Stompenoogst in Nicaragua
Door Ontwaakt!-correspondent in Nicaragua
EEN stompenoogst? Ik had wel eens gehoord van het oogsten van pinda’s en parels, zelfs nog wel van bossen, maar een oogst van stompen, nee. Hoe „oogst” je eigenlijk stompen?
De houtzagers zijn grotendeels vertrokken, in hun zaagselspoor de stille herinneringen achterlatend van een eens statig pijnbos — kale, korte stompen. Kaal, ja, en kort, maar in geen geval waardeloos! Die stompen zijn de hoeksteen van een van de grootste industrieën in Nicaragua, de vervaardiging van hars, terpentijnolie, dipenteen en „pine oil”.
Na aankomst bij de fabriek, was het mij al spoedig duidelijk waarom de plaatselijke bevolking sprak over een stompen-fabriek. Daar, op een plek van enkele hectaren lag een stapel van bijna 15.000 ton stompen.
Stompen gereedmaken voor de oogst begint reeds wanneer de bomen worden geveld door de houtzagers. Vanaf dat moment moet men enige tijd laten verstrijken ten einde zich een chemische reactie te laten voltrekken. De buitenste houtlaag moet wegrotten, terwijl de rest van de boomstoffen opgesloten blijft in de houtvezels van de stomp. Het chemische en drogingsproces vergt in een noordelijk klimaat tien tot vijftien jaar, maar hier in de tropen slechts zeven tot tien jaar. Daarna is de stomp gereed om te worden „geoogst”. Een tractor trekt hem uit de grond. Daarna wordt hij met andere stompen op een vrachtwagen geladen en naar de fabriek gereden.
Eerst gaan de stompen door een houtmolen, waar ze tot schilfers worden gereduceerd. Die gaan vervolgens in een extractor, een apparaat dat grote gelijkenis vertoont met een snelkookpan. Een uit aardolie bereid oplosmiddel wordt in de extractor gepompt om de schilfers schoon te spoelen en de bruikbare stoffen eruit te „extraheren”, eraan te onttrekken.
In een ander gebouw wordt nu door middel van stoomdestillatie het oplosmiddel gescheiden van de ruwe grondstoffen. Het oplosmiddel gaat in damp over en wordt daarna, na weer tot vloeistof te zijn gecondenseerd, in opslagtanks teruggeleid, vanwaar de cyclus zich herhaalt. Ondertussen stromen de ruwe grondstoffen naar een tank waar de oliën worden gescheiden van de hars.
De terpentijnolie, dipenteen en „pine oil” hebben een verschillende kooktemperatuur. Daarvan maakt men gebruik om ze van elkaar te scheiden — weer met behulp van stoomdestillatie. Men houdt het oliemengsel op een bepaalde temperatuur tot de eerste olie volledig in damp is overgegaan, dan verhoogt men de temperatuur tot de volgende oliën elk op hun beurt als damp zijn uitgedreven. Wanneer deze dampvormige oliën aldus te voorschijn zijn gekomen, worden ze afgekoeld en in afzonderlijke tanks opgeslagen.
De hars en de dipenteen zijn bestemd voor de export. De hars vindt toepassing als grondstof bij de bereiding van vernis, drukinkt, zeep, plakmiddelen en als „vioolhars” voor het stroef maken van strijkstokken. Naar dipenteen is vraag als verfverdunner. De terpentijnolie en de „pine oil” gaan naar bedrijven in den lande. Misschien denkt u bij terpentijnolie aan het schoonmaken van schilderskwasten, maar ze is ook een ingrediënt bij de bereiding van insektenverdelgingsmiddelen. „Pine oil” is een bestanddeel van desinfectiemiddelen.
Voorlopig zal de stompen-industrie van Nicaragua een bloeiende tijd tegemoet gaan, dat werd mij wel duidelijk toen ik mijn blik liet dwalen over de golvende heuvels bezaaid met zwarte stompen, wachtend om geoogst te worden.