Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g75 8/3 blz. 7-12
  • Een wanhopige speurtocht naar het doel van het leven

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Een wanhopige speurtocht naar het doel van het leven
  • Ontwaakt! 1975
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Op zoek
  • Op zoek in Oosterse religies
  • Pelgrimstochten naar verre plaatsen
  • Nog verder verwikkeld in het spiritisme
  • Geen verlichting thuis
  • Een basis voor hoop
  • De bron van ’s mensen moeilijkheden
  • God en zijn volk gevonden
  • Beantwoorden aan het doel van het leven
  • Hoe ik een ’kick’ gaf aan de druggewoonte
    Ontwaakt! 1974
  • Hippies die zeggen hoe het in werkelijkheid is
    Ontwaakt! 1970
  • Tegenstand omdat wij trachtten God te dienen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1973
  • Ouders, spreekt met uw kinderen over drugs
    Ontwaakt! 1974
Meer weergeven
Ontwaakt! 1975
g75 8/3 blz. 7-12

Een wanhopige speurtocht naar het doel van het leven

WAAR kom ik vandaan? Waarom ben ik hier? Welk doel heeft het leven? Zulke vragen hielden mij voortdurend bezig. En op de een of andere manier had zich een gezegde vastgezet in mijn geest, waardoor ik nog meer werd aangespoord mijn zoeken voort te zetten. „Blijft zoeken”, zo luidde het, „en gij zult vinden.”

Pogend een antwoord te vinden, nam ik psychedelische drugs om mijn geest te openen en inzicht te verwerven, terwijl ik mij tevens zwaar verdiepte in Oosterse religies. Daardoor ontstond bij mij de overtuiging dat ieder mens een onsterfelijke ziel bezit die na de dood van zijn stoffelijke lichaam blijft voortbestaan.

Na dit eenmaal aanvaard te hebben, was het voor mij ook logisch om geloof te hechten aan de leer van bepaalde religies dat wij voorheen als andere mensen hebben geleefd. Onze ziel, aldus deze leer, heeft een serie reïncarnaties of wedergeboorten doorgemaakt. Ik wilde graag iets meer weten over mijn eigen verleden, en ging geloof hechten aan de verklaring als zou het gebruik van „geestverruimende” LSD mij bij mijn onderzoek kunnen helpen.

Als ik drugs had genomen, werd ik automatisch naar een spiegel getrokken, waar ik lange tijd achtereen in de pupillen van mijn ogen staarde. Onder invloed van de drugs zag ik mijn pupillen dan steeds wijder worden, tot ze bijna zo groot waren als de iris van mijn ogen. Na zo minuten lang gestaard te hebben, kwamen de hallucinaties en kreeg ik naar wat ik dacht vroegere incarnaties van mijzelf te zien. Ik zag me dan bijvoorbeeld als een boosaardig krijgsman of een egocentrische dictator die verantwoordelijk waren geweest voor de dood van duizenden mensen.

Eens toen ik naar zo’n boosaardig personage in de spiegel keek, hoorde ik een stem zeggen: „Je zult moeten lijden voor al het kwaad dat je hebt aangericht!” Het was afschuwelijk.

Ik voelde nu dat ik voorbestemd was om te lijden en te sterven, en dan opnieuw te lijden en te sterven, opnieuw te lijden en te sterven in een reeks van opeenvolgende „levens” of reïncarnaties. Was dat maar te voorkomen! Maar hoe kon ik ontkennen wat ik had gezien en gehoord toen ik in de spiegel staarde? Andere mensen, zo wist ik, waren op die wijze ook in reïncarnatie, in wedergeboorte, gaan geloven, want, zoals zij zeiden, „zien is geloven”.

Ik voelde me in een verschrikkelijk dilemma zonder uitweg. Toch bleef ik zoeken, naar verre plaatsen reizen en mannen raadplegen die bekend stonden om hun wijsheid. Diep wanhopig poogde ik mezelf ten slotte van het leven te beroven.

Toen gebeurde er echter iets dat mijn hele kijk op het leven veranderde. Wanhoop veranderde in hoop. Hoe? Details van mijn speurtocht naar het doel van het leven, zullen u dit duidelijk maken.

Op zoek

Ik werd geboren in Edmonton, een behoorlijk grote stad in het westen van Canada. Mijn ouders gingen zelden naar de kerk. En de enkele keer dat ik met hen meeging, liep altijd op een teleurstelling uit. Reeds als jonge knaap peinsde ik over het doel van het leven, de zin van het bestaan, maar in de kerk vond ik de antwoorden niet.

Na elf leerjaren, ging ik van de middelbare school en opende een kleine winkel voor reparaties aan porseleinen aardewerk. Ik was toen pas zestien, maar putte geweldig veel voldoening uit mijn financiële succes. Binnen een jaar overviel mij echter een gevoel van ontevredenheid en ik ging elders mijn heil zoeken.

Hippies leken iets nieuws te bieden en in de jaren ’60 doken ze plotseling overal op. Ook ik besloot daarom een „drop out” te worden, de gevestigde samenleving te verlaten, en bij iets „zinvollers” betrokken te raken. In korte tijd was ik veranderd in een langharige hippie. Psychedelische drugs begonnen een steeds grotere rol in mijn leven te spelen.

Na LSD gebruikt te hebben en enige maanden marihuana te hebben gerookt, kwam ik tot de overtuiging dat een „high”-maatschappij, een maatschappij waarin iedereen onder invloed is van psychedelische drugs, de oplossing voor de wereldproblemen zou zijn. Voor mij waren de hippies de „love”-kinderen — vol van vrede en geluk.

Psychedelische drugs beschouwend als een middel voor alle kwalen, begon ik ook anderen van deze „zinsbegoochelende” middelen te voorzien. Tevens beloofde ik mezelf om slechts in psychedelische drugs te handelen — drugs die een hallucinerende invloed hebben op de geest — maar me niet in te laten met de handel in „hard” drugs die tot lichamelijke verslaving leiden. Psychedelische drugs konden, zo dacht ik, iemand helpen „inzicht” te verkrijgen.

Met het geld dat ik met mijn porselein-reparaties had verdiend, kocht ik grote hoeveelheden drugs. Beseffend dat mijn bezigheden illegaal waren en me heel wat jaren gevangenis konden kosten, nam ik geen enkel risico. Ik gebruikte conservatief uitziende meisjes om voor mij de drugs te vervoeren, terwijl ik me als gedragsregel stelde de drugs niet rechtstreeks zelf te verhandelen. Spoedig verdiende ik rond de $2000 per week.

Geld was echter niet mijn doel. Ik wilde koste wat het wil inzicht krijgen in het doel van het leven, maar drugs leken me daarbij niet te helpen.

Op zoek in Oosterse religies

Ik begon Oosterse religies te onderzoeken en besteedde hele dagen aan het lezen over occultisme, astrologie, handleeskunde, I Ching, Boeddhisme en andere Oosterse gedachten.

Door dit lezen overtuigd geraakt van de onsterfelijkheid van de ziel en denkend dat de ziel na de dood blijft leven, nam ik een zevenmaal zo krachtige dosis LSD als normaal, in de hoop een blik in mijn verleden te kunnen werpen. Het was toen dat ik de visioenen zag die ik als beelden uit mijn vroegere levens beschouwde en de stem hoorde die mij zei dat ik een wrede doder was geweest.

Deze afschuwelijke ervaring betekende een keerpunt in mijn leven. Vanaf dat moment voelde ik me ongelukkig met mezelf. Hoe had ik zo slecht kunnen zijn. Om dit te begrijpen besloot ik naar een goeroe te gaan die mij de diepere dingen van het leven zou kunnen verklaren.

Pelgrimstochten naar verre plaatsen

Begin 1970 scheerde ik mijn hoofdhaar af en nam een vliegtuig naar India. De eerste plaats waarheen ik mij begaf, was de Bodh (Buddh) Gaya, waar Boeddha naar men veronderstelt „verlichting” of inzicht heeft gekregen. Daar ontmoette ik een Franse hindoe met de naam Jan, die zich volledig had verdiept in de Oosterse denkwereld. Hij werd mijn eerste goeroe.

Samen maakten wij pelgrimsreizen naar Srinagar, Benares, Katmandu en tal van andere plaatsen. Jan leerde mij de basisbeginselen van het hindoegeloof. Ik bracht veranderingen aan in mijn levenswijze en uiterlijk. Ik leefde nu als miljoenen Indiërs, gekleed in Oosters gewaad. Vaak kwamen we op onze reizen in contact met sadhoe’s (hindoese asceten) en yogi’s, naar wie wij luisterden, onder het roken van marihuana.

Na vier maanden samen te hebben gereisd, moest ik volgens Jan een andere goeroe hebben, die meer wist, zodat ik verdere vorderingen zou kunnen maken. Ik was echter niet tevreden met het hindoegeloof. Daarom ging ik naar Dharmsala, waar de Tibetaanse Dalai Lama en andere hoge Lama’s woonden.

Daar was een klooster waar westerlingen het Tibetaans boeddhisme bestudeerden. Ik besloot me bij hen te voegen. Een ernstige aanval van dysenterie weerhield me hier echter van. Ik veranderde derhalve mijn plannen en zette koers naar Europa om daar een betere medische behandeling te kunnen ontvangen.

In Griekenland aangekomen, werd ik in een ziekenhuis opgenomen. Mijn gewicht bedroeg nog nauwelijks vijftig kilo en ik was er ernstig aan toe. Spoedig herstelde ik echter en reisde vandaar naar Holland.

Nog verder verwikkeld in het spiritisme

Na eenmaal uit India vertrokken te zijn, meende ik niet meer met het spiritisme in aanraking te zullen komen. Dat pakte echter anders uit. In Holland ontmoette ik een Indonesische man met bovennatuurlijke macht. Hij vertelde me dat hij een goeroe was en ik aanvaardde hem als mijn onderwijzer. Door bemiddeling van geesten was hij tot wonderbaarlijke dingen in staat, zoals gedachtenlezen, voorkennis, telepathie en hypnotisme. Weldra geloofde ik alles wat hij me zei, omdat hij zo wijs leek. Ik was ervan overtuigd dat geesten werkelijk bestonden omdat ik de bewijzen van hun macht kon waarnemen.

Mijn goeroe bood ook mij deze macht aan, want, zoals hij zei, hij had contacten met het geestenrijk. Ik was echter niet op zoek naar macht. Ik wilde het doel van het leven kennen, en zei hem dat ik dat eerst moest vinden.

Hij vond dat echter niet prettig en trachtte me te ontmoedigen — me eraan herinnerend wat ik enkele jaren terug onder invloed van LSD in de spiegel had gezien. Nu, in dit leven, zo zei hij, zou ik al het kwaad moeten oogsten dat ik in mijn vorige levens had gezaaid. Hij prentte deze gedachte zo diep in mijn hart dat ik haar niet meer kon vergeten. Ik voelde mij bezocht door geesten en verkeerde in een staat van angst en uiterste verwarring.

Begin 1971 verliet ik die goeroe en voegde me bij de leden van de Hare Krishna Tempel in Amsterdam, na mijn hoofd voor de tweede maal te hebben kaalgeschoren. Elke dag studeerde ik in de Bhagavad Gita en zong uren achtereen de Hare Krishna mantra (gebed) in de hoop dat hierdoor mijn ziel gezuiverd zou worden en de geesten mij met rust zouden laten. Zij bleven me echter steeds heviger plagen en er waren momenten dat ik smeekte te mogen sterven en nooit meer opnieuw geboren te worden — dat ik tot niets zou worden.

Al mijn zoeken scheen vergeefs. Velen van de Krishna-aanbidders waren zelfzuchtig en boden me weinig hoop en troost. In de lente van 1971 besloot ik daarom naar Canada terug te keren.

Geen verlichting thuis

Thuisgekomen, was ik overgelukkig mijn familieleden terug te zien. In hun ogen was ik echter een vreemde geworden. Mijn broer zag ik weer voor het eerst sinds een jaar. Ook hij was ontzaglijk veranderd.

Vóór mijn vertrek naar India had ik hem verteld over reïncarnatie en daarna had hij zich ernstig in lectuur over dat onderwerp verdiept. Hij geloofde nu dat hij in zijn vorige leven een engel was geweest en in zijn huidige incarnatie naar de aarde was gekomen om de mensheid met de wereldproblemen te helpen. Hij ontving deze „inlichtingen” als hij onder invloed van LSD verkeerde.

De geesten achtervolgden mij nog steeds. Zij teisterden me tot ik dacht dat ik gek werd. Wanhopig en door doodsangst bevangen, zocht ik naar een uitweg. Mijn depressieve toestand werd steeds erger. Het gebeurde wel dat ik weken achtereen geen gelukkig moment kende en niet eens meer kon glimlachen. Ten slotte ondernam ik zelfs enkele zelfmoordpogingen.

Omstreeks die tijd kwam ik in contact met Dale, die ook drugs had gebruikt en contact had met geestenkrachten. Wij woonden samen in Edmonton toen er iets gebeurde dat mij de weg wees naar de antwoorden die ik zocht.

Een basis voor hoop

Het gebeurde op een morgen in juni 1971. Dale en ik hadden net marihuana gerookt toen er een vrouw van middelbare leeftijd bij ons aan de deur kwam. Zij was tamelijk snel weer weg, waarschijnlijk omdat ze de drugs had geroken. Zij sprak over God en dat het zijn liefdevolle voornemen was om een koninkrijk op aarde op te richten tot zegen van de mensheid. Het was echter niet zozeer wat zij zei, alswel haar oprechte houding die mij trof, haar duidelijke verlangen om mij te helpen. Zij bood de tijdschriften De Wachttoren en Ontwaakt! aan voor tien dollarcent en ik nam ze.

Onder de indruk van haar oprechtheid, begon ik een van de tijdschriften te lezen. Langzaam kwam er een wonderlijk gevoel over mij; een gevoel van opluchting. Want voor de eerste maal in mijn leven begon ik te geloven dat er nog hoop bestond.

Het tijdschrift sprak over Gods koninkrijk, waarover de dame het ook had gehad. Het liet zien dat er onder de regering van dat koninkrijk geen menselijk lijden meer zou bestaan. Wat me echter werkelijk onder de indruk bracht, was de aanwijzing die ik erin aantrof dat alle mensen in de gelegenheid verkeerden de zegeningen van Gods koninkrijk deelachtig te worden, ongeacht de verkeerde dingen die zij in het verleden hadden begaan.

Wat was dat een wonderbaarlijke gedachte voor mij! Voor zover ik het begreep, zou de liefdevolle Schepper me geen verwijten maken voor de verschrikkelijke dingen die ik, naar ik dacht, in voorgaande levens had begaan. U zult zich mijn opluchting kunnen voorstellen! Ik was vastbesloten mijn onderzoek voort te zetten.

Op de achterkant van een van de tijdschriften stond een advertentie voor het boek De waarheid die tot eeuwig leven leidt. Ik vulde de coupon in en was al klaar om hem op de bus te doen, toen ik van de mensen beneden ons hoorde dat zij het boek reeds bezaten en het van hen mocht hebben. Ik begon te lezen en naarmate ik vorderde, verdween geleidelijk aan mijn angst en werd mijn hoop steeds groter. Vooral de hoofdstukken vijf en zeven: „Waar zijn de doden?” en: „Zijn er goddeloze geesten?” gaven mij geweldig veel kracht.

Door de leer van de kerken en de Oosterse religies, was ik ervan overtuigd geraakt dat de dood slechts een toestand was waarin het lichaam van de ziel was gescheiden, en dat de ziel bij de dood werd vrijgemaakt om haar bestaan in iets ander levends voort te zetten. De bijbel zei dat echter niet. Ik kreeg een eigen exemplaar van dit boek en kon dat voor mezelf nalezen.

Zo staat er bijvoorbeeld in het bijbelboek Prediker, hoofdstuk 9, de verzen 5 en 10: „De levenden weten tenminste, dat zij sterven moeten, maar de doden weten niets . . . Al wat uw hand vindt om naar uw vermogen te doen, doe dat, want er is geen werk of overleg of kennis of wijsheid in het dodenrijk, waarheen gij gaat” (Nieuwe Vertaling van het Nederlandsch Bijbelgenootschap). Blijft de ziel echter niet in leven om iemands bewuste bestaan voort te zetten? Volgens de bijbel niet. Ik werd verwezen naar tal van schriftplaatsen met een vrijwel gelijkluidende strekking als van Ezechiël 18:4, waarin staat: „De ziel, die zondigt, die zal sterven” (Statenvertaling).

Als dat waar is, zo redeneerde ik, kon iemand ook geen vroegere levens hebben geleid. Dat betekende dus ook dat ik niet al die afschuwelijke daden had begaan waar de stemmen die ik hoorde het over hadden gehad! Dan zou ik ook niet voor die daden hoeven te boeten! Maar waar kwamen die stemmen en de bovennatuurlijke macht van sommige personen dan vandaan? Wat was de bron daarvan?

De bron van ’s mensen moeilijkheden

Ik geloofde natuurlijk dat er geestelijke schepselen bestonden. Sommigen waren volgens mij slecht, maar de meesten waren goed en zagen toe op de dingen die op aarde gebeurden. Maar nu, na het hoofdstuk gelezen te hebben „Zijn er goddeloze geesten?”, ging ik beseffen dat er heel veel goddeloze geestelijke schepselen bestonden, zogenaamde demonen. Ook leerde ik dat de goddeloze geestenpersoon Satan de Duivel in de bijbel wordt geïdentificeerd als „de god van dit samenstel van dingen”, die de geest van de mensen verblindt. Hierdoor begon ik alles te begrijpen. — Joh. 12:31; 14:30; 16:11; 2 Kor. 4:4.

De stemmen die ik hoorde, evenals de bovennatuurlijke macht waarover sommigen van mijn kennissen beschikten, ontsproten kennelijk allemaal uit dezelfde bron: de demonen. Ik begon te begrijpen dat die goddeloze geesten mij verblindden, en me zelfs wilden aanzetten tot zelfvernietiging. Het werd me ook duidelijk dat het geen goede geesten waren, maar Satan en zijn demonen, die heerschappij voeren over de wereld der mensheid. — 1 Joh. 5:19.

Naarmate ik van deze dingen meer begrip kreeg, was het alsof er een loodzware last van mijn geest en hart werd gewenteld. Ik nam geen drugs meer en vernietigde al mijn boeken die over occultisme handelden, terwijl ik de bijbel begon te bestuderen. — Hand. 19:19.

God en zijn volk gevonden

Een paar dagen later vertrok ik met enkele anderen van ons uit Edmonton naar een bos in de buurt van Hinton, waar we een houten hut bouwden. Daar, in die vredige omgeving aan de beboste voet van de Rocky Mountains, ging ik volledig op in het lezen van de bijbel en het herlezen van het boek De Waarheid die tot eeuwig leven leidt.

Ik besefte de ware God te gaan kennen. Voor de eerste maal sprak ik hem in gebed bij zijn naam Jehovah aan (Ps. 83:18). Verscheidene malen per dag bad ik, Jehovah vragend om meer begrip van de waarheid over het leven en het doel ervan. Ik begon te vermoeden dat het doel van het leven moest zijn: het dienen van onze Schepper. Maar hoe?

Ik merkte dat het Waarheid-boek wees op de noodzaak om met Gods volk om te gaan. En het boek zei dat deze mensen de christelijke getuigen van Jehovah waren, een verklaring waarvoor het een aantal redenen verschafte. Dale merkte op dat Jehovah’s getuigen vaak tijdschriften aanboden op straathoeken in Edmonton. De volgende morgen waren we op pad om hen op te sporen.

Na een oudere Getuige op straat te hebben gevonden, vernamen we van hem het adres van de Koninkrijkszaal, de plaats waar Jehovah’s getuigen hun vergaderingen hielden. De volgende dag bezochten wij de vergadering. Als vanzelf kwam ik onder de indruk van de oprechte belangstelling die de Getuigen voor ons koesterden. Zij spreidden stellig het geloof ten toon waardoor volgens Jezus zijn ware volgelingen geïdentificeerd zouden worden. — Joh. 13:35.

Een van de Getuigen bood aan om op geregelde basis met mij de bijbel te bestuderen. Verheugd ging ik op dat aanbod in.

Beantwoorden aan het doel van het leven

Uit het onderwijs dat ik door middel van deze studie ontving, werd mij al snel duidelijk hoe ik God kon dienen. Namelijk: door eenvoudig uit een bereidwillig hart te doen wat God zegt. Zijn Woord de bijbel geeft bijvoorbeeld de aansporing: „Wordt vriendelijk jegens elkaar, teder mededogend, elkaar vrijelijk vergevend . . . en blijft in liefde wandelen” (Ef. 4:32–5:2). Zou het leven op aarde niet groots zijn als iedereen zich dit ten doel stelde?

Stellig. In mijn hippietijd had ik vaak met mede-hippies mensen aangespoord elkaar lief te hebben, maar in onze opvatting ontbrak iets. Wat? Datgene beoefenen waarnaar Jezus verwees als het belangrijkste vereiste uit Gods Woord, namelijk: „Gij moet Jehovah, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand en met geheel uw kracht.” — Mark. 12:30.

Ja, wij hadden de liefde voor God buiten beschouwing gelaten. Toch dient deze liefde in het leven van de mens op de eerste plaats te komen. En iemand bewijst dat ze ook werkelijk op de eerste plaats komt, wanneer hij Gods wetten gehoorzaamt (1 Joh. 5:3). Wij hippies deden dat echter niet — de meesten van ons wisten niet eens wat Gods wetten waren. Het was dan ook normaal dat wij dingen deden die God in de bijbel veroordeelt. — 1 Thess. 4:3-5.

Ik begon echter ook te beseffen dat er bij het dienen van God meer is betrokken dan zich alleen maar houden aan zijn morele wetten en vereisten. Ik leerde dat er een wereldverandering op komst is, wat een speciale dienst voor God noodzakelijk maakte. Voor God was de tijd gekomen om zijn voornemen in vervulling te doen gaan, door Satan en dit gehele goddeloze samenstel van dingen te vernietigen, zoals in de bijbel staat voorzegd: „De God des hemels [zal] een koninkrijk oprichten dat nooit te gronde zal worden gericht. En het koninkrijk zelf . . . zal al deze koninkrijken verbrijzelen en er een eind aan maken, en zelf zal het tot onbepaalde tijd blijven bestaan.” — Dan. 2:44.

Wij hippies hadden de noodzaak van zulk een verandering ingezien. En nu was ik verheugd te vernemen dat God een zelfde mening was toegedaan! Deze goddelijke verbrijzeling van alle hedendaagse regeringen moest echter aangekondigd worden. Vandaar dat Jezus zei: „Dit goede nieuws van het koninkrijk zal op de gehele bewoonde aarde worden gepredikt tot een getuigenis voor alle natiën, en dan zal het einde komen.” — Matth. 24:14.

Door wie zal echter dat speciale werk worden gedaan? Wie zullen deze boodschap prediken? Dat spreekt vanzelf: natuurlijk zij die het werkelijke doel van het leven hebben leren kennen! Ik zag dit snel in en ging onmiddellijk daarna met Jehovah’s getuigen mee om dit Koninkrijk te prediken. Na verloop van tijd droeg ik mijn leven op om Jehovah te dienen en in augustus 1972 kon ik samen met mijn vriend Dale mijn opdracht door middel van de waterdoop symboliseren.

In ons huis kwamen altijd veel jongeren. Dale en ik nodigden hen daarom uit om mee naar de vergaderingen te gaan. En zo kon het wel gebeuren dat we met een stuk of tien personen naar de Koninkrijkszaal gingen. De meesten vielen ten slotte af; maar enkelen bleven gunstig op de Koninkrijksboodschap reageren. Ook mijn broer en zus. Beiden zijn sindsdien gedoopt en dienen nu als geregelde volle-tijdverkondigers van het goede nieuws van het Koninkrijk.

Van veel mensen had ik in de loop der jaren al de raad gekregen me niet zo druk te maken over het doel van het leven, maar het eenvoudig te leven. In plaats van naar hen te luisteren hield ik echter de woorden in gedachten: „Blijft zoeken, en gij zult vinden.” Door die gezonde raad op te volgen, heb ik niet alleen waar geluk ervaren, maar ook het voorrecht ontvangen anderen te kunnen helpen eveneens het doel van het leven te leren kennen en zodoende te beseffen welke zegeningen het leven ons biedt. — Ingezonden.

[Illustratie op blz. 8]

Bodh (Buddh) Gaya, India

[Illustratie op blz. 9]

Hare Krishna aanbidders zingen de mantra (gebed)

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen