Wereldomvattend gevoel van ’hulpeloosheid’
● Volgens secretaris-generaal Kurt Waldheim van de Verenigde Naties staat de wereld voor een „crisis van buitengewone afmetingen”.
In zijn jaarverslag aan de Algemene Vergadering dat vorig jaar september werd vrijgegeven, zei de secretaris-generaal dat een „bijna universeel gevoel van bezorgdheid” over de loop van de wereldgebeurtenissen nu samengaat met gevoelens van „hulpeloosheid en fatalisme die ik zeer verontrustend vind”. Hij sprak over dreigende omstandigheden die „bijna onvoorstelbare gevaren zouden kunnen opleveren voor de overleving van onze beschaving en het menselijk ras”. Tot besluit gaf hij de waarschuwing:
„Vele grote beschavingen in de geschiedenis zijn op het hoogtepunt van hun succes ineengestort omdat ze niet in staat waren hun basisproblemen te analyseren, van richting te veranderen en zich aan te passen aan de nieuwe situaties waarmee ze geconfronteerd werden . . . Heden ten dage is de beschaving die voor een dergelijke uitdaging staat niet slechts een klein deel van de mensheid — het is de mensheid in haar geheel.”
Ongetwijfeld komen deze toestanden overeen met de in de bijbel voorzegde toestanden die aan het besluit van een onrechtvaardig samenstel zouden heersen en zouden voorafgaan aan de invoering van een door God beschikte rechtvaardige nieuwe ordening, namelijk: „Op de aarde radeloze angst der natiën, die . . . geen uitweg weten, terwijl de mensen mat worden van vrees en verwachting omtrent de dingen die over de bewoonde aarde komen.” „In de laatste dagen [zullen er] kritieke tijden . . . aanbreken, die moeilijk zijn door te komen.” — Luk. 21:25, 26; 2 Tim. 3:1.