Vogels op vrijerspad
IN HET voorjaar is het in vogelland een drukte van belang. Voor de gevederde bewoners van de lucht is dan de tijd aangebroken om op vrijerspad te gaan. Elke soort volgt daarbij zijn eigen methoden, maar allen zetten doorgaans hun beste poot en vleugel voor om een partner het hof te maken, daarbij vaak pronkend met een bepaald kenmerk of een bepaalde bekwaamheid om maar zo voordelig mogelijk voor de dag te komen.
Vrijersvertoon
Vogels met een prachtig verenkleed zullen daar natuurlijk een dankbaar gebruik van maken om een eventuele partner aan te trekken. Maar ook de fregatvogel, stemmig in het zwart gestoken, maakt er een kleurrijke vertoning van. Hoe?
Wel, hij heeft een roze keelzak, die in de paartijd vuurrood van kleur wordt. Wanneer nu het mannetje zijn „versierdersballon” opblaast en zijn kop helemaal naar achteren gooit, maakt hij op overvliegende vrouwtjes een geweldige indruk. Heeft een vrouwelijke fregatvogel belangstelling, dan gaat ze lager vliegen en landt dicht bij het mannetje. Zo kan ze verschillende pronkende mannetjes een bezoek brengen voordat ze haar definitieve keus doet. Maar heeft ze die gedaan, dan wacht haar ook een warm welkom in de letterlijke omarming van een vurig mannetje dat al met uitgestrekte vleugels op haar staat te wachten.
Wanneer de roodschoudertroepiaal op vrijerspad gaat, maakt hij buig- en krabbewegingen en pronkt met vleugels en met staart. Het waaierhoen stapt trots met opgerichte en uitgewaaierde staart in het rond. Dat niet alleen, hij blaast ook een aantal keelzakken op zodat borst en hals het uiterlijk van een reuzenballon krijgen, die hij plotseling op en neer kan bewegen — hetgeen hopelijk allemaal indruk op een vrouwtje zal maken.
Hofmakende pauwen weten natuurlijk ook hoe ze er het mooiste uitzien. De mannetjes spreiden hun lange staart tot een oogverblindende waaier, bestaande uit iriserende gouden en groene veren, versierd met „ogen” van blauw. Vaak voert een pauw een van zijn prachtige vertoningen ook voor bewonderende mensen op op dezelfde wijze als hij dat doet om een partner te imponeren.
Eveneens verbazingwekkend goed toegerust voor de hofmakerij is de Australische liervogel met zijn prachtige liervormige staart. Deze gevederde vrijer heeft zo zijn eigen manier om indruk op een vrouwtje te maken. Behalve dat hij zingt, spreidt hij zijn staart volledig uit en strekt de veren ervan vooruit, over de kop!
De blauwe paradijsvogel heeft weer een geheel andere methode van benaderen. Hij zit op zijn tak, roept, en laat zich dan langzaam achterover zakken. Hangt hij volledig op zijn kop, dan vouwen zijn waaierachtige veren zich open en vertonen zich op hun mooist. Om de prachtige kleuren van zijn verenkleed nog opvallender te laten uitkomen, zwaait hij vaak heen en weer. Onder het zingen houdt hij echter voortdurend zijn kop naar één kant gewend, om te pogen een glimp op te vangen van een eventueel aanwezig vrouwtje en te zien welke indruk al deze acrobatische toeren op haar maken.
Vrouwelijke volharding
Maar niet alle gevederde vrijers tonen een even groot verlangen naar een vrouwtje. In zulk soort gevallen moet het vrouwtje volharding aan de dag leggen. De Indische nimmerzat kan bijvoorbeeld net doen of hij druk bezig is met het poetsen van zijn veren, of het verzamelen van nesttakjes. Dan komt een geïnteresseerd vrouwtje, dat hem ogenschijnlijk zo druk bezig ziet, naderbij. Maar is het nimmerzatmannetje verlangend naar haar? De kans is groot dat hij haar wegjaagt, en dit enkele malen achtereen. Maar ondanks deze harde behandeling, blijft ze steeds weer opnieuw terugkomen. Ze neemt geen genoegen met een weigering.
Ten slotte wordt het geduld van het vrouwtje beloond: ze mag van het mannetje op het nest zitten. Maar zelfs dan kan het nog verscheidene dagen duren voordat het mannetje haar volledig accepteert. Gebeurt dit echter, dan vindt ook onmiddellijk de paring plaats en gaat het mannetje over tot het verzamelen van takjes voor het nest. Dan is er geen tijd meer voor „doen alsof”.
Het geven van geschenken
Hofmakerij door het geven van geschenken is in het vogelrijk niets nieuws. Bijna net als de jongeman die zijn geliefde een doos bonbons overhandigt, zoekt de mannelijke kardinaalvogel voor hetzelfde doel de heerlijkste zonnebloempitten uit. Deze pelt hij dan af en legt ze voorzichtig, stuk voor stuk, in de bek van het vrouwtje van zijn hart.
Het visdiefje gebruikt ander lokaas. Wanneer hij een huwelijk op het oog heeft, vangt hij een kleine vis, houdt die kruiselings in zijn snavel en paradeert daarmee heen en weer langs het strand. Komt er nu een vrouwtje dat zijn geschenk accepteert, dan maakt hij een buiging en schrapt in het zand. Daarop overhandigen de vogels elkaar enkele malen achtereen over en weer het geschenk. Ten slotte maakt het mannetje een kuiltje in het zand zodat het vrouwtje een nest kan maken.
Waarmee zou de mannelijke pestvogel beter de gunst van een vrouwtje kunnen winnen, dan met een heerlijke kers? Bij het overhandigen van dit geschenk plaatst hij het heel voorzichtig in haar snavel. Is het vrouwtje geïnteresseerd in het aanzoek dat haar aldus wordt gedaan, dan accepteert zij de kers, maar eet deze niet op. Naast elkaar op een tak zittend geven ze elkaar beurtelings de „aanzoek-kers” in de snavel.
Er zijn ook vogels die het bij praktischer geschenken houden — nestmateriaal! Zo komt het mannetje van de adéliepinguïns bij het vrouwtje van zijn keuze met een keur van kiezelstenen aandragen — één tegelijk zodat zij ze kan inspecteren. Ofschoon u een vis misschien een beter geschenk zou vinden voor een aardig pinguïnvrouwtje, schijnen de kiezelstenen zeer in de smaak te vallen en volledig aan hun doel te beantwoorden. (Kiezelstenen bezitten in het pinguïnrijk een grote waarde aangezien ze worden gebruikt als fundering voor de nesten, zodat deze hoger komen te liggen en beschermd zijn tegen smeltend ijswater.)
Even praktisch ingesteld is de mannelijke kwak, een reiger die een vrouwtje met takken het hof maakt. Eén voor één krijgt ze deze van hem aangeboden, als ze zijn uitverkorene is. Toont zij van haar kant ook belangstelling, dan accepteert ze de geschenken niet alleen, maar gaat ook meteen op zoek naar nog meer takken om een nest te bouwen waar ze gezamenlijk een gezin kunnen stichten.
Serenades
Met zoveel opmerkelijke zangers in de vogelwereld hoeft het weinig verbazing te wekken dat veel gevederde vrijers zich voor het winnen van een vrouwtje voornamelijk op hun zangstem verlaten. Zo zal de indigovink zijn aangebedene uren achtereen volgen, en een niet aflatende serenade ten gehore brengen, tot ze uiteindelijk op zijn bekoorlijke liedjes reageert.
Raakt dit gezang werkelijk het vrouwelijke vogelhart? Voor een antwoord hierop heeft men een experiment uitgevoerd met Noordamerikaanse winterkoninkjes. In een nest werd een cardiometer geplaatst en men ontdekte dat telkens wanneer het mannetje zong, de hartslag van het vrouwtje toenam.
Soms zijn er echter meer mannetjes dan vrouwtjes, en dan bestaat de kans dat ook met aanhoudend zingen geen vrouwtje te winnen is. Zo zijn er bijvoorbeeld vaak meer manlijke dan vrouwelijke boomkwartels. Als een kwartelhaan geen vrouwtje gevonden heeft, blijft hij tot zelfs in de zomer doorgaan met zijn opgewekte serenadelied (eeh-bob-whieet). Natuuronderzoekers observeerden eens op een zomerse dag een vrijgezellenboomkwartel die van 4 uur ’s morgens tot half acht ’s avonds 1430 bruidsroepen liet horen, wel acht per minuut. Is er echter een vrouwtje gevonden, dan wordt er onmiddellijk met zingen gestopt en neemt pappaboomkwartel de rol van oppassende huisvader op.
Daar komt nog bij dat niet alle vogels even prachtig zingen. De gewiekste specht, niet een van de grootste zangsterren, lokt een vrouwtje door te doen waar hij goed in is — het slaan van een roffel op een holle boomstam. Ook het mannetje van het gekraagde sneeuwhoen maakt bij zijn serenade van omgevallen boomstammen gebruik. Na hierop te zijn neergestreken, slaat hij snel met zijn vleugels in de lucht. Hierdoor ontstaat een bonzend, trommelend geluid — een serenade die pas haar voltooiing heeft bereikt, wanneer het mannetje zijn snelheid heeft opgevoerd tot twintig vleugelslagen per seconde.
Dans en acrobatiek
Er zijn ook hofmakers die zang of veervertoon niet voldoende achten en meer willen doen. Zij dansen — en vaak danst het vrouwtje met hen mee — om van hun belangstelling blijk te geven. Wanneer het mannelijke robijnkeeltje een vrouwtje waarvoor hij belangstelling heeft, bezig ziet met het strijken van haar veren, gaat hij over tot een spectaculaire „pendule-dans” in de lucht. Het hofmakende mannetje volgt daarbij een grote boog van ongeveer drie meter, heen en weer bewegend als de slinger van een pendule, onderwijl trachtend zijn vlammende keel zo voordelig mogelijk te laten uitkomen. Gaat het vrouwtje op zijn aanzoek in, dan voegt ze zich bij hem en neemt deel aan zijn luchtacrobatiek. Beide vliegen dan verticaal op en neer. Is het mannetje boven, dan is het vrouwtje onder, en omgekeerd. Kort hierna paren de vogels en zetten zich aan de taak om voor hun toekomstige gezin te gaan zorgen.
Vlak na zonsondergang kan men het Amerikaanse bossnipmannetje zijn snelvleugelige luchtdans zien uitvoeren, die door een waarnemer als volgt werd beschreven: „In grote spiralen vloog hij op en neer in de richting van de maan, terwijl zijn vleugels een lang lied fluisterden voor het vrouwtje dat zich verborgen hield in het moeras beneden. Toen hij ver boven de aarde het hoogste punt van zijn vlucht had bereikt, begon de bossnip aan een spectaculaire daling. Het regelmatige gefluister van zijn lange klim in de lucht veranderde nu in een onregelmatig gesuis vermengd met een zachte melodie. Sneller, steeds sneller kwam hij naar beneden duiken. Vlak bij de aarde spreidde hij zijn vleugels om zijn val te breken en zeer dicht bij de plek waar hij een paar minuten daarvoor was opgestegen, neer te komen.” Na een aantal van deze bruiloftsvluchten te hebben gadegeslagen, komt een diep onder de indruk zijnd vrouwtje uit haar schuilplaats te voorschijn om zich bij het mannetje te voegen.
Bepaalde watervogels, zoals de futen, dansen op het water! De ’vrijende’ vogels trappen razendsnel met hun poten en richten zich bijna volkomen rechtop uit het water. In deze stand voeren ze dan een romantische dans uit.
Een prieel voor de liefde
Tot de opmerkelijkste hofmakers in het vogelrijk behoren de prieelvogels van Nieuw-Guinea en Australië. De mannetjes van elke soort bouwen hun eigen soort van takkenhuisjes, die wel enkele tientallen centimeters lang en soms wel één meter twintig hoog kunnen zijn en bovendien vaak met een eindeloze variatie van kleurrijke voorwerpen als bloemen en kersen zijn versierd. Sommige vogels schilderen zelfs hun bruidsprieel, waarvoor ze verf gebruiken die ze zelf mengen door gekleurde bessen en houtskool gezamenlijk fijn te kauwen. Meestal brengen ze de verf met hun snavel aan, maar er zijn er ook die daarvoor een „kwast” gebruiken in de vorm van een stukje schors of een plukje bladeren. De kuifloze prieelvogel versiert niet alleen zijn prieel, maar gaat ook met een bloem in zijn bek op vrijerspad.
Wanneer een vrouwtje gecharmeerd is van een bruidsprieel en de capriolen van de bouwer, begeeft ze zich in het prieel, waar de paring plaatsvindt. Dan, heel vreemd, verlaat ze weer het bouwsel van het mannetje, vervaardigt haar eigen nest en brengt alleen haar jongen groot.
Het voorjaar is de tijd waarin vogels elk op hun eigen wijs een partner veroveren — door veervertoon, zingen, het geven van geschenken, dansen en het bouwen van huizen. Het is een kleurrijke vertoning. En als men dan stilstaat bij de duizenden verschillende soorten van vogels die er zijn, is dat voor Godvrezende personen alleen maar een bewijs van de grote gevarieerde wijsheid van een liefdevolle Schepper. — Ef. 3:10.
[Illustratie op blz. 24]
Fregatvogel
[Illustratie op blz. 24]
Liervogel
[Illustratie op blz. 25]
Blauwe paradijsvogel