Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g75 22/2 blz. 24-27
  • Zendelingen brengen goed nieuws naar tot voordien onaangeroerde gebieden

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Zendelingen brengen goed nieuws naar tot voordien onaangeroerde gebieden
  • Ontwaakt! 1975
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Het goede nieuws brengt ware christenen voort
  • Voorzieningen en vereisten
  • Evangeliseren op de Micronesische eilanden
  • Zendelingen bevorderen wereldwijde expansie
    Jehovah’s Getuigen — Verkondigers van Gods koninkrijk
  • Zendelingen van Gods regerende koninkrijk
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1959
  • Zendelingen ertoe aangespoord ’met God samen te werken’
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
  • Het maken van ware discipelen in deze tijd
    Ontwaakt! 1994
Meer weergeven
Ontwaakt! 1975
g75 22/2 blz. 24-27

Zendelingen brengen goed nieuws naar tot voordien onaangeroerde gebieden

DE 57e klas van de Wachttoren-Bijbelschool Gilead bestond slechts uit vijfentwintig studenten. Toch waren er bij hun graduatieplechtigheid op zondag 8 september in Queens, in de stad New York, bij benadering 2000 familieleden en vrienden aanwezig. Waarom die massale belangstelling voor zulk een klein groepje?

De reden daarvan was het grote werk dat reeds tot stand is gebracht door de meer dan 5000 afgestudeerden die de School sinds haar oprichting in 1943 hebben verlaten. Deze afgestudeerden, in allerlei landen als zendelingen dienend, zijn instrumenten geweest om de activiteiten van Jehovah’s getuigen uit te breiden en in het bijzonder nieuwe velden van werkzaamheid te openen in verafgelegen delen van de aarde.

Voordat in 1943 de eerste zendelingen van de School kwamen, was er in vele landen van Zuid-Amerika, in Azië, in Afrika en op honderden eilanden van de zee geen getuige van Jehovah. Nu zijn er in slechts vijf Zuidamerikaanse landen al meer dan 30.000 actieve Getuigen.

Dit voortreffelijke werk van de zijde van de zendelingen die de nu afgestudeerden waren voorgegaan, werd nog eens gememoreerd in de raad- en slotwoorden van de leraren van de School en van andere sprekers. N. H. Knorr, president van de School, wees op het aanmoedigende feit dat zendelingen bij het getrouw verbreiden van het goede nieuws, ’samenwerken met God’. — 2 Kor. 6:1.

Het goede nieuws brengt ware christenen voort

Het werk van een zendeling is dat van een „evangelieprediker”, dat wil zeggen, van een boodschapper die het goede nieuws bekendmaakt van Gods koninkrijk in handen van Jezus Christus. En dat is werkelijk goed nieuws, want het spreekt over de regering die duizend jaar lang over de aarde zal regeren, om gezondheid, leven en volmaaktheid aan de mensheid te schenken. — Openb. 20:4-6; 21:3, 4.

Dit ware goede nieuws brengt ware christenen voort. Geen „rijst”-christenen — „gekocht” met materiële dingen — zoals degenen worden genoemd die hun kinderen op zendingsposten van de christenheid onderwijs laten volgen in ruil voor voedsel. Zij die het ware goede nieuws horen, ontvangen geestelijke ondersteuning. Zij komen te weten dat zij met het bloed van Jezus Christus zijn gekocht (1 Petr. 1:18, 19). Vaak veranderen zij van ontaarde, goddeloze mensen in rein-levende, eerlijke, Godvrezende mensen, die op hun beurt aan anderen het goede nieuws gaan brengen. — Kol. 3:5-10.

Voorzieningen en vereisten

De zendelingen die door het besturend lichaam van Jehovah’s getuigen worden uitgezonden, ontvangen behuizing, in een zogenaamd ’zendelingenhuis’, alsmede voeding en een kleine toelage. Dit opdat zij 150 uur of meer per maand volledig kunnen besteden aan het bekendmaken van het goede nieuws van huis tot huis en door middel van gratis bijbelstudies bij mensen die ernaar verlangen meer over God en zijn voornemen te weten te komen. Zij verwachten niet dat de mensen naar hen toe komen om hen te dienen. Zij dienen de mensen.

Soms worden zendelingen naar plaatsen gezonden om reeds bestaande gemeenten te versterken. Sommigen krijgen een toewijzing als reizende bedienaar. Maar het is vooral bij het openen van nieuwe gebieden waar het goede nieuws nog niet is gepredikt, dat hun verlangen om mensen te helpen het meest wordt getoetst. — Rom. 15:20, 21.

Evangeliseren op de Micronesische eilanden

De ervaring van een zendelingenechtpaar, toegewezen aan een Micronesische eilandgroep, illustreert waar het werk van een zendeling op neer kan komen, en onthult tevens dat God achter dit evangelisatiewerk staat.

Bij aankomst in hun toewijzing vond dit echtpaar een woning die zij als ’zendelingenhuis’ zouden kunnen huren. Er waren geen moderne gemakken in — slechts benzinelampen en een benzinefornuis, enkele lege olievaten waarin regenwater moest worden opgevangen om te drinken, een toilet buiten en een postdienst die slechts eenmaal per week langskwam. Het tropische ongedierte vereiste constante waakzaamheid en bestrijding met vallen, spuitmiddelen en muskietennetten.

In de taal die moest worden geleerd, bestond leer- noch woordenboek. Wat een geluk echter om te ontdekken dat de Christelijke Griekse Geschriften (ofte wel het „Nieuwe Testament”) en de Psalmen reeds in de taal van het eiland waren vertaald.

Door hard te werken, van hut tot hut te prediken, door middel van korte toespraakjes die zij hadden uitgeschreven en met hulp van de plaatselijke bevolking leerden zij gaandeweg de taal. Het maakte op de bevolking een gunstige indruk dat „vreemdelingen” hen in hun huizen opzochten. Zij waren dit van de zendelingen van de christenheid niet gewend.

De allerprimitiefste levensomstandigheden waren het lot van deze zendelingen, te zamen met gevaren op land en op zee, als zij de diverse eilanden bezochten die tot hun gebied behoorden. Maar hun inspanningen werden rijkelijk beloond. Na in 1965 begonnen te zijn, konden zij in 1968 een gemeente oprichten. Zij bouwden een mooie Koninkrijkszaal van oerwoudhout en zeezand. En tegen 1971 was de gemeente sterk genoeg om voor haarzelf en de omliggende eilanden te zorgen, zodat de zendelingen een nieuwe toewijzing ontvingen. Tegen 1973 waren er meer dan honderd personen op deze groep van twee bergeilanden en acht kleine atollen — verspreid over 420 vierkante kilometer van de Grote Oceaan — die een aandeel hadden aan de verbreiding van het goede nieuws.

De ervaringen van andere zendelingen zijn even gevarieerd als de vele landen waar zij werk verrichten. Een zendeling in het Caribisch gebied bezocht een klein eiland, waar geen hotels of herbergen waren. Na veel zoeken vond hij een lege kamer met een legerkrib. In een kleine winkel kocht hij wat kaas, crackers en thee. Voor ontbijt had hij dus kaas, crackers en thee, voor het middageten kaas en crackers en ter afwisseling een koude drank. (Op het eiland was geen elektriciteit, dus slechts koelkasten die op petroleum liepen.) En ’s avonds had hij dan weer een maaltijd bestaande uit kaas, crackers en thee.

De mensen van het eiland, hoewel belijdende christenen, stonden tamelijk gereserveerd tegenover de zendeling. In de loop van zijn predikingswerk van huis tot huis besloot hij echter aan verscheidene vrouwen de tekst voor te lezen die in Hebreeën 13:2 staat: „Vergeet de gastvrijheid niet, want daardoor hebben sommigen, zonder het zelf te weten, engelen gastvrij ontvangen.” De zendeling merkte dat deze tekst een geweldige indruk op hen maakte.

Gedurende de rest van zijn éénweekse verblijf werden hem door een aantal mensen zoveel maaltijden gebracht dat hij ze niet alleen op kon. Deze eenvoudige mensen wilden niet dat hun christen-zijn als uiterlijk vertoon zou worden opgevat.

Op een ander klein eiland waren de bewoners echter anders. Zij waren zich welbewust van de waarde van geestelijk voedsel en hadden er een grote behoefte aan. Zij luisterden gretig naar wat de zendeling hun te vertellen had. Tijdens zijn driedaagse bezoek kon hij niet alleen veel lectuur achterlaten, maar ook drieëntwintig abonnementen op de tijdschriften De Wachttoren en Ontwaakt! afsluiten. Door deze middelen zouden zij geregeld van bijbelse inlichtingen worden voorzien, totdat de zendeling hen de volgende keer weer zou bezoeken.

Ja, door middel van het goede werk van de zendelingen zullen „zij aan wie geen aankondiging betreffende [Christus] is gedaan, . . . zien, en zij die niet hebben gehoord, zullen begrijpen”. — Rom. 15:21.

[Illustratie op blz. 24]

Afgestudeerden van de zevenenvijftigste klas van de Wachttoren-Bijbelschool Gilead

57th Class September 1974

In onderstaande lijst zijn de rijen genummerd van voren naar achteren, en de namen in elke rij verwijzen naar de studenten in volgorde van links naar rechts.

(1) Davies, M.; Davis, L.; Moy, J.; Cairns, D.; Wentworth, S.; Alderson, R.; Lange, H.; Wierutsch, G. (2) Parczany, D.; Davis, W.; Tewolde, G.; Candee, L.; Wentworth, J.; Alderson, P.; Krenicki, B.; Wierutsch, H. (3) Lange, P.; Pijanowski, R.; Krenicki, J.; Faller, A.; Cairns, J.; Davies, E.; Burton, J.; Knaack, T.; Grafton, R.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen