Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g75 22/7 blz. 13-15
  • Colombia’s ongeloofwaardige dieren

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Colombia’s ongeloofwaardige dieren
  • Ontwaakt! 1975
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Wormen van hoe groot?
  • Vlinders groter dan vogels?
  • Kikkers gevaarlijker dan tijgers?
  • Een hertje in „pocket-formaat”
  • De katten van Colombia
  • Opmerkelijke vogels
  • De grootste en de kleinste
    Ontwaakt! 1978
  • Maak kennis met ’s werelds kleinste hert
    Ontwaakt! 1987
  • Geestelijke bevrijding in Colombia
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1992
  • De rol van de jager in het dierenrijk
    Ontwaakt! 1983
Meer weergeven
Ontwaakt! 1975
g75 22/7 blz. 13-15

Colombia’s ongeloofwaardige dieren

Door Ontwaakt!-correspondent in Colombia

AARDWORMEN groter dan slangen! Vlinders groter dan vogels! Kikkers gevaarlijker dan tijgers! Hertjes ter grootte van een konijn! Dat zijn slechts enkele beschrijvingen die men van de Colombiaanse dierenwereld heeft gegeven.

Onze dichte tropische regenwouden, hoge bergen, uitgestrekte grasvlakten en dorre woestijnen vormen de ideale woonplaats voor een grote verscheidenheid van dierlijk leven. Naar verluidt bevinden zich in Colombia 259 soorten en ondersoorten van zoogdieren, waaronder 8 soorten van de kattenfamilie en 31 vertegenwoordigers van de primaten, d.w.z. apen en halfapen. Ook schijnen er in totaal 1500 verschillende soorten van vogels te zijn die als vaste bewoners of trekgasten Colombia bevolken — meer dan in enig ander land.

Wormen van hoe groot?

Hoe ongelooflijk het ook mag schijnen, toch leven hier wormen die groter zijn dan menige slang! Deze wormen staan reeds afgebeeld op aardewerk dat van voor de tijd van Columbus dateert, en in 1956 is men opnieuw naar deze wormen gaan zoeken. Men vond ze ten slotte in de páramo (hoog, koud gebied) in zuidwest-Colombia, vlak bij de stad Popayán. Sommige exemplaren waren wel anderhalve meter lang en meer dan vijf centimeter dik! Lijken ze op het eerste gezicht zwart — in werkelijkheid blijken ze in helder licht diep blauw en groen van kleur te zijn.

Deze reuzenwormen worden, zoals gezegd, hoog in de bergen gevonden, op hoogten tussen de 4000 en 4250 meter, dus boven de grens van de loofwouden, maar nog onder de sneeuwgrens op die breedtegraad. Ter vergelijking: de beroemde Matterhorn op de grens tussen Zwitserland en Italië is 4478 meter hoog.

Deze wormen die zich net onder de aardoppervlakte ingraven, vindt men het meest langs voetpaden. Maar dat wil niet zeggen dat ze gemakkelijk te pakken zouden zijn! Zoals een merel zich tot het uiterste moet inspannen om een gewone regenworm uit de grond te trekken, zo kunnen we ons ook een mens voorstellen die uit alle macht zou moeten trekken om zo’n worm te pakken te krijgen. Het is ook beter om niet zo hard te trekken, want dan breekt de grote gesegmenteerde worm in tweeën! Meer dan de helft van de worm moet uit de grond worden gegraven voordat men een exemplaar in zijn geheel kan lostrekken.

Vlinders groter dan vogels?

Op een veel lagere hoogte, in het dal van de rivier de Cauca, vlak bij Cali, de hoofdstad van het departement Valle, komen wij de werkelijk allergrootste nachtvlinders op aarde tegen. Enkele jaren geleden werd er één gevangen die men nu kan bezichtigen in het Louvre, te Parijs. Hij meet 25,7 centimeter, van vleugeltop tot vleugeltop!

Deze grijs en zwart getinte reus werd tot voor kort als de grootste vlinder ter wereld beschouwd, maar nu heeft men een zelfs nog groter exemplaar gevonden. De nieuwe recordhouder meet 33 centimeter! Hij is te zien in het Museum voor Natuurlijke Historie in Cali (Colombia).

Op een korte wandeling zullen we zulke reuzen waarschijnlijk niet tegenkomen, maar wel zal men vergast worden op een grote gevarieerde kleurenpracht van diverse andere vlinders. Er zijn grote en kleine onder, in tal van kleuren — helder blauwe, oranje en vaalbruine. Ook vlinders met valse koppen op hun staart om hun vijanden af te schrikken, en vlinders met wat wel lijkt op het getal 98 op hun vleugels — om wie weet wat voor reden. Rond een nachtlamp zal men ’s avonds allerlei soorten vlinders aantreffen, sommige zelfs gelijkend op verdroogde bladeren.

Kikkers gevaarlijker dan tijgers?

Ja inderdaad, kikkers gevaarlijker dan tijgers, en toch klein genoeg om in de holte van een theelepeltje te passen! Ze zijn de mens niet vijandig gezind, dat niet, maar hun huid bevat wel een zwaar giftige stof die door de Indianen wordt gebruikt om hun gifpijlen dodelijk te maken.

Deze kleine, zwart-geel-gestreepte kikker treft men in de jungles van Choco, in het verre westen van Colombia, aan. In dit gebied van zware regenval vangen de Indianen deze kikkers door hun chee, chee, chee na te bootsen en ze dan vlug te grijpen wanneer ze antwoorden. De kikker wordt vervolgens boven een vuurtje gehouden tot het vergif er door de warmte uit drupt, waarna het wordt bijeengegaard en op pijlpunten wordt gesmeerd.

Er zijn 2400 van deze kikkers voor nodig om aan nauwelijks 30 milligram vergif te komen — weliswaar weinig, maar naar men heeft berekend, voldoende voor het doden van 3.000.000 muizen. Na een wond te zijn binnengedrongen op de huid van een mens, veroorzaakt het vergif een metaalachtige smaak in de mond. Het slachtoffer transpireert, het hart trekt samen en ten slotte treedt de dood in. Een interessante bijzonderheid is nog dat wanneer een kikvors sterft, er een enzym is dat het gif onschadelijk maakt, zodat alleen levende kikvorsen gif kunnen leveren.

De medische wetenschap is in dit vergif geïnteresseerd, aangezien het gelijkenis vertoont met het curare-gif van Zuid-Amerika en het strophantine-gif van Zuid-Afrika. Deze beide stoffen heeft men bij hartziekten en in de chirurgie toegepast, en nu biedt wellicht ook het gif van deze kikker, kokoá, mogelijkheden tot een zelfde gebruik.

Een hertje in „pocket-formaat”

Een hertje werkelijk zo klein als een konijn? Ja, hoe vreemd dat ook mag lijken, bijna wel. Deze zo geheten poedoe (officieel: Pudu mephistophiles) weegt maar net 10 kilo, is slank van bouw en heeft een donker getekende kop. Zijn woongebied is zeer beperkt en gelegen in het Andesgebergte, op de grens van Colombia en Ecuador, op ongeveer dezelfde hoogte als ook de reuzenwormen worden gevonden.

Evenals zo vele dieren hebben poedoe’s een afgebakend territorium waarbuiten ze niet komen — een heel klein territorium zoals men voor zo’n klein hertje ook zou verwachten. Maar hierdoor kunnen ze wel gemakkelijk door honden gejaagd worden.

Over de gewoonten van dit kleine hertje is nog maar weinig bekend, en Colombiaanse natuurkenners koesteren de hoop dat er beschermende maatregelen getroffen zullen worden om dit bijzondere dier voor uitsterven te behoeden. De uitroeiing ervan zou stellig een groot verlies zijn.

De katten van Colombia

Er zijn in Colombia acht soorten van katten. De bekendste daarvan zijn de jaguar — de tijger van Zuid- en Midden-Amerika — en de poema, ook wel bekend als de bergleeuw, zilverleeuw of koegoear. Er zijn ook kleinere katten die bijzonder interessant zijn, zoals de ocelot en de wezelkatten. Maar de interessantste kat is volgens veel mensen toch de margay of kleine tijgerkat.

De margay is niet veel groter dan een huiskat en even speels. Zijn huid is getekend met zwartgele rozetten, die zich op kop en rug verlengen en op de kop zelfs helemaal in strepen overgaan. De schoonheid en speelsheid van de margay maken dat men er graag een mee naar huis zou nemen.

De diergaarde Matecaña in Pereira (Colombia) bezit twee van deze kleine charmeurs. Een ervan zag men in deze diergaarde met een droog blad spelen zoals bij ons een huiskat zou doen. Een notitieboekje dat voor zijn kooi werd gehouden, lokte een nieuwsgierig pootje uit, zonder dat de nagels werden uitgestoken. Hij bleek ook zeer voorzichtig van aard.

Zo kon men hem niet bij een nabijgelegen kooi lokken, waar een grotere ocelot gereed stond zich zeer onvriendelijk te gaan gedragen. De andere margay zag er echter geen gevaar in zich naast het hok van zijn buurman — een berejong — op te stellen. Telkens wanneer de beer hem passeerde, begon hij te sissen en te blazen, net zoals een gewone kat naar een hond zou doen. Hij wist wel dat de beer hem toch niet kon bereiken.

In hun natuurlijke omgeving zijn deze katten ’s nachts actief en leven ze in bomen. Wegens hun schuwe aard en de ondoordringbaarheid van hun jungle-woongebied, is er nog maar betrekkelijk weinig over hun gewoonten bekend.

Opmerkelijke vogels

Toen de taxidermiste van het Museum voor Natuurlijke Historie te Cali werd gevraagd wat zij het interessantste dier in Colombia vond, antwoordde zij zonder te aarzelen: „De harpij.” Ofschoon deze oerwoud-arend niet exclusief Colombiaans is, aangezien hij het grootste deel van tropisch Amerika tot zijn woongebied heeft, is haar keuze toch begrijpelijk.

Deze arend lijkt in het geheel niet op het monster uit de Griekse mythologie met de kop van een vrouw en het lichaam en de klauwen van een vogel. Het is een mooie grijsgetinte vogel van aanzienlijke afmetingen. Zijn naam heeft hij ongetwijfeld te danken aan zijn bijzondere maar toch waardige kop, die van voren gezien beangstigend veel weg heeft van het gezicht van een mens. Deze gelijkenis wordt nog versterkt door een dubbele bos veren die zijn kop tooit als het opgemaakte haar van een vrouw. Vanwege het gewicht van ruim elf kilo, dat door de grotere vrouwtjes wordt bereikt, rekent men deze vogel tot de zwaarste der arenden, hoewel de Noordamerikaanse arenden groter zijn.

Een andere vogel, de condor, wordt als het symbool van Colombia beschouwd. Met een vleugelspanwijdte van drie meter scheert deze majestueuze gier over de Andes. Het is nu een bedreigde vogelsoort geworden, waarvan er in Colombia, naar men gelooft, nog maar weinig meer dan 200 exemplaren over zijn — een gering aantal, maar toch nog talrijker dan in andere Zuidamerikaanse landen.

In het Museum voor Natuurlijke Historie te Cali bevinden zich een aantal kolibries, met inbegrip van de grootste die men tot nu toe kent. Maar naar het schijnt is er pas een nog grotere variëteit waargenomen, in de heuvels boven Pereira, aan de voet van het Andesgebergte. In de grootte van dieren kan men zich natuurlijk snel vergissen. Maar neemt men in overweging hoe weinig er in feite nog maar over het Colombiaanse dierenleven bekend is, dan is het niet onwaarschijnlijk dat er nog heel wat ongeïdentificeerde vogelsoorten en andere dieren ontdekt zullen worden. Bedenk dat de reuzenaardwormen hier pas laat in de jaren ’50 zijn herontdekt.

Terzelfder tijd zijn tal van Colombiaanse diersoorten door toedoen van de mens sterk in aantal achteruitgegaan: de anioema, de kleine zilverreiger, de witnek-ibis en de condor, om er slechts enkele te noemen. Ook de jaguar, de poedoe, de brilbeer en de poema lopen wellicht gevaar om uitgeroeid te worden.

Maar gelukkig gaat in Colombia de roep om natuurbehoud steeds krachtiger klinken. Wij die hier leven, zijn daar blij om, aangezien de overvloed aan vreemde, ja ongeloofwaardige dieren en de schoonheid en interessante levenswijze van de beter bekende soorten zeer tot de aantrekkelijkheid van ons lieflijke land bijdragen.

[Illustratie op blz. 13]

HARPIJ

[Illustratie op blz. 13]

KOKOÁ-KIKKER

[Illustratie op blz. 14]

POEDOE

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen