen vast te staan dat iedereen eerlijk behandeld zou worden, hoeveel mensen zouden dan bereid zijn genoegen te nemen met minder winst of minder loon, hun eetgewoonten te matigen en zich een zekere luxe te ontzeggen enkel opdat mensen in andere delen van de wereld van de hongerdood zouden kunnen worden gered? Hoevelen zouden werkelijk met minder tevreden zijn en blij zijn dat zij hun medemensen op die wijze tegemoet konden komen? En degenen die profijt zouden trekken van de opofferingen van anderen? Zouden zij het werkelijk waarderen? Hoeveel van zulke mensen zouden begerig proberen ten koste van anderen meer dan hun deel te krijgen?
Het thans bestaande stelsel is niet zo maar vanzelf begonnen. Er zijn mensen bij betrokken. Tonen de problemen niet aan dat er in de mensheid een elementair gebrek schuilt?
Een grondoorzaak — menselijke onvolmaaktheid
Zelfs ofschoon zij in hun hart misschien wel anders willen, doen en zeggen mensen herhaaldelijk dingen die hun medemensen kwetsen. Telkens opnieuw schieten zij erin tekort dat soort van mens te zijn dat zij graag willen zijn. Zij ’missen’, als het ware, ’hun doel’. De oude Hebreeën en Grieken gebruikten voor dit te kort schieten een woord dat ook letterlijk betekent: het doel „missen”. In veel moderne talen wordt dit ’missen van het doel’ „zonde” genoemd.
Geen mens is vrij van tekortkomingen. Wij hebben allen zwakheden en onvolmaaktheden geërfd. Hoe is dit echter gekomen? Ondanks jaren van onderzoek kunnen de geleerden dit niet verklaren. Zelfs de bron van de lichamelijke zwakheden welke bij het ouder worden optreden, is voor hen een mysterie. De uitgave van 1974 van The Encyclopædia Britannica zegt: „De biologische grondoorzaken van het ouder worden zijn nog steeds onbekend.”
Toch is er één heel oude bron waarin de oorsprong van de menselijke onvolmaaktheid, in zowel moreel als lichamelijk opzicht, wordt onthuld. Miljoenen denkende mannen en vrouwen zijn tot de gevolgtrekking gekomen dat deze bron, de bijbel, een bevredigende verklaring geeft. Wij lezen: „Daarom, zoals door bemiddeling van één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door middel van de zonde de dood, en aldus de dood zich tot alle mensen heeft uitgebreid omdat zij allen gezondigd hadden.” — Rom. 5:12.
Ja, de stamvader van het menselijke geslacht, Adam, „miste het doel” met betrekking tot het volmaakt gehoorzaam blijven aan God. Doordat hij de volmaaktheid had verloren, kon hij slechts onvolmaakte nakomelingen voortbrengen. Het was precies zoals een scherpzinnig man uit de Oudheid het stelde: „Wie kan een reine uit een onreine voortbrengen? Er is er niet één.” — Job 14:4.
Niet alle problemen waar de mensheid mee worstelt, kunnen echter uit overgeërfde onvolmaaktheden worden verklaard. Zelfs onvolmaakte mannen en vrouwen zijn in staat innig medeleven met anderen tot uitdrukking te brengen, niet waar? Zijn niet velen bereid geweest afstand te doen van hun leven bij pogingen hun medemensen hulp te verlenen? Horen wij niet telkens weer bezorgde oproepen waarin er bij mensen en natiën op wordt aangedrongen te stoppen met een handelwijze die tot een ramp voor ons allen kan leiden? Toch lijkt het wel of de wereld juist tot een onverstandige handelwijze geneigd is. Hoe komt dat?
Onzichtbare, machtige geestelijke invloed
Zou het kunnen zijn dat er buiten de mensen om krachten bestaan die een sterke invloed op de wereld uitoefenen? Velen hebben het gevoel dat dit inderdaad zo is. Met betrekking tot de gruwelen uit de Nazi-tijd merkte Arnold Weber op dat het leek alsof er „bepaalde krachten uit de grond rezen . . . een gebundelde bovenmenselijke kracht”. A. M. Greely schreef in de New York Times Magazine (4 februari 1973) dat de onmenselijkheden die in de huidige wereld begaan zijn, in geen enkele verhouding staan tot de neiging van de mens tot het kwade:
„De omvang van het kwaad is niet evenredig aan de boosaardigheid van de betrokkenen. Veel mensen die de dood van anderen op hun geweten hebben zijn redelijk goedwillende personen die niet het kwade maar het goede voorhebben. . . . Het kwaad komt veel vaker voort uit fouten, misrekeningen, beperkingen en onwetendheid dan uit boosaardigheid.”
Wie is er dan verantwoordelijk voor het aanzetten van onvolmaakte mensen tot daden van geweld die veel groter blijken te zijn dan hun neiging tot het kwade? Mensen hebben wel eens het gevoel dat er de een of andere bovenmenselijke macht bestaat, maar zij kunnen hem niet thuisbrengen. De bijbel identificeert deze macht echter niet alleen, maar toont ook aan wanneer en hoe deze is begonnen de menselijke aangelegenheden te beïnvloeden.
Volgens de bijbel bestonden er, voordat de aarde geformeerd werd, reeds met verstand begaafde geestelijke schepselen (Job 38:6, 7). Een van hen kwam in opstand tegen God en trachtte over de eerste mensen en aldus over de gehele mensheid heerschappij te krijgen. Om zijn doel te bereiken lasterde hij God op een boosaardige manier (Gen. 3:1-6). Daarom spreekt de bijbel later over dit schepsel als Satan of „Tegenstrever” en als Duivel of „Lasteraar”. Op aanstichting van deze verrader, kwamen niet alleen de eerste mensen tegen God in opstand, maar eveneens andere geestelijke schepselen (1 Petr. 3:19, 20; Jud. 6). Deze ongehoorzame geestelijke schepselen werden „demonen” genoemd. — Jak. 2:19.
Uit de bijbel vernemen wij dat Satan en zijn demonen de bron vormen van de kwade „geest” of algemene instelling waarvan de wereld der mensheid — die het verkiest Gods wet te negeren — is doortrokken (Ef. 2:2; 1 Joh. 5:19). Hoe machtig zo’n kwade geest wel kan zijn, zou men kunnen illustreren met wat er tijdens een rel gebeurt. Als afzonderlijke personen zijn zij die aan zo’n rel deelnemen, wellicht lang niet allemaal wreed en kwaadaardig. Zij beweren misschien zelfs vredelievend te zijn en oppervlakkig gezien lijkt dit ook zo. Wanneer echter eenmaal de ’geest’ van de massa bezit van hen neemt, handelen burgers die zich anders keurig aan de wet houden, plotseling als bezeten mannen en vrouwen, die zowel eigendommen vernielen als hun medemensen aanvallen en doden. Velen schamen zich daar later diep over en kunnen haast niet geloven dat zij zo iets hebben gedaan.
Is het, met het oog op de verschrikkelijke onmenselijkheden van mens tegenover mens, niet redelijk de verklaring van de bijbel te aanvaarden dat kwaadaardige geestelijke schepselen de zondige neigingen van onvolmaakte mensen die Gods wet negeren, misbruiken? Welke andere verklaring zou men voor de verschrikkingen uit het verleden en in deze twintigste eeuw kunnen geven?
Gebrek aan een juiste verhouding tot God
Menselijke onvolmaaktheid en de invloed van Satan en zijn demonen bestaan omdat de mens zijn juiste verhouding tot zijn Schepper, God, is kwijtgeraakt. Het logische bewijs hiervoor wordt geleverd door het volgende feit: Wanneer waar maar ook Gods wetten zoals die in de bijbel staan, genegeerd worden, stapelen de moeilijkheden zich op. Er worden in de bijbel bijvoorbeeld geboden gegeven tegen seksuele immoraliteit (1 Kor. 6:9, 10). Wat gebeurt er wanneer men deze geboden negeert? Het aantal geslachtsziekten neemt toe, evenals het aantal ongewenste zwangerschappen, verscheurde gezinnen, ontwrichte huwelijken en echtscheidingen.
Zonder Gods leiding heeft de mensheid als geheel in het duister rondgetast. Zelfs zij die trachten Gods wil te doen, worden door hun eigen onvolmaaktheid en dit samenstel belemmerd.
Wat wij mensen werkelijk nodig hebben, is een regeling waardoor wij weer in volmaakte eenheid met onze Schepper kunnen komen. Wij moeten bevrijd worden van zowel onze aangeboren zwakheden en onvolmaaktheden als ook van de pijnlijke gevolgen daarvan — ziekte, ouderdom en dood. Geen mens, organisatie of land kan deze noodzakelijke bevrijding verschaffen. Betekent dit dat onze toestand hopeloos is? Of kunnen wij van al onze ernstige problemen bevrijd worden?
[Illustratie op blz. 4]
Een boer wil wellicht de hongerlijdenden helpen, maar hij kan het zich niet veroorloven zijn oogst weg te geven
[Illustratie op blz. 5]
Verontreiniging is slecht. Maar onder het bestaande economische stelsel zijn geen eenvoudige oplossingen mogelijk
[Illustratie op blz. 6]
Het schijnt dat mensen altijd het doel missen met betrekking tot de soort van persoon die zij graag zouden zijn. Waarom feitelijk?
[Illustratie op blz. 7]
Een massa-geest maakt dat mensen als waanzinnigen te keer gaan. Welke geest is voor de onmenselijkheden van deze eeuw verantwoordelijk?