Een ongewoon bouwprogramma — met vrijwillige werkers
„NOOIT zag ik mensen zo hard werken. Wat je ze ook vraagt te doen, ze doen het tweemaal zo vlug als normaal zonder de kantjes eraf te lopen”, waren de woorden van een technisch vertegenwoordiger van het Bureau Gezondheid van de Newyorkse provincie Orange. Wat hem tot deze uitspraak bracht? Hij keek toe bij de bouw van een zaal met het oppervlak van een voetbalveld, die bijna volledig met vrijwillige hulpkrachten geschiedde.
Dit project te Monroe viel in het kader van een ongewoon bouwprogramma dat nu reeds tien jaar in de Verenigde Staten, Canada en enkele andere landen aan de gang is. Groepen van honderden personen van uiteenlopende rassen en nationaliteiten hebben in die tijd vrijwillig hun tijd, energie en andere middelen ter beschikking gesteld voor de bouw van ruime vergaderzalen.
Vaak zo ruim dat 2000 mensen er gemakkelijk een plaats in kunnen vinden. Deze bouwprojecten hebben dan ook al heel wat nieuwsgierigheid gewekt. Wie zijn de bouwers? Welk doel dienen deze gebouwen? En hoe is het mogelijk om voldoende geld en vrijwillige hulp te krijgen voor de voltooiing ervan?
Waarom grote vergaderzalen?
De bouwers zijn Jehovah’s christelijke getuigen en er bestaat onder hen een speciale behoefte aan deze vergaderzalen. In de Verenigde Staten wonen nu meer dan 500.000 getuigen van Jehovah, wier 6393 gemeenten zijn gegroepeerd in 271 „kringen”. Behalve dat alle gemeenten in hun eigen Koninkrijkszaal vijf wekelijkse vergaderingen hebben, geniet ook elke „kring” (van ongeveer 20 gemeenten) tweemaal per jaar een tweedaagse gezamenlijke vergadering, tijdens welke een speciaal programma van bijbelonderricht wordt geboden dat is afgestemd op de plaatselijke behoeften.
In het verleden werden deze vergaderingen voor het overgrote deel in gehuurde ruimten als scholen, hallen en jaarbeursgebouwen gehouden. Zo was de situatie tot 1965, toen Jehovah’s getuigen hun eerste vergaderzaal in New York openden en daarna in vele streken op zoek gingen naar eveneens eigen gelegenheden voor het houden van hun kringvergaderingen. Er zijn nu vijftien van deze zalen in de Verenigde Staten, drie in Canada en enkele in andere landen. Waarom wilden Jehovah’s getuigen eigen zalen hebben?
De hoge huurkosten van openbare gebouwen vormden een belangrijke reden. Behalve dat er voor het gebruik van het desbetreffende gebouw zelf moest worden betaald, moesten er vaak extra zaalwachten en mensen van de vereniging in de arm worden genomen om de podiumapparatuur en de geluidsinstallatie te bedienen. Een weekend-vergadering liep zo toch al gauw in de $1000 tot $3000.
Een Getuige uit het Canadese Winnipeg bespreekt nog een ander probleem dat zich bij het huren van vergadergelegenheden voordeed:
„Vaak was het pas een maand van tevoren mogelijk een huurvergunning voor een schoolaula te krijgen. En elke vergunning bevatte een clausule die erop neerkwam dat schoolactiviteiten altijd voorrang genoten boven de vergadering. Soms werd dan de huur voor een bepaalde avond op het laatste moment afgezegd en dan moesten we hals over kop voor die avond naar een andere plek, en de volgende morgen konden we er dan weer in.”
Bovendien was er in schoolaula’s vaak gewoon te weinig zitgelegenheid. Dikwijls moesten veel aanwezigen in andere delen van het gebouw een plaatsje vinden en zich tevreden stellen met door de luidsprekers komend geluid of beelden op het scherm van een op een gesloten televisiecircuit aangesloten tv-toestel. Vanwege deze en andere moeilijkheden leek het Jehovah’s getuigen in vele streken beter toe om hun geld in eigen vergadergelegenheden te steken.
Een goed begin is het halve werk
Het is nooit een „elite”-groep die besluit tot de bouw van een vergaderzaal en anderen daarmee dwingt tegen hun zin in hier hun steun aan te verlenen. Jehovah’s getuigen gaan eerst na of er in de streek die zij op het oog hebben, voldoende gemeenten zijn om van zo’n zaal een intensief gebruik te kunnen maken. Is dit het geval, dan richten zij een schrijven naar alle betrokken gemeenten om zich ervan te vergewissen of er inderdaad een verlangen naar zo’n gelegenheid bestaat en of men bereid is zijn steun aan de bouw ervan te verlenen. Daarna moet er gekozen worden tussen de bouw van een nieuwe gelegenheid of de verbouwing van een reeds bestaand gebouw. Bij deze keuze spelen plaatselijke omstandigheden een grote rol.
Vanuit Cleveland bericht bijvoorbeeld een comité dat was aangesteld om grond te vinden voor de plaatsing van een nieuw gebouw, het volgende: „Geschikte vestigingsplaatsen met voldoende voorzieningen waren moeilijk te vinden, en toen we er ten slotte een vonden, kregen we problemen met bouwverordeningen. Toen daagde er een theater op. Behalve dat deze zaal in ons budget paste, was hij ook nog prima centraal gelegen.” Na de aankoop, gingen plaatselijke Getuigen dit theater renoveren, zodat het nu een fijne gelegenheid is voor christelijke vergaderingen.
Getuigen uit Detroit, die ook een theater verbouwden tot kringvergaderingzaal, vermeldden nog een ander voordeel: „Het bleek geen enkele moeilijkheid om voor deze gebouwen tot een redelijke prijsovereenkomst te komen. Vaak zwaar belast en ongebruikt, zijn ze in de regel slechts ’een blok aan het been’ van hun eigenaars.”
Gemeenten in het Californische San Fernando Valley-gebied konden de hand leggen op een ongewoon gebouw, namelijk het als voorheen bekend staande Valley Music Theater. De oorspronkelijke bouwers hadden eerst met graafmachines een heuvel koepelvormig gemaakt, daarover staal gelegd en daarna beton gestort. Toen het beton hard was, groeven ze binnen de heuvel weg en wat overbleef was een modern uitziend, koepelvormig bouwwerk met een middellijn van 60 meter en in het midden een hoogte van twintig meter. Een draaibaar podium in het midden is omgeven door 2654 met vinyl beklede theaterstoelen. Tot het complex behoort ook een „satelliet”-gebouw met kantoorruimten en een cafetaria waar 500 personen terecht kunnen. Het ombouwen van deze moderne gelegenheid tot de California Valley-kringvergaderingzaal vergde slechts een kleine fractie van de geschatte som voor het neerzetten van een vergelijkbare nieuwbouw in dat gebied.
Bovendien gaat verbouwen meestal sneller dan bouwen. Bovengenoemde Californische zaal was twee maanden na de koop voor zijn nieuwe doel gereed. En ook Getuigen in Chicago schrijven over hun omgebouwde theater: „Tussen het moment van koop en laatste herbouwingswerkzaamheden lag slechts een tijd van twee en een halve maand.”
Elders waren zulke bestaande gebouwen echter vaak te krap, boden ze geen cafetariamogelijkheden of parkeergelegenheid of gaven andere problemen. Zo zocht men ook in de streek Baltimore-Washington naar een theater, maar geen was centraal gelegen, terwijl de meeste zich bovendien nog in gevaarlijke buurten bevonden. Derhalve bouwden de Getuigen daar in Crownsville (Maryland) een nieuw gebouw van geprefabriceerde stalen delen met een capaciteit van 1406 zitplaatsen. De hal en cafeteria zijn zo ontworpen dat er slechts gordijnen opengeschoven hoeven te worden om een extra groot gehoor te kunnen laten meegenieten van wat er vanaf het podium wordt geboden.
Vrijwillig geschonken geld en materialen
Hoe zijn zulke grote ondernemingen echter te financieren? Dit is inderdaad een opmerkelijk facet aan de bouw van deze vergaderzalen van Jehovah’s getuigen. Schenk eens aandacht aan het volgende verslag aangaande de bouw van een 4350 vierkante meter grote zaal in het zuiden van Ontario:
„Ons gebouw zal worden gefinancierd met schenkingen en rentevrije leningen van getuigen van Jehovah zelf. Tachtig percent van de gelden bestaat uit schenkingen, voor het overgrote deel van bescheiden grootte, komend van personen met een bescheiden beurs. Er zijn geen geldinzamelingsacties gehouden, noch gokspelen, noch opzwepende toespraken. Er is eenvoudig een uitleg gedaan van de noodzaak en we danken God voor deze edelmoedige geest.”
Een ander voorbeeld van deze geest van edelmoedigheid verschaft ons het project te Crownsville. De voorzitter van het bouwcomité aldaar, vertelt ons:
„Wij schreven de 110 gemeenten die bij de bouw betrokken zouden zijn om te vragen hoeveel zij bereid zouden zijn bij te dragen. Jullie kunnen je voorstellen hoe verrast wij waren toen ons een driemaal zo groot bedrag werd toegezegd dan we naar we meenden met Jehovah’s goedkeuring voor de onderneming nodig hadden. Aldus waren we in staat om zonder financiële hulp van een commerciële instelling onze bouw te voltooien.”
Ook de bereidheid om zelf noodzakelijke uitrusting te vervaardigen in plaats van dit ergens te kopen, leidde tot aanzienlijke besparingen. Een voorbeeld hiervan troffen we aan in een verslag over de verbouw van een danszaal te St. Luc, ten zuiden van Montreal:
„Ter oplossing van de koelingsproblemen bouwde een Getuige die op dit terrein zeer deskundig is, met behulp van een groepje onervaren helpers, vier grote koel- en vriescellen. De totale kosten hiervan bleven onder de $1000. En men schat dat deze eenheden wel vijftien- tot twintigmaal zoveel zouden hebben gekost wanneer ze door een aannemer van buiten waren gebouwd.”
Ook materialen werden dikwijls vrijwillig geschonken. Hierover stond bijvoorbeeld het volgende in een verslag over de bouw van de nieuwe zaal te London, in (Ohio):
„Op dat moment deed het geval zich voor dat in Columbus een groot theater gesloopt werd. Hierdoor kon een broeder zorgen voor een schenking van 1000 comfortabele stoelen. Daarna konden we van een ziekenhuis dat werd afgebroken, gratis twee grote boilers overnemen in prima staat. Daarenboven schonk iemand ons nog een complete roestvrij-stalen keuken met veel bruikbaar keukengereedschap.”
Terwijl de bouw aan de vergaderzaal te Monroe, in de staat New York, volop aan de gang was, werd een man door al die bedrijvigheid die hij daar zag, zo bewogen dat hij de volgende week met $5000 aan materialen terugkwam. Dat was zijn geschenk. Daarna schonk een grote firma nog eens $12.000 aan materialen en zond later vertegenwoordigers om de vrijwillige bouw vol verbazing in ogenschouw te nemen. Het op tijd betalen van de rekeningen scheelde nog eens $50.000.
Thans heeft Monroe een prachtige vergaderzaal, zo groot als een voetbalveld en gelegen in een beboste streek. Drie stenen bruggen verbinden zeven stroken park met de ingang van het gebouw. Achter een met walnootpanelen beklede ruimte, waar zich een waterbassin met fontein bevindt, dat ook dienst kan doen als doopbad, strekt zich de gehoorzaal uit met 2248 theaterstoelen in afwisselend, vaksgewijs verdeelde blauwe en groene stoelen. Een eetgelegenheid met 720 zitplaatsen is van de gehoorzaal zelf gescheiden door een glazen wand, die kan worden afgesloten met blauwe gordijnen.
Sterke ruggen, gewillige harten — en allemaal vrijwilligers
Wat waarnemers echter nog het allermeest verbaasde, waren de grote menigten vrijwilligers die bij deze bouwwerkzaamheden hielpen. Tijdens de bouw van de Monroe-zaal verschaften 192 gemeenten vrijwillige hulp. Blanken, negers en Puertoricanen van uiteenlopende leeftijd en achtergrond werkten harmonieus samen, elkaar aansprekend met „broeder” en „zuster”. Op sommige weekeinden waren wel 800 vrijwilligers gezamenlijk bezig. Een niet-Getuige die dit zo gadesloeg, merkte op: „Dit moet Jehovah’s organisatie zijn. Anders zou het toch een complete warboel zijn.”
In een verslag over de verbouw te St. Luc stond:
„Voor de uitgebreide verbouwingswerkzaamheden was geen hulp van buitenaf nodig. Velen die in de stad een wereldse betrekking hadden, gingen onmiddellijk na hun werk naar de zaal, om daar vaak tot de volgende morgen te blijven. Dat stelde ons in staat om minder dan zeven weken nadat we de eigenaars van het gebouw waren geworden, er onze eerste vergadering te houden.”
Getuigen in Winnipeg, die ernaar uitzagen om tegen januari 1972 hun eerste kringvergadering te hebben in hun verbouwde theater, schreven:
„Toen december 1971 aanbrak, was het voor de broeders wel duidelijk dat er vóór de inwijdingsdag nog wel heel wat werk verzet moest worden. Vandaar dat velen full-time aan de zaal gingen werken en soms 80 tot 210 kilometer reden om te helpen. Het werk begon steeds sneller en vlugger te gaan. En de zaal was op tijd gereed.”
Een soortgelijke geest was openbaar tijdens de bouw van de zaal in het Californische Yuba City. Naar schatting zou dit gebouw één miljoen dollars hebben gekost als het volledig door commerciële aannemers zou zijn vervaardigd. Jehovah’s getuigen bestonden het echter om het voor minder dan een derde van dat bedrag te voltooien. Hoe dat mogelijk was? Een lid van het bouwcomité legt uit:
„Wij hadden elke dag de beschikking over gemiddeld 250 werkers, een aantal dat op de weekeinden aanzwol tot vaak 500. Sommigen werkten enkele malen de klok rond om bepaalde werkzaamheden binnen de daarvoor gestelde tijd klaar te krijgen, terwijl onze zusters niet alleen elke dag voortreffelijke maaltijden voor de werkers bereidden, maar ook bijsprongen met het werk — schoffels, harken, hamers en bezems hanterend.”
Deze geest van vrijwillige tijd- en energiebesteding kan besmettelijk werken. Dat ondervond een broeder die op een dag aan een medearbeider vroeg uit welke gemeente hij kwam, en toen als antwoord kreeg: „O, maar ik ben geen getuige van Jehovah; ik ben de buurman en woon hier recht aan de overkant. Het leek me alleen maar leuk om hier te werken. Jullie schijnen zo’n schik te hebben, dat ik erbij wilde zijn!”
Toen een verslaggeefster van de plaatselijke Independent Herald in Yuba City een interview kwam afnemen, riep ze uit: „Ik sta verbijsterd. Dat jullie dit hele reusachtige gebouw met vrijwillige hulp tot stand kunnen brengen. In onze kerk kunnen we nauwelijks genoeg hulp krijgen voor het schilderwerk waaraan we meer dan een jaar geleden begonnen zijn.”
De ijverige krachtsinspanningen te Yuba City resulteerden in een prachtige vergaderzaal in Spaanse stijl met een capaciteit van 2400 zitplaatsen. Erbij inbegrepen zijn een Koninkrijkszaal, een kleine vergaderruimte en een ruime cafetaria. De voorgevel van het gebouw, recht tegenover een klaterende fontein, vertoont drie grote bogen, verluchtigd met Spaanse lantarens.
Het hoofd bieden aan moeilijkheden
Het bouwen van vergaderzalen is geen eenvoudige aangelegenheid. Soms lijken er onoverkomelijke moeilijkheden te rijzen. Maar met vastberadenheid, geduld en hard werk zijn ze altijd wel op te lossen.
Het bouwcomité van de zaal in Yuba City vertelde hoe zij een onverwacht probleem oplosten: „Op een zaterdag raakte de stukadoormachine defect. De broeders riepen toen wat extra hulp in en deden de volgende dag het hele stukadoorswerk met de hand.”
Een broeder vertelde het volgende over een staaltje van vindingrijkheid bij de bouw van de zaal te Monroe: „Toen een pakking van een belangrijke machine het begaf en er geen reservepakking beschikbaar was, trok een technicus zijn schoen uit, sneed daar een pakking uit en hield daarmee de machine de hele verdere dag aan de praat.”
Bij het opdoemen van wettelijke problemen, toonden Jehovah’s getuigen zich vastbesloten om de wet strikt te gehoorzamen, om ’caesar terug te betalen wat van caesar, maar God wat van God is’, ook al betekende dit extra werk (Mark. 12:17). De broeder die het toezicht had op de bouw in Natick (Massachusetts), gaf hierop als commentaar: „Er rezen problemen bij het nakomen van de erg strikte plaatselijke brandvoorschriften, maar in plaats van heftig te protesteren toen er aan extra vereisten moest worden voldaan, bleven we veranderingen aanbrengen tot we met iets acceptabels uit de bus kwamen. De betrokken functionarissen prezen ons hiervoor en werden als gevolg daarvan wat soepeler en meegaander.”
Vergaderzalen die tot zegen zijn voor iedereen
De vergaderzalen die Jehovah’s getuigen bouwen zijn een grote zegen voor de omgeving waarin ze zijn gelegen. Niet zozeer vanwege hun buitenaanzien, noch vanwege de opwinding en ijver waarmee de vrijwilligers eraan hebben gewerkt — als wel om hetgeen er in hun inwendige gebeurt wanneer ze zijn voltooid.
Zou u graag willen weten wat God aan de huidige wereldtoestanden gaat doen? Wat Gods „nieuwe ordening” is en hoe u uzelf kunt voorbereiden om daarin te leven? Hoe het voor christenen mogelijk is onder de druk van de huidige wereld in eenheid samen te wonen? Het programma dat op de kringvergaderingen van Jehovah’s getuigen wordt gehouden, beantwoordt deze en nog vele andere vragen aan de hand van het Woord van God. Deze programma’s van bijbelonderricht zijn dusdanig opgesteld dat zowel oud als jong er zijn voordeel mee kan doen.
U zult daar mensen ontmoeten die een oprechte liefde hebben voor Jehovah God en die hem trachten te eren door overeenkomstig de in zijn geïnspireerde Woord, de bijbel, opgetekende beginselen te leven. Zij zullen u graag en geheel gratis willen helpen hetzelfde te doen.
[Illustratie op blz. 17]
Vergaderzaal van Jehovah’s getuigen in het zuiden van Ontario (Canada)
[Illustratie op blz. 18]
Vergaderzaal van Jehovah’s getuigen te Monroe, in de Amerikaanse staat New York
[Illustratie op blz. 19]
Vrijwillige werkers bezig aan de bouw van de vergaderzaal te Yuba City, in Californië